George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Trouw

God, MAF, EO-serie ‘Bushpiloten’ en het verwijt van kolonialisme. Waarom zendt de publieke omroep christelijke propaganda uit?

with 6 comments

Helpen om niet is MAF (Mission Aviation Fellowship) niet. MAF wil mensen en gemeenschappen transformeren door de liefde van Jezus Christus. Om dat te bereiken richt het zich op achterstandsgebieden. ‘Because many people living in remote places have never heard the Gospel’ zo zegt de MAF. Dat ziet het niet als voor- maar als nadeel. Hulp onder voorwaarden wordt zo een middel om mensen te evangeliseren. MAF is een christelijke zendingsorganisatie met het hoofdkantoor in Nampa, Verenigde Staten. MAF kent ook een Nederlandse afdeling die het vanwege de fondsenwerving uitschreeuwt: ‘MAF maakt hen bereikbaar voor Gods Liefde!

Het beeld dat in publicaties van MAF doorsijpelt is dat mensen met een kleurtje niet voor zichzelf kunnen zorgen en geholpen worden door witte, Westerse (grotendeels) mannen op Bijbelse missie. De vraag wat de oorzaak van deze scheve verdeling van de rijkdom is en of religie daar wellicht medeschuldig aan is stelt MAF niet. MAF doet aan symptoombestrijding. Die zwarte mensen worden daar volgens de opvatting van MAF zo gelukkig van dat ze tegelijkertijd het evangelie omarmen. Het is volgens MAF namelijk de perfecte religieuze sandwichformule. In Nederland besteedt de EO in de serie Bushpiloten aandacht aan het werk van MAF.

In een televisierecensie van 15 juli 2018 heeft Trouw-recensente Maaike Bos weinig goeds over voor de intenties van MAF en de serie Bushpiloten. Ze legt uit dat de serie draait om ‘drie piloten die met hun gezin in Angola, Papoea en Suriname wonen om (medische) ondersteuning naar onbereikbare dorpjes te vliegen.’ Bos: ‘En die piloten zijn dat zo vol liefdevolle overtuiging. Maar dan denk ik weer aan de voice-over in het begin. “Ze gaan er heen om voor de MAF te vliegen én het woord van God te verspreiden. Jammer, dat fanatieke zendelingen-laagje plaatst mij persoonlijk weer op afstand. Goede daden verrichten maar in ruil daarvoor zieltjes winnen; het voelt zo koloniaal.’ Bos concludeert dat het niet deugt wat MAP doet: ‘Ik ben zo’n kijker die ‘het woord van God verspreiden onder inheemse mensen’ niet mooi en exotisch vindt, maar dwingend.

Kolonialisme (of post-kolonialisme) is een politiek beladen term dat al snel naar een welles/nietes-debat leidt. Of MAF en de drie Bushpiloten die de EO in de tv-serie portretteert zich bezondigen aan kolonialisme valt te bezien. Dat MAF zich betuttelend, bevoogdend en paternalistisch opstelt leidt echter geen twijfel. Om Mao te parafraseren, MAF geeft de arme zwarte mensen geen hengel om zelf vis mee te (leren) vangen, maar een vis. Ook nog eens een christelijke vis die op vele niveau’s (fondsenwerving bij de christelijke achterban, suggestie van eigen voortreffelijkheid, christelijk imperialisme) dient om de eigen onmisbaarheid te kunnen blijven benadrukken. Dat de EO de serie Bushpiloten uitzendt op het publieke net NPO 2 geeft zeer te denken over de netcoördinator van de publieke omroep die toestemming geeft voor het uitzenden van religieuze propaganda.

Foto: Publiciteitsmateriaal (Foto’s Bushpiloten) van de EO bij de serie Bushpiloten.

Advertenties

Documentaire ‘Het is gezien’ toont dat vrijheid van kunst niet optimaal is

leave a comment »

Het is vandaag 2 april 2018 precies 50 jaar geleden dat Gerard Reve door de Hoge Raad werd vrijgesproken van ‘smalende godslastering’. Reve had God voorgesteld als een ezel waarmee hij de liefde bedreef. De documentaire ‘Het is gezien’ van regisseur Erik Lieshout en redacteur Tom Rooduijn kijkt daarop terug, maar vraagt zich ook af hoe groot de vrijheid van kunstenaars in 2018 is. Of liever gezegd van kunstenaars die niet op veilig spelen, zich niet laten temmen, de controverse niet schuwen en in het schootsveld van de publieke opinie belanden. In Trouw geeft Sander Becker in een artikel achtergronden over kunstenaars die onder vuur kwamen te liggen: Tinkebell, A.H.J. Dautzenberg, Kristien Hemmerechts en Mano Bouzamour. Vrijheid is niet vanzelfsprekend en moet elke dag weer bevochten worden. Dat geldt niet alleen voor kunstenaars, maar ze kunnen wel als eerste (symbolisch) klappen krijgen als ze zich over een omstreden onderwerp uitspreken.

Foto: Affiche van documentaire ‘Het is gezien’. Vanaf 2 april 2018 is ‘HET IS GEZIEN’ te zien in de filmtheaters: Ketelhuis, Amsterdam; Balie, Amsterdam; Filmhuis Den Haag; Filmtheater O42, Nijmegen; ’t Hoogt, Utrecht

Interview in Trouw met Ramin Jahanbegloo over ‘humanistisch secularisme’ roept meer vragen op dan het beantwoordt

leave a comment »

Trouw plaatst in een reeks waarin niet-Europeanen hun visie op Europa en de EU geven een interview met de in Iran geboren filosoof Ramin Jahanbegloo. Hij houdt een sympathiek pleidooi voor een culturele revival van Europa: ‘Europa heeft een intercultureel burgerschap nodig, niet te verwarren met multicultureel: dat laatste is een ensemble van identiteiten die in vrede naast elkaar leven, al is zelfs dat vandaag niet meer het geval. Met dat interculturele burgerschap praat ik niet over paspoorten, maar over ideeën, over cultuurgoed. Een nieuwe generatie Europeanen moet die nalatenschap, dat cultuurgoed voeden.’ Hij voegt aan zijn betoog toe dat de economen en politici die leiding geven aan Europa weinig verstand van of affiniteit met het Europese cultuurgoed hebben. Ze zouden er weinig van weten, er zich niet voor interesseren en niet begrijpen waar het voor staat. Jahanbegloo heeft het grootste gelijk van de wereld. Politici en economen die de macht uitmaken in Europa kunnen hun eigen continent niet begrijpen als ze het cultuurgoed van Europa niet begrijpen.

Jahanbegloo houdt ook een pleidooi voor wat in vertaling een ‘humanistisch secularisme’ heet. Waarom hij of journalist Christoph Schmidt er het adjectief ‘humanistisch’ aan toevoegen is vaag. Want uit zijn woorden blijkt dat Jahanbegloo een pleidooi voor het secularisme houdt, zoals uit bovenstaand citaat blijkt. Ook is het onduidelijk waarom Jahanbegloo uitsluitend praat over religies en de verhouding tussen religies, terwijl in Nederland de meerderheid van de bevolking zich niet geïnspireerd voelt door religie. Trouw en Jahanbegloo lijken aan bijziendheid te lijden. Hij had beter kunnen spreken over religies en levensovertuigingen. Verder laat Jahanbegloo in het midden wat hij bedoelt met ‘een plek in het openbare leven’ voor religie. Dit interview vraagt om een vervolg waarin hij toelicht wat hij bedoelt. Want de duivel zit in de details. Zijn opmerking dat de promotie van de islamistische cultuur ten koste zou gaan van de christelijke cultuur geeft opnieuw aan dat Jahanbegloo niet echt begrijpt hoe de Nederlandse samenleving in elkaar zit en reeds is geseculariseerd.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe islam is deel van het Europese cultuurgoed’ in Trouw, 18 maart 2018.

Trouw geeft Leila Aboulela een podium om atheïsten af te doen als materialistisch zonder geestelijke inspiratie

with 6 comments

De islamitische, Egyptisch-Soedanese schrijfster Leila Aboulela die in het Schotse Aberdeen woont trekt fel van leer in een interview in Trouw. De krant die zoveel aandacht besteedt aan religie en filosofie. Met name Aboulela’s volgende uitspraak over het atheïsme is opvallend: ‘Ik ben kritisch over het toenemende atheïsme. Dat leidt tot meer materialisme. Atheïsten zullen dat niet toegeven, maar waar zullen ze anders heen gaan dan naar het materiële? Als je het spirituele ontkent, zul je omgeven worden door materialisme. Ik denk dat de kracht komt van de almachtige God. Hoe meer Europeanen zich verwijderen van het concept dat God groot is, hoe kleiner ze zijn.’

Ze suggereert dat atheïsten materialistisch zijn omdat ze buiten dat niets anders hebben omdat ze het spirituele ontkennen. Vervolgens verbindt ze dat aan de kracht van God. Dat is kort door de bocht en nogal beledigend voor mensen die zich als atheïstisch beschouwen. Haar bewijsvoering is een cirkelredenering die een sluitstuk vindt in een God van die overigens door mensen is gecreëerd. Dus feitelijk bezigt ze zich ook nog eens aan een dubbele cirkelredenering. Leila Aboulela lijkt weinig kennis te hebben van het atheïsme. De vraag is of Aboulela dom, onwetend, onnozel, kortzichtig of blind is. Of gewoon de weg kwijt is in Europa.

De vraag die dit interview oproept is waarom Trouw het in deze vorm publiceert. Het wordt er nog extra betreurenswaardig op omdat het de controversiële uitspraak ook nog eens prominent in de titel zet ‘Europa wordt te atheïstisch, dat leidt tot meer materialisme’. Trouw neemt er geen afstand van, maar dikt het aan.

Zo wordt de kortzichtigheid van Aboulela over het atheïsme tot de kortzichtigheid van Trouw gemaakt. Omdat haar betoog het niveau van een spreukenkalender niet overstijgt valt de noodzaak voor publicatie ervan niet makkelijk in te zien. Het benadrukt vooral de bevestiging van haar onvolledige en krakkemikkige wereldbeeld. Waarom atheïsten -of mensen die zich niet laten inspireren door godsdienst- materialistischer zouden zijn dan moslims of christenen is het raadsel dat blijft hangen na dit interview. Want uit niets blijkt dat atheïsten het spirituele zouden ontkennen of materialistischer zijn dan mensen die zich laten inspireren door de God van Aberdeen. Of van Egypte. Met haar uitspraak zet Leila Aboulela overigens meer dan de helft van de Nederlandse bevolking weg als materialistisch zonder geestelijke inspiratie. De onwetende arrogantie van Leila Aboulela is immens en doet de godsdienst waardoor ze zich laat inspireren geen goede dienst.

Foto: Schermfbeelding van deel interviewEuropa wordt te atheïstisch, dat leidt tot meer materialisme’’ van Christoph Schmidt met Leila Aboulela in Trouw, 20 januari 2018.

Written by George Knight

21 januari 2018 at 00:24

Een reactie bij het ‘Journalistiek Jaarverslag NRC 2017’

leave a comment »

De abonnee’s van NRC kregen afgelopen week een e-mail van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hij merkt daarin op dat NRC zoals elk bedrijf jaarlijks een financieel jaarverslag publiceert. Maar ook een journalistiek jaarverslag omdat het uiteindelijk om de journalistiek gaat: ‘Wij drukken ons succes dus niet zozeer uit in euro’s als wel in een valuta die minder helder maar veel interessanter is: in welke mate slagen wij erin om u, onze lezer, uw mening te laten vormen?

De hoofdredacteur stelt zich procesmatig op en beschrijft de omgeving waarin NRC moet opereren. Dat is een beschrijving die echter voor alle media geldt en niet specifiek is voor NRC. Dat is tevens het ongemak van Vandermeerschs overkoepelende opstelling die voorbijgaat aan de politieke keuzes van NRC. Heeft de krant net als D66 op immateriële onderwerpen een progressief hart en op materiële onderwerpen een naar rechts leunende portemonnee? Is dat gewenst of dient dat bijgesteld te worden? Of is het niet (meer) van belang? Vandermeersch stipt het niet aan en we komen niets te weten over de  koers van NRC. In de voorstelling van de hoofdredacteur lijkt het alsof NRC in een politiek vacuüm opereert waarin nergens druk ontstaat en het uitsluitend te maken heeft met problemen die iedere burger tegenwoordig ontmoet: culture wars, de bubbel waarin mensen zich geïsoleerd terugtrekken en de fragmentering en devaluatie van het begrip ‘waarheid’. Vandermeersch zegt onderaan deze e-mail uit te kijken naar reacties. Dit heb ik hem op 4 januari gestuurd:

Met veel genoegen lees ik sinds lang NRC. Als jong volwassene kreeg ik het Algemeen Handelsblad dagelijks aan de leestafel bij mijn grootvader onder ogen. Die voorganger van voor de fusie. Toen ik in de jaren ’70 ging studeren was de keuze voor NRC snel gemaakt.

De krant heeft me mede gevormd. Eerst vanuit de hoek van de literatuur door medewerkers als Rudy Kousbroek of K.L. Poll. Later vanuit de film en nog later vanuit de politiek. Met de onvolprezen analisten J. L. Heldring en H.J.A. Hofland.

Maar het is geen 1970 meer. De scheidslijnen in de maatschappij en de politiek zijn onder druk van de ontwikkelingen in de VS veranderd. Het is de vraag of NRC daar voldoende op reflecteert. De grootste tegenstelling lijkt niet meer die tussen links en rechts, maar tussen de gevestigde politiek en het nihilisme dat het systeem wil kraken. Hoewel sociaal-economische onderwerpen over belastingontwijking, belastingdruk en inkomensverschillen hiermee niet minder belangrijk zijn geworden. Maar de urgentie ligt nu even elders, zo lijkt het.

Hoe moet een medium als NRC dat ook wel geschaard wordt onder de ‘establishment media’ hier op reageren? Met die vraag in het achterhoofd lees ik NRC de laatste jaren. Ik ben van mening dat het kansen laat liggen en zich meer rechtsstatelijk zou kunnen opstellen. Zo beredeneerd staat het bestaan van NRC in zijn huidige vorm op het spel omdat het verbonden is met de maatschappij waarin het functioneert. Dat is nooit vrijblijvend, maar nog minder vrijblijvend dan het 50 of zelfs 15 jaar geleden was. Of die urgentie over de eindigheid van de gevestigde orde in NRC voldoende is ingedaald is de vraag.

Voor een lezer die op afstand staat en niet aanzit aan de vergadertafels en daarom niet in de zwarte doos kan kijken, is het lastig om in te schatten of NRC de goede keuzes maakt. Wat de lezer wel kan zien zijn de prioriteiten die NRC in zijn kolommen geeft aan onderzoek, berichtgeving en plaatsing van bijdragen van gasten. Dan moet me van het hart dat ik vind dat NRC het afgelopen jaar kansen heeft laten liggen om scherper te opereren.

Laat ik een voorbeeld geven. In 2017 heeft NRC meermalen tamelijk kritiekloos aandacht besteed aan Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. In de berichtgeving en via interviews. Het is prima om de lezer te informeren. Maar ik vind het onbegrijpelijk en getuigen van luie journalistiek dat NRC in een diepgravend artikel nooit aandacht heeft besteed aan de extreem- of radicaal-rechtse contacten van Baudet. Juist omdat politici als Baudet die als destructieve kracht gezien kunnen worden van alles een grapje proberen te maken is het belangrijk dat de bekende feiten goed en scherp op een rijtje gezet worden. Dat geldt nog meer als daaruit een beeld oprijst dat contrasteert met Baudets huidige profilering. Waarom heb ik in NRC nooit gelezen over zijn aanwezigheid op een door het Front National geleide conferentie in februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka? Het kan toch niet zo zijn dat NRC dit overlaat aan De Correspondent dat minder middelen heeft?  

Het zal wel een klacht zijn die u vaker ziet, maar de kwantitatieve groei van de columns zie ik als een negatieve ontwikkeling. Bas Heijne en Luuk Middelaar lees ik nog, de rest van de columns sla ik over. Ik voel meer voor kwalitatieve groei van de columns. Het gemis van de mediacolumn van Hans Beerekamp voel ik nog dagelijks. Wat er sinds die tijd in NRC aan televisie- en mediakritiek verschijnt vind ik ondermaats, saai en zonder enig interessant idee.

Ik heb begrip voor de koers van NRC die volgt uit een lastige afweging om een divers publiek te bereiken. De grootste concurrenten zijn immers niet meer Het Parool, Trouw, De Volkskrant, het NOS Journaal of Nieuwsuur, maar het internet. De geïnformeerde lezer kan het nieuws op gerenommeerde Engelstalige sites 1,5 dag lezen voordat het in de krant gepubliceerd wordt. Om die reden wordt NRC automatisch naar de kant van de achtergrondinformatie, de binnenlandse berichtgeving of de onderzoeksjournalistiek gedrongen. En de bladvulling. Berichtgeving over veel onderwerpen wordt zo minder belangrijk omdat die elders sneller en beter te vinden is. Het risico is dat het percentage trivialiteit in de krant daardoor een kritische grens overschrijdt. Daar moet de hoofdredactie voor waken. Een nog scherpere keuze voor kwaliteitsjournalistiek is de beste waarborg dat NRC de lezer bereikt. Mits de gevestigde orde in stand blijft uiteraard.

Ik wens u en NRC veel sterkte in 2018.

Foto: Schermafbeelding van voorkant Journalistiek Jaarverslag 2017 van NRC, 18 december 2017.

Museumvereniging komt met advies verkoop werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties. Het is opvallend defensief

leave a comment »

Het advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging van 10 augustus 2017 over het afstoten van werk van een levende kunstenaar uit een museumcollectie valt niet los te zien van de voorgeschiedenis in 2011 met de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda. Dit blog besteedde er aandacht aan in commentaren en meent dat het opereren van toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn tegenstrijdigheden bevatte. Hij had zich slecht voorbereid en weinig kennis van zaken, kwam met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop en bracht zijn museum onnodig in problemen. In de herfst van 2011 dreigde de Museumvereniging Museum Gouda uit het museumregister te gooien als het geen beterschap beloofde. Uiteindelijk kreeg De Kleijn een berisping op de ALV van 28 november 2011.

Deze geschiedenis kreeg zes jaar na dato in april 2017 een staartje toen kunstverzamelaaar Bert Kreuk in zijn boek Art Flipper vertelde dat hij The Schoolboys had willen kopen en daartoe via tussenpersoon Theo Schols De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan Museum Gouda, en eventueel zelfs langer. In 2011 ontkende De Kleijn in de publiciteit dat er zo’n aanbod lag, maar in 2017 kwam hij daar desgevraagd op terug in een artikel in Trouw. Hij zou niet op Kreuks aanbod zijn ingegaan omdat hij bang was een sufferd genoemd te worden. In een commentaar opperde ik het idee dat De Kleijn in Trouw nog steeds niet de echte verklaring voor zijn handelen in 2011 gaf: ‘Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen.

Jouke Kleerebezem noemde de verkoop van The Schoolboys door De Kleijn buiten kunstenaar Marlene Dumas en galeriehouder Paul Andriesse om in een commentaar op zijn blog ‘opportunistisch rentmeesterschap’. Het is naar mijn idee nog schrijnender. In een reactie op Metropolis M relativeerde ik de kritiek dat marktdenken de kunstwereld in haar greep heeft: ‘Het is naar mijn idee niet het marktdenken dat de kunstwereld in de greep krijgt. Dat heeft nog een schoonheid in zichzelf. Al hangt die direct samen met geld. Het ligt anders. Het is geklungel dat delen van de Nederlandse kunstwereld kenmerkt. Zoals het voorbeeld van museumgoudA leert. Het is buitengewoon onhandig aangepakt. Da’s geen marktdenken, da’s de ambtenaar die cultureel ondernemer denkt te zijn.’ Marktdenken en commercieel handelen door museumdirecteuren is nog tot daar aan toe, maar onhandig handelen en uitverkoop van het tafelzilver voor een te lage prijs is onaanvaardbaar.

Het Advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging geeft instrumenten uit handen als het de CIMAM Principles, iii, 4 te streng vindt. Dit zegt dat afstoting van het werk van een levendige kunstenaar mag ‘om het te kunnen vervangen door een ‘superior work’ van dezelfde kunstenaar’. Het lijkt er sterk op dat de commissie de CIMAM Principles te eenzijdig opvat omdat er uitzonderingen op mogelijk zijn. De CIMAM Principles spreken elkaar namelijk op onderdelen tegen. Dat geeft handelingsruimte voor een museum. Zo kan een werk van een levendige kunstenaar ontzameld worden als er nieuwe verzameldoelen zijn geformuleerd

De Museumvereniging laat zich kennen als defensief en kopschuw als het meent dat het de CIMAM Principles afwijst omdat ze ‘het museum in te hoge mate afhankelijk maken van de goedkeuring van de kunstenaar.’ Dat is een teleurstellende stellingname. Was erover geen tussenpositie mogelijk die de kunstenaar enig recht van spreken zou geven? Hierdoor raakt ook de glijdende schaal van korting door galeristen aan musea uit zicht (naast schenking en  giften) als norm voor ontzameling. Precies die korting was de steen des aanstoots van Marlene Dumas en haar galerie bij de verkoop van The Schoolboys aan het toenmalige  Catharina Gasthuis. Het is een lacune in de regelgeving die zowel de LAMO als de CIMAM Principles onvoldoende opvullen.

Foto: NieuwsberichtAdvies verkoop van een werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties’ van de Museumvereniging, 10 augustus 2017.

Westerse overheden moeten islamhervormers als Tarek Fatah steunen. Ze bieden een weg tussen islamisme en populisme

leave a comment »

De Canadees-Pakistaanse schrijver Tarak Fatah is een islamitische hervormer en mensenrechtenactivist. Hij komt op voor zijn geloof, maar heeft het niet zo op regimes en geestelijken die volgens hem zijn geloof kapen en een slechte naam bezorgen. Als progressieve denker heeft hij evenmin een goed woord over voor politici die de islam in bescherming nemen en de hervorming ervan helpen blokkeren. Legendarisch is zijn terechtwijzing van de liberale senator Grant Mitchell in 2014 in een hoorzitting in de Canadese senaat. Ook een woordenwisseling uit lijfsbehoud omdat hervormingsgezinde moslims die te ver van de hoofdstroom afdwalen dat met hun leven kunnen bekopen. Schrijnend dat een liberale senator daar de aanstichter van was.

Volgens Tarek Fatah is in de kern de islam een religie als alle andere geloven, maar is het wel diepgaand gecorrumpeerd. En dat al meer dan 1400 jaar lang. Zo wordt voor aanvang van het vrijdaggebed wereldwijd opgeroepen om de ongelovigen te verslaan. Dat is geen oproep die past bij een geloof dat over zichzelf verkondigt vredelievend en tolerant te zijn. Want op die manier is het dat niet. De islam volgt een merkwaardige agenda en heeft raakvlakken met het (pseudo-)populisme van Wilders, Trump of Le Pen. ‘De islamisten en de populisten zitten in hetzelfde schuitje: ze vinden die moderne, open wereld maar moeilijk te vatten’, zo zei de Duitse neoconservatieve historicus Paul Nolte in 2016 een interview met Trouw. Zie hier mijn commentaar over populisten en islamisten die de moderniteit niet bij kunnen benen.

Interessant aan hervormers als Fatah die de moderne wereld omarmd hebben -en pleiten voor het secularisme waar een hervormde islam een plek kan vinden- maar ook Ziauddin Sardar, Salim Mansur of de in 2010 overleden Nasr Abu Zayd is dat ze een middenweg vinden tussen het actieve islamisme of de afwachtende islam, en het populisme dat de islam en migratie gebruikt om zich tegen af te zetten. Tien jaar geleden werd de Turkse president Erdogan door progressieve knuffelaars als Frans Timmermans op het schild gehesen als iemand die in Turkije bezig was een soort islam-democratie te ontwikkelen. Dat idee is pijnlijk doorgeprikt.

Voor iedereen die niet mee wil gaan in de naïviteit -of het politieke opportunisme- van Timmermans of Grant Mitchell en de islamhaat van Wilders, Trump, Marine Le Pen en Oost-Europese leiders is het goed om te weten dat er een derde weg is: de hervormingsgezinde islam die zich zonder politieke en gecorrumpeerde agenda als geloof probleemloos kan voegen in het secularisme. Dus de nationale rechtsstaat. Westerse overheden zouden hervormers als Tarik Fatah meer moeten steunen dan ze nu doen. Trouwens niet te verwarren met   valse profeten als Tariq Ramadan die de moderniteit naar de islam willen brengen, maar niet de islam naar de moderniteit en het secularisme. Als overheden de financiële en politieke steun die nu naar islamistische landen als Saoedie-Arabië stroomt om zouden leiden naar vertegenwoordigers van de hervormingsgezinde  islam, dan zou dat iedereen enorm van dienst zijn. Op de islamisten en de populisten na. Dat er niet gekozen wordt voor zo’n voor de hand liggende oplossing geeft te denken over het inzicht van westerse overheden.