George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Trouw

Museumvereniging komt met advies verkoop werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties. Het is opvallend defensief

leave a comment »

Het advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging van 10 augustus 2017 over het afstoten van werk van een levende kunstenaar uit een museumcollectie valt niet los te zien van de voorgeschiedenis in 2011 met de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda. Dit blog besteedde er aandacht aan in commentaren en meent dat het opereren van toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn tegenstrijdigheden bevatte. Hij had zich slecht voorbereid en weinig kennis van zaken, kwam met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop en bracht zijn museum onnodig in problemen. In de herfst van 2011 dreigde de Museumvereniging Museum Gouda uit het museumregister te gooien als het geen beterschap beloofde. Uiteindelijk kreeg De Kleijn een berisping op de ALV van 28 november 2011.

Deze geschiedenis kreeg zes jaar na dato in april 2017 een staartje toen kunstverzamelaaar Bert Kreuk in zijn boek Art Flipper vertelde dat hij The Schoolboys had willen kopen en daartoe via tussenpersoon Theo Schols De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan Museum Gouda, en eventueel zelfs langer. In 2011 ontkende De Kleijn in de publiciteit dat er zo’n aanbod lag, maar in 2017 kwam hij daar desgevraagd op terug in een artikel in Trouw. Hij zou niet op Kreuks aanbod zijn ingegaan omdat hij bang was een sufferd genoemd te worden. In een commentaar opperde ik het idee dat De Kleijn in Trouw nog steeds niet de echte verklaring voor zijn handelen in 2011 gaf: ‘Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen.

Jouke Kleerebezem noemde de verkoop van The Schoolboys door De Kleijn buiten kunstenaar Marlene Dumas en galeriehouder Paul Andriesse om in een commentaar op zijn blog ‘opportunistisch rentmeesterschap’. Het is naar mijn idee nog schrijnender. In een reactie op Metropolis M relativeerde ik de kritiek dat marktdenken de kunstwereld in haar greep heeft: ‘Het is naar mijn idee niet het marktdenken dat de kunstwereld in de greep krijgt. Dat heeft nog een schoonheid in zichzelf. Al hangt die direct samen met geld. Het ligt anders. Het is geklungel dat delen van de Nederlandse kunstwereld kenmerkt. Zoals het voorbeeld van museumgoudA leert. Het is buitengewoon onhandig aangepakt. Da’s geen marktdenken, da’s de ambtenaar die cultureel ondernemer denkt te zijn.’ Marktdenken en commercieel handelen door museumdirecteuren is nog tot daar aan toe, maar onhandig handelen en uitverkoop van het tafelzilver voor een te lage prijs is onaanvaardbaar.

Het Advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging geeft instrumenten uit handen als het de CIMAM Principles, iii, 4 te streng vindt. Dit zegt dat afstoting van het werk van een levendige kunstenaar mag ‘om het te kunnen vervangen door een ‘superior work’ van dezelfde kunstenaar’. Het lijkt er sterk op dat de commissie de CIMAM Principles te eenzijdig opvat omdat er uitzonderingen op mogelijk zijn. De CIMAM Principles spreken elkaar namelijk op onderdelen tegen. Dat geeft handelingsruimte voor een museum. Zo kan een werk van een levendige kunstenaar ontzameld worden als er nieuwe verzameldoelen zijn geformuleerd

De Museumvereniging laat zich kennen als defensief en kopschuw als het meent dat het de CIMAM Principles afwijst omdat ze ‘het museum in te hoge mate afhankelijk maken van de goedkeuring van de kunstenaar.’ Dat is een teleurstellende stellingname. Was erover geen tussenpositie mogelijk die de kunstenaar enig recht van spreken zou geven? Hierdoor raakt ook de glijdende schaal van korting door galeristen aan musea uit zicht (naast schenking en  giften) als norm voor ontzameling. Precies die korting was de steen des aanstoots van Marlene Dumas en haar galerie bij de verkoop van The Schoolboys aan het toenmalige  Catharina Gasthuis. Het is een lacune in de regelgeving die zowel de LAMO als de CIMAM Principles onvoldoende opvullen.

Foto: NieuwsberichtAdvies verkoop van een werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties’ van de Museumvereniging, 10 augustus 2017.

Advertenties

Westerse overheden moeten islamhervormers als Tarek Fatah steunen. Ze bieden een weg tussen islamisme en populisme

leave a comment »

De Canadees-Pakistaanse schrijver Tarak Fatah is een islamitische hervormer en mensenrechtenactivist. Hij komt op voor zijn geloof, maar heeft het niet zo op regimes en geestelijken die volgens hem zijn geloof kapen en een slechte naam bezorgen. Als progressieve denker heeft hij evenmin een goed woord over voor politici die de islam in bescherming nemen en de hervorming ervan helpen blokkeren. Legendarisch is zijn terechtwijzing van de liberale senator Grant Mitchell in 2014 in een hoorzitting in de Canadese senaat. Ook een woordenwisseling uit lijfsbehoud omdat hervormingsgezinde moslims die te ver van de hoofdstroom afdwalen dat met hun leven kunnen bekopen. Schrijnend dat een liberale senator daar de aanstichter van was.

Volgens Tarek Fatah is in de kern de islam een religie als alle andere geloven, maar is het wel diepgaand gecorrumpeerd. En dat al meer dan 1400 jaar lang. Zo wordt voor aanvang van het vrijdaggebed wereldwijd opgeroepen om de ongelovigen te verslaan. Dat is geen oproep die past bij een geloof dat over zichzelf verkondigt vredelievend en tolerant te zijn. Want op die manier is het dat niet. De islam volgt een merkwaardige agenda en heeft raakvlakken met het (pseudo-)populisme van Wilders, Trump of Le Pen. ‘De islamisten en de populisten zitten in hetzelfde schuitje: ze vinden die moderne, open wereld maar moeilijk te vatten’, zo zei de Duitse neoconservatieve historicus Paul Nolte in 2016 een interview met Trouw. Zie hier mijn commentaar over populisten en islamisten die de moderniteit niet bij kunnen benen.

Interessant aan hervormers als Fatah die de moderne wereld omarmd hebben -en pleiten voor het secularisme waar een hervormde islam een plek kan vinden- maar ook Ziauddin Sardar, Salim Mansur of de in 2010 overleden Nasr Abu Zayd is dat ze een middenweg vinden tussen het actieve islamisme of de afwachtende islam, en het populisme dat de islam en migratie gebruikt om zich tegen af te zetten. Tien jaar geleden werd de Turkse president Erdogan door progressieve knuffelaars als Frans Timmermans op het schild gehesen als iemand die in Turkije bezig was een soort islam-democratie te ontwikkelen. Dat idee is pijnlijk doorgeprikt.

Voor iedereen die niet mee wil gaan in de naïviteit -of het politieke opportunisme- van Timmermans of Grant Mitchell en de islamhaat van Wilders, Trump, Marine Le Pen en Oost-Europese leiders is het goed om te weten dat er een derde weg is: de hervormingsgezinde islam die zich zonder politieke en gecorrumpeerde agenda als geloof probleemloos kan voegen in het secularisme. Dus de nationale rechtsstaat. Westerse overheden zouden hervormers als Tarik Fatah meer moeten steunen dan ze nu doen. Trouwens niet te verwarren met   valse profeten als Tariq Ramadan die de moderniteit naar de islam willen brengen, maar niet de islam naar de moderniteit en het secularisme. Als overheden de financiële en politieke steun die nu naar islamistische landen als Saoedie-Arabië stroomt om zouden leiden naar vertegenwoordigers van de hervormingsgezinde  islam, dan zou dat iedereen enorm van dienst zijn. Op de islamisten en de populisten na. Dat er niet gekozen wordt voor zo’n voor de hand liggende oplossing geeft te denken over het inzicht van westerse overheden.

De Kleijn geeft aanbod Kreuk toe om The Schoolboys te kopen en Museum Gouda in bruikleen te geven. Waarom ging het niet door?

with 3 comments

Kunstverzamelaar Bert Kreuk doet in Art Flipper een boekje open over de verkoop van het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas in 2011 door toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn van MuseumgoudA. Kreuk vertelt dat hij het werk had willen kopen. Het gevolg was geweest dat het niet naar het buitenland verkocht had moeten worden. Nu is het voorgoed verdwenen uit het Openbaar Kunstbezit.

Dit blog besteedde aan die verkoop enkele commentaren die erop neerkwamen dat De Kleijn zich slecht had voorbereid, weinig kennis van zaken had, met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop naar buiten kwam en zijn museum onnodig in problemen bracht. Dumas onderschreef toentertijd mijn lezing. Nu besteedt Trouw in een artikel ter gelegenheid van het verschijnen van Kreuks Art Flipper aandacht aan de verkoop die opnieuw het merkwaardige en onverklaarbare handelen van directeur De Kleijn onderstreept.

Kreuk stelt dat hij via tussenpersoon Theo Schols -zijn oom- De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan museumgoudA. Eventueel zelfs langer. Maar de museumdirecteur ging er niet op in. Op 20 september 2011 antwoordde de Gouwse wethouder Daphne Bergmans op raadsvragen van SP’er Van Alphen: ‘dat museumgoudA enkele grote particuliere verzamelaars [heeft] benaderd om te bezien of er bereidheid was het schilderij aan te kopen en vervolgens in langdurige bruikleen ter beschikking te stellen. Deze bereidheid bleek er niet te zijn’. (Bron onvindbaar, zie hier toenmalige verwijzing ernaar). Op 24 september 2011 gaf ik hierop het volgende commentaar: ‘Opvallend ontbreekt in haar opsomming de optie dat museumgoudA zelf benaderd is door een derde partij. Zij blijft ook onduidelijk over de periode waarnaar ze verwijst. Da’s relevant omdat het duidelijkheid kan geven over het tijdstip waarop museumgoudA bindende afspraken met Christie’s maakte. Daarna kon museumgoudA immers niet meer ontvankelijk zijn voor aanbiedingen.’ Dat laatste aspect is de crux van de kwestie. Het is de vraag wie Bergmans onvolledig informeerde zodat zij op haar beurt de Gouwse raad verkeerd informeerde.

De feiten zijn dat in 2011 De Kleijn in de publiciteit ontkende dat dit aanbod van Kreuk er lag. Nu komt hij daar op terug en bevestigt aan Trouw dat er over deze verkoop in 2011 contact is geweest met Schols. De Kleijn geeft de volgende uitleg voor zijn weigering om The Schoolboys aan Kreuk te verkopen: ‘Ik hoorde dat hij bekendstond als iemand die kunst weer verkoopt, nadat het een tijdje in musea heeft gehangen. Ik dacht: stel je voor dat het schilderij na tien jaar twee keer zoveel waard is geworden en hij het dan uit het museum haalt om het weer te verkopen. Dan zou iedereen me een sufferd vinden.’ De Kleijn zegt nu dat hij bang was om een sufferd genoemd te worden en daarom het aanbod van Kreuk afsloeg. Maar het is de vraag of dit de echte verklaring voor zijn handelen is. Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen. Overigens was zijn weigering om een andere reden begrijpelijk omdat De Kleijn het in 1976 in opdracht van het Gouwse gemeentebestuur voor het museum vastgestelde verzamelgebied kunst van vrouwelijke kunstenaars onder het mom van bezuinigingen kort na 2011 definitief de deur uit deed.

De Kleijn zegt dat hij besloot om het schilderij toch te laten veilen en niet op Kreuks aanbod in te gaan, maar of dat de ultieme waarheid is valt dus af te wachten. De Kleijns verklaring in Trouw verklaart nog steeds niet alle losse eindjes. In een persbericht van 30 mei 2011 zei de Kleijn op een opbrengst van 800.000 euro te rekenen. (Bron onvindbaar, maar hier de toenmalige verwijzing ernaar). Er resteren vele vragen naar het handelen van De Kleijn. Zijn uitleg sinds mei 2011 is verre van consistent en stelde hij steeds bij. Gemeente Gouda zal hem niet kritisch aanspreken. Of een gemeenteraad. Of een Raad van Toezicht van het museum.

Wat Kreuk in Art Flipper nu naar buiten brengt lijkt in lijn met mijn commentaar uit oktober 2011: ‘De echte reden dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar niet accepteerde lijkt te zijn dat-ie het niet kon accepteren omdat-ie voortijdig vergaande afspraken had gemaakt met Christie’s Londen. In het pakket paste in mei de aankoop van een Weissenbruch bij Christie’s Amsterdam voor 109.000 euro. Volgens kenners zeker geen kernstuk van de collectie. Een onverklaarbare actie van een museum dat beweert dat het water tot aan de lippen gestegen is en zegt elke cent nodig te hebben voor het voortbestaan.’

Foto: St Martin’s School for Boys Blazer Navy, zoals afgebeeld op The Schoolboys van Marlene Dumas.

Voor verder lezen:

30-05-11: MuseumgoudA verkoopt eigen identiteit

28-06-11: ‘The Schoolboys’ brengt ruim €1.200.000 op

21-06-11: Pakt museumgoudA verkoop ‘The Schoolboys’ handig aan?

07-07-11: Ter Borg gaat niet tot de bodem over museumgoudA

02-09-11: Marlene Dumas valt museumgoudA aan vanwege verkoop The Schoolboys

06-09-11: MuseumgoudA heeft de museumsector beschadigd

09-09-11: Halbe Zijlstra keurt verkoop The Schoolboys door museumgoudA af

21-09-11: MuseumgoudA kiest voor politiek conservatisme

24-09-11: Zijlstra verwerpt uitverkoop kunst door Gouda en museumgoudA

25-10-11: MuseumgoudA ongeloofwaardig over verkoop The Schoolboys

08-11-11: Koopt museumgoudA nog een molen van Weissenbruch?

28-11-11: NMV zet museumgoudA vanwege handelswijze niet uit vereniging

30-11-11: Wie controleerde bij museumgoudA de Raad van Toezicht?

22-12-11: Reden verkoop The Schoolboys door museumgoudA is niet financieel

Aandacht voor de persoon Baudet leidt af van zijn rechts-extremistische denkbeelden

leave a comment »

Thierry Baudet is met de kleinste partij een tamelijk onbelangrijke speler in de Tweede Kamer. Maar met zijn persoonlijke inzet blijft hij de aandacht trekken. Niet voor zijn politiek, maar voor zijn persoon. Dat trekt Baudet zelfs naar een meta-niveau door de vraag of ‘kwestie’ op te werpen waarom de media zo door hem gefascineerd worden. Zo probeert Baudet aandacht voor zichzelf te trekken door vragen over de aandacht voor hem te thematiseren. Deze nieuwkomer in de Tweede Kamer die dronken van eigenwaan is probeert zijn aandachtscurve omhoog te slingeren. In de verslaggeving werken media daaraan mee door het wereldbeeld dat Baudet en zijn partij nastreven niet centraal te stellen. Dat is anti-modernistisch van mentaliteit, 19de eeuws van geopolitiek, extreem-rechts van denkbeeld en hooghartig in de maatschappelijke opstelling.

Gelukkig zijn er kritische columnisten die een begin maken met de analyse van Baudet en zijn partij. Maar ook zij blijven aan de oppervlakte en maken er eerder een sociologische schets dan een gedegen politiek analyse van. Het lijkt er niet op dat ze zich verdiept hebben in het programma van Forum voor Democratie of de contacten van Baudet met Europese rechts-nationalistische partijen hebben blootgelegd. Ger Groot komt in Trouw tot de volgende karakterisering: ‘Kijk naar Donald Trump en je zult je nooit meer vergissen. Er is veel domheid voor nodig om jezelf te bewieroken als de allerslimste.’ Maar wat moeten we met de open deur dat Baudet lijdt aan zelfoverschatting en Fortuynse arrogantie en uiteindelijk een dommerik is? Dat weten we al.

Thomas von der Dunk komt in een column voor TPO niet verder dan Groot. Hij is weliswaar kritisch, maar laat zich ook vangen in het frame dat Baudet heeft gezet door zich te laten vangen in de aandacht voor de persoon Baudet. Dat beeld van de persoon komt voor het politieke programma te staan. Die afleiding is de opzet, ondanks het feit dat Baudet vooral negatieve flak over zijn persoon en persoonlijkheid treft. Dat past bij de narcist die hoe dan ook midden in de belangstelling wil staan. Zo zet Baudet de aandacht voor zijn persoon in als afleiding voor zijn politiek die rechtser, extremer en in elk geval minder sociaal dan die van de PVV is. Von der Dunk constateert terecht dat Forum voor Democratie helemaal geen stem aan het volk wil geven.

Zonder de diepte in te duiken geven Von der Dunk en Groot wel goed aan hoe tegenstrijdig zelfs aan de oppervlakte de opstelling van Baudet is. De partij die zegt namens het volk te spreken heeft leidsmannen die in hun gedrag en politiek voorkeur het tegenovergestelde doen. De partij dreigt dan ook in tegenstrijdigheid onder te gaan, want Nederland kent geen 186.000 rechtse intellectuelen die zo’n wereldbeeld steunen.

Mijn reactie op TPO: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak’. Het wachten is op een journalistiek portret van de politiek en de extreem-rechtse contacten van Baudet, met onder meer het Front National. Kritische schetsen over de persoon van een over het paard getilde zelfverklaarde intellectueel bereiken het omgekeerde van wat ze beogen. Ze leiden af van de racistische en extremistische politiek van Forum voor Democratie en helpen eraan mee die partij salonfähig te maken.

Zie voor een inhoudelijk-politieke analyse over Baudet en Forum voor Democratie mijn commentaar van 12 maart 2017: ‘Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFvD’s zakenkabinet: laat ik nu juist denken dat Baudet een stem wilde geven aan ‘het volk’’ van Thomas von der Dunk voor TPO, 24 maart 2017.

The New York Times en de journalistiek: de waarheid is …

with 6 comments

Media doen er verstandig aan om in het openbaar te antwoorden op aanvallen van populisten. Deze hebben er een handje van om media nep te noemen en van te beschuldigen vooringenomen te zijn. Zelfs om het idee van de waarheid te betwijfelen. Maar er past een onderscheid. Journalisten zijn vaak -maar zeker niet altijd- links. Media zijn echter doorgaans -maar evenmin altijd- rechts. Ze zijn immers onderdeel van concerns met grote economische belangen die tegen de zittende macht aanleunen. Mediaconcerns verdedigen daarom per definitie de gevestigde orde. Dus zijn het de rechtse contouren (mediaconcern) of de linkse schijnbewegingen (journalisten) die doorslaggevend zijn? Het verschilt per land, maar deze tweedeling is overal zichtbaar.

Media winnen aan belang als de persvrijheid onder druk wordt gezet. Mits ze de urgentie van de dreiging beseffen en zich goed en krachtig weten te organiseren. Zoals nu sinds een maand door het aantreden van Donald Trump als president in de VS gebeurt. In autoritaire landen als Turkije, China of de Russische Federatie is het al te laat. Daar zijn de media gelijkgeschakeld en tot spreekbuizen van het zittende regime gemaakt. Ze zijn hun bewegingsvrijheid kwijt. Dat schrikbeeld wapent media in westerse landen waar populisten in opkomst zijn om het niet zover te laten komen. Dat is de achtergrond van de actie van The New York Times.

In Nederland zijn media akelig stil. Tot nu toe zien ze voor zichzelf geen rol weggelegd om het publieke debat van feiten te voorzien. Waar blijven NRC, Volkskrant, Parool, Trouw, NOS, RTL Nieuws of De Groene om gezamenlijk de alternatieve feiten van populisten van PVV, VNL, FvD, 50Plus of DENK kritisch tegen het licht te houden? Het publieke debat vraagt om nuancering die media kunnen bieden over de grenzen van hun eigen achterban heen. Maar ze zwijgen en beseffen onvoldoende de urgentie dat ze zich in moeten spannen omdat hun eigen functioneren op het spel staat. Wilders dreigt met zijn PVV de grootste partij te worden. Hoewel de PVV geen schijn van kans maakt om in de regering te komen zijn z’n volgers daar absoluut niet van overtuigd.

Ruud Koopmans: Westen moet zich weerbaarder opstellen tegenover intolerante islam. Kansen voor de sociaal-democratie?

leave a comment »

ad

Als zoiets in naam van jouw religie gebeurt, heb je de verantwoordelijkheid om te handelen. Maar ook nu wordt weer gezegd dat dit niets met de islam te maken heeft’. Aldus de in Duitsland werkzame Nederlandse hoogleraar sociologie en migratie-onderzoek Ruud Koopmans in een interview met Wierd Duk in het AD naar aanleiding van de recente aanslag op een kerstmarkt in Berlijn in naam van de islam.

Het stoort Koopmans dat moslims, linkse media, linkse wetenschappers en politici zeggen dat zo’n aanslag niets met de islam te maken heeft. Dat kan uitgebreid worden met christelijke opiniemakers. Zo framede Trouw in 2015 in een kop in een indirect witwassen van het christendom dat de verwoesting van Palmyra niets met religie te maken had. President Obama en toenmalig premier Cameron meenden in 2014 zelfs te moeten zeggen dat ISIS niet met de islam te maken had, terwijl ze dat als niet-moslims helemaal niet te bepalen hadden. Het is menselijk om verdiensten te claimen en geen verantwoordelijkheid te nemen voor negatieve ontwikkelingen. Maar het wordt een politieke chaos als allerlei belanghebbenden vanwege de eigen politieke agenda de islam voor hun eigen karretje spannen. Dat ontneemt het zicht op de werkelijkheid en blokkeert een open debat over de islam. Het ontkennen van de kwalijke kanten van de islam is een politieke ramp.

Koopmans voelt zich een roepende in de woestijn. Hij neemt zowel afstand van de rechts-populisten van de PVV en AfD waar hij niets mee te maken wil hebben, als van de intolerante islam die naar zijn schatting zo’n 500 miljoen moslims omvat waarvan er 50 miljoen geweld zouden accepteren om de islam te verdedigen, als van de linkse kosmopolieten die hun kop in het zand steken en zich neerbuigend gedragen tegenover de critici van de multiculturele samenleving die al te makkelijk als achterlijk en racistisch worden benoemd.

Koopmans zegt zich een ouderwetse sociaal-democraat te voelen, maar geeft aan dat het lastig is om je met het onderwerp van integratie en islam politiek in het midden op te houden. Des te meer omdat het gezag van de sociaal-democratie is weggevaagd. Tussen ‘gewone’ religiekritiek op de islam en de islamofobie van rechts-populisten in. Koopmans gaat uit van een rechtsstatelijke opstelling en vraagt om wat gezond verstand: ‘We moeten veel duidelijker definiëren wat de kern van de rechtsstaat is. Nu is het enorm moeilijk om migranten, die zonder papieren of met valse identiteitsbewijzen zijn binnengekomen, uit te zetten. (..) Dit soort verwrongen gedrag ondermijnt juist de rechtsstaat. Het is een gevolg van verkeerde politieke beslissingen als hier zoveel kwaadwillenden kunnen rondlopen, die niet uitgezet kunnen worden. Dat zijn misstanden die doden kunnen kosten. Het is ook niet rechtsstatelijk om iedereen maar binnen te laten en daarmee gewetenloze mensensmokkelaars in de kaart te spelen. Hoe kan dat een ‘Europese waarde’ zijn?

Koopmans sluit aan bij sociaal-democratische denkers als Paul Scheffer die voorstander zijn van de EU, en het als noodzaak zien dat de buitengrenzen goed bewaakt worden en staten weer controle over het eigen territorium krijgen. Zie hier zijn artikel ‘Groot Europa is zwak Europa’. Niet de derde, maar de vierde weg. Tussen de 1) intolerante islam, 2) multiculturele denkers en goedwillende  kosmopolieten die vanuit hun eigen reservaat neerkijken op burgers die zich uit arren moede wenden tot het tegengeluid van rechts-populisten en 3) rechts-populisten die de EU en de democratie willen breken en de islam daarvoor als middel gebruiken.

Koopmans meent dat de westerse democratieën zich veel weerbaarder dan nu op moeten stellen om de eigen waarden overeind te houden. Feitelijk biedt deze klare rechtsstatelijke lijn de sociaal-democratie enorme kansen tussen het elitaire kosmopolitisme (GroenLinks, D66), het rechts-populisme (PVV, VNL, GeenPeil, FvD) en het goedpraten van de kwalijke kanten van de islam en religie in het algemeen in (DENK, CDA). PvdA-leider Lodewijk Asscher kan zo met gematigd nationalisme en anti-globalisme nieuwe kansen creëren voor zijn partij als hij bovengenoemde uitgangspunten duidelijk en overtuigend verwoordt. Luistert hij naar Koopmans?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet Westen moet zich veel weerbaarder opstellen’’ in het AD, 4 januari 2017.

Campagne van PKN over geloven in de kerk is vaag en onbepaald

leave a comment »

Nieuwe campagne poster PKN bij verhaal waar Gerrit Jan over schrijft voor maandag krant

Trouw bericht over een campagne van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) die in januari 2017 gelanceerd wordt. De site gelovendejeindekerk waar op de affiches naar wordt verwezen is nog onder constructie. Trouw  vindt het opmerkelijk dat ‘God’ niet in het campagnemateriaal wordt genoemd. Dat is echter minder gek dan het lijkt omdat God geen uniek verkoopargument van de PKN is. Alle religieuze organisaties verwijzen in hun reclame immers naar God. Wat is dan nog het verschil tussen de God van kerk A, kerk B of kerk C? God is een catch-all begrip dat niet onderscheidt binnen de religieuze sector. Een woordvoerster van de PKN verklaart: ‘We willen het imago van de kerk bijstellen. Daarom gaat deze campagne nadrukkelijk niet over geloof en God.’ Dat de campagne niet over geloof gaat valt niet te rijmen met de slogan ’Geloven doe je in de kerk?’.

De PKN doet er verstandig aan om reclame te maken voor het eigen product. Dat valt te omschrijven als het binnen de eigen organisatie geven van zingeving, troost, spiritualiteit, een thuisgevoel en het besef deelgenoot te zijn van een traditie en een machtscentrum. Aandacht en steun kan het niet voor zoete koek aannemen. Maar wel is merkwaardig dat in de vechtmarkt die de religieuze, christelijke sector is met tientallen religieuze organisaties één ervan komt met een slogan die voor alle kerkgenootschappen geldt. Want wat de PKN onderscheidend maakt van Remonstranten, Katholieken, Pinksterbeweging, Methodisten, Orthodoxe Gereformeerden en de vele christelijke splinterbewegingen en afsplitsingen is het raadsel van deze campagne.

De makers van de campagne geloven in elk geval in de kerk. Of het publiek ermee de weg naar de kerken van de PKN vindt is de vraag. Want wat de PKN als religieuze instelling uniek maakt en onderscheidt van andere kerkgenootschappen wordt in de campagne niet duidelijk gemaakt. Maar het is ook hondsmoeilijk om reclame te maken voor een religieuze instelling omdat de kenmerken ervan per definitie vaag zijn. Daarbij komt dat de PKN als brede paraplu-organisatie een onduidelijk profiel heeft. Om nieuwe leden te vangen of de oude vast te houden kan een campagne niet te specifiek zijn op straffe van uitsluiting van potentiële leden. Wat rest is een campagne die onbepaald moet blijven. En refereert aan een goed gevoel. Het is een gok die kan werken.

Foto: Affiche van campagne van de PKN zoals afgebeeld in Trouw, 7 november 2016.