George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Bijzonder onderwijs

Verwarrende journalistiek van WNL en verwarrende vraagstelling van Peil.nl met een opvallende rol voor de achterban van de PvdD

with 4 comments

Mijn reactie bij deze video:
Uiteraard gaat een pleidooi voor de afschaffing van welke soort bijzonder onderwijs te ver. Maar dat is ook helemaal niet de kwestie die aan de orde is. Een flodderige en verkeerd geformuleerde vraag in de wekelijkse peiling van De Hond zet het debat op een dwaalspoor.

De vraag is of het bijzonder onderwijs door de belastingbetaler bekostigd moet worden. Dat is wat anders. Die vraag wordt in overgrote meerderheid met ‘nee’ beantwoord.

Ofwel, de vraag of het het christelijk onderwijs ‘afgeschaft’ moet worden is niet aan de orde omdat het in strijd is met de vrijheid van onderwijs. De vraag die wel aan de orde is, is of dat christelijk onderwijs uit de staatskas bekostigd moet worden.

Steeds meer partijen, zoals de PvdA en de VVD, spreken zich nu uit om scherpe voorwaarden te stellen aan die bekostiging van het bijzonder onderwijs. Dat is een eerste stap voor de afschaffing van die bekostiging.

Opvallend aan de vraag in de wekelijkse Stemming van 15 september 2019 van Peil.nl van Maurice de Hond is dat de achterban van de PvdD het met afstand het meest eens is met de stelling dat ‘alle scholen op basis van een religie in Nederland zouden moeten worden afgeschaft’. Dit is een inpertinente vraag die een impertinent antwoord oplevert omdat dit in strijd is met de grondwet. Wat opvalt is dat de achterban van de PvdD het minst de stelling steunt dat de vrijheid van godsdienst een groot goed is. Wat is er met de PvdD-achterban aan de hand dat het zich laat kennen als anti-rechtsstatelijk? Dit is des te onbegrijpelijker omdat de top van de partij, te weten Marianne Thieme en Niko Koffeman zijn verbonden aan het protestantse kerkgenootschap van de Zevendedagsadventisten. Het is merkwaardig dat Peil.nl niet de voor de hand liggende vraag stelt dat ‘de bekostiging van scholen op basis van een religie of levensovertuiging in Nederland zou moeten worden beëindigd’. Men kan alleen maar gissen waarom Peil.nl deze fundamentele vraag niet stelt en laat liggen.

Foto: Schermafbeelding van deel wekelijkse Stemming van 15 september 2019 van Peil.nl van Maurice de Hond

Advertenties

‘Aanval op godsdienstvrijheid’ is bij nader inzien de modernisering van de wet en de afschaffing van de voorrechten van christenen

leave a comment »

Susanne Kurstjens’ opinieartikel van 2 mei 2019 op het Katholiek Nieuwsblad is onvolledig en onevenwichtig. Zowel over het amendement over het huwelijksrecht van VVD en GroenLinks en het verslag daarvan door de NOS als over de positie van het bijzonder onderwijs en het voorstel van VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff slaat ze de plank mis. Het commentaar is niet constructief en dient de kwaliteit van het openbare debat niet.

Kurstjens begrijpt de staatsrechtelijke implicaties niet als ze verwonderd opmerkt dat er al een wet bestaat. Dat klopt, daarom gaat het niet om een wetsvoorstel zoals ze beweert, maar om een amendement. Sinds 1810 is huwelijksrecht praktijk dat verplicht dat een burgerlijk voor een religieus huwelijk gesloten moet worden.

Het bericht van 24 april 2019 van de NOS gaat in op het amendement van VVD en GroenLinks dat zegt dat een religieus huwelijk niet voor een burgerlijk huwelijk gesloten moet kunnen worden. De essentie daarvan geeft de toelichting van beide initiatiefnemers Jeroen van Wijngaarden (VVD) en Kathalijne Buitenweg (GL): ‘Omdat juist in religieuze kring anders gedacht kan en mag worden over de gelijkwaardigheid van man en vrouw zijn in het Burgerlijk Wetboek en Wetboek van Strafrecht bepalingen opgenomen die gebieden dat religieuze huwelijken pas gesloten mogen worden nadat eerst het burgerlijk huwelijk is voltrokken. Rechtens kunnen beide huwelijkspartners dan aanspraak maken op een gelijkwaardige rechtspositie die van belang kan zijn voor bijvoorbeeld hun vrijheid om te scheiden, erven en het doen van rechtshandeling.

Dit amendement gaat om de gelijkwaardigheid van man en vrouw die in het burgerlijk huwelijk wordt bekrachtigd. In het verlengde daarvan ligt de scheiding, de ontbinding van het religieuze huwelijk. Via dat eerder gesloten burgerlijke huwelijk heeft de zwakste partij een sterkere positie dan zonder dat gesloten burgerlijk huwelijk het geval zou zijn. Met als voorbeeld moslimvrouwen die tegen hun wil gevangen worden genomen in een islamitisch huwelijk. Ze zijn niet vrij om hun godsdienst of levensovertuiging te kiezen omdat de islamitische, conservatieve instelling waar het religieuze huwelijk gesloten is de rechten van de vrouw ontkent om dat huwelijk te ontbinden. Via een omweg probeert het amendement die rechten te herstellen.

Het is niet de wereldse macht die dat eenzijdig, autonoom en op eigen initiatief oplegt, maar de zwakste partij in het religieuze huwelijk die dat aan de overheid verzoekt door zich op het eigen recht te beroepen. Waarna de overheid in actie komt en pas dan bijvoorbeeld de vrouw in een islamitisch huwelijk op haar verzoek te hulp komt. Want daar zal het in de praktijk op neerkomen vanwege de achterblijvende emancipatie van moslimvrouwen in conservatieve, islamitsche kringen. De achterliggende gedachte van het amendement is dat religieuze of traditionele waarden de fundamentele rechten en vrijheden van leden van minderheden kunnen inperken. De overheid verzet zich tegen die inperking omdat die niet overeenkomt met de rechtsstaat.

In haar betoog kiest Kurstjens tegen de rechten van individuen, namelijk voor moslimmannen die moslimvrouwen in huwelijkse gevangenschap houden met een beroep op de vrijheid van godsdienst. Haar claim voor de vrijheid van godsdienst is eenzijdig als ze daarbij de vrijheid van het individu ondergeschikt maakt aan de vrijheid om te belijden en afficheert als een aanval op de godsdienstvrijheid. Ze koppelt het amendement aan het katholieke huwelijk en suggereert dat ook in dat geval de overheid dat religieuze huwelijk kan ontbinden. Maar hiermee spreekt ze zichzelf tegen en raakt ze verstrikt in haar betoog. Want ze geeft tegelijkertijd toe dat katholieken zich strikt houden aan de verplichting om burgerlijke huwelijken voor het katholieke huwelijk te sluiten zodat het amendement helemaal niet van toepassing is op katholieken.

Ook over de positie van het bijzonder onderwijs en het discussiestuk ‘Liberalisme dat werkt voor mensen‘ van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff waarin dat onderwerp op enkele plekken wordt genoemd is Kurstjens onvolledig en onzorgvuldig. Dijkhoff wil een debat over de vrijheid van onderwijs: ‘Als de vrijheid van onderwijs een ongewenst neveneffect heeft dat er scholen worden opgericht die dienstbaar zijn aan segregatie en het in stand houden van parallelle samenlevingen waarbij waarden dominant zijn die strijdig zijn met onze kernwaarden vrijheid en gelijkwaardigheid, moeten we dat stoppen.’ Hieruit valt niet te concluderen dat hij zich keert tegen gelovigen, zoals Kurstjens suggereert. Evengoed kan men zeggen dat Dijkhoff door de uitwassen van het bijzonder onderwijs (specifiek het salafistisch onderwijs) te bestrijden dat juist wil redden.

Het is niet zo dat overheid of politieke partijen van plan zijn om het bijzonder onderwijs af te schaffen. Er is debat over de vraag of het de taak voor de overheid om het bijzonder onderwijs te bekostigen volgens artikel 23, dat zegt ‘Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend’. Het gaat dus ook in dit geval om aanpassing.

Susanne Kurstjens meent dat met ‘dit soort wetsvoorstellen’ die dat in beide gevallen niet zijn ‘voortdurend gezaagd wordt aan de vrijheid van gelovigen’. Dat is echter niet de strekking van het amendement van Wijgaarden en Buitenweg en van het discussiestuk van Dijkhoff. Dit gaat om wetten die hoognodig aangepast en gemoderniseerd moeten worden en uit respectievelijk 1810 en 1917 (Artikel 23) dateren. In de tussentijd is er maatschappelijk en demografisch nogal wat veranderd. Het zijn juist de christelijke partijen geweest die modernisering ervan hebben geblokkeerd. Door de afgenomen macht van de christelijke politieke partijen, vooral het CDA, is nu eindelijk de politieke ruimte ontstaan om deze wetten bij de tijd te brengen. Zoals dat voortdurend met wetten gebeurt die geactualiseerd worden. Het gaat hier niet om een aanval op gelovigen of de godsdienstvrijheid, maar om de modernisering van wetten, die in de praktijk aan gelovigen voorrechten verlenen die ze door politieke koehandel ooit hebben verworven. Vanwege de rechtsgelijkheid komt hun dat niet toe omdat het ten koste gaat van anderen die zijdelings in een achterstandspositie worden gedrukt.

Foto 1 en 4: Schermafbeelding van delen van het commentaarAanvallen op de godsdienstvrijheid’ van Susanne Kurstjens op KN, 2 mei 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘Boete voor religieuze huwelijken is een eerste stap, maar er is meer nodig’ op NOS, 24 april 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel discussiestuk ‘Liberalisme dat werkt voor mensen‘ van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff op VVD, zonder datum [2019].

Geert Wilders neemt via een omweg de islam in bescherming

leave a comment »

In het commentaarWilders doet er nog een schepje bovenop: ‘Verbied de islam en diens uitingen!’’ voor DDS doet Tim Engelbart er zelf ook een behoorlijk schepje bovenop. Het past in het patroon van DDS om van paard te wisselen en de PVV in te wisselen voor het sexyer Forum voor Democratie (FvD) van Thierry Baudet. Zoals voorheen Wilders en de PVV de hemel in werden geschreven gebeurt dat nu met FvD. Paradox is dat Wilders minder ongelijk heeft dan het lijkt, maar hij door zijn ondoelmatigheid en radicalisme het omgekeerde bereikt van wat hij nastreeft. Gesteld dat dat wat anders is dan het handhaven van zijn eigen positie. Mijn reactie:

Wat Geert Wilders er allemaal aan vastknoopt is een onderwerp op zichzelf. Maar zijn standpunt dat de islam ‘een extremistische politieke ideologie’ is wijkt in de kern niet principieel af van wat de onlangs overleden protestante theoloog Harry Kuitert zei: ‘religie is een potentieel gevaarlijke ideologie’. Kuitert had het overigens over alle religies.

Wat Nederland nodig heeft is een breed maatschappelijk debat over de rol van religie. Met vragen als ‘wat is religie?’, ‘wat wil religie bereiken?’, ‘wat is de rol van religie in het onderwijs?’ en ‘wat is het maatschappelijk nut van religie?’.

Zo’n debat zou twee vliegen in één klap slaan. Het geeft antwoord op de vraag die Wilders over de islam stelt, maar die hij door het naar zich toe te trekken zo geïsoleerd en gepolitiseerd heeft dat hij feitelijk het debat erover mee blokkeert. En het doet aan achterstallig onderhoud dat door de sleutelpositie van de drie christelijke partijen SGP, CU en CDA en de maatschappelijke positie van het christelijk middenveld jaar op jaar uitgesteld wordt.

Het falen van de Nederlands partijpolitiek is dat vrijzinnige partijen als de VVD, D66, PvdA, GroenLinks, SP en PVV met een grote meerderheid in de Tweede Kamer van 109 van de 150 zetels zich laten verdelen. En elkaar niet weten te vinden. Maar de patstelling zoals die tussen confessionelen en ‘links’ (liberalen en socialisten) in de jaren ’20 van de vorige eeuw bestond en uitmondde in de gelijkstelling van openbaar en bijzonder (dus: religieus) onderwijs is allang voorbij. De christelijke politiek heeft nauwelijks nog een machtsbasis. Het lijkt alsof dat besef nog nauwelijks tot het Binnenhof is doorgedrongen.

Hoewel christelijke politieke partijen en organisaties niet als doelstelling hebben om de islam of islamitische organisaties te verdedigen doen ze dat wel omdat de islam hun uiterste verdedigingswal is. Door op te komen voor de islam komen christelijke organisaties op voor zichzelf. Of liever gezegd, hopen ze ermee de afbraak van hun traditionele voorkeurspositie te vertragen. Dat die pragmatische opstelling van de confessionelen soms zelfs samengaat met een afkeer van de islam maakt het er extra schijnheilig op. Dat is het duidelijkst in de SGP.

Nederland is qua bevolkingssamenstelling een land met een kleine meerderheid van iets meer dan 50% die zich niet laat inspireren door religie. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS. De verschillende religies vormen minderheden. Bijvoorbeeld, rooms-katholieken 23% en islam 4-5%. De verwachting is overigens dat de groei van de islam stabiliseert en rond genoemd percentage zal blijven schommelen. Een en ander rechtvaardigt in politiek noch in samenleving een sleutelpositie voor religie en religieuze organisaties.

Nederland zou tot beter besef moeten komen over haar zelfbeeld. Merkwaardigerwijze zouden twee ontwikkelingen ermee samengebracht kunnen worden en elkaar versterken. Als onderdeel van de blauwdruk voor de toekomst van Nederland waar zo’n behoefte aan is.
1. Nederland is een seculiere samenleving wat inhoudt dat alle religies en levensovertuigingen volgens de wet en met de garantie van de overheid op gelijke mate worden behandeld. In praktijk betekent dit dat de nu bestaande voorkeurspositie van christelijke organisaties en instellingen niet langer wordt gesteund en gefaciliteerd door de overheid. Niet formeel en niet informeel.
2. Nederland is een immigratieland dat migranten opneemt. Dat betekent dat het een immigratiepolitiek moet ontwikkelen die inhoudt dat het enkel en alleen zelf bepaalt welke soort migranten het opneemt en welke eisen aan hen gesteld worden. Daarnaast kunnen om humanitaire redenen vluchtelingen uit oorlogsgebieden binnengelaten worden volgens de kenmerken van het Vluchtelingengedrag van 1951. Dat houdt overigens in dat vluchtelingen niet zelf bepalen naar welk land ze reizen. Het zijn enkel en alleen de opnemende landen die daarover beslissen.

Geert Wilders is een gevangene van zijn eigen opstelling geworden. Door druk te zetten op het onderwerp islam duwt hij het in de praktische politiek een andere kant uit dan hij bedoelt. De paradox is dat als Wilders en de PVV de politiek zouden verlaten dit onderwerp naar verwachting hoger op de agenda zou komen te staan. De PVV blokkeert het overleg tussen de vrijzinnige partijen om de voorkeurspositie van het christendom terug te brengen tot een eerlijk deel waar het recht op heeft. En omdat via de genoemde omweg christelijke organisaties de islam in bescherming nemen om zichzelf te dienen neemt Geert Wilders via een omweg de islam in bescherming.

Foto: Schermafbeelding van deel commentaarWilders doet er nog een schepje bovenop: ‘Verbied de islam en diens uitingen!’’’ voor DDS door Tim Engelbart, 16 september 2017.

Petitie ‘Godsdienstvrije basisscholen – De bijl in artikel 23’ verdient steun. Met een andere formulering

leave a comment »

Er zijn geen zwaarwegende argumenten tegen de petitieGodsdienstvrije basisscholen – De bijl in artikel 23’ of het moet de formulering ervan zijn. Want ‘godsdienstvrij’ is een ongelukkige beschrijving van waar het om gaat. Het roept bij sommigen wellicht het idee op dat er in de samenleving een beweging bestaat die zich afzet tegen godsdienst of bijzonder onderwijs. Het is de valkuil van framing door godsdiensten die het voordeel van de traditie hebben en de norm bepalen. Dat resulteert in onvolledige en onjuiste termen als ‘atheïsme’ of ‘godsdienstvrij’. Maar iemand die zich niet laat inspireren door godsdienst is niet specifiek ‘zonder godsdienst’, maar evengoed ‘zonder X’, ‘zonder sprookje’, ‘zonder kunst’ of ‘zonder wat dan ook’.

Dus ja, het verdient aanbeveling om artikel 23 af te schaffen als een relict van politieke koehandel die in 1917 resulteerde in artikel 23. Na 100 jaar kan dat geactualiseerd worden. Als politieke partijen dat blijkbaar onder elkaar niet voor elkaar krijgen moeten de burgers maar het initiatief nemen. Maar nee, de actualisering ervan heeft niets te maken met afwijzing van godsdienst, maar alles met de omarming van het openbaar onderwijs.

Foto: Schermafbeelding van de petitieGodsdienstvrije basisscholen – De bijl in artikel 23’ op Petities.nl.

Written by George Knight

26 juli 2017 at 16:07

Waarom verlaten leerlingen islamitische school As-Siddieq zaal bij dansoptreden? Hoe kan de overheid optreden tegen segregatie?

with 6 comments

De reacties op een incident tijdens de debatbattle met basisscholen ‘Discussiëren kun je leren‘ in De Balie in Amsterdam zijn uiteenlopend. Het Parool besteedt er in een bericht aandacht aan. Leerlingen van de islamitische school As-Siddieq verlieten tijdens muzikale intermezzo’s de zaal omdat ze ‘van hun geloof niet naar dans kijken en muziek [mogen] luisteren’, zo verklaarde een leerlinge. Kinderen van andere scholen met een islamitische achtergrond bleven tijdens de muzikale onderdelen in de zaal of dansten mee op het podium. Een deel van de islamitische kinderen meent dus dat kijken naar dans en luisteren naar muziek niet mag van hun geloof, terwijl een ander deel meent dat dat goed samengaat met een islamtisch geloof. Er is dus geen eensluidende islamitische opvatting over wat mag in verband met kijken naar dans en luisteren naar muziek.

Het Parool: ‘Natuurlijk, we hebben wel eens gehoord dat zang en dans niet passen binnen fundamentalistische interpretaties van de islam, maar gebeurt dat niet alleen in streng-gelovige landen? Was dit een vleugje Saoedi-Arabië in Amsterdam? Een bewijs van segregatie?’ De meningen van deskundigen die de krant peilt zijn overwegend afwijzend in de vorm van segregatie die de leiding van de islamitische basisschool As-Siddieq hun leerlingen oplegt. Organisator van het debat Chantal Deken zegt dat ze in overleg met de school tot deze oplossing ­was gekomen ‘die geen afbreuk doet aan de inhoud van het programma’. Maar het is de vraag of de segregatie de leerlingen van As-Siddieq dient en of een organisatie daar aan mee moet werken.

VVD-raadslid Samira Bouchibti vindt het niet normaal wat er gebeurd is: ‘Deze school sluit zich af. Zo ontstaat een enclave in de samenleving. We moeten normen stellen. Ik ga hierover vragen stellen aan het college. De gemeente moet in gesprek met deze scholen.’ Wethouder Onderwijs Simone Kukenheim (D66) zegt: ‘De gemeente gaat het gesprek aan met alle scholen in de stad. En dan vragen wij ook door.’ Maar welke sancties de overheid heeft om scholen die zich afsluiten bij de les te trekken en de leerlingen van die scholen te onttrekken aan het gezag van fundamentalistische ouders of schoolbesturen is ongewis. De uitspraak dat ‘de gemeente in gesprek blijft met deze scholen’, klinkt defensief en verre van krachtdadig en initiatiefrijk.

Woordvoerder Jamila Zemouri van de Stichting ­Islamitische Scholen ­Amsterdam waar As-Siddieq toe behoort meent dat van segregatie geen sprake is omdat de school er ‘juist voor gekozen heeft om wel deel te nemen aan het debat’. Zemouri: ‘Muziek is niet verboden in de islam, maar meestal doen ­jongens en meisjes dit gescheiden. Wij bereiden onze leerlingen voor om deel uit te maken van de samenleving en het is de keuze van het kind wat het wel en niet doet.’ Deze uitspraak suggereert dat de school de verantwoordelijkheid bij de leerlingen legt en dat de schoolleiding de leerlingen vrijlaat in hun keuze. Het valt moeilijk in te zien hoe deze bewering klopt over kinderen van maximaal 12 jaar oud. Wat Zemouri precies bedoelt met de uitspraak dat ‘jongens en meisjes muziek gescheiden’ doen is de vraag. Deze verklaring maakt het er eerder kwalijker op dan het al leek. Er lijkt sprake van een dubbele apartheid. Namelijk die tussen jongens en meisjes binnen de islam en tussen islamitische scholen en niet-islamitische scholen. De uitleg van As-Siddieq klinkt zonderling.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelLeerlingen islamitische school verlaten zaal bij dansoptreden’ van Michiel Couzy in Het Parool, 15 april 2017.

Angst regeerde in Meppel. Dat moet anders in 2017. Democratie dient weerbaar te zijn. Met burgers die voor zichzelf opkomen

with one comment

In Meppel werd na de aanslag op de kerstmarkt op de Breitscheidplatz in Berlijn de kerstbijeenkomst op 22 december 2016 voor schoolkinderen en hun ouders op het Kerkplein afgelast. Het was een initiatief van de christelijke scholenorganisatie PCBO. Een bericht in De Stentor geeft de reden. Schooldirecteur Herman Langhorst: ”’Moet de angst dan regeren?’, kun je je afvragen. Maar iedereen is geschrokken, en ik wil dan niet over de ruggen van jonge kinderen het risico nemen dat er toch iets misgaat.’ Hij geeft een verkeerd signaal.

Meppel. Lang geleden kwam ik er wekelijks op zondagavond laat aan om over te stappen op de bus naar de kazerne in Havelte. Ik was als ziekenverzorger gedetacheerd bij de 43ste pantserbrigade. Meppel, het is zoals Anis Jadib het zegt. Een overstapplaats, een Nowhere Place, een stadje in Drenthe dat op geen enkele radar oplicht. Waar een schooldirectie in overleg met gemeente en hulpdiensten besluit om de angst te laten regeren. Zonder te vertrouwen op de bescherming van hun God van Nederland die het blijkbaar af laat weten.

In 2017 moeten burgers die de weerbare democratie voor ogen hebben de angst niet laten regeren. Een samenleving die zich zo snel schrik laat aanpraten en intimideren is verwend en niet bereid om voor de eigen waarden op te komen. Die daarmee gelijk een stuk minder geloofwaardig worden. In 2017 moeten burgers ruggengraat tonen in de strijd met de vijanden van de democratie. De terroristen, de buitenlandse militaire krachten die Nederland en de EU willen ondermijnen, de binnenlandse vijfde colonne die zich verzamelt in populistische partijen en de napraters op sociale media. Deze vijanden kunnen de democratie alleen verslaan als een reactie uitblijft. Vrijheid komt niet vanzelf maar moet dagelijks bevochten worden. De Meppelse school kroop in de schulp. Lafhartig en angstig. Zo zien de vijanden het graag. Een samenleving zonder Zivilcourage.

De identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College roept nog andere vragen op

with one comment

Rik Grashoff (GroenLinks) stelt vandaag kamervragen aan minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de ‘identiteitsverklaring’ van het Hoornbeeck College. Hij vraagt haar of ze in strijd zijn met artikel 8.1.1 lid 4 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs ‘waar staat dat de betrokkene slechts geweigerd kan worden indien ‘de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert’ of dat ‘gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling’.

ind

Bij de twee bovengenoemde punten uit de ‘identiteitsverklaring’ gaat het om wat anders. Namelijk om de eis aan studenten van het Hoornbeeck College om Christus na te volgen. Want daar komt vreemdelingschap op neer. Kunst- en cultuuruitingen worden gewaardeerd ‘voor zover die niet in strijd zijn met de Bijbel’. Dat is een defensieve benadering. Betekent dat immers ook dat kunst- en cultuuruitingen door de studenten van het Hoornbeeck College niet gewaardeerd mogen worden als ze ‘in strijd met de bijbel zijn’? Hoe werkt dat in de praktijk van alledag? Kan waardering van bovenaf opgelegd of juist verboden worden? Volgens welke strikte lijnen wordt dat vervolgens verinnerlijkt en hoe wordt gecontroleerd of het nagevolgd wordt? Of is het een richtlijn of streven? Maar waarom is het dan niet ruimer geformuleerd? Gaat de lange arm van de schoolleiding zover dat het in staat is de waardering van kunst- en cultuuruitingen bij de studenten effectief te blokkeren?

Opvallend worden in het bijzonder ‘moderne lectuur, moderne muziekuitingen en multimedia’ kritisch beoordeeld. Deze uitzondering lijkt in te houden dat andere categorieën niet kritisch beoordeeld hoeven te worden. Dat oogt willekeurig. Verdienen 19de eeuwse racistische geschriften geen kritische beoordeling, als ze in strijd zijn met Bijbelse normen? Daarnaast is het onduidelijk waar de observatie op is gebaseerd dat ‘veel tv-programma’s en sites op open internet waarin Gods geboden worden overtreden en Zijn Naam wordt misbruikt’ een ‘negatieve invloed op de moraal van onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ hebben. Mogelijk voelt de reformatorische doelgroep dat zo, maar om vervolgens te zeggen dat dit geldt voor ‘onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ is projectie van het eigen gedachtengoed op de samenleving. Dat duidt op zelfoverschatting en annexatie van andersdenkenden.

Foto: Schermafbeelding van deel van de identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College. Als deel van de onderwijsovereenkomst.