Anton de Wit (KN) maakt karikatuur van ‘linkse’ tegenstanders van artikel 23

Schermafbeelding van deel commentaarWokevrije scholen’ en Artikel 23: hoe vrij is ons onderwijs?‘ van Anton de Wit op het Katholiek Nieuwsblad, 26 augustus 2022.

Op de FB-pagina van het Katholiek Nieuwsblad plaatste ik bij een posting van 26 augustus 2022 van een commentaar van hoofdredacteur Anton de Wit onderstaande reactie. De schermafbeeldingen zijn hier toegevoegd:

Er zijn onzorgvuldigheden geslopen in het commentaar van Anton de Wit die verwarrend werken. Ze geven de lezer een verkeerde voorstelling van zaken

Het ridiculiseren van links is een mening waar De Wit het volste recht op heeft. Maar het is wel een wankele argumentatie door uit een radicale mening binnen links te concluderen dat heel links zo is. Dat maakt van links een karikatuur. 

De Wit is geïnformeerd genoeg om te weten dat hij een en ander verkeerd voorstelt als hij het heeft over artikel 23 dat gaat over het openbaar en bijzonder onderwijs. De Wit suggereert dat de vrijheid van onderwijs ter discussie komt te staan als artikel 23 afgeschaft wordt. 

Schermafbeelding van deel commentaarWokevrije scholen’ en Artikel 23: hoe vrij is ons onderwijs?‘ van Anton de Wit op het Katholiek Nieuwsblad, 26 augustus 2022.

De Wit claimt zonder onderbouwing dat ‘links’ meent dat dit artikel ‘de bron van alle ellende’ is omdat het ‘de vrijheid van religieus of ideologisch geïnspireerd onderwijs garandeert‘. Dat is een voorstelling van zaken die op z’n best onvolledig en op z’n slechtst kwaadaardig kan worden genoemd. 

De kern van dit artikel en de steen des aanstoots voor de tegenstanders ervan is niet de vrijheid van religieus onderwijs, zoals De Wit suggereert. Die wordt door hen niet ter discussie gesteld zoals hij suggereert. Geen enkele politiek partij tornt tot nu toe aan die vrijheid. 

Schermafbeelding van artikel 23 van de Nederlandse Grondwet, lid 5-7.

Waar het voor deze tegenstanders om draait is de bekostiging van het bijzonder onderwijs ‘uit de openbare kas’. Dat willen ze afschaffen. Het is opvallend dat De Wit in zijn commentaar dit aspect niet noemt. Terwijl dat de kern van de kritiek op artikel 23 van niet-confessioneel links is. 

Dat gaat dus van D66, PvdD, PvdA, GL, SP tot en met VVD. De PVV is voorstander van artikel 23, maar wil de islam van bijzonder onderwijs uitsluiten. Dus ook de bekostiging van islamitisch onderwijs ‘uit de openbare kas’. Dat is shoppen in een wetsartikel dat weinig principieel aanvoelt.  

Die bekostiging van het bijzonder onderwijs kwam in 1917 in artikel 23 terecht als compromis en uitruil tussen de toenmalige linkse (niet-confessioneel) en rechtse (confessioneel) politieke partijen. De confessionelen kregen bekostiging uit de openbare kas voor hun scholen, de niet-confessionelen kregen algemeen kiesrecht. 

Het commentaar roept vooral de vraag op waarom De Wit herhaaldelijk suggereert dat ‘links’ de in de grondwet verankerde vrijheid van onderwijs wil afschaffen. Hij weet dat dit onjuist, praktisch onrealiseerbaar is en dat daar de kritiek van ‘links’ niet over gaat. De kritiek draait om de bekostiging ‘uit de openbare kas’. 

Schermafbeelding van deel artikel van Jasper van Dijk (SP).

Het gaat erom of een meer dan 100 jaar oud wetsartikel dat een uitruil was van standpunten te moderniseren. Als de bekostiging van het bijzonder onderwijs uit openbare middelen wordt gestopt, dan zal dat zeker de financiële soliditeit van christelijke scholen raken.

Het is echter stemmingmakerij van De Wit als hij zegt dat met de afschaffing van artikel 23 de vrijheid van onderwijs direct in gevaar komt. Christelijke koepels hebben nog steeds de vrijheid om scholen op te richten en te besturen. Het verschil is dat de bekostiging niet langer uit de openbare middelen komt, maar zal moeten worden opgebracht door de doelgroep die zo’n school steunt. 

Aartsbisschop Gomez keert zich tegen de woke-beweging én het secularisme

Met Anton de Wit ben ik het eens met de conclusie dat de woke-beweging zich ontwikkelt tot een religie. De Wit probeert in een commentaar van 12 november 2021 in het Katholiek Nieuwsblad de afstand ervan tot de gevestigde godsdiensten te vergroten door het te kwalificeren als  pseudoreligie, maar er is weinig nep aan de woke-beweging als het alle kenmerken van religie vertoont. Wokeisme kent een reeks mythologische en bovennatuurlijke overtuigingen binnen een gesloten systeem dat gelijkgestemden insluit en andersdenkenden uitsluit en verkettert. Dat is typisch voor religie. Zoals de gedachte dat de huidige witte mensen verantwoordelijk zijn voor racistische acties van witte mensen in het verleden.  

De Wit verwijst naar uitspraken van de katholieke aartsbisschop José Gomez van Los Angeles die tevens voorzitter van de Amerikaanse bisschoppenconferentie is. Gomez signaleert in de VS en in Europa een neiging tot onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen. Tot zover lijkt de analyse om de zaak te gaan en to the point te zijn, namelijk de agressie van deze identiteitsbewegingen tegen de christelijke kerken. 

Maar Gomez en De Wit gaan verder. De Wit vertaalt Gomez’ woorden die hij uitsprak in een video van 4 november 2021 voor een conferentie in Madrid zo: [een neiging tot onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen] die ‘een soort seculier ‘verlossingsperspectief’ bieden waarbij ze het gehele menszijn reduceren tot enkele fysieke eigenschappen, zoals ras, seksualiteit of geslacht’. Gomez kiest ook een anti-secularistische invalshoek en verwoordt dat volgens een bericht van 5 november 2021 in America Magazine (The Jesuit Review) als volgt: ‘With the breakdown of the Judeo-Christian worldview and the rise of secularism, political belief systems based on social justice or personal identity have come to fill the space that Christian belief and practice once occupied’.

Gomez trekt de cancel- of afrekencultuur van de woke-beweging door naar het secularisme en projecteert de argumenten die hij aan de woke-beweging ontleent op het secularisme. Dat is onzorgvuldig, opruiend en kwaadwillend.

Waar De Wit een gematigde opstelling kiest gaat Gomez vol op het orgel in zijn veroordeling van het secularisme en spaart hij de ongenuanceerde meningen niet. Beide katholieken gaan te kort door de bocht als ze het wokeisme kwalificeren als en associëren met een seculier perspectief. Dat is onterecht. Want zoals gezegd, het wokeisme vertoont alle kenmerken van een godsdienst. Daarnaast vergeten ze gemakshalve dat de grootste tegenstand tegen de woke-beweging tot nu toe van seculiere liberale en gematigd-conservatieve intellectuelen komt die er een losgeslagen revolutionaire beweging in zien die het verwerpen van de bestaande orde van Lenin combineert met (het tot nu toe maatschappelijk) schrikbewind van Robespierre. 

Het is begrijpelijk dat Gomez in zijn functie en katholiek denken opkomt voor zijn kerk. Maar het is onvergeeflijk dat hij op de intolerantie van de woke-beweging zijn eigen intolerantie jegens het secularisme stapelt. Zijn analyse dat het secularisme zich keert tegen godsdienst is onjuist omdat de politieke filosofie van het secularisme niet anti-religieus of pro-atheïstisch is. Het secularisme scheert alle godsdiensten en levensovertuigingen over dezelfde kam en geeft ze dezelfde plek zonder de een boven de ander te bevoordelen.

Gomez verwart de voorkeurspositie die het christendom in de VS en Europa door samenwerking met het werelds gezag eeuwenlang genoot en de laatste decennia is kwijtgeraakt met de nieuwe gelijkheid waarin het christendom niet als meer, maar evenmin als minder wordt gezien dan nieuwe, kleinere godsdiensten en levensovertuigingen. 

Gomez gaat de fout in als hij secularisatie gelijkstelt aan ontkerstening (‘de-Christianization’): ‘For years now, there has been a deliberate effort in Europe and America to erase the Christian roots of society and to suppress any remaining Christian influences.’ Dat is onjuist. De invloed van de christelijke godsdienst is afgenomen omdat de steun in de bevolking ervoor is afgenomen. Daar zit geen masterplan van seculiere opinieleiders achter zoals Gomez suggereert. In Nederland verklaart nog zo’n 35% van de bevolking christelijk te zijn.

Dat de invloed van het christendom afkalft is geen actie tegen het christendom zoals Gomez veronderstelt. Het is het gevolg van demografische en sociale ontwikkelingen. In westerse rechtsstaten is het geloof van christelijke gelovigen gegarandeerd. Alleen, ze runnen de landen waar ze gevestigd zijn niet langer, maar moeten dat met andere minderheden delen. Dáár zit de pijn van Gomez, in de afgenomen invloed.

Het is jammer dat Gomez geen redelijk, genuanceerd geluid weet te vinden en zich verbindt met gematigde krachten die zich ook tegen het radicalisme van (delen van) de woke-beweging en andere identiteitsbewegingen verzetten. Het was logica geweest als hij ook de andere nieuwe religie QAnon die zich verbindt met de ultra-rechtse politiek had bekritiseerd omdat die eveneens vijandig staat tegenover de katholieke kerk. Maar dat laat hij na.

De Amerikaanse katholieke kerk verliest net als andere Amerikaanse kerken, zoals de protestante evangelicals aan autoriteit en reputatie omdat ze zich nauw verbinden met en overgeleverd hebben aan de rechtse politiek van Trump. Dat gaat in de VS zelfs zover dat vele Amerikaanse bisschoppen zich vanwege politieke redenen en vooral het Democratische standpunt over abortus opstellen tegenover de eerste echte katholieke (na JFK) president Joe Biden. Ofwel, wie is Gomez dat hij meent recht van spreken te kunnen opeisen om over anderen te oordelen?

Gomez preekt voor eigen parochie en door zo’n beperkt perspectief te kiezen is hij het zelf die zijn invloed inperkt. Dat doen niet anderen voor hem zoals hij claimt. Voor zijn selectieve opstelling is hij zelf verantwoordelijk. Dat kan hij anderen niet verwijten door zijn gezocht slachtofferschap en isolationisme dat hij meent te moeten vatten in een agressief betoog tegen het secularisme en de seculiere samenleving.

Onderzoek van KN zegt dat het dorp anno 2020 het prima zonder kerk kan stellen. Maar hoofdredacteur De Wit geeft dat feit niet toe

Uit de onlangs gepubliceerde resultaten van een langlopend onderzoek van het Katholiek Nieuwsblad (KN) blijkt dat het dorp anno 2020 het prima zonder kerk kan stellen. In een bericht van 2 januari 2020 zegt het KN: ‘De betrokken dorpsgemeenschappen blijken echter ook verrassend snel te herstellen van deze pijn. De verschillende sociale functies die de parochies hadden, worden vaak moeiteloos overgenomen door lokale maatschappelijke organisaties’. Het KN vindt het een ongemakkelijke conclusie dat de kerk niet onmisbaar is in kleine dorpsgemeenschappen. Dat leidt tot de conclusie dat het KN meer begaan is met de macht van de katholieke kerk en de afhankelijkheid daarvan, dan met het welzijn en belang van dorpsgemeenschappen.

Een commentaar van hoofdredacteur Anton de Wit laat er geen onduidelijkheid over bestaan hoe jammer hij het vindt dat de kerk niet langer onmisbaar is in dorpsgemeenschappen en hoe sociale functies moeiteloos overgenomen worden door maatschappelijke organisaties. De Wit: ‘Toen wij vorig jaar startten met het onderzoek, hoopten wij aan te tonen dat het verdwijnen van de parochies onverwachte en verstrekkende gevolgen zou hebben voor lokale gemeenschappen.’ Let op dat ‘hoopten’. Het KN hoopte dat het verdwijnen van parochies onverwachte en verstrekkende gevolgen zou hebben. Het KN hoopte aan te tonen dat de dorpsgemeenschappen schade zouden ondervinden van verdwijnende kerken. Nu de dorpsgemeenschappen veerkrachtiger en sterker zijn dan het KN ‘hoopte’, is dat een teleurstelling voor De Wit omdat de katholieke kerk minder onmisbaar is dan hij veronderstelde. De Wit komt tot een ongevoelige, hardvochtige opstelling.

De Wit probeert zich hieruit te redden door een gekunstelde redenering uit zijn hoge hoed te toveren. Hij gaat klaarblijkelijk uit van wat zijn rooms-katholieke dogmatiek hem oplegt en probeert dat op te leggen aan de feiten. De Wit weeft een vage notie van ‘het hogere’ en ‘het eeuwige’ door zijn betoog. Hiermee redt hij het echter niet omdat hij niet met steekhoudende argumenten komt. Hij bruuskeert de feiten en probeert die ondergeschikt te maken aan de claim dat geen enkele gemeenschap het zonder kerk kan stellen. Maar deze claim is in tegenspraak met de feiten die notabene uit het onderzoek volgen dat De Wit becommentarieert.

Dat geen gemeenschap het zonder kerk kan stellen is een bewering die geloochenstraft wordt door zowel de praktijk van vele gemeenschappen die het prima zonder kerk stellen als uit het onderzoek van het KN die dat bevestigt. De Wit ondermijnt zijn eigen onderzoek door weg te vluchten naar zijn laatste mentale bastion dat hij probeert te verdedigen met de stelling die zegt dat een Kerk met een hoofdletter noodzakelijk is. Dat is de vlucht vooruit in het Niets. Het laat zien dat de positie van hardliners binnen godsdiensten die zekerheden rondom zich zien wegvallen ongemakkelijk is en ze zich geen houding weten. Dat leidt tot een betoog dat beoogt te redden wat er te redden valt, maar het er door de kromme argumentatie extra pijnlijk op maakt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel commentaarIs de dorpskerk zo onmisbaar als we dachten?’ van Anton de Wit in het Katholiek Nieuwsblad, 2 januari 2020.

Foto 2: Herbestemming van kapel De Waterhond door Klaarchitectuur in het Belgische Sint-Truiden.

Journalisten van christelijke media wringen zich onnodig, ontstemd en tekortgedaan in bochten om het eigen bestaansrecht te claimen

Het is vanwege de pluriformiteit goed dat er christelijke media zijn. Zoals het op dezelfde manier goed is dat er media zijn die zich door andere religies of levensovertuigingen laten inspireren. Waarom zou er trouwens in het veelvormige Nederland geen ruimte zijn voor christelijke media? Dat ter discussie stellen getuigt niet van ambitie en zelfvertrouwen. Dat is precies wat Anton de Wit in het opinie-artikelEr is ruimte voor christelijke media‘ in het Katholiek Nieuwsblad doet. Behalve hij stelt praktisch niemand het bestaansrecht van christelijke media ter discussie. De Wit doet net alsof hij in de bres moet springen voor bedreigde, christelijke media.

Het artikel van De Wit bewijst het omgekeerde van wat het claimt, namelijk het bedrijven van journalistiek die uitgaat van de feiten, als het de Nederlands Dagblad-journaliste Rinke Verkerk citeert die zegt: ‘dat juist de christelijke media vandaag de dag de feitelijkheid hooghouden, waar seculiere collega’s de waarheid voegen naar hun eigen overtuigingen.’ Dat is een uitspraak die niet hard te maken valt en niet van zorgvuldigheid en oprechtheid getuigt. De Wit buigt de waarheid bij en breekt daarmee zijn eigen geloofwaardigheid af.

Wat bedoelt De Wit trouwens precies met ‘seculiere collega’s’? Als hij dat plaatst tegenover ‘christelijke media’ dan creëert hij een valse tegenstelling. Niet alleen kunnen christenen werkzaam zijn voor niet-christelijke media, en omgekeerd, maar ook bestaat er geen tegenstelling tussen christelijke religies en het secularisme omdat het christendom samen met diverse religies en levensovertuigingen een plek vindt onder de paraplu van het secularisme. Het secularisme staat niet vijandig tegenover de christelijke religie.

De Wit maakt het nog bonter als hij opnieuw naar Rinke Verkerk verwijst en weer door selectief kijken een valse tegenstelling creëert: ‘Als voorbeeld noemde zij de discussie over ‘gender’, waarbij het wetenschappelijke gegeven dat er twee geslachten bestaan, glashard wordt ontkend om maar geen individuele gevoelens te kwetsen.’ Zonder concreet te maken wie dat precies ontkent probeert De Wit aan de hand van het activisme van een kleine minderheid tot een algemene uitspraak te komen.

De Wit generaliseert met zijn suggestie is dat alle niet-christelijke media ontkennen dat er twee geslachten bestaan. Dat is aantoonbaar onjuist voor wie de debatten op rechts-populistische en conservatief-liberale nieuwsmedia volgt. De identiteitspolitiek waar Verkerk en De Wit naar verwijzen houdt zich voornamelijk op in de links-radicale marge en die vergroten ze onterecht uit naar alle niet-christelijke media. Dat is een stropopredenering waarbij het standpunt van de andersoortige media bewust verkeerd wordt voorgesteld en vervolgens niet het werkelijke standpunt van die media wordt bestreden, maar een karikatuur ervan. Op hun beurt maken De Wit en Verkerk zich tot een karikatuur van een journalist.

Maar nog is het in het wilde weg schieten van De Wit niet ten einde als hij weer aanhaakt bij de opinie van Verkerk: ‘Zo zie ik een interessante ontknoping ontstaan. De journalistiek die het geloof van christelijke journalisten eerst afdeed als gevoel, en God opzij schoof voor feiten, schuift nu zelf feiten opzij voor geloof en maakt van gevoel een God.’ Dat is een vergaande conclusie van Verkerk die De Wit instemmend citeert over de hele Nederlandse pers inclusief NRC, de Volkskrant, Nieuwsuur, RTL Nieuws en NOS Journaal. De journalisten van deze media zouden de feiten opzij schuiven voor een geloof en een God die Verkerk en De Wit niet verder definiëren. Gelooft De Wit nou werkelijk zijn eigen opinie die het karakter van een persiflage op goede journalistiek aanneemt door anderen van slechte journalistiek te beschuldigen?

Wat Verkerk en De Wit beogen is bombastisch. Ze creëren een harde tegenstelling tussen christelijke en andersoortige media die in werkelijkheid niet duidelijk en vastomlijnd is. Want goede christelijke en andersoortige media gaan beide uit van de feiten en kwalitatief minder christelijke en andersoortige media gaan beide uit van een opinie of overtuiging met voorbijgaan aan de feiten. De Wit lijkt niet te beseffen dat hij met zijn opinie met niet bewijsbare en slecht onderbouwde aannames over het gebrek aan feitelijkheid van andersoortige media zichzelf in het domein van de media begeeft die hij zegt te bestrijden omdat ze hun gevoel vooropzetten. De Wit laat zich sturen door zijn gevoel minder waard te zijn dan andersoortige media.

Daarnaast proberen Verkerk en De Wit ook de strekking van hun christelijke geloof te verbreden door het te exporteren naar, en mentaal op te leggen aan andersoortige media. Want ze beweren dat journalisten van wat ze seculiere media noemen ‘van gevoel een God’ maken. Verkerk en De Wit claimen hiermee dat ‘seculiere journalisten’ zich onbewust laten inspireren door God. Waarbij ze vermoedelijk de God van het Nederlandse christendom die ze zo goed kennen als referentie hebben. Dat insluiten van niet-christenen tegen hun wil in de God van het Nederlandse christendom is echter een lastige missie. Het kan vooral opgevat worden als een achterhoedegevecht van een afkalvende christelijke bevolkingsgroep die grip verliest op de eigen omgeving, aan invloed verliest en krampachtig andersdenkenden het eigen gedachtengoed probeert op te leggen.

Verkerk en De Wit hebben alle recht om voor hun eigen achterban en de christelijke media op te komen. Dat recht wordt hun door niemand ontzegd. Dat doen ze echter niet door zelfvertrouwen uit te stralen, maar door valse tegenstellingen en verdachtmakingen te creëren. Dat heeft in eigen kring wellicht nut omdat het construeren van een gemeenschappelijke vijand (= seculiere journalistiek) voor even de eigen gelederen versterkt, maar voor de lange termijn beschadigt het de geloofwaardigheid van de christelijke journalistiek. Laten ze gewoon goede journalistiek bedrijven en zich niet bedienen van projecties, hersenschimmen en fictie. Als ze journalistieke kwaliteit in zich hebben dan dienen ze daarmee hun media beter dan met leugens en uitvergrotingen. Het is onnodig dat ze zich afzetten tegen de in hun ogen seculiere media die ze blijkbaar in zulke hoge mate als bedreigend spookbeeld ervaren dat ze er niet meer objectief over kunnen spreken.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelEr is ruimte voor christelijke media’ van Anton de Wit in het Katholiek Nieuwsblad, 3 oktober 2019.

Faculteit Katholieke Theologie van Universiteit Tilburg verricht onderzoek naar waarden. Welke waarden hebben de onderzoekers?


Als persberichten verschijnen over onderzoeken met de interpretatie van data zonder dat de data zijn na te lezen, dan is dat onbevredigend. Als vervolgens allerlei media met die persberichten aan de haal gaan en er hun eigen perspectief op geven zonder dat de nieuwsconsumenten dat kunnen  controleren, dan is dan nog ontoereikender. Het wordt er nog vreemder op als er normatieve uitspraken in het persbericht staan. Want men mag gerust de volgende zinsnede in het persbericht van de Universiteit van Tilburg opmerkelijk noemen: ‘Jongeren die zichzelf niet gelovig noemen blijken niet minder sociaal dan gelovige jongeren’. Waarom moet dit bevestigd, onderzocht of gemeld worden? Waarom zouden deze jongeren niet minder sociaal zijn dam gelovige jongeren? Deze zinsnede roept vragen op over het perspectief en het waardenpatroon van de opstellers van dit bericht. Of dat nou voorlichters of onderzoekers zijn. Zo zijn we al binnen een alinea aanbeland op metaniveau: de vraag naar de waarden van een onderzoek naar waarden.

Het gaat over het European Values Study over waarden waarvan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg Nederland voor haar rekening neemt. Het onderzoek is ook in andere landen verricht. In het in mei 2019 gepresenteerde Franse deel van het onderzoekLa France des Valeurs’ dat door de Universiteit van Grenoble werd verricht blijkt volgens een bericht in Valeurs Actuelles dat een 58% grote meerderheid van de Fransen zelf opgeeft tot de categorie ‘zonder godsdienst’ te behoren. Bijna de helft hiervan is in een hoofdzakelijke katholiek gezin opgevoed. Minder dan 3% van de 19- tot 29 jarige Fransen zouden nog praktiserende katholieken zijn. Een opvallend laag aantal dat haaks lijkt te staan op de emoties die de brand in de Parijse Notre Dame in april 2019 teweegbracht.

De waardenstudie gaat niet alleen over godsbeeld of religieuze gezindheid, maar ook over tolerantie, politiek of sociaal vertrouwen. Zoals gezegd, de data worden niet bijgeleverd zodat de interpretatie lastig op waarde is te schatten. In het Nederlandse deel is ook een verslag opgenomen van een onderzoek van prof. Monique van Dijk-Groeneboer dat elke vijf jaar wordt gehouden onder 2000 jongeren van confessionele scholen. Ook hier is in de samenvatting weer een opmerkelijke, normatieve -om niet te zeggen wonderlijke- zin opgenomen: ‘De waarden die jongeren belangrijk vinden blijken niet minder sociaal gericht te zijn en inspireren ook leerlingen die zichzelf niet religieus of gelovig noemen‘. Blijkbaar vinden de betrokkenen van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg het opmerkelijk dat moraal niet voorbehouden is aan gelovige jongeren dat ze menen dat op verschillende plekken in een persbericht te moeten melden. Dat zegt vooral iets over het perspectief -en voeg ik toe: de wereldvreemdheid- van de onderzoekers en voorlichters.

Anton de Wit heeft in voor het Katholiek Nieuwsblad een commentaar geschreven over dat onderzoek onder de jongeren van de confessionele scholen dat opmerkt dat meer dan de helft van deze jongeren (let wel: op confessionele scholen) zichzelf niet-gelovig, atheïst of humanist noemt. Ieder kan in het onderzoek lezen wat erin valt te lezen. Hoe dan ook hoeft wanhopen niet, behalve dan bij een harde kern van ultrareligieuzen die de macht van hun religieuze organisaties zien afkalven. Het gaat goed met Nederland en met de jongeren die niet minder sociaal of meer nihilistisch zijn dan voorheen. Deze waarden staan betrekkelijk los van religie of godsbeeld. Hopelijk dringt dit ook goed door tot de onderzoekers van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg zodat ze over vijf jaar een persbericht kunnen opstellen waaruit de relicten van een bijna verdwenen katholiek normbesef zijn uitgefilterd. Want duidelijk is, dat dat niet meer kan in 2019.

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtNederland: toleranter, trotser en anders ‘religieus’, blijkt uit nieuw waardenonderzoek’ van de Universiteit van Tilburg, 17 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelAutant de musulmans que de catholiques chez les 18-29 ans’ (‘Evenveel moslims als katholieken onder 18-29-jarigen’) in Valeurs, 23 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelGeloven is niet meer vanzelfsprekend, maar hoe dramatisch is dat?’ Van Anton de Wit op het Katholiek Nieuwsblad, 20 juni 2019.