George Knight

Debat tussen links en rechts

Trump als driekwart-fascist in Witte Huis past slecht bij Amerikaanse democratie

with 8 comments

In een artikel voor The New York Times van 21 oktober 2016 legde de hoogleraar geschiedenis aan Georgetown University John McNeill Donald Trump langs de fascistische meetlat. Hij stelde zich toen in aanloop naar de verkiezingen met als uitgangspunt het historisch fascisme van Italië en Duitsland de vraag hoe fascistisch Trump is. De uitslag was dat Trump een semi-fascist is. Maar hoe is dat 10 maanden later? Moet McNeills evaluatie worden bijgesteld na Charlottesville en de vergoelijkende reactie van Trump daarop?

Wat opvalt is dat president Trump stilzwijgend de erfenis van twee totalitaire ideologieën ondersteunt. En zich niet plaatst in de traditie van zijn voorgangers die volmondig de liberale democratie verdedigden. Trump is kritisch op alles en iedereen, maar opvallend genoeg niet op de Russische president Vladimir Putin die een geactualiseerde versie van het Stalinisme propageert. Vermoedelijk heeft het ermee te maken dat Trump afhankelijk is van Russisch geld en machinaties via de Trump Organisatie van Russisch, crimineel geld dat jarenlang witgewassen werd. En Trump chantabel heeft gemaakt. De speciale aanklager Robert Mueller onderzoekt dat op dit moment. Daarnaast tolereert Trump aanhangers van de white supremacy beweging als Sebastian Gorka, Stephen Miller en Steve Bannon in het Witte Huis. Het is zonder precedent dat activisten met een extreem-rechtse signatuur zo dicht bij de kern van de macht in het Witte Huis zitten. Het vermoeden bestaat dat er een direct verband is tussen de Russische inmenging en het optreden van extreem-rechts.

In de inventarisatie van McNeill scoorde Trump gemiddeld (2 van de 4 Benitos) op de ideologische kenmerken hyper-nationalisme en militarisme. Sinds zijn aantreden in januari 2017 heeft Trump zich op deze kenmerken radicaler opgesteld dan verwacht. Een winst van 3 Benitos (1 voor hyper-nationalisme en 2 voor militarisme). Tegelijk blijft Trump aan de passieve kant wat het gebruik van binnenlands geweld betreft. Hij keurt het niet af, maar propageert het evenmin actief. Ondanks het feit dat Trump geen eigen politieke beweging heeft, maar op een improviserende wijze schippert om coalities te vormen met rechts-nationalisten, rechts-populisten, witte suprematisten, conservatieven en Republikeinen wint hij toch aan Benitos doordat hij de Republikeinse partij naar zijn hand heeft gezet. Ofschoon daar de laatste maand alweer een reactie op is gekomen en Republikeinen weer afstand van Trump nemen. Een winst van 3 Benitos (1 voor massamobilisatie en massapartij, 2 voor hiërarchische partijstructuur en neiging om disloyaliteit te zuiveren).

Dat geeft Trump als president 32 van de maximaal te behalen 44 Benitos. Was hij volgens John McNeill in oktober te kwalificeren als semi-fascist, nu lijkt Trump zich ontwikkeld te hebben tot driekwart-fascist. Door een combinatie van optreden waar hij weg moest kijken en wegkijken waar hij op kon treden. Maar Trump lijkt niet te groeien naar het echte fascisme. Daar is hij politiek te hybride voor en de steun die hem electoraal en financieel in het zadel houdt is te divers verdeeld. Maar ook een driekwart-fascist in het Witte Huis geeft te denken omdat het niet bij de Amerikaanse democratie past. Amerikaanse instituties en samenleving reageren en proberen dat terug te dringen wat ze ongewenst achten en niet vinden passen bij hun rechtsstatelijkheid.

Foto: Benito Mussolini (links) en Adolf Hitler (rechts), München, 1938. Collectie Bundesarchiv.

Film ‘Une Vie’ omvat het verhaal van de oude en de nieuwe pastoor

leave a comment »

Gisteren zag ik in filmtheater ’t Hoogt in Utrecht de Frans-Belgische filmUne Vie’ (2016) van regisseur Stéphane Brizé. Een verfilming van de gelijknamige roman van Guy de Maupassant (1883). Het speelt in de 19de eeuw in Normandië. Het leven van hoofdpersoon Jeanne Le Perthuis des Vauds wordt gevolgd. Van haar trouwen tot op haar oude dag. Ze is van lage adel en zit schijnbaar gevangen in de conventies van haar tijd. Maar waar Madame Bovary in de roman van Gustave Flaubert uit 1857 in datzelfde Normandië actie onderneemt -overigens met fatale afloop- doet Jeanne dat niet. De film geeft niet het idee dat zij ondanks de verstikkende conventies van haar tijd en milieu het in zich had meer individuele ruimte te nemen.

Het wordt interessant als achtereenvolgend twee katholieke plattelandspastoors worden opgevoerd. De oudere Picot wil een kwestie waar Jeanne en haar echtgenote Julien bij betrokken zijn tot een goed einde brengen voordat hij met emeritaat gaat. Julien pleegt overspel met de dienstmeid Rosalie en heeft haar een zoon geschonken. Picot wil sussen en verzoekt Jeanne om Julien te vergeven. Haar ouders de baron en barones zijn ook de mening toegedaan dat dat verstandig is. Aldus geschiedt, Jeanne vergeeft Julien.

Enige tijd later biecht Jeanne bij de nieuwe priester Tolbiac. Ze laat zich in een opwelling ontvallen dat ze heeft ontdekt dat Julien een seksuele verhouding heeft met haar vriendin Gilberte de Fourville. Tolbiac vraagt of ze dat tegen Georges, de echtgenote van Gilberte heeft gezegd. Jeanne ontkent en zegt dat ook niet van plan te zijn. Tolbiac zet haar onder druk om dat wel te doen omdat het God om de waarheid te doen is. Jeanne blijft weigeren, waarna Tolbiac tot haar schrik zegt dat hij het tegen Georges de Fourville zal zeggen. Met fataal gevolg, zoals blijkt als de film terughoudend en bijna terloops de lijken met schotwonden van Julien en Gilberte toont. Met verderop Georges de Fourville die zich om het leven heeft gebracht met zijn jachtgeweer.

Welke pastoor heeft juist gehandeld, de oude of de jonge? Picot sust, lijkt ouderwets en wil geschillen met de mantel der liefde bedekken. Binnen de werkelijkheid van boek en film handelt hij vanuit zijn levenservaring. Tolbiac lijkt modern en op te komen voor het individu Jeanne, maar doet dat als ethisch reveillist in de praktijk van alledag juist niet. Hij maakt haar lot ondergeschikt aan zijn opvatting over christelijke ethiek. Tolbiac maakt de mensen die aan hem als geestelijk leidsman zijn toevertrouwd ondergeschikt aan zijn ethiek. Het inzicht dat de film biedt is dat de pastoor die eerst ouderwets leek modern is, en andersom. Een kruisstelling.

Het excessief geweld brengt hoofdpersoon Jeanne Le Perthuis des Vauds niet tot inzicht. Ze breekt niet door de conventies heen die haar beperken. Ze doet er niet eens een poging toe. Guy de Maupassant moet een gezonde hekel aan de religieuze praktijk van zijn tijd hebben gehad. Zo resteert een zedenschets van de 19de eeuw die een filmmaker in 2016 nog steeds relevant acht. Hij neemt stelling in een nauwgezette reconstructie.

Foto 1: Agrarische riten, Pastoor zegent de oogst. Frankrijk, 1943.

Foto 2: Affiche van ‘Une Vie’ (2016) van Stéphane Brizé.

Straatgeweld in Charlottesville. Rechts valt links aan. Hoe reageert Trump?

with 6 comments

Hoe is het mogelijk dat mensen met hakenkruisvlaggen op straat lopen in de VS? Welk wereldbeeld zit daar achter? Welk benul hebben ze van de wereldgeschiedenis in een land dat nooit bedreigd werd? Extreem-rechtse demonstranten reden vandaag met een auto in op anti-racistische demonstranten. In Charlottesville, Virginia. Noodtoestand. Aanleiding was een standbeeld van Robert E. Lee dat het stadsbestuur uit het centrum wil verplaatsen. Het fascisme in Duitsland begon met geweld op straat. De Amerikaanse overheid moet nu ingrijpen om de extreem-rechtse en anti-racistische demonstranten uit elkaar te houden. President Trump moet afstand nemen van dit extreem-rechtse geweld. Een nieuwe lakmoesproef voor zijn presidentschap.

Museumvereniging komt met advies verkoop werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties. Het is opvallend defensief

leave a comment »

Het advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging van 10 augustus 2017 over het afstoten van werk van een levende kunstenaar uit een museumcollectie valt niet los te zien van de voorgeschiedenis in 2011 met de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda. Dit blog besteedde er aandacht aan in commentaren en meent dat het opereren van toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn tegenstrijdigheden bevatte. Hij had zich slecht voorbereid en weinig kennis van zaken, kwam met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop en bracht zijn museum onnodig in problemen. In de herfst van 2011 dreigde de Museumvereniging Museum Gouda uit het museumregister te gooien als het geen beterschap beloofde. Uiteindelijk kreeg De Kleijn een berisping op de ALV van 28 november 2011.

Deze geschiedenis kreeg zes jaar na dato in april 2017 een staartje toen kunstverzamelaaar Bert Kreuk in zijn boek Art Flipper vertelde dat hij The Schoolboys had willen kopen en daartoe via tussenpersoon Theo Schols De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan Museum Gouda, en eventueel zelfs langer. In 2011 ontkende De Kleijn in de publiciteit dat er zo’n aanbod lag, maar in 2017 kwam hij daar desgevraagd op terug in een artikel in Trouw. Hij zou niet op Kreuks aanbod zijn ingegaan omdat hij bang was een sufferd genoemd te worden. In een commentaar opperde ik het idee dat De Kleijn in Trouw nog steeds niet de echte verklaring voor zijn handelen in 2011 gaf: ‘Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen.

Jouke Kleerebezem noemde de verkoop van The Schoolboys door De Kleijn buiten kunstenaar Marlene Dumas en galeriehouder Paul Andriesse om in een commentaar op zijn blog ‘opportunistisch rentmeesterschap’. Het is naar mijn idee nog schrijnender. In een reactie op Metropolis M relativeerde ik de kritiek dat marktdenken de kunstwereld in haar greep heeft: ‘Het is naar mijn idee niet het marktdenken dat de kunstwereld in de greep krijgt. Dat heeft nog een schoonheid in zichzelf. Al hangt die direct samen met geld. Het ligt anders. Het is geklungel dat delen van de Nederlandse kunstwereld kenmerkt. Zoals het voorbeeld van museumgoudA leert. Het is buitengewoon onhandig aangepakt. Da’s geen marktdenken, da’s de ambtenaar die cultureel ondernemer denkt te zijn.’ Marktdenken en commercieel handelen door museumdirecteuren is nog tot daar aan toe, maar onhandig handelen en uitverkoop van het tafelzilver voor een te lage prijs is onaanvaardbaar.

Het Advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging geeft instrumenten uit handen als het de CIMAM Principles, iii, 4 te streng vindt. Dit zegt dat afstoting van het werk van een levendige kunstenaar mag ‘om het te kunnen vervangen door een ‘superior work’ van dezelfde kunstenaar’. Het lijkt er sterk op dat de commissie de CIMAM Principles te eenzijdig opvat omdat er uitzonderingen op mogelijk zijn. De CIMAM Principles spreken elkaar namelijk op onderdelen tegen. Dat geeft handelingsruimte voor een museum. Zo kan een werk van een levendige kunstenaar ontzameld worden als er nieuwe verzameldoelen zijn geformuleerd

De Museumvereniging laat zich kennen als defensief en kopschuw als het meent dat het de CIMAM Principles afwijst omdat ze ‘het museum in te hoge mate afhankelijk maken van de goedkeuring van de kunstenaar.’ Dat is een teleurstellende stellingname. Was erover geen tussenpositie mogelijk die de kunstenaar enig recht van spreken zou geven? Hierdoor raakt ook de glijdende schaal van korting door galeristen aan musea uit zicht (naast schenking en  giften) als norm voor ontzameling. Precies die korting was de steen des aanstoots van Marlene Dumas en haar galerie bij de verkoop van The Schoolboys aan het toenmalige  Catharina Gasthuis. Het is een lacune in de regelgeving die zowel de LAMO als de CIMAM Principles onvoldoende opvullen.

Foto: NieuwsberichtAdvies verkoop van een werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties’ van de Museumvereniging, 10 augustus 2017.

Jan van de Beek bestrijdt standpunt Lubbers dat vluchtelingen een economisch belang voor Nederland hebben. Onderzoek gevraagd

with 2 comments

In de NRC is een polemiek ontstaan tussen oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam Jan van de Beek over het economisch belang van migratie voor Nederland. Lubbers plaatste samen met Van Seters een opinie-artikel op 7 augustus waarin zij niet alleen betoogden dat het volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 de plicht is voor een land om vluchtelingen op te nemen, maar ook dat het een noodzakelijk economisch belang voor Nederland is. In een reactie weerlegt Van de Beek stuk voor stuk de argumenten van Lubbers en Van Seters en zet vraagtekens bij hun motivatie.

Oud-ondernemer Lubbers krijgt van Van der Beek lik op stuk: ‘Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.’ Het waren bedrijven zoals Hoogovens die in de jaren ’60 wegens arbeidskrapte werknemers wierven in Zuid-Europa of Marokko in plaats van te innoveren. De rekening van de werving van de laaggeschoolde werknemers werd later bij de belastingbetaler gelegd. Niet bij de bedrijven die de werknemers naar Nederland hadden gehaald. Het is opvallend dat Lubbers die mede aan de basis van deze scheefgroei stond nu twee carrières verder (politiek CDA, Hoge Commissaris Vluchtelingen VN) het moreel goede voorbeeld probeert te geven en daarbij zijn eigen verleden vergeet.

Een en ander is des te kwalijker omdat zoals Van de Beek aantoont dat in de jaren ’60 al bekend was. Het zou geen onwetendheid of naïviteit, maar een bewuste uitruil van belangen voor het aldus begunstigde bedrijfsleven zijn geweest: ‘Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.’

Van de Beek betwijfelt aan de hand van onderliggende cijfers dat de huidige migranten het beter doen dan de toenmalige gastarbeiders: ‘Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.’ Hij oordeelt hard over Lubbers en Van Seters: ‘Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.’ Hij verwijt ze oneerlijkheid en manipulatie van de feiten.

Van de Beek wijst op een open zenuw van de Nederlandse politiek met betrekking tot de kosten en baten van immigratie: ‘Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.’ Voor de goede verstaander: toenmalig premier Ruud Lubbers (1982-1994) had zowel tijdens zijn premierschap als in zijn latere carrière (Vluchtelingen, duurzaamheid) geen boodschap aan de kennis over immigratie. Kortom, het kan op ethische of politieke gronden gewenst zijn om asielmigranten op te nemen. Maar de mening van Lubbers dat er een bijkomend economisch voordeel is wordt door Van de Beek weerlegd. Dat economisch belang bestaat niet en heeft in de recente Nederlandse geschiedenis nooit bestaan.

Van de Beek staat niet alleen in zijn kritiek, maar geeft er wel geloofwaardigheid aan. De vraag naar de kosten en baten van immigratie is een terugkerende stijlfiguur van de PVV, Pieter Lakeman constateerde in zijn boek Binnen zonder Kloppen (1999) dat de immigratie van niet-westerse allochtonen naar Nederland de staat sinds 1974 naar schatting ten minste zeventig miljard gulden heeft gekost en toenmalig CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings beweerde in 2010 dat Nederland ‘de slechte immigranten kreeg’. Nog steeds is niet goed uitgezocht waarom dat zo was en welke beslissingen daaraan ten grondslag lagen. Nog steeds hangen de suggesties van de PVV uit 2010 boven het publieke debat dat de immigratie ons land jaarlijks 7 miljard euro kost. Dit als uitkomst van een onderzoek van Nyfer. Het kabinet Balkenende IV wenste het niet uit te zoeken. Een politiek-economisch onderzoek naar de immigratie sinds de late jaren ’50 (vdve) kan Nederland en de PVV eindelijk antwoord geven op deze terugkerende vragen die maar niet afdoende beantwoord worden.

Foto: Buitenlandse werknemers in Hilversum, 1960-1970.

Barneveld en de kiem van de eiercrisis (1964-2017)

with 5 comments

In deze foto uit 1964 komt veel samen dat ook de huidige eier/fipronil-crisis kenmerkt: Barneveld, het geloof van de Protestants Christelijke Organisatie van Pluimveehouders, Boer Koekoek die het protest ondermijnt en lak heeft aan de overheid, onder druk staande eierprijzen en een overheid op afstand. In Nederland regelland ziet het ernaar uit dat het toezicht op de voedselveiligheid van eieren onvoldoende was en verantwoordelijk staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) niet passend optrad. Eieren, het symbool van potentie en het zaad van voortplanting. Ook van conflicten. Het is volgens een volkswijsheid ongelukkig om van eieren te dromen.

Foto: ‘In de Eierveiling van Barneveld is donderdagmiddag een protestvergadering gehouden tegen de bijzonder lage eierprijzen. De vergadering, belegd door de Protestants Christelijke Organisatie van Pluimveehouders en bedoeld als een grote demonstratie, werd een volledig fiasco. In de eerste plaats was de opkomst bijzonder slecht en ten tweede trok de voorzitter van de Boerenpartij, boer Koekoek, meer belangstelling dan de secretaris van de PCOP. Boer Koekoek in gesprek met een pluimveehouder over de eierprijzen’, 16 juli 1964. Collectie: Nationaal Archief.

Written by George Knight

10 augustus 2017 at 12:58

Kunstenaar Shahak Shapira klaagt Twitter aan wegens laks beleid inzake haatspraak: #HEYTWITTER

with 3 comments

Hoe kunst maatschappelijk relevant kan zijn bewijzen de Duits-Israëlische kunstenaar Shahak Shapira en zijn mede-activisten. Shapira beschuldigt Twitter ervan te laks te zijn in het verwijderen van haatspraak. Hij zegt 300 meldingen aan dit techbedrijf te hebben gedaan, maar slechts op 9 meldingen een reactie te hebben ontvangen. ‘Als Twitter me ertoe verplicht om deze dingen te zien, dan zouden ze het ook moeten zien’, zo zegt hij in de video die hij op 7 augustus op zijn YouTube-kanaal plaatste. Voor het Duitse hoofdkantoor van Twitter in Hamburg heeft Shapira de gewraakte meldingen met sjablonen op de weg gemarkeerd. Zodat iedereen ze kan lezen. Op straat of op YouTube. Twitter veegt intussen het eigen stoepje schoon. Symbolisch.

Written by George Knight

9 augustus 2017 at 15:48