George Knight

Debat tussen links en rechts

Baarlijke onzin van Laurien Crump over de russofobie in de top van de Nederlandse politiek. Wat moeten media en wetenschap ermee?

with 4 comments

Laurien Crump is universitair docent en onderzoeker in de geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar achtergrond is Klassieke Talen en Vergelijkende Geschiedenis. Ze is auteur van een boek over de periode 1955-1969 van het Warschaupact. In een artikel in NRC van 20 juni 2016 meende ze dat het Westen op moet houden de Russische Federatie te vernederen. Mijn reactie daarop was dat Crump de plank misslaat en niet weet waarover ze praat. Ik zette zelfs twijfels bij haar motivatie: ‘Het zal niet de opzet zijn, maar dit artikel roept vooral vragen op over de deskundigheid en politieke gezindheid van Crump. Is zij wel zo objectief als ze zegt te zijn?’ Crump vereenzelvigt zich met de retoriek van het Kremlin.

In december 2016 bood NRC haar nogmaals een podium en kon ze haar artikelPraat met die man – om erger te voorkomen’ publiceren. Met die man werd de Russische president Putin bedoeld. In een commentaar concludeerde ik dat ze opnieuw vanuit de identificatie met het Kremlin redeneerde. Nu heeft Crump naar aanleiding van de leugen over een bijeenkomst van de afgetreden minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra opnieuw een artikel geschreven dat door de Belgische De Standaard is geplaatst. De titel is ‘Voor Den Haag blijft Rusland de baarlijke duivel’. Bij de reacties is de versie te lezen zoals die op internet is te vinden.

Crumps stelling is dat er russofobie heerst ‘in de hoogste regionen van de Nederlandse politiek’. Wat ze met ‘russofobie’ bedoelt maakt zij niet duidelijk. Ze lijkt te suggereren dat er in de top van de Nederlandse politiek angst of afkeer voor Rusland of de Russen bestaat, maar zij maakt dat alleen hard door te wijzen op de afkeer van het beleid van het Putin-regime of de slechte relatie op het geleid van de nationale veiligheid tussen de Russische Federatie en westerse landen. Maar het is misleidend om dat russofobie te noemen, dat is hooguit Putinfobie. In de top van de Nederlandse politiek bestaat geen afkeer van het Russische volk, Rusland of de Russische Federatie, maar op z’n hoogst afkeer van het veiligheidsbeleid van de Russische overheid dat de Europese stabiliteit in gevaar brengt. De Russische bezetting van de Krim in 2014, de bezetting van delen van Oost-Oekraïne door reguliere Russische troepen of huurlingen van het Russische veiligheidsbedrijf Wagner en het neerhalen van de MH17 door een Buk-raket die volgens het meest waarschijnlijke scenario van het JIT uit de Russische Federatie werd aangevoerd hebben de afkeer van het Russische beleid in het Kremlin gevoed.

Crump gaat voor een historica losjes met de feiten om. Zo concludeert ze dat Zijlstra niet alleen gelogen zou hebben over zijn aanwezigheid bij een bijeenkomst in 2006 met Putin, maar zou hij ook hebben gelogen over de inhoud: ‘Hij was er niet alleen niet bij, maar Poetin blijkt het ook nooit gezegd te hebben.’ Dat is echter niet onafhankelijk vastgesteld. Ook Crump was er niet bij en weet niet wat er in de marge van de bijeenkomst in 2006 in de Russische datsja is gezegd. Bron is oud-topman van Shell Jeroen van der Veer die nog steeds voor Shell lobbyt en er belang bij heeft om de verhouding met Putin goed te houden en zo de belangen van Shell te verdedigen. Wat hij er achteraf over zegt moet dan ook gerelateerd worden aan Shells belangen die hij verdedigt. Dat zijn geen geringe belangen zoals het pijplijn-project Nord Stream II waar zowel het Russische Gazprom als Shell aan deelnemen of belangen in Russische olievelden (Sakhalin-2: 27,5%; Salym: 50%).

Crump verwijdert zich nog verder van een onpartijdige historische opstelling als zij over de gesprekken van Zijlstra met zijn Russische collega Lavrov zegt: ‘die Zijlstra aanvankelijk zou benutten om de Russen te confronteren met het verdraaien van feiten omtrent de MH17.‘ Dat is een kleuring van de feiten door Crump. Het is een constatering uit het ongerede. Aangenomen mag worden dat als minister Zijlstra in de gesprekken met Lavrov uitging van de bevindingen van het JIT dat wordt gecoördineerd door het Nederlandse OM. Crump gaat niet mee in de bevindingen van het OM, maar bestempelt ze via een omweg als ‘verdraaien van feiten’. Dat is een merkwaardige opvatting voor een universitair docent die werkzaam is bij de Universiteit Utrecht en van wie zorgvuldigheid mag worden verwacht. Crump doet in dezelfde alinea opnieuw aan stemmingmakerij als ze het heeft over ‘versterkte aan­wezigheid van Navo-troepen in Oost-Europa’. In de Baltische staten heeft de Navo-reactiemacht  3.260 militairen gestationeerd. Dat wordt door militaire deskundigen als te weinig gekwalificeerd voor een snelle en passende reactie op offensieve bedoelingen van het Russische leger dat aan de grens met Polen en de Baltische staten aanzienlijk grotere aantallen parate troepen heeft samengetrokken.

Crump gebruikt de blauwdruk van de Koude Oorlog om de huidige spanningen in Oost-Europa te verklaren. Dat mag onderhand haar methodiek genoemd worden. Het is een zinloze omleiding. Uiteraard zijn er kansen gemist om tot een goede relatie tussen de Sovjet-Unie of de Russische Federatie en het Westen te komen. Dat valt te betreuren. Volgens Crump volgt uit een OVSE-rapport waaraan ze heeft meegewerkt dat de oorzaken van de slechte relatie verder terug gaan in de tijd dan 2014: ‘Volgens het rapport zijn de Oekraï­necrisis en de vermeende geo­politieke ambities van Rusland niet de oorzaak van de huidige crisis in de Europese veiligheid, maar het symptoom. De oorzaak ligt dieper, in de unfinished post-Cold War settlement’. Crump gaat verder: ‘De Russen zelf maken er ook geen geheim van dat de invasie van de Krim – hoe afkeurenswaardig ook – bedoeld was om Rusland weer ‘relevant’ te maken. In die opzet is Poetin in ieder geval geslaagd.’ Dat laatste is een aanname die betwijfelbaar is. Het Kremlin heeft zich door de bezetting van de Krim vervreemd van het Westen en sancties op de hals gehaald die de economie en de toenadering tot Europa hebben beschadigd.

Crump laat in haar betoog een onderwerp ongenoemd dat sinds een jaar centraal staat in de politiek en media in de VS en Europa en de verhoudingen akelig heeft verziekt. Namelijk de inmenging van de Russen in de publieke opinie en de nationale politiek van landen via onder meer sociale media en hacks. En dan vooral in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Op een recente hoorzitting in het Amerikaanse congres beweerden de directeuren van de Amerikaanse inlichtingendiensten dat die inmenging ongewenst is, tot op de dag van vandaag doorgaat en er voldoende signalen zijn dat voor Russische inmenging in de tussentijdse verkiezingen van november 2018. Dat is geen aanname, maar een feit dat door onderzoeken in onder meer de VS en het Verenigd Koninkrijk wordt gestaafd. Ofwel, het kan zijn dat de Russische Federatie in het verleden onheus bejegend is door westerse landen, maar sinds het mislukken van de Reset van 2012 doet het Kremlin er zelf weinig aan om de relatie door een gematigde opstelling en overleg met Westerse landen te verbeteren.

Het is een raadsel wat een universiteit als die van Utrecht (waar ik alumnus van ben en die me nauw aan het hart gaat) en  gerespecteerde nieuwsmedia als NRC of De Standaard denken te winnen bij de deskundigheid van Crump die de objectiviteit en de onpartijdigheid voorbij is. Ze is een politiek activiste en daar is niets mis mee. Ze mag uiteraard haar mening verkondigen in het publieke debat, zoals iedereen dat mag. Het wordt er echter bedenkelijk op als ze dat doet onder het mom van wetenschap en zich beroept op een instelling met autoriteit. Zelfs krampachtig in het geval van de OVSE. Het wordt er pijnlijk op als OVSE, Universiteit Utrecht of gerespecteerde nieuwsmedia haar die dekking wensen te geven. Crumps zelfingenomenheid wordt er absurd op als ze denkt de Nederlandse politiek als objectieve analist van advies te kunnen dienen: ‘De opvolger van Halbe Zijlstra nodig ik graag uit tot een gesprek om nieuwe verzinsels te voorkomen’. Ze illustreert haar betoog met plak en knip-illustraties met Zijlstra die haar ‘wetenschap’ er extra onbenullig op maakt.

Foto’s: Knip-en plak illustraties bij het artikelVoor Den Haag blijft Rusland de baarlijke duivel’ van Laurien Crump in De Standaard, 15 februari 2018. NRC heeft op 14 februari 2018 het artikel geplaatst onder de titel ‘Ook kabinet lijdt aan russofobie’, zonder illustraties met een gephotoshopte Zijlstra. 

Advertenties

Alliantie in Rotterdam tussen links en het islamitisch geïnspireerde NIDA. Waar laat dat de progressief-vrijzinnige kiezer?

with 5 comments

In Rotterdam hebben de drie linkse partijen GroenLinks, PvdA en SP voor de gemeenteraadsverkiezingen een alliantie gesloten met de islamitisch geïnspireerde lokale partij NIDA. NRC meldt het in een bericht. De vier partijen presenteren zich als ‘Links Verbond’ en niet als ‘Links-islamitisch Verbond’. De opzet is tegenwind te bieden aan het rechtse Leefbaar Rotterdam dat een alliantie met Forum voor Democratie (FvD) is aangegaan. Omdat de leider van Leefbaar Joost Eerdmans geen afstand neemt van de uitspraken over afkomst, ras en IQ van FvD heeft Said Kasmi van D66 samenwerking met Leefbaar uitgesloten. Zo kondigt zich in Rotterdam een rechts (Leefbaar/FvD, VVD, CDA, SGP), links (GL, PvdA, SP, NIDA, PvdD) en centrumblok (D66, CU) aan. Met NIDA’s concurrent, het eveneens islamitisch geïnspireerde DENK als links-conservatief buitenbeentje.

Voor vrijzinnige kiezers die zich niet willen laten inspireren door religie en religieus geïnspireerde partijen of partijen met extreem-rechtse denkbeelden wordt de spoeling dun. Ze kunnen alleen terecht bij D66 en de PvdD. Zo wordt het duidelijk kiezen in Rotterdam. Allianties, blokvorming en uitsluitingen maken het een interessante proeftuin voor politiek Nederland. Partijen rekenen zich nu electoraal rijk. Tegen beter weten in.

Foto: Tweet van NIDA, 14 februari 2018.

Written by George Knight

14 februari 2018 at 14:56

Help! Nederlandse politiek worstelt met zichzelf, ziet Russische dreiging onvoldoende en maakt de democratie niet weerbaar

with 9 comments

Terwijl de Nederlandse politiek worstelt met een minister van Buitenlandse Zaken die in eigen doel schiet publiceerde het Britse 89up.org een rapport over de Russische invloed op het Brexit-referendum. Die was immens. Wanneer wordt het Westen wakker en verenigt het zich tegen de aanval uit de Russische Federatie?

Het is schrijnend om politici te zien worstelen met hun eigen posities, verkiesbaarheid en menselijk tekort, terwijl de problemen die raken aan de bestaanszekerheid en weerbaarheid van de democratie niet doelmatig aangepakt worden. Blokkeer de Russische staatszenders RT en Sputnik en draai Facebook, Twitter en Google hard de duimschroeven aan. Politiek, te beginnen in Den Haag, besef nou eens de urgentie van de dreiging. Stop partijpolitieke spelletjes en de navelstaarderij. Wordt volwassen. Het schouwspel is niet om aan te zien.

Het is een melodrama dat op het eerste gezicht een tragedie lijkt, op het tweede gezicht een komedie, maar uiteindelijk absurd drama lijkt te zijn dat vooral de nutteloosheid van de politiek onderstreept. Waar kunnen Nederlanders hun vertrouwen opzeggen in de volledige huidige politieke klasse, coalitie en oppositie?

Foto: Schermafbeelding van deel artikel89up releases report on Russian influence in the EU referendum’, 10 februari 2018.

Zijlstra liegt en Zijlstra veinst. Stelt hij het belang van Nederland of van Shell voorop?

with 5 comments

Update 13 februari 2018: In een email aan de Volkskrant erkent Jeroen van der Veer dat hij de bron van Zijlstra was, zo meldde deze krant. Tevens zegt de voormalige Shell-topman dat Zijlstra de woorden van Putin over Groot Rusland verkeerd zou hebben begrepen. De Volkskrant verbreekt hiermee de afspraak met Van der Veer dat dit off the record zou worden gehouden. Reden dat de krant de identiteit van Zijlstra’s bron alsnog openbaart is dat hij het als ontlastend bewijs opvoerde. Hieraan zegt de Volkskrant niet te willen meewerken. 

Aldus toenmalig fractieleider van de VVD in de Tweede Kamer Halbe Zijlstra op het VVD-partijcongres in 2016. Het gaat om een ontmoeting in 2006 tussen de top van de Brits-Nederlandse Shell en Putin. Naar nu blijkt heeft Zijlstra het uit zijn duim gezogen en heeft hij het verhaal van Putin over Groot-Rusland niet direct, maar uit de tweede hand gehoord. Waarschijnlijk van toenmalig directeur van Shell Jeroen van der Veer. Die dat overigens niet bevestigt. Een en ander is des te ongemakkelijker voor Zijlstra’s positie omdat hij minister van Buitenlandse Zaken is en afreist naar de Russische Federatie om met zijn collega Lavrov te spreken.

Dat debat ging over het veld Sachalin-2: het olieveld Piltum-Astokjskoje en het gasveld Lunskoje. Shell is toen door het Kremlin uit dit project gegooid. Vraag is wat Shell ervoor terug heeft gekregen. Want het is logisch dat daarover is onderhandeld en Shell iets terug kon eisen. Dan doemt het belang van Shell in pijplijn Nord Stream op. Met als gevolg dat de Nederlandse regering niet meer vrij is om te handelen en zich laat gijzelen door het economisch belang van Shell. Datzelfde geldt trouwens ook voor de Duitse regering. Zo zei kanselier Merkel dat Nord Stream geen politiek, maar een economisch project is. Ondanks het feit dat de uitvoering ervan in tegenspraak is met de Europese energiepolitiek die de EU robuuster en minder afhankelijk moet maken van energieproducenten. Nord Stream II bereikt exact het omgekeerde. Het maakt de EU afhankelijker van Russische energie. Dus de aanleg van Nord Stream II staat haaks op bestaand beleid van de EU.

Dit verhaal draait om Zijlstra’s relatie met de toenmalige CEO van Shell Jeroen van der Veer die weliswaar in 2013 officieel afscheid heeft genomen, maar achter de schermen en in overheidscommissies nog steeds het belang van Shell behartigt. Zijlstra was van 2001 tot 2006 eigenaar van en directeur bij Improvex dat voor Shell werkte. Er gaan al sinds het neerschieten van de MH17 op 17 juli 2014 geruchten dat Nederland voor de bühne het Putin-regime hard aanpakt, maar dat achter de schermen de economische en politieke contacten gewoon ongehinderd doorgaan. Mede door de macht van Shell op de Nederlandse regering, en dan met name op de VVD. Jaroslav Koshiw schreef er in 2015 een boek over, zie hier het commentaar.

In de reacties op de afgedwongen bekentenis van Zijlstra wordt gezegd dat hij uit zou zijn op oorlog met de Russische Federatie. Maar eerder het omgekeerde is waar. Dat is de schijn die Zijlstra als afleiding en misleiding voor de werkelijkheid plaatst. Herinneren we ons nog de controversiële uitspraak van Zijlstra in maart 2015 in de context van het migratiebeleid waarin hij verklaarde dat ‘Nederland dictators aan de randen van Europa voortaan niet meer met opgeheven vinger tegemoet moet treden’? Dat Zijlstra heeft gelogen over zijn aanwezigheid in 2006 op een bijeenkomst tussen Putin en Shell is menselijk. Hij wilde zichzelf belangrijker maken dan hij was en promoveren van een D-status naar een B-status. Dat hij en premier Rutte veinzen hard op te treden tegen de Russische Federatie, maar achter de schermen het omgekeerde doen of parallele overlegstructuren bewandelen vanwege Shells economisch belang – en de kritiekloze gezindheid binnen de VVD voor Shell – is iets waar de oppositiepartijen Zijlstra beter op aan zouden kunnen spreken.

Het gesprek in 2006 waarbij Zijlstra over heeft gelogen biedt vooral een verklaring voor en een inkijkje in de innige economische banden tussen Russische en Europese bedrijven (Gazprom – Shell) die onder één hoedje spelen. Zijlstra gaat mentaal niet voor het Europees of Nederlands belang, hij is de spreekwoordelijke politicus die in de zaak van het bedrijfsleven zit. Dat hij liegt om zichzelf belangrijk te maken is nog daar aan toe, maar dat hij suggereert het Nederlands belang te dienen terwijl bij hem en zijn partij heimelijk het belang van Shell vooropstaat diskwalificeert hem. Er zijn geen bezwaren om Zijlstra tot aftreden te dwingen. Dus niet omdat hij liegt of oorlog met de Russische Federatie zoekt, maar omdat hij veinst over zijn intenties en achter de schermen het Russische belang dient. Hoewel die nuancering in de retoriek van de oppositie verloren gaat.

In Rotterdam zit Leefbaar vast aan FvD. D66 kiest de aanval

with one comment

Het is campagnetijd, dus leiders van politieke partijen laten van zich horen. Ze kiezen hun favoriete zondebok die ze zwart maken. Zo hopen ze zich te profileren. D66 valt het kleine, alleen in de Tweede Kamer met twee zetels vertegenwoordigde Forum voor Democratie (FvD) aan, en rechtse partijen focussen zich op D66. Zo krijgt in de koude februarimaand de campagne vorm. Rotterdam is de enige stad waar FvD met een bestaande partij een alliantie sloot. In dit geval Leefbaar Rotterdam. Partijleider Joost Eerdmans maakt een opmerking waarvan hij weet dat het onzin is. Namelijk dat D66 door Leefbaar uit te sluiten de kiezers op die partij wegzet als racisten. Maar Eerdmans weet dat het daar niet om gaat. D66 vraagt Eerdmans om afstand te nemen van de uitspraken over ras en afkomst van Baudet. Immers de alliantiepartner van Leefbaar. Dat weigert Eerdmans. Omdat de wetmatigheid is om in campagnetijd nooit terug te komen op ingenomen standpunten. Maar er juist een schepje bovenop te doen. Politieke partijen, we kunnen niet zonder. Maar we kunnen er evenmin iets mee.

Written by George Knight

11 februari 2018 at 12:17

Relatie ras en IQ: FvD speelt agressief op de aanval en gaat voorbij aan wat het zegt

with 3 comments

Het rechtse De Dagelijkse Standaard (DDS) is Forum voor Democratie (FvD) gunstig gezind. Dat vertaalt zich in verslaggeving waarbij partijleider Thierry Baudet steevast wordt afgeschilderd als een sterk leider die het als een Robin Hood tegen de rest van de politiek opneemt. Zoals in een verslag van Tim Engelbart over een verkiezingsdebat in Amsterdam. Maar de werkelijkheid is dat Baudet juist geen standvastig leider is, maar een politicus die steeds weer op uitspraken terugkomt. Mijn reactie die ik aan DDS heb aangeboden:

Partijleider Thierry Baudet nam in een recent openbaar gesprek met Femke Halsema geen afstand van de relatie tussen ras en IQ. Baudet heeft de kans laten lopen om afstand te nemen van racistische denkbeelden waarmee de partijtop van FvD wordt geassocieerd. Baudet heeft wind gezaaid en oogst nu storm. Dat heeft hij volledig aan zichzelf te wijten.

De Amsterdamse nummer 2 van de partij Yernaz Ramautarsing neemt nu met veel misbaar afstand van zijn uitspraken die hij in een Brandpuntplus-uitzending van juni 2016 deed: ‘Door IQ-testen weten we het gemiddelde IQ van bevolkingen. En wat blijkt? Er is een verschil in IQ tussen volkeren. Dat is wetenschappelijk bewezen’.

Of de relatie tussen ras en IQ wetenschappelijk bewezen is, is echter nog maar helemaal de vraag. Ramautarsing neemt dat veel te makkelijk als waar aan. Zijn uitspraak dat dit wetenschappelijk bewezen is of de uitspraak van Baudet in het gesprek met Halsema dat hij zich niet in een wetenschappelijke discussie wil mengen, roept vooral vragen op over de onderbouwing van de claim. Baudet mengde zich overigens nog onlangs in een wetenschappelijk debat over het klimaat met weerman Gerrit Hiemstra. Waarom mengt Baudet zich niet in een wetenschappelijk debat over ras en IQ, maar wel over het klimaat? Klimaatdeskundige is Baudet niet, maar toch meende hij zich in deze wetenschappelijke discussie over het klimaat te moeten mengen. Over het onderwerp ras en IQ zou Baudet ineens belemmeringen zien om zich er wetenschappelijk over uit te spreken.

Maar het is nog een tikkeltje schever dan Baudet het voorstelt. Want op het wetenschappelijk bewijs waar Yernaz Ramautarsing naar verwijst is veel af te dingen. De relatie tussen ras en IQ is geen volgens een wetenschappelijke methode vastgelegde theorie die gefalsificeerd kan worden, maar vooral het resultaat van politiek activisme van de inmiddels overleden Canadese psycholoog John Philippe Rushton en de Amerikaanse psycholoog Arthur Jensen. Daarna overgenomen door hedendaagse activisten. Veelzeggend is dat Jensen voor zijn onderzoek werd gefinancierd door het Pioneer Fund dat een promotor van witte suprematie was. Op z’n minst valt te zeggen dat de bevindingen van Rushton en Jensen politiek gekleurd waren en hun gebruikte methodiek betwistbaar was.

Er kondigt zich binnen de top van FvD telkens een zelfde patroon aan. Er worden harde uitspraken gedaan waarvan het de vraag is hoe sterk ze onderbouwd zijn en of ze meer met verbeelding dan de werkelijkheid te maken hebben. Als er kritiek op die uitspraken komt dan treedt binnen de top van FvD een verdedigingsmechanisme in werking en nemen de beeldbepalende politici van FvD geen verantwoordelijkheid voor hun uitspraken. Ze leggen de schuld bij degene die FvD aanklaagt en lopen weg voor wat ze eerder zo stellig beweerden.

Of de media hebben het verkeerd begrepen of stellen de standpunten van FvD bewust verkeerd voor. Of de andere politieke partijen zouden met hun ‘partijkartel’ FvD buiten de kern van de macht willen houden. Of FvD heeft het niet serieus bedoeld, de uitspraak was als grap of provocatie bedoeld. Of FvD kiest de aanval en ontkent wat het zelf heeft gezegd. Zoals Yernaz Ramautarsing nu doet die blijkbaar is vergeten dat wat hij in de uitzending van Brandpunt zei is vastgelegd.

FvD verliest hiermee aan geloofwaardigheid. Want zelfs voor de sympathisanten van deze partij kan er op een gegeven moment een grens aan de leugens komen. Kiezers houden van harde standpunten en een partij die daar standvastig voor blijft staan en zelf verantwoordelijkheid voor neemt. Zoals Geert Wilders consequent met zijn uitspraken over de islam doet. Men kan het er om politieke redenen mee oneens zijn, maar het is wel volhardend en consequent, en geeft in zekere zin betrouwbaarheid voor de kiezer. Bij de PVV weet de kiezer waar de partij voor staat. Bij FvD is dat in steeds mindere mate het geval omdat FvD als de hitte in de politieke keuken te hoog wordt dreigt terug te komen op ingenomen standpunten.

De kiezer zal dat in zekere zin begrijpen omdat deze hoe dan ook geen hoge pet opheeft van politici die worden geassocieerd met de kunst van het bedrog, de leugen en de verbroken belofte. Maar door hieraan mee te doen verklaart FvD zich als een traditionele partij die onderdeel uitmaakt van het ‘partijkartel’ en waartegen het claimt zich te verzetten, en ondermijnt het de eigen betrouwbaarheid voor de kiezer.

FvD handelt in het omgaan met kritiek zoals president Trump doet of de Amerikaanse alt-right beweging. In een vlucht naar voren weerlegt het een doorgeprikte leugen met een nieuwe leugen die nog verder van de waarheid verwijderd is. Trump is in een jaar tijd al op 2000 leugens of misleidende claims betrapt. Dit soort confrontatie kan op de korte termijn een doelmatige tactiek zijn om een kern van aanhangers vast te houden, maar is ook een doodlopende weg omdat het kiezers kan afschrikken omdat ze beseffen dat FvD zich hiermee isoleert en buitensluit van de politiek.

Daarbij komt dat FvD op dit moment mentaal in de agressiestand blijft staan en niet zoals andere partijen de indruk geeft dat het het vermogen heeft om naargelang de politiek situatie te schakelen tussen verschillende spelsystemen. Bij een nieuwkomer kan dat in het begin als voordeel gezien worden, maar verkeert het in het nadeel als er gemanoeuvreerd moet worden om de eigen positie zo optimaal mogelijk te behartigen. Maar die weg heeft FvD dan afgesneden. De huidige onrust in de partij gaat ook over dat gebrek aan flexibiliteit en souplesse. Want net zoals bij voetbal het agressief op de aanval spelen niet altijd loont, is dat in de politiek niet anders.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelVideo! Debat tussen Asscher en Baudet ontaardt in chaos; boze Yernaz Ramautarsing stormt het podium op’ van Tim Engelbart voor DDS, 10 februari 2018.

Pleidooi voor museum in Maliebaan 42 te Utrecht. Kiest politiek voor concentratie of fragmentatie van culturele instellingen?

with 7 comments

Mijn gedachten als inwoner van Utrecht gaan over het cultuurbeleid en de culturele infrastructuur van het gemeentebestuur van Utrecht. Dit naar aanleiding van een oproep op DUIC om het pand Maliebaan 42 dat eigendom van de gemeente is niet te verkopen, maar een culturele bestemming te geven. Zoals de gemeente in 1951 in een vastgelegde afspraak trouwens heeft beloofd en nu lijkt te zijn vergeten. Ik ken Maliebaan 42 nog als dependance van het Centraal Museum met de Lion Cachet kamer waar middelgrote, vooral educatieve tentoonstellingen voor scholen werden ingericht. Utrecht is een stad waarvan het bestuur groot denken met klein handelen combineert. Het bestuur denkt dat de stad met 350.000 inwoners groot genoeg is om culturele instellingen door de stad heen te verspreiden. Ik denk daar anders over. Mijn reactie op DUIC:

Goed idee. Maliebaan 42 was voordat de Kunstuitleen er intrek nam een depandance van het Centraal Museum. Met spraakmakende tentoonstellingen van toenmalig conservator Hans Taets van Amerongen die zich er helemaal in zijn element voelde. Met een doos met zilver in zijn handen kleurde hij het gebouw in. Dat was de tijd dat een voorloper van Downton Abbey op de televisie werd vertoond: Upstairs, Downstairs met de familie Bellamy.

Zoals uit een eerder artikel van Arjan den Boer uit 2015 op DUIC blijkt is het nog maar helemaal de vraag of de gemeente Utrecht Maliebaan 42 zomaar kan verkopen op de commerciële markt. Want de familie Fentener van Vlissingen bood het de gemeente aan als afscheidscadeau ‘voor culturele doeleinden’. De gemeente accepteerde het in 1951 en een en ander werd notarieel vastgelegd.

Maliebaan 42 is dus geoormerkt en het is de vraag wat zwaarder weegt: een officieel vastgelegde afspraak uit 1951 tussen gemeente Utrecht en de familie Fentener van Vlissingen of de waan van de dag van nu. Het is hoe dan ook merkwaardig dat het huidige gemeentebestuur geen historisch geheugen heeft en meent voorbij te kunnen gaan aan bestaande afspraken.

Kortom, het is schrijnend dat ‘prominente Utrechters’ de gemeente Utrecht moeten wijzen op de culturele bestemming die op Maliebaan 42 rust en het gemeentebestuur dat niet zelf beseft. Of net doet alsof het dat niet beseft.

Burgers moeten zich houden aan afspraken die het met het openbaar bestuur maakt. Evenzo moet het openbaar bestuur zich houden aan afspraken die het met de burgers maakt. De integriteit van de gemeente Utrecht is hier aan de orde. Of liever gezegd, de inspanning die het gemeentebestuur zich wil getroosten om zich daaraan te houden.

Deze kwestie staat niet op zichzelf. Het huidige gemeentebestuur is terughoudend met initiatieven om eraan mee te werken om bestaande gebouwen een culturele bestemming te geven. Zo lijkt het plan om filmtheater ’t Hoogt te huisvesten in de wat architectuur, grootte en omgeving betreft perfect passende City-bioscoop aan de Voorstraat kansloos door gebrek aan medewerking van het gemeentebestuur.

Het gemeentebestuur zet in op het combineren van stadsontwikkeling en culturele bestemming. Dat houdt in dat culturele organisaties instrumenteel worden gemaakt om een buurt te helpen ontwikkelen. Zoals het gebied rond de Metaal Kathedraal in De Meern of een gebied bij de Croeselaan waar een kunsthal moet komen. De economisering van de politiek is hierbij leidend voor het gemeentebestuur. Het houdt van grootse ingrepen in de stedelijke infrastructuur en afgeronde projecten, maar niet van verplichtingen en losse eindjes.

Een en ander heeft echter als gevolg dat het culturele belang van de binnenstad afneemt en er diverse kernen ontstaan die eraan mee moeten helpen om de stad te ontwikkelen. Dat zijn geen van onderop ontstane initiatieven die organisch groeien, maar door de gemeente gestuurde en ‘overgenomen’ projecten. Die sturing van de gemeente die kunst inzet voor stadsontwikkeling loopt niet in alle gevallen synchroon met de behoeften en de belangen van de culturele instellingen zelf. De gemeenteraad gaat daar te lichtvaardig mee om.

Culturele instellingen moeten het hebben van kruisbestuiving met elkaar en met de samenleving. Als een Centrum voor Film- en Beeldcultuur, zoals het voorgenomen profiel is van filmtheater ’t Hoogt, straks aan de rand van de stad wordt gehuisvest, dan wijst dat op twee ontwikkelingen. In de binnenstad verdwijnt opnieuw een culturele instelling zodat het soortgelijk cultureel gewicht van de binnenstad afneemt. En zo’n instelling aan de marge kan niet optimaal profiteren van de samenwerking en wisselwerking met de grote Utrechtse culturele instellingen Muziektheater – Stadsschouwburg – Centraal Museum, en de publieksstromen die dat opleveren.

Bouwen in de binnenstad of aan de randen van de binnenstad is in Utrecht duur. Bouwen van culturele instellingen aan de rafelranden is goedkoper, maar bergt een gevaar in zich. Het kan leiden tot fragmentarisering van het culturele aanbod. Zodat culturele instellingen elkaar niet langer kunnen versterken. En de marketing (stadspromotie) voor een onmogelijke taak staat om het hele mozaïek eenduidig te benaderen en het publieksbereik afneemt doordat er in Utrecht geen kritische massa is van culturele instellingen die elkaar versterken. Er is dan geen Utrechts kunstklimaat meer, maar diverse kunstklimaatjes die nog slechts los met elkaar samenhangen. De kunst wordt zo verbuurt, ondergeschikt gemaakt aan stadsontwikkeling en kan geen eigen smoel meer tonen.

Maliebaan 42 kent dus meerdere invalshoeken. Naast de afspraak uit 1951 van een culturele bestemming dat een private partij aan de gemeente schonk die het huidige gemeentebestuur eenzijdig en onrechtmatig dreigt op te zeggen, is er het bredere belang van de meest verstandige inrichting en diversificatie van de culturele infrastructuur. Aansluiting bij stadsontwikkeling en samenwerking met projectontwikkelaars lijkt voor de korte termijn een aantrekkelijke optie in het ontwikkelingen en herplaatsen van culturele instellingen, maar kan voor de lange termijn een valkuil en een afdwaling van de rechte weg zijn. De vraag is of Utrecht groot genoeg is om het culturele aanbod te versnipperen, en daar zelfs actief beleid op te voeren. De vraag stellen is de vraag beantwoorden.

Als de Utrechtse gemeenteraad dat bredere debat over de culturele infrastructuur dat verder gaat dan het voorop zetten van budgettaire randvoorwaarden maar voert en goed beseft dat op termijn goedkoop kan verkeren in duurkoop. Dan kan de raad tevens laten zien dat het meer historisch geheugen heeft dan het huidige gemeentebestuur.

Foto: Schermafbeelding van artikelProminente Utrechters willen museum in Fentener van Vlissingenhuis’ op DUIC, 10 februari 2018.