Museum in wording: immersieve projecties in Almere

Schermafbeelding van deel artikelAlmere krijgt een immersief museum, maar wat is dat?‘ van Omroep Flevoland, 28 februari 2022.

Daar is het weer. Het teistert periodiek de publieke opinie. Namelijk een bericht uit Almere over de plannen voor een museum van internatione allure, groter dan het Stedelijk Museum. Wat is dat?

Matchmakers, cultuurmanagers, wethouders die de wereld over reizen om zich te oriënteren en allerlei ingehuurde project-achtige beleidsmakers zijn al sinds 2013 bezig om een museum in Almere ‘op de kaart te zetten’. De woestijn in de polder is op zoek naar een oase. Dat duurt dus al negen jaar.

Niet toevallig is 2013 het jaar dat Almere Museum De Paviljoens sloot zonder te beseffen dat wat het in de jaren erna in een zoektocht ging zoeken al binnen de gemeentegrenzen had.

Kunt u nog volgen wat Almere bezielt? In de kern gaat het om een identiteitscrisis van Almere dat tussen servet en tafellaken op zoek is naar een nieuwe tafel. Dat is zielig voor de inwoners die steeds weer met groot- en breedspraak over een museum worden geconfronteerd.

Het is niet dat in Almere de (beeldende) kunstsector niet klopt. Want er zijn prachtige Land Art achtige projecten, zoals Marinus Boezems Groene Kathedraal. Maar dat is blijkbaar niet voldoende voor de managers, projectleiders en wethouders. Ze willen meer.

Daarom lezen we nu weer zo’n bericht met deze keer Denise de Boer. Ze is als manager betrokken bij kunstpaviljoen M. en ook bezig om de komst van het museum in Almere voor te bereiden.

De tekst bijt heerlijk in zichzelf. Zoals een hond die de eigen staart najaagt zonder te beseffen wat dat ding is. Het geprojecteerde museum van Almere is als een staart van een hond. De hond blaft om de zoveel tijd en de media doen er netjes verslag van.

De Boer: ‘We hebben heel bewust gekozen voor een immersief museum, omdat dat er in Nederland nog niet is. Immersieve kunstwerken hebben veel ruimte nodig. Die ruimte is er niet genoeg in bestaande musea in het land, maar in Almere straks wel.‘ en ‘Bij ons wordt de ervaring echt gecreëerd door de kunstenaar. De maker wil je daarbij echt iets meegeven. Een surrealistische omgeving die echt wat met je doet.’

Je wordt stil van deze ronkende taal. Hoezo een ‘surrealistische omgeving‘? Hoezo ‘die echt wat met je doet‘? Wat is dat voor marketing waarmee deze manager de boer opgaat? Duidelijk is dat Almere aanhaakt bij de droom en de rationaliteit achter zich heeft gelaten. Almere dompelt zich onder.

Almere heeft in 2013 de geest uit de fles gelaten en is al negen jaar bezig om op spontane wijze een museum te realiseren dat zich van alles onderscheidt. Ook van Almere zelf.

Het artikel van Omroep Flevoland wordt er onbegrijpelijk op door de verwijzing van De Boer naar het werk Wachsraum (1992), een houtconstructie met bijenwas in een smalle gang van Wolfgang Laib (niet Leib) in De Pont. Dat werk wordt door De Boer ingedeeld bij immersieve kunst die de kijker onderdompelt in een ervaring. Het unique selling point in de marketing van Almere. De Boer gebruikt verwijzingen naar De Pont als legitimatie voor het eigen museum. Maar Laib gaat niet voor een surrealistische ervaring, maar voor sacraliteit, natuur en tijdloosheid.

De uitgebeende soberheid van De Pont is niet wat het museum in Almere nastreeft. Dat is tegelijk de sleutel om te begrijpen waarom het spaak loopt in Almere. De Pont is een particulier museum met nauwelijks personeel dat financieel onafhankelijk is en zich met marketing en schijnbewegingen niet in bochten hoeft te wringen voor subsidie- op opdrachtgevers. De Pont kan zichzelf zijn. In Almere praat iedereen mee, is de marketing leidend en worden de kunstobjecten niet geselecteerd op hun intrinsieke waarde, maar moeten ze passen in een masterplan over de ervaring van de bezoeker die wordt ondergedompeld in een opgeroepen schijnwereld. Intussen lijkt die schijnwereld de plannenmakerij opgeslokt te hebben.

Beer Jozef in Missiemuseum Steyl viert 85ste verjaardag

Jozef heet de beer in een van mijn Nederlandse favoriete musea. Hij staat nu al 85 jaar in het Missiemuseum Steyl. In de buurt van Venlo. Zelfs voor een opgezette beer is 85 jaar een gezegende leeftijd. De waarde van het museum zit ‘m erin dat er in al die jaren weinig veranderd is. De inrichting met oude vitrinekasten en de opstelling met 1500 opgezette dieren geeft de meerwaarde. Een bezoek is als het bladeren in een oud boek. Wellicht wat achterhaald, maar onvervalst. Zo wordt het museum zelf een reusachtige stijlkamer. Terwijl het Museum voor Volkenkunde in Leiden of het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in het Brusselse Tervuren dwangmatig meenden met hun tijd mee te moeten gaan, had het Missiemuseum Steyl niet eens de middelen daarvoor. Wat eerst een nadeel was, werd later een voordeel vanwege de patinalaag die de tijd er overheen had gelegd. In tijden van communicatie en marketing die in een rattenloop de museumsector opjaagt naar het bereiken van ‘een unieke ervaring’ is de paradox dat de unieke ervaring met bijna niks bereikt kan worden.

Beleving voor bezoeker op tentoonstelling ‘Spielerei’ bij Schunck

Bij de internationale groepstentoonstelling ‘Spielerei’ bij Schunck in Heerlen mag kunst aangeraakt worden. In een toelichting licht het museum de opzet toe: ‘Uitgangspunt is het kunstenaarscollectief GRAV (Frankrijk, 1960-1968), dat de toeschouwer wilde activeren en bevrijden middels kunstobjecten waarbij je iets moest doen of ondergaan. GRAV-kunstenaars wilden de kunst dichter bij het publiek brengen: zonder handeling geen kunstwerk. (..) Tegelijkertijd maken we een sprong naar het hier en nu, en traceren we de invloed van GRAV op hedendaagse kunstenaars, die met uiteenlopend werk vertegenwoordigd zijn: van politiek engagement en geschilderde optische illusies tot het gebruik van Virtual Reality.’

Zoals steeds vaker bij de inrichting van museumpresentaties draait het om de ervaring van de bezoeker. Voor iedereen moet er wat te vinden en te beleven zijn. Naast GRAV met werk van Henk Peeters, Dieter Hacker, Rolf Glasmeier, Gerhard von Graevenitz, Domenique Himmelsbach, Marleine van der Werff & Frederick Duerinck.

De tentoonstelling is ‘het sluitstuk van het Push and Pull programma dat in tentoonstellingen en expert meetings de interactie tussen publiek en hedendaagse kunst centraal stelt.’ Met een begeleidende publicatie ‘in twee delen’ en een symposium op 25 november. Dat maakt het er gelijk een stuk minder speels op.

Levi van Veluw in Marres te Maastricht. Echt niet meer dan ervaring?

Bij het aanprijzen van beeldende kunst is tegenwoordig een belangrijk verkoopargument dat het ervaren kan worden. Cerebraal is uit op een paar culturele instellingen na als het Utrechtse BAK of het Van Abbemuseum die loodzwaar de theorie induiken. In Nederland voeren ze een achterhoedegevecht met mediagenieke popup-musea en tentoonstellingen die ervaringen bieden. De Maastrichtse presentatie-instelling Marres die in de periode 2013-2016 530.589 euro per jaar in de basisinfrastructuur ontvangt onderzoekt zogezegd de theorie van de ervaring. En verbindt zo handig de twee uitersten. Valentijn Byvanck is de directeur.

Het project ‘The Relativity of Mattervan Levi van Veluw is ‘een allesomvattende installatie die beslag legt op een heel gebouw, ruimte of huis. Het is volgens de toelichting ‘een alomvattende scenografische ervaring die de bezoekers onderdompelt in een wereld van uiteenlopende expressieve vormen.’ Van Veluw is bekend van de video ‘Origin of the beginning’ die nog onlangs te zien was op de tentoonstelling ‘Under the Skin in het Textielmuseum. Levi van Veluw gaat onvoorzien dieper dan de marketing het voorstelt. Reserveren vereist

lwW4Ojjb9l2Ah5kZ

Foto: Still uit publicatiemateriaal voor de crowdfunding op voordekunst van  ‘The Relativity of Matter‘ van Levi van Veluw.