George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Architectuur

Het debat over een nationaal designmuseum is gepolitiseerd

with one comment

Hoeveel designmuseums kan Nederland hebben? Die vraag wordt opgeroepen door politieke ontwikkelingen en de opmerking van de nieuwe artistiek directeur van het Stedelijk Museum Rein Wolfs in een interview in NRC. Hij zegt: ‘Maar als ik het hele Nederlandse aanbod overzie, zou wat meer variatie en specialisatie goed zijn’. Dat is een pleidooi tegen het kluitjesvoetbal in de museumsector waarbij ieder museum hetzelfde doet.

In Den Bosch is er het Design Museum Den Bosch -dat als vanouds het accent op sieraden en keramiek legt- waarmee directeur Timo de Rijk sinds eind 2016 succesvol aan de weg timmert. Hij noemt zich in februari 2017 in een interview in BD samen ‘met Gent en Groningen’ nu ‘het grootste designmuseum in West-Europa‘. Voor het gemak vergeet hij het London Design Museum, het Duitse Vitra Design Museum, het Parijse Cité de l’Architecture et du Patrimoine of het V&A in Dundee. Maar ook het in 2015 geopende Cube Design Museum  in Kerkrade dat zich presenteert als ‘het eerste museum van Nederland volledig gewijd aan design. Cube toont design met inhoud; design dat impact heeft op de wereld.’ De stilzwijgende suggestie hiervan is dat andere designmusea design zonder inhoud presenteren. De Rijk en Wolfs geven te kennen dat ze belang hechten aan de kunstgeschiedenis en meer moderne of na-oorlogse kunst willen tonen. De Rijk en zijn team bereiden nu een overzichtstentoonstelling van design van het Derde Rijk voor die op 7 september 2019 opent.

Daarnaast is er in Rotterdam het HNI dat ‘Design’ in de naam heeft (naast Architectuur en Digitale Cultuur) dat zich eind 2016 opwierp als coördinator voor een tijdelijk designmuseum in Amsterdam om daar langdurige bruiklenen van andere musea te tonen. Een initiatief waarover sinds die tijd weinig is vernomen. Ik gaf daar in december 2016 een commentaar op waarin ik weinig begrip toonde voor dit initiatief, maar ook wees op twee interessante opmerkingen van het hoofd beleid en actualiteit van HNI Floor van Spaendonck. Breder kijkend dan dit initiatief alleen zei zij: ‘(..) is er behoefte aan één plek die geheel in het teken staat van design’ en ‘Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI’. Er bleek dus eind 2016 volgens Van Spaendonck in Nederland geen museum dat geheel in het teken staat van design (wat haaks staat op de claim van het in 2015 geopende Cube) en evenmin een nationaal vormgevingsarchief voor design.

De politieke ontwikkeling blijkt uit bovenstaand citaat uit het artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in het ED van november 2018. Het lijkt er sterk op dat het een plan is uit de koker van D66 dat door de VVD wordt gesteund. In het huidige Eindhovense college is D66 niet vertegenwoordigd. Van 2014 tot 2018 was Mary-Ann Schreurs namens D66 wethouder van Innovatie en Design, Cultuur en Duurzaamheid. Nu is ze onafhankelijk raadslid en heeft volgens een persbericht van maart 2019 over een verschil van mening D66 verlaten. Schreurs maakte zich sterk voor design en technologie zoals uit de steunbetuiging van een D66’er blijkt. Ook de Dutch Design Week (DDW) is een manifestatie van de verknoping van design en techniek.

Er is dus in de afgelopen jaren een sterke D66-lobby opgezet voor een Designmuseum in Eindhoven waarbij het de vraag is of dat doorzet omdat D66 in Eindhoven en in de provincie Noord-Brabant aan macht heeft ingeboet. Daarnaast richt Timo de Rijk zich in het 35 km verder gelegen Den Bosch sinds 2016 nadrukkelijk op design en toegepaste kunst. Een grotere ambitie viel af te lezen in de naamsverandering. In juni 2018 werd de naam Het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch veranderd in Design Museum Den Bosch. Maar wellicht kan wat in de pijplijn zit nog gematerialiseerd worden zodat er nog net een Eindhovens Designmuseum uitgeperst kan worden. Een in de Provinciale Staten van Noord-Brabant in oktober 2017 aangenomen motie van D66 vraagt om uit te zoeken of er een nationaal designmuseum kan komen in het Evoluon in Eindhoven:

Minister van OCW Ingrid van Engelshoven (D66) houdt de signalen van haar partijgenoten uit Brabant in elk geval nog in de lucht zoals deze week bleek uit de presentatie van de ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ dat op het lijf van een Eindhovens Designmuseum is geschreven en uitgaat van de verknoping van design en techniek. Zo vanzelfsprekend is dat echter niet. Hooghartigheid blijkt uit het interview uit november 2018 met DDW-directeur Martijn Paulen die meent dat een een fluitje van een cent is om een museum met als uitgangspunt de combinatie van design en techniek in een nationaal designmuseum te realiseren. Dat gaat eraan voorbij dat die formule die afgeleid is van de Eindhovense situatie waarbij design en techniek nauw worden gecombineerd een keuze is die niet alleenzaligmakend is. Design kan ook worden gekoppeld aan autonome kunst, (kunst)geschiedenis of sociaal-maatschappelijke aspecten. Het is de vraag of, als er een nationaal designmuseum of rijksmuseum voor design moet komen dat gesteund wordt vanuit de landelijke overheid, die combinatie van kunst en techniek (of technologie) het uitgangspunt dient te zijn. Op z’n minst zou er een breed debat aan vooraf moeten gaan over het profiel van zo’n nieuw te vormen nationaal designmuseum waarbij de gesprekspartners liever niet alleen uit Eindhoven of uit de kringen van D66 komen.

Nederland kan best meerdere designmusea herbergen, in Den Bosch, Kerkrade, Eindhoven of waar dan ook. Laten we evenmin de kunstmusea met belangrijke afdelingen design (Museum Boijmans, Stedelijk Museum, Centraal Museum, Groninger Museum, HNI) en de ‘materiaalmusea’ (Nationaal Glasmuseum, TextielMuseum, Keramiekmuseum Princessehof) vergeten die zo’n nationaal designmuseum kunnen ‘voeden’. Of de herhaling van meer van hetzelfde zonder voldoende variatie en specialisatie wenselijk en doelmatig is, is een vraag die het bovensectorale ministerie van OCW zich moet stellen. De museumsector moet ideeën kunnen aandragen.

OCW zet echter op onaanvaardbare wijze een dubbele pet op als het bij de bekostiging van een nationaal designmuseum uitgaat van normen die meer volgen uit de partijpolitiek en een regionale lobby, dan uit een beredeneerde keuze voor profiel, kwaliteit en inbedding in de culturele basisstructuur ervan. In het verlengde speelt de vraag bij welke instelling een nationaal vormgevings/designarchief ondergebracht moet worden.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in ED, 24 november 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘Actuele Motie M1 Provinciale Staten 27 oktober 2017; Nationaal Designmuseum in het Evoluon` door Statenfractie van D66 (AANGENOMEN).

Foto 3: Schermafbeelding van deel ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ van het ministerie van OCW, 11 juni 2019 (p. 35).

Advertenties

Bij twee foto’s staat de tijd niet stil: ‘Clock on wall, lobby. Chicago Federal Center, Chicago, Illinois’

leave a comment »

Deze twee foto’s bij elkaar roepen een raadsel op. Zijn ze het spiegelbeeld van elkaar? Loopt de houten balie van de bovenste foto naar links door en verschijnt op de onderste foto opnieuw een deur, met een gesloten, metalen loket? De klok geeft de aanwijzing dat het twee afzonderlijke foto’s zijn. Want op de bovenste foto is het 8.50 en op de onderste 8.55 uur. Kostte het fotograaf Carol Highsmith vijf minuten om de foto te nemen?

Het onderschrift bij deze foto’s uit de collectie van het Library of Congress zegt: ‘Chicago Federal Center, designed by Ludwig Mies van der Rohe, is a monument to the architect’s maxim, “Less is more.” Simplified, modern and efficient, the steel and glass buildings embody the Miesian vocabulary.’ De titel luidt: ‘Clock on wall, lobby. Chicago Federal Center, Chicago, Illinois.

De serie van twee foto’s werkt bezwerend. Ze wekken door de bijna identiek uitsnede de suggestie dat ze het spiegelbeeld van elkaar zijn. Wat ze niet zijn. Fotograaf Highsmith volgt architect Mies van der Rohe in zijn vormenspel. Of minder meer is, is de volgende vraag die zich aandient. Daar zijn kanttekeningen bij te plaatsen. Want minder kan ook minder zijn. Het heeft ermee te maken waar het op reageert en wat eruit volgt. Aan deze twee foto’s van 27 juli 2017 valt van alles af te lezen omdat ze weinig tonen. Voor een foto die moet documenteren wordt minder onhandig. Ontstaat daarom de indruk dat de foto buiten het kader doorloopt?

Foto 1: Carol M. Highsmith, ‘Clock on wall, lobby. Chicago Federal Center, Chicago, Illinois’. 2017. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: Carol M. Highsmith, ‘Clock on wall, lobby. Chicago Federal Center, Chicago, Illinois’. 2017. Collectie: Library of Congress.

Written by George Knight

5 januari 2019 at 16:59

Een zaak voor de hoogste rechter. Zijn kunstwerken van Braun Barends in Kunsthalle Mannheim beschermd volgens auteursrecht?

with 2 comments

Deze reportage uit 2015 van het Duitse SWR (Südwestrundfunk) gaat in op twee installaties van de kunstenaar NatHalie Braun Barends in de Kunsthalle Mannheim. Tijdens een renovatie zijn haar werken PHaradise en HHole in juni 2018 volgens plan verwijderd omdat ze volgens de architect niet in het concept pasten. De filosofische vraag is of een gat verwijderd wordt als de omgeving verdwijnt. Zie hier voor details. Braun Barends vindt dat haar auteursrecht geschonden is en eist voor PHaradise minstens 90.000 en voor HHole minstens 220.000 euro schadevergoeding. Tevens eist ze dat de Kunsthalle haar werken opnieuw installeert.

De uitspraak van Kunsthalle-directeur Ulrike Lorentz is uitzonderlijk hard en niet hulpvol als ze publiekelijk stelt dat deze werken van Braun Barends in de kunstwereld nooit betekenis gehad hebben. Vraag is waarom ze dan ooit zijn geïnstalleerd. Vandaag dient de zaak voor de hoogste rechterlijke instantie van Duitsland, het Bundesgerichthof in Karlsruhe. De meeste media kiezen als belangrijkste  invalshoek of dit kunst is, niet of het volgens het auteursrecht beschermd wordt. Maar dat laatste is een meer interessante vraag die ook in de architectuur leeft, zoals bij een verbouwing van het Centraal Museum waarbij architect Mart van Schijndel zonder succes eiste dat zijn werk beschermd werd. Ook daarover bestaan uiteenlopende gedachten, dat is voor Braun Barends’ kunstwerken niet anders. De tendens lijkt dat de bescherming relatief en tijdelijk is.

Foto: NatHalie Braun Barends, ‘HHole’ in Kunsthalle Mannheim (Reflection Room), 2006. (Work in Progress, created as part of the exhibition “Full House: Faces of a Collection”). Credits: Thomas Henne en NatHalie Braun Barends.

Dichtregels van Erich Kästner naar een idee van Karl-Heinz Ströhle. BIG ART: Tekst-sculptuur op Pedagogische Hogeschool Oostenrijk

leave a comment »

Dit item gaat niet over de expositie Big Art in de Amsterdamse Bijlmerbajes die t/m zondag 14 oktober te zien is, maar om een strenger en strikter bewaakt kunstproject van de Oostenrijkse 100% overheidsinstelling op het gebied van vastgoed, de Bundesimmobiliengesellschaft, ofwel BIG. Het bedrijfsonderdeel BIG ART verweeft kunst en architectuur ‘in permanente en tijdelijke kunstprojecten op geselecteerde gebouwen van BIG’. Opzet is om de kunst in een vroeg stadium goed te integreren in het project. BIG opereert uitsluitend in Oostenrijk.

Een prima voorbeeld van BIG ART is een onlangs naar een idee van kunstenaar Karl-Heinz Ströhle (2016) gerealiseerde tekst-sculptuur op de Pedagogische Hogeschool NÖ (Niederösterreich) in Baden. Uitgangspunt zijn vier regels uit het gedichtEin alter Mann geht vorüber’ van Erich Kästner: ‘Ich könnte euch verschiedenes erzählen,Was nicht in euren Lesebüchern steht.Geschichten, welche im Geschichtsbuch fehlen,Sind immer die, um die sich alles dreht.’ De keuze voor deze tekst van pacifist en hybride publicist Kästner is niet toevallig. Hij verliet in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s Duitsland tijdens het Hitler-regime niet.

Ook de tekst is dubbelzinnig, want het kan zowel een oproep inhouden om zelf na te denken en altijd verder te kijken dan de schoolkennis en de status quo óf schoolkennis (of gecanoniseerde kennis) af te doen als desinformatie en te verwerpen. In de tekst zullen uiteenlopende segmenten van het politieke spectrum zich kunnen vinden. Ook daarom is het een passende tekst voor verder debat op een Pedagogische Hogeschool.

V&A krijgt kritiek voor presentatie fragment Robin Hood Gardens op Architectuur Biënnale Venetië. Wat is politieke rol van musea?

leave a comment »

Nu te zien op de 16de Architectuur Biënnale in Venetië als ‘reflectie op sociale woningbouw’ is een fragment van het in 2017 deels gesloopte Robin Hood Gardens complex in Oost-Londen. Het is iconische architectuur waarvan oud-bewoners zeggen dat het bewust verwaarloosd is om te kunnen slopen. Het behoorde tot de stroming van het brutalisme, ofwel béton brut of ‘ruw beton’. Een prachtig voorbeeld van Nederlandse brutalistische architectuur is het stadhuis van Terneuzen (1973) van Van den Broek en Bakema.

De toelichting zegt: ‘the Special Project at the Applied Arts Pavilion in the Sale d’Armi in the Arsenale, reflects upon the future of social housing by presenting a fragment of the social housing estate, Robin Hood Gardens, which was designed by Alison and Peter Smithson in East London and completed in 1972. Renewed for the third consecutive year, the collaboration between La Biennale and the Victoria and Albert Museum in London has made possible this exhibition curated by Christopher Turner and Olivia Horsfall Turner.

In mediareacties op de presentatie van een fragment van Robin Hood Gardens wordt gesproken over ‘art washing’ door het V&A, zoals hier in The Telegraph. Vrij vertaald is dat het witwassen via kunst. Dat zou dan betekenen dat het verdwijnen van een sociaal woningbouwcomplex wordt vergoelijkt door het een tweede leven in de kunst te geven. Critici vinden dat het dan beter helemaal kan verdwijnen omdat dat oprechter is.

Directeur Tristam Hunt van het V&A ontkent de beschuldiging van ’sociale zuivering’ en antwoordt er in een artikel op in The Art Newspaper: ‘Ik zie de rol van het museum niet als een politieke kracht, maar als een uitwisseling tussen burgers: het samenbrengen van gedeelde ruimte voor onveilige ideeën.’ Hij voegt eraan toe: ‘In een tijdperk van absolutistische, rechtvaardige identiteitspolitiek zijn deze plaatsen voor pluralisme belangrijker dan ooit’. Hunt neemt een politieke positie in door die te herroepen en overstijgend op te vatten.

Deze kwestie gaat over de rol die musea in de samenleving kunnen spelen en welke houding ze aan moeten nemen om niet door radicalen van links of rechts beschuldigd te worden van de politisering van de kunst. Dat is een smal pad de berg op. Kunst kan per definitie niet a-politiek zijn en musea dientengevolge evenmin, maar ze dienen wel voorzorgen te nemen om niet van partijdigheid beschuldigd te kunnen worden. Musea zijn geen woordvoerders namens de politiek, maar wel aanjagers en bemiddelaars van het publieke debat.

Foto: ‘Close-up of the reassembled fragment of the façade of Robin Hood Gardens, Pavilion of Applied Arts, at the Venice Architecture Biennale Victoria and Albert Musuem, London

Utrechtse Vredenburgplein: plek voor kunst. Succesvol project in de openbare ruimte?

with 4 comments

Update 3 juni 2019: Op 5 juni is de officiële opening van het vernieuwde Vredenburg. Het wordt door de onzichtbaarheid van het mozaïek als mislukt beschouwd. De Volkskrant zette het gisteren in een artikel op een rijtje. Opvallend is dat wethouder Victor Everhardt (D66) zegt tevreden te zijn over het resultaat. Hij zegt dat er geen fouten zijn gemaakt. Maar als een fout niet erkend wordt kan er ook niet van geleerd worden voor een volgende keer. Het project is mislukt, maar niemand in de Utrechtse politiek blijkt er verantwoordelijkheid voor te nemen. 

Update 20 september 2018: Er is kritiek op het kunstwerk ‘Markt Mozaïek’ van Jennifer Tee op het Utrechtse Vredenburgplein. De zichtbaarheid zou ontbreken en de half miljoen graniettegels zouden vervuild of lastig schoon te houden zijn. In de Utrechtse raad hebben SP en GroenLinks schriftelijke vragen gesteld. Zijn er fouten gemaakt en waren die te vermijden geweest? In een commentaar van 3 juni 2017 voorspelde ik de mislukking en legde die bij de tunnelvisie van het toenmalige stadsbestuur die te strikte randvoorwaarden aan de kunstenaars oplegde. Is dat niet de essentie van de problemen en zou daar het debat niet over moeten gaan in plaats van over de kosten en details van de uitvoering? Maar dat vraagt zelfreflectie van de raad. 

In een brief aan de Utrechtse raad informeert wethouder Victor Everhardt (D66) ‘over de voortgang van het traject ‘Kunst op het Vredenburgplein’ en de herinrichting van het plein’. Vijf kunstenaars zijn geselecteerd ‘door de kunstadviseurs van het Artistieke Team in samenwerking met een kunstbegeleidingsgroep (bewoners, (markt)ondernemers en andere gebruikers)’. Het zijn Krijn de Koning (Nederland, 1963), Jennifer Tee (Nederland, 1973), Inti Hernandez (Cuba, 1976), Lucas Lenglet (Nederland, 1972) en Jon Rafman (Canada, 1981). Everhardt is verantwoordelijk voor het stationsgebied en niet voor cultuur. Cultuurwethouder is Kees Diepeveen (GL). In het verlengde hiervan is de gemeente een publieksactie begonnen om dit project onder de aandacht te brengen. Ook niet-Utrechters met een email adres kunnen tot 19 juni een stem uitbrengen.

Kunst in de openbare ruimte is door de uiteenlopende belangen vaak een ongelukkige combinatie. Dat vertaalt zich in een stroperige besluitvorming met een groot aantal betrokkenen met uiteenlopende belangen. Dat maakt het in Nederland bijna onmogelijk om er een succes van te maken. Vaak wordt niet het artistiek beste project gekozen. En dit staat nog los van de voorselectie door een projectgroep waar economische, ruimtelijke en politieke belangen moeten worden afgewogen zonder dat dit in de openbaarheid komt.

Ook het Vredenburgplein als ‘Plek voor Kunst’ is een weerbarstig project. De aap komt uit de mouw in de randvoorwaarden die Everhardt in zijn brief schetst: ‘De opdrachtomschrijving (..) is afgestemd op de diverse randvoorwaarden die op het plein van toepassing zijn zoals het tijdig kunnen realiseren van 65 standplaatsen, 14 bomen en voldoende zitgelegenheid. Hierover zijn ook afspraken gemaakt met de markt, initiatiefnemers, ondernemers en aanwonenden.’ De kunstenaars zijn met deze opdracht aan handen en voeten gebonden en kunnen niet ‘royaal’ uitpakken. Door de randvoorwaarden wordt het kunstwerk bij voorbaat ingeperkt. Vooral in volume. Niet dat kunstenaars die in de openbare ruimte werken dit niet gewend zijn, maar als voorwaarden te beperkend zijn verschuift de aandacht naar de vraag welke belangen ermee gediend worden. Een en ander roept vooral de vraag op waarom niet voor een plek in het centrum van Utrecht is gekozen waar voorwaarden minder beperkend zijn en de kunstenaars beter kunnen uitpakken. Met een beter kunstwerk tot gevolg.

Daarbij komt dat op de ruimtelijk denkende Krijn de Koning na de geselecteerde kunstenaars als een vorm van micky mousing kiezen voor het vanzelfsprekende en dat herhalen. Ze verliezen zich in sociaal gerichte kunst die onnodig fragmenteert op een toch al zo lastig plein. Ze voegen geen extra dimensie (beeldbepalend, herkenbaarheid, architectonische stevigheid) toe aan de plek of durven daar haaks op te staan, maar herhalen wat het al is: een ontmoetingsplek. Daardoor verzuipt hun kunst in de plek tussen de bouwvolumes. De Koning valt te prijzen omdat hij er als enige naar streeft om een beeldend werk te maken dat de functie van de plek niet herhaalt, maar overstijgt. Maar ook hij heeft het te stellen met beperkende randvoorwaarden.

Controversiële kunst in Florida. ‘The Face of MLK’ van Jerry Sparkman verwijderd na politieke druk. Censuur of vrijheid?

with 2 comments

Een controverse over kunst in Newtown (Sarasota) in Florida. Architect Jerry Sparkman heeft onder druk van activisten zijn werk ‘The Face of MLK‘ teruggetrokken van de inmiddels stopgezette tentoonstelling ‘Human Tales on Refrigerator Doors’ in The Center for Architecture Sarasota. In een toelichting zegt Sparkman dat het niet zijn opzet was te beledigen, maar dat het wel zo uitpakt, aldus een bericht in de lokale Herald-Tribune.

De titel verwijst niet naar Martin Luther King, maar naar de Martin Luther King Boulevard in Newtown. Daar zegt Sparkman als architect commentaar op te geven met zijn collage. Hij voegde elementen samen, zoals spuiten, plastic zakjes gevuld met wit poeder, luidsprekers en basketbalschoenen. Onder meer omdat hem in Newtown verschillende keren drugs zijn aangeboden. De reflectie van Sparkman op de buurt werd hem door activisten van Black Lives Matter Manasota niet in dank afgenomen omdat hij de buurt zou stigmatiseren met zijn werk dat volgens een activist zelfs ‘schaamteloos racistisch’ zou zijn. De collage hing eerder 8 maanden op de 2016 Architectuur Biennale in Venetië zonder dat dit tot beschuldigingen, opwinding of actie leidde.

Foto: Schermafbeelding van collageThe Face of MLK’ van Jerry Sparkman die tot controverse leidde in Newtown, Florida.