Geldzucht en juridische strijd over nalatenschap Henry Darger beschadigen naam van de Lerners die zich sterk voor zijn kunst maakten

Schermafbeelding van deel artikelJuridische strijd om nalatenschap outsider-kunstenaar Henry Darger‘ van Arjen Ribbens in NRC, 8 februari 2021.

Arjan Ribbens besteedt voor NRC in een artikel aandacht aan outsider-kunstenaar Henry Darger en zijn nalatenschap waarover een juridische strijd wordt uitgevochten. Mede omdat diens werk op veilingen tegenwoordig voor veel geld wordt gekocht.

Aanleiding is een artikel in The New York Times van Robin Pogrebin waarin Dargers toenmalige huisbaas Nathan Lerner en zijn vrouw Kyoko in een kwaad daglicht worden gezet. Ze zouden Dargers kunst weliswaar van de vergetelheid hebben gered, maar zich die ook hebben toegeëigend. Dat is de aantijging van Dargers verre familieleden die bijna 50 jaar na zijn dood in beeld komen dankzij de inspanningen van Ron Slattery, een kunstverzamelaar uit Chicago. De nog in leven zijnde Kyoko reageert er via haar advocaat niet op.

In een commentaar over een foto van Lerner schreef ik in november 2021: ‘Lerner is ook bekend om zijn betrokkenheid bij de zeer katholieke outsider kunstenaar Henry Darger die in een huis van hem naast zijn eigen huis woonde. Ze zagen elkaar dagelijks. Hilarisch en melancholisch is wat Lerners weduwe Kiyoko daarover vertelt. Zelfs de zo in China geïnteresseerde kunstenaar Pedro Bakker schreef een artikel over Darger door wie hij zich liet inspireren.’

Ribbens zet niet alle feiten goed op een rijtje. Dat doet afbreuk aan dit interessante verhaal van een diep-religieus en getroebleerd individu in Chicago die aan de zelfkant van de maatschappij terechtkwam en postuum wordt gewaardeerd als kunstenaar. Zijn werk en nalatenschap zijn in het spervuur van het grote geld terechtgekomen.

Ribbens zegt: ‘Bij zijn leven maalde niemand om Henry Darger’. Bedoelt hij hier nou de persoon of zijn kunst? Hier dan ook is dit in tegenspraak met wat ontwerper, fotograaf en Dargers huisbaas Nathan Lerner en diens echtgenote Kyoko daarover zeggen in hun herinneringen aan Henry Darger. Maar het lijkt ook in tegenspraak met wat Ribbens in zijn artikel schrijft als hij zegt: ‘De Lerners hebben in het verleden herhaaldelijk aangegeven Darger in het verpleeghuis te hebben opgezocht‘. Feit is dat de lastige Darger zich mogelijk liet helpen.

Suggereert Ribbens dat de Lerners achteraf hun rol in de zorg voor Darhers groter hebben gemaakt dan die werkelijk was? Dat is mogelijk, maar dat moet dan wel hard worden gemaakt. Dat doet het artikel in The New York Times niet en Ribbens evenmin. In hun herinneringen geven de Lerners veel feiten over hun betrokkenheid bij Darger die tot nu toe niet zijn weersproken.

Kyoko eindigt haar herinnering aan Henry Darger zo: ‘As far as storage and conservation are concerned, Henry’s paintings remained in the room until around 1990 when Nathan put the paintings into protective sleeves. Now the majority of the works are stored in Mylar sleeves so they can be handled without causing damage. Henry’s paintings are spread throughout museums around the world, mostly through donations. Much of Henry’s work is at the American Folk Art Museum in New York. They have writings, source materials, and the collection of books from his room as well as many paintings. There are also many paintings in private collections. As in the past, I am not making any efforts to promote the paintings to the public, but I always help when people come to me with ideas for projects. The exposure to Henry’s life’s work has inspired many other artists to create visual art, music, theater, and dance‘.

Wat er waar is van de aantijging dat de Lerners financieel hebben geprofiteerd van de verkoop van Dargers kunst valt te bezien. Dat moet nog maar bewezen worden. Michael Bonesteel neemt het op voor de Lerners en krijgt het laatste woord. Maar dan nog, als ze zich niet sterk hadden gemaakt voor Dargers kunst dan hadden The New York Times en Ribbens er nooit van gehoord. Dan was het werk van Darger die wordt beschouwd als de belangrijkste outsider- kunstenaar van de VS nooit op veilingen voor veel geld verkocht en nooit onderwerp van een juridische strijd over de nalatenschap geworden.

Dit verhaal over de tragische Henry Darger lijkt van de daken te schreeuwen dat men meer heeft aan een goede buur dan aan een verre vriend of ver familielid. Die laatsten worden opgetrommeld en laten zich voor een karretje spannen omdat verderop het grote geld wacht. Dat is tragiek zonder ziel.

Advertentie

‘Murder on the Brouwn Express’. Flaters bij inzending voor Biënnale Venetië 2019: Mondriaan Fonds, Tempel en jury. De leegte regeert

De Nederlandse kunstwereld is in rep en roer. Zoals iedereen in rep en roer is en zich verzet tegen het een of het ander. Ontspannen achterover leunen is tegenwoordig de buitensporige reactie geworden. Het gaat om de conceptuele Surinaams-Nederlandse kunstenaar stanley brouwn (1935-2017). Een plan van museumdirecteur Benno Tempel waarin diens werk werd gepresenteerd onder verantwoordelijkheid van het Mondriaanfonds was door een jury geselecteerd als Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië 2019, maar nu blijkt dat toch weer niet het geval. In de revisie is het teruggebracht tot een eerbetoon aan hem. De uitmuntende Surinaams-Nederlandse kunstenaars Remy Jungerman en Iris Kensmil worden wel getoond in Venetië.

Bovenstaande verklaring van het Mondriaan Fonds is ontwijkend en onbegrijpelijk. ‘Wat blijft is de leegte die stanley brouwn achterlaat’, zo heet het. Als dat op te vatten valt als de intellectuele leegte van directeur Birgit Donker van het Mondriaanfonds, projectontwikkelaar Benno tempel en de juryleden dan klopt de verklaring, anders is het onzin. Een leegte die dient als inspiratiebron en ingevuld wordt houdt op een leegte te zijn.

Deze kwestie doet denken aan de detective ‘Murder on the Orient Express’. Alle verdachten samen hadden de moord gepleegd. Detective Poirot die het complot ontrafelt stelt de verdachten voor de keuze of hij aan de politie de simpele of de complexe uitleg geeft. Men kiest voor de simpele uitleg die de verdachten buiten schot laat. Dat gaat buiten de schuldvraag om. Het Mondriaan Fonds kiest ook voor de simpele uitleg.

Nu zijn wij toeschouwers van het drama ‘Murder on the Brouwn Express’. We weten niet wat we zien. Alle verdachten hebben steekjes laten vallen. Al die steekjes samen tellen op tot een flater van de eerste orde. Zowel de jury die tot de keuze van stanley brouwn kwam, curator Tempel die het projectplan ontwikkelde als het begeleidende en faciliterende Mondriaan Fonds hebben samen deze artistieke moord gepleegd.

Maar van hem die met zijn werk niet gefotografeerd wilde worden en afstand hield van het kunstwereldje moesten Tempel en de juryleden toch geweten hebben dat zo iemand niet zomaar geannexeerd kan worden? Ook nog eens met de kennis van de spreekwoordelijk kritische weduwe en bewaakster van het oeuvre en de nalatenschap op de achtergrond. Type weduwe Simon Vestdijk of Constant Nieuwenhuys. Dit is een flater die de vraag oproept of Tempel, Donker en de juryleden in hun slonzige onachtzaamheid beseffen waarmee ze bezig zijn. Dit soort tussenpersonen en ‘kunstprofessionals’ promoveren zichzelf op deze manier tot de grootste vijanden van kunst. Want ze beschadigen de kunstsector van binnenuit. Dat is erger dan Zijlstra.

Zo kiezen de verantwoordelijken ervoor om het drama ‘Murder on the Brouwn Express’ af te laten open met een sisser. Ze kiezen ervoor om de simpele uitleg naar buiten te brengen. Want de publieke opinie eist hoe dan ook een verklaring. De complexe uitleg en zelfreflectie zijn te beschadigend voor henzelf. Stel je voor als uitkomt dat de betrokken kunstprofessionals in dit project in commissie faalden. Je moet er niet aan denken.

Voor verder lezen: de kanttekening  van Jeroen Bosch (Trendbeheer).

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtVerklaring Nederlandse inzending Biennale van Venetië 2019’ van Mondriaan Fonds, zonder datum.

Foto 2: STANLEY BROUWN (1935 – 2017), Project voor het Rijksmuseum Kröller-Müller, 1984 – 1985.