George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Haags Gemeentemuseum

Dommering schiet in de derde helft van kwestie-Ruf zijn opinie richting gemeentebestuur. Met welke organisatie en ambitieniveau?

with 2 comments

Kunstliefhebber en jurist Egbert Dommering geeft opnieuw zijn opinie in Het Parool over het Stedelijk Museum. Dat nieuwsmedium dat de medestanders van Ruf een podium biedt, zich pro-Ruf opstelt en op een gegeven moment zelfs in een proxy-oorlog met het Ruf-kritische NRC verzeilde. Dommering gaf eerder zijn opinie op 4 juni 2018. Een stuk vol aannames en lacunes, ondersteunend bewijs, maar geen ‘smoking gun’. Opnieuw richt hij zijn pijlen op het Amsterdamse gemeentebestuur dat hij beticht van machtsmisbruik.

Dommering herhaalt opnieuw de Parool-waarheid dat in juni 2018 de commissie-Eisma Ruf in een rapport van blaam gezuiverd heeft. Het valt te betwijfelen of dat klopt. Hij hanteert hierbij een eng-juridische opvatting en laat de ethiek buiten beschouwing. Want hoe kan het anders uitgelegd worden dat Ruf van de Zwitserse uitgeverij Ringnier tijdens haar dienstverband bij het Stedelijk een bonus van 1 miljoen Zwitserse francs kreeg en ook nog neveninkomsten van meer dan 100.000 euro per jaar? Waar waren in die jaren de toezichthouders die ongemakkelijke vragen stelden aan de directie? Zagen directie en Raad van Toezicht niet gewoon elkaars fouten door de vingers om voor zichzelf meer ruimte te bemachtigen? Dat is niet van blaam gezuiverd zijn, dat is verwijtbaar gedrag en aangewende passiviteit door de instructies bewust te negeren.

Dommering maakt het deze keer nog bonter omdat hij zichzelf luid en duidelijk tegenspreekt door uit een langlopende ontwikkeling de actualiteit te laten volgen. Van de ene kant vraagt hij zich terecht af wat het toch is waardoor het Stedelijk hapert (‘Hoe komt het dat de staf zich telkens tegen de artistieke directeur opstelt? Zit het artistiek-commerciële management wel goed in elkaar?’), maar van de andere kant keert hij zich opnieuw tegen het gemeentebestuur en lijkt een lans te willen breken voor de sponsors en geldgevers.

Vooral dat laatste is mal. Dommering weet toch dat het vooral de coterie van multimiljonairs in de Raad van Toezicht en de sponsors in de directe omgeving daarvan is geweest dat het Stedelijk in de problemen heeft gebracht? Het is verre van logisch om nu juist in die hoek de oplossing te zoeken. Het kan zijn dat het gemeentebestuur met een nieuwe burgemeester in de aanpak van het Stedelijk Museum niet voortvarend is en het vanwege hypercorrectie uit angst voor nieuwe ontsporingen te weinig ruimte geeft, maar dat betekent nog niet dat de oplossing voor de jarenlange stagnatie in het gebrek aan commercieel inzicht ligt. Eerder het omgekeerde lijkt het geval, er was een teveel aan verkeerd commercieel inzicht. De kritiek daarop klonk in de openbaarheid al in 2005. De multimiljonairs en ondernemers hadden het bij het Stedelijk voor het zeggen en hielden het museum niet aan zijn opdracht. Het is begrijpelijk dat een in zo’n 15 jaar scheefgegroeide situatie niet op korte termijn hersteld kan worden. Daarom is het ongeduld van Egbert Dommering voorbarig.

De twee sleutelwoorden om het verval van het Stedelijk Museum goed te begrijpen zijn ‘bedrijfscultuur’ en ‘ambitieniveau’. Het eerste was ontspoord en het laatste te hoog. Een ambitieniveau dat vergelijkbaar is met Museum Boijmans van Beuningen of het Haags Gemeentemuseum lijkt beter bij het Stedelijk te passen. Laat het Stedelijk eerst maar eens nationaal de toppositie pakken, voordat het internationale ambities probeert te volgen en ten onder gaat aan Mokumse bravoure. Door slim opereren en het inzetten van de eigen collectie kan het Stedelijk incidenteel best internationaal toonaangevende tentoonstellingen realiseren. En niet van gearriveerde kunstenaars met een groot commercieel belang waar nu eenmaal het budget voor ontbreekt, maar van aanstormende kunstenaars die vroegtijdig worden gescout en vastgelegd. Dommering heeft gelijk dat de juiste toepassing van de Code cultural governance geen handleiding voor het opzetten van een goede organisatie en bestuur is. Maar om het gemeentebestuur dat het ontspoorde museum uit de modder probeert te trekken te waarschuwen voor moreel puritanisme is een gotspe die oorzaak en gevolg opzichtig omkeert.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelStedelijk is nog altijd beschadigd door affaire-Ruf’ van Egbert Dommering in Het Parool, 23 oktober 2018

Advertenties

Vulgariseren door marketing. Kan Haags Gemeentemuseum taak als bewaker van erf- en gedachtegoed van Mondriaan serieus aan?

with 5 comments

Je zou maar directeur van het Haags Gemeentemuseum zijn en op zaterdag 23 juni 2018 deze advertentie op de achterkant van het katern Economie van NRC aantreffen. Op de foto is een zeilboot op zee te zien met driemaal de naam ‘Brunel’, op de boeg de naam ‘Volvo Ocean Race’ en op het voorzeil een Mondriaan-achtige grafiek die de naam ‘The Hague’ omsluit. Voor wie de foto dan nog niet begrepen heeft biedt de advertentie overbodigheid. De namen Den Haag, Brunel en Mondriaan worden in de marge herhaald onder de titel ‘Op naar Den Haag; veel succes!’ Logo en naam van het Gemeentemuseum zijn onderaan de advertentie te lezen.

In een persbericht van 10 december 2017 geeft het Haags Gemeentemuseum uitleg. De inhoud ervan is zo leeg, onbeduidend en ongerijmd dat de verleiding om uit het persbericht te citeren niet te weerstaan valt:
1) Schipper Bouwe Bekking van ‘Team Brunel’: ‘Wij zijn blij dat we Mondriaan aan boord hebben op onze nieuwe ‘mast head code 0’ zeil. Heeft Bekking dat werkelijk gezegd of is het waarschijnlijker dat hem dat in de mond gelegd wordt door de betrokken marketeers van dit project?
2) Over het Mondriaan jaar 2017: ‘Het Mondriaan jaar mag een doorslaand succes genoemd worden, want vele nationale en internationale bezoekers bezochten de stad en het museum.’ Door wie mag het Mondriaan jaar dan wel een ‘doorslaand succes’ genoemd worden als het bereik en de bezoekcijfers de enige maatstaf lijken te zijn? De jongens en meisjes van de marketing lijken kwaliteit met kwantiteit te verwarren.
3) ‘De campagne heeft aangetoond dat de kunstenaar Mondriaan verbindt en inspireert. Mondriaan is daadwerkelijk ontdekt, massaal omarmd door jong en oud en overduidelijk voor altijd verbonden met de stad Den Haag.’ De suggestie is dat Piet Mondriaan in Den Haag door deze campagne pas in 2017 ‘daadwerkelijk ontdekt’ is. Waar laat dat alle publiciteit van voor die tijd, zoals de aankoop van Mondriaans ‘Victory Boogie Woogie’ (1944) in 1997 voor 37 miljoen euro die met veel publiciteit over aankoop en tentoonstelling vanaf 1998 in het Haags Gemeentemuseum gepaard ging? De campagne claimt onterecht de ontdekking van Mondriaan. Vraag is of deze ongerede claim voortkomt uit onbenulligheid en gebrek aan (kunst)historisch besef of uit berekening om via de marketingcampagne nog eens extra in een verwijzing naar zichzelf oneigenlijk een succesvol resultaat van de campagne te claimen?
4) Oud-wethouder Karsten Klein (CDA): ‘Met dit initiatief – een Mondriaan spinakerzeil voor Team Brunel – laat Den Haag zien dat het de ultieme bestemming is voor de Volvo Ocean Race teams.’ Opnieuw passeert de flinterdunne logica van de marketing met als favoriete stijlvorm de cirkelredenering die deze keer de lege huls van een wethouder met eigen prietpraat vult. De marketing volgt de afgesloten logica van de marketing zonder dat nog enig verband met de echte wereld kan worden gelegd. Deze marketing draait in zichzelf rond. De claim is dat marketing werkt omdat marketing bestaat. Deze campagne lijkt zo vooral een campagne voor het belang van marketing te worden.

De publiciteit werd vooral de laatste dagen overspoeld door berichten die overduidelijk door de afdeling marketing van Team Brunel waren ingestoken en als kant-en-klare content voor artikelen in de Nederlandse pers werden aangeleverd. Zo schreef Omroep West in het bericht ‘Wederopstanding Team Brunel in Volvo Ocean Race door Mondriaan-zeil’ waarbij niet geheel toevallig de drie hoofdsponsors (Brunel, Volvo, Den Haag) in de titel worden genoemd op 24 juni: ‘Toen we die zeilen met dat Mondriaan-ontwerp ontvingen, vonden we het aan boord allemaal meteen helemaal super. Het zeil heeft ons geleerd weer te lachen. Je wordt er vrolijk van. Van de kleuren, het design. Ik heb er echt hele mooie herinneringen aan inmiddels.’ Mondriaan wordt zo door de marketing van Brunel gereduceerd tot een ontwerp op een zeil waarom te lachen valt.

Dat had directeur Benno Tempel allemaal in zijn ‘eigen’ persbericht en de advertentie in NRC kunnen lezen. Mondriaan wordt door de gemeente Den Haag ingezet als marketinginstrument en het Gemeentemuseum heeft daarin te volgen. Het woord dat voor deze gang van zaken in gedachten schiet is het Germanisme Fremdkörper. Marketing is de insluiper, de binnendringer, de infiltrant, de spion die onder de dekmantel van een valse identiteit en onder het gezag van het gemeentebestuur het Gemeentemuseum binnendringt en daar handelingen verricht ten behoeve van de versterking van de strategische marktpositie van de gemeente Den Haag en arbeidsbemiddelaar Brunel. Het Gemeentemuseum is hierbij niet de katalysator die ongehinderd uit het proces komt, maar de partij die in de kern beschadigd wordt door de marketing voor andere partijen. Het Gemeentemuseum is als bewaker van Mondriaans erf- en gedachtegoed machteloos om het uit handen van marktpartijen te redden. Dat is een bevinding die de zwakke positie van het Gemeentemuseum demonstreert. Overigens eindigde Team Brunel als derde van de zeven teams. Ondanks het ‘vrolijke’ Mondriaan-zeil.

Foto 1: Advertentie in NRC, 23-24 juni 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van een tweet van Omroep West Sport in artikelWederopstanding Team Brunel in Volvo Ocean Race door Mondriaan-zeil’ van Omroep West, 24 juni 2018.

‘Murder on the Brouwn Express’. Flaters bij inzending voor Biënnale Venetië 2019: Mondriaan Fonds, Tempel en jury. De leegte regeert

with one comment

De Nederlandse kunstwereld is in rep en roer. Zoals iedereen in rep en roer is en zich verzet tegen het een of het ander. Ontspannen achterover leunen is tegenwoordig de buitensporige reactie geworden. Het gaat om de conceptuele Surinaams-Nederlandse kunstenaar stanley brouwn (1935-2017). Een plan van museumdirecteur Benno Tempel waarin diens werk werd gepresenteerd onder verantwoordelijkheid van het Mondriaanfonds was door een jury geselecteerd als Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië 2019, maar nu blijkt dat toch weer niet het geval. In de revisie is het teruggebracht tot een eerbetoon aan hem. De uitmuntende Surinaams-Nederlandse kunstenaars Remy Jungerman en Iris Kensmil worden wel getoond in Venetië.

Bovenstaande verklaring van het Mondriaan Fonds is ontwijkend en onbegrijpelijk. ‘Wat blijft is de leegte die stanley brouwn achterlaat’, zo heet het. Als dat op te vatten valt als de intellectuele leegte van directeur Birgit Donker van het Mondriaanfonds, projectontwikkelaar Benno tempel en de juryleden dan klopt de verklaring, anders is het onzin. Een leegte die dient als inspiratiebron en ingevuld wordt houdt op een leegte te zijn.

Deze kwestie doet denken aan de detective ‘Murder on the Orient Express’. Alle verdachten samen hadden de moord gepleegd. Detective Poirot die het complot ontrafelt stelt de verdachten voor de keuze of hij aan de politie de simpele of de complexe uitleg geeft. Men kiest voor de simpele uitleg die de verdachten buiten schot laat. Dat gaat buiten de schuldvraag om. Het Mondriaan Fonds kiest ook voor de simpele uitleg.

Nu zijn wij toeschouwers van het drama ‘Murder on the Brouwn Express’. We weten niet wat we zien. Alle verdachten hebben steekjes laten vallen. Al die steekjes samen tellen op tot een flater van de eerste orde. Zowel de jury die tot de keuze van stanley brouwn kwam, curator Tempel die het projectplan ontwikkelde als het begeleidende en faciliterende Mondriaan Fonds hebben samen deze artistieke moord gepleegd.

Maar van hem die met zijn werk niet gefotografeerd wilde worden en afstand hield van het kunstwereldje moesten Tempel en de juryleden toch geweten hebben dat zo iemand niet zomaar geannexeerd kan worden? Ook nog eens met de kennis van de spreekwoordelijk kritische weduwe en bewaakster van het oeuvre en de nalatenschap op de achtergrond. Type weduwe Simon Vestdijk of Constant Nieuwenhuys. Dit is een flater die de vraag oproept of Tempel, Donker en de juryleden in hun slonzige onachtzaamheid beseffen waarmee ze bezig zijn. Dit soort tussenpersonen en ‘kunstprofessionals’ promoveren zichzelf op deze manier tot de grootste vijanden van kunst. Want ze beschadigen de kunstsector van binnenuit. Dat is erger dan Zijlstra.

Zo kiezen de verantwoordelijken ervoor om het drama ‘Murder on the Brouwn Express’ af te laten open met een sisser. Ze kiezen ervoor om de simpele uitleg naar buiten te brengen. Want de publieke opinie eist hoe dan ook een verklaring. De complexe uitleg en zelfreflectie zijn te beschadigend voor henzelf. Stel je voor als uitkomt dat de betrokken kunstprofessionals in dit project in commissie faalden. Je moet er niet aan denken.

Voor verder lezen: de kanttekening  van Jeroen Bosch (Trendbeheer).

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtVerklaring Nederlandse inzending Biennale van Venetië 2019’ van Mondriaan Fonds, zonder datum.

Foto 2: STANLEY BROUWN (1935 – 2017), Project voor het Rijksmuseum Kröller-Müller, 1984 – 1985.

NRC inventariseert wat er mis is in de directie van het Stedelijk. Maar wat is de dieperliggende oorzaak voor het jarenlang falen?

with 4 comments

Het is geen geheim dat het al jaren rommelt in de top van het Stedelijk Museum (SM) in Amsterdam. Het is een slangenkuil. Velen sleuren eraan om het op orde te krijgen, maar dat wil niet lukken. De paradox is dat het SM een roemrijk verleden heeft, maar daar niet de essentie uithaalt voor nu. Het museum loopt over van ambitie en een complex dat ook dat andere gevallen Amsterdamse icoon Ajax teistert. Namelijk zelfoverschatting en een teveel aan goochem. Die grenzeloze ambitie vertaalt zich in de keuze door de Raad van Toezicht van de laatste twee directeuren (Goldstein en Ruf). Die moesten per se buiten de grenzen gevonden worden terwijl geschikte Nederlandse directeuren konden doorschuiven. Met als gevolg dat er directeuren worden geparachuteerd met een netwerk in de internationale kunstwereld of -handel, maar zonder een Amsterdams of Nederlands netwerk. Dit roept de vraag op wie toezicht houdt op de Raad van Toezicht. Daan van Lent en Arjen Ribbens zetten het voor NRC op een rijtje in een eerste artikel van een tweeluik over het museum.

Directe aanleiding voor het tweeluik is het afscheid van zakelijk directeur Karin van Gils die uit nood geboren tijdens het directoraat van Goldstein per 1 januari 2013 tot algemeen directeur werd benoemd. Daarna verscheen nooit een persbericht dat meldde dat ze dat niet langer was. Alleen dat al geeft de chaos, de slechte communicatie, de competentiestrijd in de top en de zorgwekkende rol van de Raad van Toezicht aan.

Van Lent en Ribbens omschrijven het prachtig, maar toch ontbreekt er iets. Wellicht komt dat nog in het tweede deel aan de orden. Wekt het artikel geen valse tegenstelling als het over de koers van het SM zegt: ‘Een breed opererende instelling, die mikt op zo veel mogelijk bezoekers en zo hoog mogelijke eigen inkomsten? Of een museum waarin bezoekcijfers ondergeschikt zijn aan een voortrekkersrol op het terrein van jonge internationale kunst?’ Is dat nou de essentie, de keuze tussen deze twee smaken? Is er niet meer?

Wie teruggaat in de recente geschiedenis van het SM en probeert te achterhalen wat de directeuren Sandberg, De Wilde en Beeren in de gouden tijd (1945-1990) met het SM deden raakt aan begrippen als ‘enthousiasme’, ‘urgentie’, ‘openheid’, ‘midden in de eigen tijd’ en ‘maatschappelijk betrokken’. Uiteraard was dat in een andere tijd met een ander Amsterdam, een ander Nederland, en een minder geglobaliseerde internationale kunstwereld met andere machtsverhoudingen. Toch wordt bij dat verleden onvoldoende aangehaakt. Het is wat anders dan de marketing van Van Gils of de kunstgeschiedenis van Ruf. Of zoals Jan Christiaan Braun of Rob van Koningsbruggen zouden zeggen, de verborgen kunsthandel van Ruf en de Raad van Toezicht.

Anders gezegd, het SM moet teruggaan naar de eigen kern van toen. En daaraan 25% van het DNA van het Van Abbemuseum (politieke urgentie en betrokkenheid), 25% van Boijmans (hoog tempo in de programmering, en dynamiek) en 25% van het Haags Gemeentemuseum (intelligente publieksvoorstellingen) aan toevoegen.

En 19 miljoen euro subsidie per jaar valt uit de toon bij Boijmans en het Haags Gemeentemuseum die het ongeveer met de helft doen en iets minder dan 10 miljoen euro krijgen. Met 19 miljoen is meer te doen. Om te beginnen kan er de trap mee schoongeveegd worden door de Raad van Toezicht aan de kant te zetten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe twee directeuren van het Stedelijk konden nooit goed met elkaar overweg’ van Daan van Lent en Arjen Ribbens in NRC, 5 oktober 2017.

Vulgarisering van dode kunstenaars: Rietveld, Mondriaan. Dansje van JB Productions en kunsthandel van het Stedelijk Museum

with 7 comments

Je zou maar kunstenaar of architect zijn met de naam Van Gogh, Mondriaan of Rietveld. Jaren na je dood wordt je ingezet voor marketing, stadspromotie, commerciële projecten of kunsthandel. Als koektrommel eindig je. Wie komt er in hemelsnaam op voor de nagedachtenis van dode kunstenaars? Ze zijn vogelvrij. Iedereen kan met hun roem aan de haal gaan. Dat JB Productions een graantje van een kleine duizend euro per optreden meepikt met ‘de Mondriaan danseressen’ die ‘een spetterend dansoptreden verzorgen’ met ‘de dansact volledig in de stijl van Mondriaan en met originele details uitgewerkt’ is nog onschuldig vermaak.

Maar wat te denken van de provincie Utrecht die de kunstenaars van De Stijl reduceert tot een merk van economie en toerisme? Of het Stedelijk Museum Amsterdam dat in 2016 een vervalste Mondriaan uitleende aan het Brusselse kunstencentrum Bozar, zoals uit een bericht van de NRC blijkt? De anonieme Zwitserse eigenaar is een kennis van Stedelijk-directeur Beatrix Ruf. Die eigenaar was er verschillende malen op gewezen dat het werk vals was. Betrapt, zei het Stedelijk afgelopen woensdag in een verklaring dat ‘de taak van een museum is om kunst te laten zien, niet om de authenticiteit van een werk te bepalen’. Werkelijk? Is het volgens het Stedelijk niet de taak van een museum dat bemiddelt bij bruikleenverkeer om in te staan voor authenticiteit? Het commentaar vanuit het Haags Gemeentemuseum (met expertise over Mondriaan) is dodelijk: ‘Wat betreft Mondriaan praat ik liever over de professionaliteit van het Haags Gemeentemuseum dan over het amateurisme bij het Stedelijk’. Is Beatrix Ruf wellicht bezig met een geheime operatie om criticasters als Rob van Koningsbruggen of Jan Christiaan Braun van munitie te voorzien? Met dank aan Piet Mondriaan.

Nieuwe bestemming van Amerikaanse ambassade in Den Haag. Op zoek naar authenticiteit: Escher Museum, Hotel Corona of … ?

with one comment

hc

Een opvallend bericht in het AD. Het gaat om de nieuwe bestemming van de Amerikaanse ambassade aan het Haagse Lange Voorhout. Het gebouw van Marcel Breuer dat eigendom is van de gemeente Den Haag komt in 2017 vrij als de Amerikaanse ambassade verhuist naar de Waalsdorperlaan bij renbaan Duindigt. In januari 2016 koos het Haagse stadsbestuur voor een combinatie van een hotel en een museum als nieuwe bestemming waarbij het Escher Museum dat onderdeel is van het Haagse Gemeentemuseum door het college als belangrijke kanshebber wordt gezien. Er is echter een overwegend bezwaar tegen de vestiging van het Escher Museum in het Breuer-gebouw. Het beschikt niet alleen niet over een eigen collectie, maar deze bruiklenen zijn geen origineel werk. Het Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2020 Den Haag (p. 86) is er kritisch over: ‘Bovendien is het merendeel van de geëxposeerde objecten niet authentiek; de presentatie van Eschers werken omvat overwegend facsimile’s.’ Vraag is of dit gebrek aan authenticiteit de exploitatie van 5000 m2 museumruimte en hoge ontwikkelings- en exploitatiekosten rechtvaardigt.

De nieuwe bestemming van de Amerikaanse ambassade is dus nog geen gelopen race. De plannenmakers die zich in het AD presenteren voegen er weinig duidelijkheid aan toe: ‘Een groep Haagse ondernemers wil in het gebouw een museum voor moderne en hedendaagse kunst vestigen. Volgens woordvoerder Emile Gassler – tevens eigenaar van Hotel Corona – moet het een ‘museum op wereldniveau‘ worden. Met hun schot voor de boeg bevestigen ze hun bestaan, maar plannen hebben ze nog niet: ‘De ondernemers achter het nieuwe concept hebben nog geen concreet plan ingediend bij de gemeente, meldt een zegsman.’ Vraag is of het een hoteleigenaar te doen is om het museum of toch om het uitbaten van de eigen expertise: de exploitatie van het hotelgedeelte. Wellicht is het een goed idee om verder te kijken dan het Escher Museum of Hotel Corona.

Foto: Still van eetzaal uit promotievideo van Hotel Corona Den Haag.

Gevraagd: overheidsbijdrage van € 30 miljoen in museumkaart. Cultuurparticipatie!

with 3 comments

sTJEYmbAlNTrWPzj.png

Een volwassenticket voor het Stedelijk Museum kost € 15, voor het Rijksmuseum € 17,50, voor Boijmans € 17,50, voor het Van Gogh Museum € 17, voor het Nederlands Openluchtmuseum  € 16, voor het Anne Frank Huis € 9 en voor het Haags Gemeentemuseum € 13,50. Vooral incidentele bezoekers als toeristen of minder trouwe museumbezoekers betalen de volle prijs. Met een museumkaart (€ 54,95 exclusief eenmalige € 4,95 inschrijvingskosten per jaar), een Rembrandtpas (€ 65 per jaar) of lokale passen is gratis toegang mogelijk, hoewel musea voor bijzondere tentoonstellingen steeds vaker een kleine toeslag van € 2,50 of € 5 vragen.

De Zweedse regering Löfven (sociaal-democraten en Milieupartij) heeft volgens The Local een plan de toegang tot de rijksmusea gratis te maken. Zoals het Moderna Museet (toegang nu: € 12,85), het Nationalmuseum (nu: € 10,70), het Marinmuseum (nu: € 13,95) of het  Världskulturmuseet i Göteborg (nu: € 4,30 per jaar). The Local constateert dat de Zweedse musea ‘momenteel relatief prijzig’ zijn volgens Europese standaard. Uit de vergelijking blijkt dat Nederlandse musea tegen niet-gereduceerd tarief nog iets prijziger zijn dan de Zweedse musea. Cultuurminister Alice Bah Kuhnke (Milieupartij) zegt: ‘We moeten de boel opengooien en onze gezamenlijke schatten laten zien om andere groepen te bereiken dan degenen die meestal naar musea gaan.’

Ter compensatie van de weggevallen inkomsten heeft Bah Kuhnke aangeven dat ze € 8,6 miljoen beschikbaar stelt aan de rijksmusea. Dat bedrag kan opgehoogd worden als dit zoals wordt vermoed te weinig is. Kan het Nederlandse kabinet hier iets van leren? Dat ligt eraan of het serieus werk wil maken van cultuurparticipatie en mensen naar het museum wil trekken die er doorgaans niet komen. Ook een museumkaart is met € 54,95 (jongeren t/m 18 jaar: €27,50) voor bepaalde sociale groepen te duur. De brede Nederlandse museumsector is minder gecentraliseerd dan de Zweedse en meer afhankelijk van lokale overheden. De museumkaart heeft een omzet van zo’n € 50 miljoen. Met een relatief kleine jaarlijkse bijdrage van € 30 miljoen kan het kabinet ervoor zorgen dat de museumkaart met zo’n € 25 per jaar betaalbaar blijft voor allen. Wat pleit hier tegen?

Foto: J.W.M. Turner, The Fifth Plague of Egypt, bruikleen van het Indianapolis Museum of Art te zien t/m 3 januari 2016 op de tentoonstelling ‘Gevaar & Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme’ in Rijksmuseum Twenthe.