George Knight

Debat tussen links en rechts

’t Hoogt Utrecht: Gemeente dient oudste filmtheater van Nederland plek in centrum als publiekstheater voor artistieke film te gunnen

with 5 comments

Jarenlang was ik naar eigen zeggen van een vorige directeur een van de trouwste bezoekers van het in het centrum van Utrecht gevestigde filmtheater ’t Hoogt. Het filmtheater gaat me aan het hart en heb ik tientallen jaren trouw en met veel genoegen bezocht. Na de digitalisering werd dat minder. Pixels leidden in mijn ogen naar een volstrekt ander medium dan celluloid. Daarbij zakte het filmtheater weg. Sinds kort bezoek ik het weer regelmatig, maar het is toch voornamelijk een nostalgische trip geworden. De urgentie is weg. Nu is er sprake van om ’t Hoogt te verplaatsen naar het Werkspoorkwartier, een locatie aan de rand van de stad en het van karakter te veranderen. Het moet een Podium voor Film en Beeldcultuur worden. Dat vind ik twee slechte ideeën die ik niet anders kan zien als modieus, de waan van de dag en oneigenlijk. Mijn reactie bij het artikelFilmtheater ’t Hoogt definitief niet naar City op de Voorstraat: alle pijlen op Werkspoorkwartier’ op DUIC:

Probleem is dat het 45-jarige filmtheater ’t Hoogt al lang niet meer ’t Hoogt is. De reputatie van dit oudste filmhuis van Nederland is groter dan objectieve toetsing rechtvaardigt. Eveneens kan de reputatie van de laatste directeuren niet tippen aan die van de eerste directeur Huub Bals. Ofwel, ’t Hoogt is sinds 1980 weggezakt en ingehaald. Door de theaters van ondernemer-regisseur Jos Stelling en door gebrek aan eigen initiatief. ’t Hoogt is nog maar een schaduw van wat het ooit was. Vernieuwing is aan ’t Hoogt afgelopen decennia voorbij gegaan. Het is een sterfhuisconstructie geworden.

De huidige programmering bestaat voornamelijk uit kinderfilms, documentaires en te weinig goede publieksfilms. De distributeurs laten ’t Hoogt grotendeels links liggen en vertonen hun pareltjes elders. ’t Hoogt is in een glijdende schaal neerwaarts terechtgekomen die bij gelijkblijvende voorwaarden niet te keren valt. Zo wordt er door de week niet meer voor 16.00 uur geprogrammeerd. In studentenstad Utrecht is dat merkwaardig. Zo verliest ’t Hoogt nog eens extra terrein aan theaters die dat wel doen. De loop en de hoop is er bij ’t Hoogt uit.

Een gebruikelijke reactie bij een inzinking in bedrijfsvoering en geestkracht is de vlucht vooruit. Dat kondigt zich vol pretenties nu ook aan bij ’t Hoogt. Dat is geen hoopgevend, maar juist een onheilspellend teken. Want hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia niet meer kan voldoen aan de standaard van een gemiddeld filmtheater de hogere lat van een Podium voor Film en Beeldcultuur wel weet te halen? Of anders gezegd, waarom is die verdieping en verbreding de afgelopen jaren al niet op de huidige locatie voorbereid en uitgevoerd?

Het valt dan ook te betwijfelen of een ‘reset’ voor ’t Hoogt de oplossing zal brengen. De beleidsmakers van de gemeente en de subsidiegevers dienen de juiste diagnose te stellen. Aan de hand van de geschiedenis en het karakter van ’t Hoogt kunnen ze proberen te begrijpen wat het scharnierpunt is. Ze kunnen dan ook antwoord op de vraag vinden of een ‘reset’ geen middel is om de huidige malaise te verhullen.

Als daarnaast ook nog eens het centrum verlaten wordt waar in Utrecht het meeste publiek en de juiste atmosfeer te vinden is voor arthouses, dan kondigt zich een nieuwe ramp aan. Cultuur als aanjager voor stadsvernieuwing aan de randen van de stad is een achterhaalde en inmiddels weerlegde interpretatie van de ideeën van Richard Florida. Jammergenoeg is dat tot de beleidsmakers en projectontwikkelaars nog onvoldoende doorgedrongen.

Wat is dan wel de oplossing? Hoe dan ook is de huidige locatie in verband met brandveiligheid, comfort, grootte van de zalen en doeken, geluidsisolatie, routing, doorstroming van het publiek en integratie met de horeca achterhaald. ’t Hoogt is wat de basisstructuur betreft niet meer bij de tijd. De grootste zaal 1 die oorspronkelijk een theaterzaal was (met de ongemakkelijke vierkante turquoise-blauwe bankjes) zou overigens prima weer als theaterzaal in gebruik genomen kunnen worden. Mogelijk in samenwerking met Universiteit Utrecht of Theater Kikker.

Het binnenkort aantredende nieuwe gemeentebestuur Utrecht waarin naar verwachting beide progressieve partijen GroenLinks en D66 dominant zijn, zou zich het lot van ’t Hoogt serieus aan moeten trekken. Met realiteitszin en haalbaarheid als uitgangspunt. Niet door het in te passen in een megalomaan project in het Stationsgebied of het te verplaatsen naar de marge van de stad, maar door het een nieuwe start te laten maken in het centrum van de stad. Met nieuwe middelen en nieuwe kansen.

Het oudste filmtheater van Nederland dat een onlosmakelijk deel van het cultureel erfgoed van Utrecht en Nederland vormt verdient een tweede kans. Niet door het zichzelf in vergezichten en een vlucht vooruit in zelfbedrog te laten verloochenen en te vervreemden van haar oorspronkelijke roeping en taak, maar door het weer ongestoord de kans te bieden het publiekstheater te laten zijn dat het ooit was. Spraakmakend en in de voorhoede van de zevende kunst. Haaks op de tijdgeest zonder de neus op te halen voor commercie.

Er is in het centrum van Utrecht voldoende ruimte voor drie arthouses waar de Cinevillepas geldt. De horeca en het uitgaansleven draaien in Utrecht als een tierelier en moeten eerder afgeremd dan gestimuleerd worden. Maar dat mag geen reden zijn om het oudste filmtheater van Nederland dan maar om budgettaire redenen en een achterhaalde interpretatie van stadsvernieuwing naar de marge te verbannen. Want spreiding van culturele voorzieningen resulteert uiteindelijk in verdunning en verzwakking van de culturele infrastructuur. Met het relatief kleine aantal van 350.000 inwoners moet het gemeentebestuur niet de eigen hand overspelen door culturele basisvoorzieningen naar de marge van de stad te verplaatsen.

Een grootmoedig en zelfbewust gemeentebestuur van Utrecht dat de eigen historie koestert helpt er actief aan mee om ’t Hoogt een plek in het centrum te bieden. Dat is geen kwestie van niet kunnen, maar van willen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFilmtheater ’t Hoogt definitief niet naar City op de Voorstraat: alle pijlen op Werkspoorkwartier’ op DUIC, 11 april 2018.

Advertenties

5 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Eén van de panden waar filmtheater ’t Hoogt in zit staat te koop. Het gaat om Slachtstraat 5. De begane grond van het gebouw is in gebruik voor het theatercafé, de andere etages voor de bioscoop. De vraagprijs is 850.000 euro en het gebouw kan per 1 februari opgeleverd worden.
    https://www.duic.nl/algemeen/gebouw-filmtheater-t-hoogt-utrecht-staat-te-koop/

    George Knight

    15 juni 2018 at 11:21

  2. George Knight, jouw artikel hierboven is nog steeds actueel en bevat ook mijn mijmeringen over het verlies van een plaats waar culturele geschiedenis is geschreven. Ik kan het nog steeds niet verkroppen en mijn ‘t Hoogtkaart’ kwijnt weg in mijn portemonnee. Uit gesprekken met medewerkers werd ik ook niet veel wijzer over de reden van vertrek. Het niet samengaan met de bieb heeft ermee te maken maar ook achter de (vastgoed-en gemeenteschermen zal zich nodige hebben afgespeeld. Een tijdje terug kreeg het hevig aan de stok met een AD-redacteur en Jos Stelling die t Hoogt subsidieslurpers noemden. Stelling speelt geen frisse rol. Zojn vrijwel enige concurrent op arthousegebied was hij natuurlijk liever keijt dan rijk. De laatste keer dat ik t Hoogt bezocht om Cold War te zien vertrouwde een medewerker mij toe dat hij inmiddels zover was dat hij hoopte dat Stelling minstens de grote filmzaal zou kopen. Triest. Huub Bals zou zich omdraaien in zijn graf, zei ik hem. We zullen zien wie er met de poet vandoor gaat.

    Barbara Schuddeboom

    24 januari 2019 at 13:13

  3. @Barbara Schuddeboom
    Ja, in ’t Hoogt is culturele geschiedenis geschreven. Niet voor Utrecht alleen, maar voor het hele land. Het was het eerste Nederlandse filmhuis. Mede opgericht door Wil Hildebrand die later mijn docent was toen ik in Utrecht Theaterwetenschappen studeerde. Zodat ik het ook van die kant meemaakte. De lijnen tussen die studie en ’t Hoogt waren in die tijd op het persoonlijk vlak kort, zoals dat toen overigens ook was tussen het Kunsthistorisch Instituut en het Centraal Museum. Das war einmal.

    Ha, ik bezocht ’t Hoogt in december 2018 ook voor de laatste keer om Cold War te zien. Zoals ik hierboven zei werd ik door de toenmalige directeur Henk Camping zijn trouwste bezoeker genoemd. Als hij mij tegenkwam als hij in het cafe zat te vergaderen of anderszins de tijd doorbracht vertelde hij me dat. Dat was de tijd van het celluloid. Bij de overgang naar digitale projectie maakte ’t Hoogt enorme blunders. Het joeg me toen het theater uit. Pas jaren later toen mijn vrouw een Cinevillepas nam, keerde ik weer aarzelend terug. Maar de betovering van het oude ’t Hoogt was voor mij voorgoed voorbij. Het was nostalgie geworden. De opeenvolgende directeuren en besturen leken te lijden onder de wet van de remmende voorsprong. Ze konden de statuur van het oude ’t Hoogt en Hubert Bals niet in stand houden en zakten van schrik zover terug naar de achterhoede dat ze een karikatuur van zichzelf maakten.

    De perikelen rond de verhuizing heb ik gevolgd. Schrijnend was dat de overgang naar het City-theater in de Voorstraat werd geblokkeerd door een beding in een contract dat zei dat er bij verkoop geen filmtheater in gehuisvest kon worden. Dit voorbeeld toont het onvermogen van de directie, de slechte kwaliteit van het bestuur van een culturele instelling die weinig initiatieven nam en niet uitblonk door een goede voorbereiding. Maar dat toonde ook aan dat ’t Hoogt weinig krediet en goede contacten meer had in het gemeentebestuur en zich afhankelijk had gemaakt van anderen.

    Ik heb het gebrek aan collegialiteit tussen ’t Hoogt en Jos Stelling nooit goed begrepen. Waarschijnlijk voerde aan beide kanten de middelmaat de boventoon. De populaire en in zijn voegen krakende studentenstad Utrecht waar de horeca zo overdadig floreert heeft in het centrum genoeg ruimte voor drie arthouses.

    De gemeente Utrecht heeft ook een bedenkelijke rol gespeeld. Culturele Zaken was niet in staat om te beseffen wat het met ’t Hoogt aan cultureel erfgoed in huis had. Het gemeentebestuur waarin de goedkope theorietjes op de stad worden losgelaten verwart vanuit een misplaatste opvatting over stadsvernieuwing cultuurpolitiek met stadsontwikkeling en vastgoedbeleid. Ofwel, cultuurpolitiek wordt ondergeschikt gemaakt aan stadsontwikkeling en vastgoedbeleid. Ok, voor New York of London, maar het kleinere Utrecht met slechts 350.000 inwoners is geen grootstad met plek voor vele culturele kernen en broedplekken waarvan verwacht kan worden dat die van onderop vol kwaliteit groeien en bloeien. De uitzonderingen blijven de uitzonderingen.

    Niets is eeuwig. Dus dat ’t Hoogt nu zo weggezakt is en er nog weinig van bakt is een feit. De vlucht vooruit naar de marge (letterlijk en figuurlijk) wordt als grensverleggend uitgelegd, maar is feitelijk het verdreven worden uit het domein waar het ertoe doet. Instellingen stijgen en dalen, dat is de wetmatigheid. Maar voor degenen zoals jij en ik die er een deel van hun verleden hebben liggen is het triest dat ’t Hoogt door zowel de gemeente Utrecht als de achtereenvolgende directeuren en besturen van ’t Hoogt zo is gedegradeerd.

    George Knight

    24 januari 2019 at 15:11

  4. Burgemeester en Wethouders
    https://ris2.ibabs.eu/Reports/ViewListEntry/Utrecht/501224c3-163f-41d8-b816-fd4f9f77c4f1

    Aan de gemeenteraad

    Onderwerp: Ontwikkelingen Hoogt on Tour en APFA
    Datum: 5 februari 2019

    Geachte leden van de raad,

    In april 2018 hebben we u middels een brief met kenmerk 5263072 voor het laatst geïnformeerd over ontwikkelingen het Podium voor Beeldcultuur en ’t Hoogt. Toen was duidelijk dat de einddatum van gebruik van de panden die ’t Hoogt huurde bij het Utrechts Monumentenfonds was vastgesteld op 31 december 2018. In deze brief meldden wij dat de plannen voor het centrum voor beeldcultuur in City geen doorgang konden vinden, omdat het pand onverkoopbaar bleek. We hebben ook aangegeven dat alle energie zich vanaf dat moment zou richten op de mogelijkheden in het Werkspoorgebied en dat we die ontwikkeling met belangstelling tegemoet ziet. Bij de programmabegroting 2019 is toegezegd de raad te informeren over het jaarprogramma van 2019 van ’t Hoogt.

    Mogelijkheden in het Werkspoorgebied
    De mogelijkheden in het Werkspoorgebied hebben inmiddels concreter vorm gekregen door samenwerking met Erfgoed Werkspoor Utrecht (de organisatie die ook de Werkspoorkathedraal heeft herontwikkeld), die eigenaar is geworden van het pand Central Studio’s aan de Gietijzerstraat in het Werkspoorgebied. Na diverse gesprekken met makers, bedrijven en culturele instellingen in de stad, is door EWU en de gemeente opdracht gegeven om een samenhangend concept te ontwikkelen voor het pand.
    Dit is verwoord in de Toekomstvisie APFA. APFA, een verwijzing naar de eerdere functie van het pand als apparatenfabriek, is een werktitel voor de visie op het pand waarin het gaat om het vertonen, leren en maken van films, animatie, documentaires, interactive en fotografie. In APFA staat het beeld centraal en komen culturele partijen en creatieve makers samen met commerciële bedrijven in deze sector en met het onderwijs. De visie stelt dat dit de publieke plek in het Werkspoorgebied zou moeten worden voor mediawijsheid en filmeducatie, een plek waar nieuw talent kan maken en presenteren, talent en gevestigde makers elkaar en hun publiek kunnen ontmoeten en inspireren en waar ruimte is voor experiment en afwisselende programmering, een plek om uit te gaan.
    Deze plek is nu op conceptueel niveau vormgegeven. De volgende stap is om de haalbaarheid uit te werken in een businesscase. Er is een kwartiermakersteam ingesteld waar naast EWU en Hoogt in Transitie (HIT) ook NFF, Fotodok en de Media Maakruimte zijn aangesloten.

    Hoogt on Tour
    Omdat er nu dus geen vaste locatie is voor de vertoning van de niche van kwetsbare kwaliteitsfilms en filmeducatie, wijzigt het programma voor 2019 ingrijpend ten opzichte van het meerjarenplan. Op basis van dit meerjarenplan is ’t Hoogt opgenomen in de cultuurnota 2017-2020.
    Vanwege deze wijziging hebben wij het jaarplan voor 2019 voor Hoogt on Tour, met programmering in onder andere Metaal Kathedraal, Wijkcultuurhuis Stefanus in Overvecht en de Nijverheid ter beoordeling voorgelegd aan een onafhankelijke commissie die tevens verantwoordelijk was voor de visitatie van ‘t Hoogt. We hebben de commissie ook gevraagd te kijken naar de toekomstplannen van HIT (Hoogt in Transitie) en het conceptplan voor APFA.

    Adviescommissie is positief
    De conclusie van de adviescommissie is in basis positief ten aanzien van het verlenen van een gemeentelijke bijdrage in 2019 om te zorgen dat de kwalitatieve kwetsbare films vertoond blijven worden in de stad en de educatie-activiteiten van ’t Hoogt op het gebied van filmeducatie en mediawijsheid kunnen worden voortgezet. De commissie heeft het vertrouwen dat ’t Hoogt als ervaren vertoner van films op de diverse locaties kwalitatief en thematisch een brug zal weten te slaan tussen de geselecteerde films en de specifieke locatie en het publiek. De ambities op educatiegebied kunnen meer richting en draagvlak krijgen door samenwerking met partners die eveneens aan filmeducatie doen. De commissie constateert ook dat de organisatie nog stappen moet zetten om dé speler te zijn op het gebied van alle vernieuwende vormen van beeldvertoning en adviseert daar ook tijd voor te nemen in deze transitiefase.
    Het budget dat beschikbaar is binnen de cultuurnota wordt deels beschikbaar gesteld voor de programmering van Hoogt on Tour, deels voor de transitie van de organisatie en deels voor uitwerking van de business case van APFA door externe deskundigen (zoals een architect, jurist en organisatieadviseurs) in opdracht van het eerder genoemde kwartiermakersteam. Deze uitgewerkte business case wordt dan opnieuw beoordeeld door een onafhankelijke commissie. Deze commissie zal uiteraard ook kritisch kijken naar de financiële voorwaarden door middel van een financiële en bedrijfskundige toets. We verwachten voor het zomerreces de resultaten te kunnen delen en eventuele opvolgende besluitvorming voor te leggen.

    Hoogachtend,
    Burgemeester en wethouders van Utrecht,
    de secretaris, de burgemeester,

    George Knight

    6 februari 2019 at 12:47

  5. […] 2018 sloot het oudste filmtheater van het land de deuren in de Utrechtse binnenstad. In een commentaar van 13 april 2018 schreef ik: ‘Want hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: