George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Youp van ’t Hek

Lompheid, ongevoeligheid, baldadigheid, afzeiken, onkunde en ‘leukheid’ zijn kenmerken van NRC-column Youp van ’t Hek

with 4 comments

Wat volgt is gekleurd en volgt uit een afkeer van persoon en vakgebied. Het gaat om de 64-jarige cabaretier Youp van ’t Hek en cabaret. Over dat laatste schreef ik in 2013: ‘Cabaret is amusement dat onder het mom van een hogere waarheid op een domineestoon het dagelijkse naar een dramatisch niveau tilt door te shockeren, op scherp te zetten of te ontroeren. Cabaret bestaat bij gratie van ontvankelijkheid in de wederzijdse afspraak tussen publiek en cabaretier. Fransen noemen dat zo aardig ‘Épater la bourgeoisie‘ ofwel indruk maken op de burgerij. Die laat zich graag afzeiken om deel te worden van iets groters dat het vermoedt. Cabaret is kleinkunst voor de kleinburger die egalitair geniet van zelfkastijding.

Wat mijn weerzin tegen cabaret verklaart is denk ik de ondraaglijke lichtheid en dominees-achtige pretentie ervan. Tegelijk besef ik dat de aanstellerij ervan goed aansluit bij de Nederlandse volksaard en bij bepaalde lagen van de samenleving (lagere middenklasse) populair is daarom een interessant fenomeen is. Mij kan kunst niet ‘hoog’ genoeg zijn (vooral muziek en beeldende kunst) en voor folklore of volkszang die van ‘onderop’ uit de samenleving ontstaat heb ik ook waardering. Aan die tussenvorm in het midden dat cabaret ofwel kleinkunst is en zich boven volkskunst verheven voelt, maar niet kan tippen aan ‘hoge’ kunst kan ik niet wennen. Het mist zowel de oprechte eenvoud als de diepte van respectievelijk volkskunst of ‘hoge’ kunst.

Youp van ’t Hek volg ik niet als cabaretier, maar als NRC-abonnee lees ik onregelmatig zijn zaterdagse columns. Na zijn eerste TV-optreden bij de KRO dat ik lang geleden toevallig zag begreep ik dat Épater la bourgeoisie het alpha en omega van zijn kleinkunst was. Die columns zijn geen plezier omdat ze alleen maar bevestigen wat ik al vind van cabaret en degenen die zich er professioneel mee bezighouden. Nieuwe ideeën of inzichten zijn er niet in te vinden. De columns zijn een herhaling van de paden die al door velen zijn platgetreden en Van ’t Hek in extreme vorm herhaalt. Hij verkondigt makkelijke meningen over de actualiteit die hij op elkaar stapelt en voorziet van een literaire vorm door spiegeling en overdrijving. Het is flinterdun, maar ongetwijfeld populair. Anders valt niet te begrijpen waarom de NRC-hoofdredactie de column handhaaft.

Erger dan weerzin tegen een persoon of vakgebied is desinteresse. Juist omdat het Van ’t Heks vaste benadering is om de kleinburgers af te zeiken en op de kast te jagen is wat hij nastreeft het oproepen van afkeer. Daar wil hij ons hebben omdat dat via een omweg de aandacht op hemzelf vestigt. Door de omkering van waarden zegt deze cabaretier dat hij ons in de spiegel laat kijken. Dat is slim omdat hij hiermee kritiek bij voorbaat terugkaatst en zich achter de spiegel onkwetsbaar maakt. Maar hoe kan een criticus voorbijgaan aan die positie die Van ’t Hek voor ons gecreëerd heeft en toch kritiek leveren die aan zijn straatje voorbijgaat?

Aanleiding voor mijn gebulder is van ’t Heks columnEen knietje’ van 29 september 2018 over de benoeming van rechter Brett Kavanaugh en de getuigenis van Christine Blasey Ford voor de Senaat. Van ’t Hek: ‘Bij die Ford vroeg ik me steeds af: waarom dit wanstaltige amateurtoneel met die gebroken stem en die krokodillentranen? Na 35 jaar! Waarom is ze toen niet krijsend naar haar moeder gerend? Aanranding en bijna-dood! Hallo? Is het geen belediging voor echt verkrachte vrouwen die de rest van hun leven worstelen met de grootste trauma’s? Dit is toch gewoon een van de miljoenen dronken studentenkamerincidentjes?’ Van ’t Hek heeft hier al volop kritiek op gekregen. Niet alleen doordat hij aantoonbaar van toeten noch blazen weet over de verwerking van een trauma, maar ook door zijn vrouwonvriendelijk standpunt. Hij glorieert in zijn onkunde, gebrek aan empathie voor een slachtoffer van grensoverschrijdend seksueel gedrag en gebrek aan politiek besef. Is het leuk wat hij ondanks zijn groteske lompheid zegt? Ik denk het niet, maar enfin, ik ben dan ook niet onpartijdig omdat ik een afkeer van cabaret heb en de manier waarop Youp van ’t Hek zijn vak uitoefent. NRC-lezers worden door Van ’t Hek heerlijk bevestigd in hun afkeer van dat wat kleinkunst is.

Foto: Schermafbeelding van deel columnEen knietje’ van Youp van ’t Hek in NRC, 29 september 2018.

Advertenties

Written by George Knight

16 oktober 2018 at 12:39

Gedachten bij een oproep tot boycot van rapper Boef

with 4 comments

Programmamaker Guilly Koster gaat in op de oproep tot boycot van de Frans-Nederlandse rapper Boef. Met voorbeelden uit het lichte amusement toont hij dat wat Boef heeft gezegd niet uitzonderlijk is. Boef wordt erop afgerekend en andere artiesten als Hans Teeuwen of Youp van ’t Hek niet. Er lijkt hier met twee maten te worden gemeten omdat Boef een moslim is. Wat trouwens in een geconditioneerde reflex wordt gerelativeerd door de geïnstitutionaliseerde islam zoals godsdiensten altijd afstand nemen van probleemgevallen in eigen huis om hun blazoen schoon te poetsen. Of Boefs huidskleur of religie de hele verklaring is valt te betwijfelen.

Het lijkt er eerder om te gaan dat Teeuwen en Van ’t Hek publiekstrekkers in theaters en op televisie zijn, politieke dekking hebben en een machtspositie hebben opgebouwd die Boef mist. Maar wel vanuit hun witheid. Daarom heeft een oproep tot boycot bij de machteloze Boef succes en bij Teeuwen en van ’t Hek niet. Daarom richten de pijlen van verontwaardiging zich op Boef omdat de anderen onschendbaar zijn voor kritiek.

Wat in Kosters betoog ontbreekt is de context waarin deze artiesten hun uitspraken doen. Satire vormt binnen het cabaret een alibi om straffeloos alles te kunnen zeggen. Die context ontbreekt bij Boef. Dat is zijn pech.

Nederlands cabaret is een stilzwijgende afspraak aan twee kanten. Het is een uitlaatklep voor de gevestigde orde om binnen de bescherming en grenzen van een gedramatiseerde alsof-situatie voor burgermannetjes door burgermannetjes alle burgermannetjes en burgervrouwtjes van Nederland af te zeiken. Nederlands cabaret is een door de overheid getolereerd en geregulariseerd escapisme. De oproep tot boycot van Boef kan via een omweg als herkenningsteken van zijn authenticiteit worden opgevat. Het lijkt alsof wat hij zegt echt waar is en hij gemeend zegt. Die indruk ontbreekt bij de spelende en vrijblijvende Teeuwen en Van ’t Hek.