Klassieke Japanse film: ‘Sansho the Bailiff’ (1954)

Sanshô dayû of Sansho the Bailiff (1954) van de Japanse regisseur Kenji Mizoguchi (1898 -1956) is een meesterwerk. Samen met On the Waterfront (Kazan), De zeven samoerai (Kurosawa) en La strada (Fellini) won de film in 1954 de Zilveren Leeuw van het Filmfestival van Venetië. Mizoguchi wordt met Kurosawa en Ozu als een van de grote drie van de klassieke Japanse cinema beschouwd.

De film is gebaseerd op een kort verhaal van de Japanse schrijver Ogai Mori die in het moderniserende Japan van begin 20ste eeuw een voorvechter van moderne literatuur was. Het verhaal is simpel. De vader die in de 11de eeuw gouverneur is valt in ongenade wegens zijn verzoenlijke houding jegens de bevolking. Hij pleit voor mededogen, geeft dat ook als les aan zijn zoon mee, maar wordt afgezet. Apart van echtgenote, zoon (Zushio) en dochter (Anju) gaat hij in ballingschap. De laatste twee belanden in gevangenschap in een concentratiekamp-achtige omgeving waar Sansho de alleenheerser is. Zushio vergeet daar aanvankelijk de les van zijn vader, maar komt tot inzicht. Anju offert zich bij een vluchtpoging op om hem te redden. Zushio vlucht en wordt opvolger van zijn vader. Hij bevrijdt de slaven die zuchten onder het bewind van Sansho en neemt ontslag omdat hij zijn mandaat heeft overschreden. Uiteindelijk vindt hij zijn moeder terug die hem eerst niet herkent. Ze gelooft zonder aarzeling dat Zushio volgens de leer van zijn vader heeft geleefd.

Interessant is wat Mark Le Fanu in zijn boekMizoguchi and Japan‘ (2005) schrijft over de religiositeit van deze film waarvan het de vraag is of hij niet eerder spiritualiteit of bovenzinnelijkheid in het algemeen bedoelt:

‘Hier zegt de muziek in feite wat niet gezegd kan worden in dialogen – het snijdt het ‘onuitsprekelijke’ aan, want, eenmaal gehoord en verankerd in het hart van de kinderen, werkt het voor hen als voedsel in tegenspoed. En de hulp die het geeft, bevat zeker elementen van religie. Echt religieuze kunstwerken zijn natuurlijk zeldzaam, vooral in de twintigste eeuw en vooral in de bioscoop. Zelfs degenen die beweren dat te zijn (denk aan bepaalde films van Dreyer en Tarkovsky) blijken bij onderzoek niet zonder hun gecompliceerde dubbelzinnigheid te zijn. Sansho ‘religieus’ noemen is dus een gok. En toch, als het woord ook maar iets betekent, hecht ik denk ik eindelijk iets van de aura van religie aan dit meesterwerk. Het is een film over barmhartigheid en vergeving, verheven tot het niveau van [een] groots kosmisch principe.’

Le Fanu citeert instemmend de Schotse schrijver en filmcriticus Gilbert Adair die over Mizoguchi’s Sansho zegt: ‘Sansho the Bailiff is een van de films waarvoor de cinema bestaat – net zoals deze misschien bestaat ten behoeve van de laatste scene’. Het slot waarin moeder en zoon elkaar terugvinden is emotioneel overweldigend. De blinde moeder en de zoekende en aan zichzelf twijfelende zoon vinden troost in een fysieke omhelzing en verwerken wat verloren is gegaan.

Wij als toeschouwers worden door Kenji Mizoguchi ook in een positie van vergeving geplaatst tegenover Zushio als de moeder tegen hem zegt: ‘Er valt niets te vergeven! Zonder te weten wat je hebt gedaan, weet ik dat het is omdat je naar je vader hebt geluisterd dat we hier eindelijk samen kunnen zijn!’. Dat is zoals we weten de halve waarheid, want wij weten dat Zushio in het kamp van Sansho tijdelijk handelde in strijd met de les van zijn vader. Overigens een versterking van het scenario dat in Mori’s verhaal ontbrak. Het vertrouwen van de moeder in de zoon wist in een universeel gebaar van medegevoel en vergeving het voorbije leed uit.

NB: Voor Engelse ondertiteling: klik op icoon ‘Ondertiteling’

Advertentie

Een klassieke Japanse film: ‘An Autumn Afternoon’ (1962) van Yasujiro Ozu

An Autumn Afternoon (Samma no Aji) is een film uit 1962 van de Japanse regisseur Yasujiro Ozu. Een van de grootmeesters van de Japanse cinema. Is dit zo’n film die we denken te hebben gezien, maar toch bij nader inzien niet hebben gezien?

Donald Richie schrijft in zijn monografie ‘Ozu’ over deze film: ‘A company auditor, widowed and getting on in years, lives with his son and daughter and has as friends a few men his own age. From one of them he hears of the marriage of yet another friend’s daughter. This sets him thinking about his own daughter. He decides that she should marry, and eventually arranges it with a young man recommends by his friends. The event goes off as planned. Again he meets with his friends. They all drink together once more, and he realises that he is getting old, and that he is alone.

Een humanistische film over familie, loslaten, ouder worden, weemoed en het leven zelf. Een onopgesmukte film met de kwaliteit van de eenvoud. Een klassieker, deze laatste film van Ozu waar de letterlijke vertaling van is De Smaak van Makreel. Met hoofdrolspeler Chishu Ryu als vader. Tijdens de opnames van deze film stierf Ozu’s moeder. Een jaar later stierf Ozu zelf aan kanker kort voor zijn 60ste verjaardag. De overgang van de late herfst in de winter is voor de maker niet vrijblijvend.

Aardig detail, de militaire mars die in de bar klinkt (41’) klinkt ook in de fenomenale opening van de Chinese film ‘Devils on the Doorstep’ (2000) van Wen Jiang. Zie hier voor betreffend fragment op YouTube. Relativeert die andere blik het Japanisme van Ozu’s film?

NB: Voor Engelse ondertitels van ‘An Autumn Afternoon’: klik op wieltje en vervolgens op Ondertiteling Engels.

Tijdens thuisquarantaine is het tijd voor cinema: ‘Tokyo Story’ (1953). Kritiek op ontbrekend kunstbeleid van publieke omroep

Laten we de thuisquarantaine gebruiken om onze kennis over de klassieke cinema bij te spijkeren. En onze tijd nuttig te besteden. Ik ga het niet uitleggen, maar wie vragen heeft over de selectie of de details in inhoud en vormgeving van de film kan die in de reacties stellen. Ik stel een debat erg op prijs. Noemenswaardig en opvallend in de film Tokyo Story (Tokyo monogatari) uit 1953 van de als beste Japanse filmregisseur aller tijden bekend staande Yasujiro Ozu is dat de camera op ooghoogte van zittende personen staat opgesteld. Zoals in vele van zijn films. De omgang tussen de generaties is tragisch, alsof ze niet meer vanzelfsprekend op elkaar aansluiten. Dat leidt tot melancholie zonder over de rand van sentimentaliteit of melodrama te gaan.

Iedereen heeft voorkeuren, die van mij zijn de Indiase, Italiaanse en Japanse cinema. Ik gebruik bewust het woord ‘cinema’ tegenover ‘film’. Dat eerste heeft meer de ambitie van kunst en dat laatste van een product. Film als zevende kunst die half kunst, half commercie is. Daar is niks mis mee, maar films zijn al de godganse dag op televisie of betaalzenders te zien in de dominante verhalende Hollywood-stijl waarbij de karakters de inhoud dragen en een evenwicht verstoord, maar altijd weer hervonden wordt. Reflectie op het leven ontbreekt hoegenaamd. Scenario’s zijn een invuloefening. Cinema is verbannen naar de archieven van het internet of rust in kluizen vanwege onduidelijkheid over rechten. Vaak in slechte kopieën of met gebrekkige ondertitels.

De Nederlandse publieke omroep kwijt zich al jaren niet meer van haar taak om het publiek te confronteren met cinema. Op de steeds zeldzamer wordende uitzonderingen na. Dat is een verre schaduw van de culturele ambities van de medianota uit 1983 van toenmalig cultuurminister Elco Brinkman. Vanaf de jaren 1990 is het belang van kunst bij de publieke omroep verregaand verwaterd en bewust om zeep geholpen. De huidige omroepbobo’s hebben weinig met kunst. In hun filmbeleid zitten de omroepen gevangen in de recycling van steeds maar weer dezelfde populaire, middelmatige Engelstalige- of art house-achtige films en hebben ze geen dwingende opdracht om cinema te vertonen. De vervlakking en het gebrek aan ambitie zijn totaal.

Foto: Still uit Tokyo Story (Tokyo monogatari) van Yasujiro Ozu uit 1953, met hoofdrolspelers Setsuko Hara (links) and Chishû Ryû (rechts).

NB: Klik voor Engelse ondertitels op instellingen Pictogram instellingen op YouTube .

Zomaar twee fragmenten van Ozu en Welles. Leeft cinema nog?

Pinscreen animatie van Alexander Alexeieff en Claire Parker voor de proloog van ‘Le procès’ (The Trial) uit 1962. De stem van Orson Welles vat Franz Kafka’s ‘Vor dem Gesetz’ samen. Een vergelijking van leven en wet.

De Japanse meester Yasujiro Ozu doet in Nagaya shinshiroku (Record of a Tenement Gentleman) uit 1947 het omgekeerde. Bombast tegenover leegte, uit de hoogte tegenover ooghoogte, ernst tegenover terloopsheid.

We hoeven niet te kiezen. Het heeft allebei waarde. Topregisseurs uit het verleden zijn tegenwoordig naar de marge van YouTube of de matinee in filmmusea verbannen. Ze sporen niet langer met onze tijd. Da’s zowel de loop der dingen als verarming. Film was altijd tegelijk kunst en vermaak. Wordt dat evenwicht ooit hersteld?

(Kan een kunstvorm die de eigen geschiedenis verwaarloost kunst genoemd worden? Wat zou de beeldende kunst van nu zijn als die slechts mondjesmaat Manet, Vincent van Gogh, Matisse of Gerhard Richter toonde?)