In memoriam Phil Schaap (1951-2021)

ArtikelWKCR MOURNS PHIL SCHAAP‘ op WKCR, september 2021.

Voor jazzliefhebbers is er slecht nieuws. De Amerikaanse jazzpresentator, -promotor en -historicus Phil Schaap (spreek uit: Sjep) is op 7 september 2021 op 70-jarige leeftijd overleden. Hij was presentator van het programma ‘Birdflight‘ dat jarenlang werd uitgezonden op zender WKCR en nauwgezet de carrière van altsaxofonist Charlie Parker in beeld bracht.

Schaap presenteerde op WKCR ook andere programma’s, zoals onderdelen van de befaamde Birthday Broadcasts over coryfeeën die de hele dag duurden. Hij was al enige tijd ziek. Al geruime tijd werden er herhalingen van zijn programma’s uitgezonden.

Schaap kende veel musici persoonlijk die hem details over opnames en optredens gaven die anders verloren waren gegaan.

Het was altijd een genot om zijn programma’s voor WKCR te beluisteren. Zijn liefde voor de muziek, de musici en het tijdperk waarin de muziek tot stand kwam stond buiten kijf.

Het is niet te veel gezegd om te beweren dat Schaap de liefhebbers een bredere blik heeft gegeven op de muziek die ze koesterden. Dat liep van Louis Armstrong en Bix Beiderbecke tot Charlie Parker, John Coltrane en alle grootheden van de Amerikaanse jazz.

Opmerkelijk was Schaaps beslistheid over de bijzondere waarde van Parkers opnames met ‘strings’ die hij in de latere jaren van zijn leven maakte. De combinatie van hedendaagse jazz met klassieke muziek bracht Parker van 1949 tot 1952 een enorm publieks- en artistiek succes.

Schaap toonde aan hoe bijzonder die opnames waren. Hij vergeleek het succes ervan met dat van The Beatles iets meer dan 10 jaar later. Want hoewel het door een hedendaags publiek nu niet meer zo ervaren wordt, was de muziek van Parker in zijn tijd populaire muziek.

De context van dat succes en de omstandigheden waaronder de opnames tot stand kwamen is grotendeels vergeten. Dankzij Schaap werd dat deel van de geschiedenis weer even levend en invoelbaar door de inkleuring met details die uitleg gaven die anders onverklaard was gebleven. Door onderzoek heeft Schaap dat deel van de muziekgeschiedenis geboekstaafd, gedeeld en bewaard.

Met de dood van Phil Schaap komt een tijdperk ten einde. Hij was de perfecte chroniqueur van een muzieksoort die weliswaar voortleeft, maar nu een onvergelijkbare andere positie inneemt dan in de tijd toen jazz populaire muziek was die dichter bij het brede publiek stond dan nu en andere emoties en zelfbewustheid opriep.

Dat geldt met name voor het Afro-Amerikaanse deel van de bevolking dat in die tijd buiten de muziekindustrie zwaar werd gediscrimineerd. De hechte verbinding tussen wit en zwart binnen de jazz, tussen Duke Ellington en Dave Brubeck of tussen Benny Goodman en Teddy Wilson, was een motief van Schaaps optimisme en enthousiasme dat voor Europeanen authentiek, maar wellicht gechargeerd Amerikaans aandoet.

Kritiek op culturele toe-eigening is onnozel. Het voorbeeld ‘Charlie Parker with Strings’

De autoriteit op het gebied van de muziek van altsaxofonist Charlie ‘Bird’ Parker (1920-1955) is Phil Schaap. Omdat zijn programma ‘Birdflight’ op WKCR is opgeschort wegens technische problemen van de zender (’the house of technical difficulties’ noemt Schaap het gekscherend) worden er momenteel herhalingen uitgezonden. Schaap heeft een eigen website waar sommige herhalingen ook zijn terug te horen. Zijn programma’s inclusief interviews met musici zijn getuigenissen die door reconstructie van het verleden dienen als archief van een langzaam verdwijnende Amerikaanse muziektraditie. Niet dat de Jazz verdwijnt, maar de verschijningsvorm van toen bestaat niet meer.

Schaap benadert de muziek vanuit verschillende invalshoeken. De Swing of Jazz van de jaren 1930 tot 1955 ziet hij als de popmuziek van toen. Een jazzmusicus als Charlie Parker was de Elvis Presley of The Beatles van zijn tijd. Dat valt voor een hedendaags publiek niet meer voor te stellen. Door Parkers samenwerking met klassieke musici, in de wandeling ‘With Strings’ genoemd bereikte Parker eind jaren 1940 en begin 1950 een aanzienlijke populariteit bij het grote publiek.

Parker is het voorbeeld ervan dat het debat over acculturatie en toe-eigening in de kunst onzinnig is en nergens toe leidt. Het is een nieuw soort apartheid dat etiketten plakt, schuttingen opricht en grenzen sluit tussen culturen. Daar heeft de kunst niets aan omdat in de kunsten ontleningen, bewerkingen en citaten zuurstof en inspiratie geven. Doorgaans wordt dat debat door niet-kunstenaars aangesneden die het niet om die kunst te doen is, maar om een politieke agenda. Als het over culturele toe-eigening (‘cultural appropriation’) gaat dan worden daar meestal witte kunstenaars mee bedoeld die zich elementen uit niet-witte culturen zouden toe-eigenen.

Nog levendig staat me een openbaar debat uit 2017 voor ogen in Galerie Sanaa dat werd gemodereerd door conservator Alexandra van Dongen waar kunstenaar Paul Bogaers (toen Tilburg, nu Amsterdam) door sommigen uit het publiek fel wel aangesproken over zijn gebruik van Afrikaanse elementen in zijn werk. Enkelen vonden het onaanvaardbaar wat hij deed. Zie hier mijn commentaar. Vorig jaar had ik het er nog met de kunstenaar over en de conclusie is dat het een brisant onderwerp is waar de kleinste misstap of de perceptie bij een deel van het publiek van een misstap tot een ontploffing in dat mijnenveld kan leiden. Kunstenaars voelen zich geïntimideerd door deze politieke activisten en zien er soms van af om die ‘andere’ elementen nog te gebruiken. Dat is verlies voor de kunst en winst voor de hokjesgeest.

Minder kritiek klinkt op ‘zwarte’ kunstenaars die uit de witte cultuur lenen. Hoewel wel degelijk in zwarte kringen het begrip ‘bounty’ opduikt, zwart van buiten en wit van binnen. Maar dan is de kritiek niet zozeer gericht op de toe-eigening van elementen uit een andere, vaak witte cultuur door de zwarte kunstenaar, maar om het verraad van de eigen cultuur.

Het is onbegrijpelijk waarom sommigen zo moeilijk doen over culturele toe-eigening en slagbomen in de kunst willen oprichten. Parker was een musicus in de traditie van de Amerikaanse jazz en blues, maar had tevens respect voor witte, Europese componisten als Igor Stravinsky en Edgar Varèse. Met zijn project ‘Charlie Parker with Strings’ doorbrak hij grenzen en werkte hij samen met witte klassieke musici als hoboïst Mitch Miller en waren de songs afkomstig van witte, vaak Joodse componisten uit de zogenaamde Tin Pan Alley songtraditie, zoals Cole Porter, Vernon Duke of George Gershwin.

Op een bijna identieke wijze zette in de jaren 1950 zangeres Ella Fitzgerald een nieuwe stap in haar carrière door de Songbooks van die Tin Pan Alley componisten en tekstschrijvers op de plaat te zetten. In een artikel noemt Jay Weiser de kritiek saai (‘vapid’) dat ze haar vocale stijl zou ‘witten’. Tegen het verwijt van psychologische acculturatie kan een kunstenaar zich moeilijk verdedigen omdat het vragen zet bij iemands motieven. Daarmee wordt de kunstenaar de kunst uitgezet.

De kritiek gaat in het voorbeeld van de populaire Amerikaanse muziek en de jazz ook voorbij aan het ontstaan ervan. Jazz is in New Orleans in de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan door de samensmelting van Europese, Afrikaanse en Amerikaanse elementen. Dat is de ultieme weerlegging van het verbod op culturele toe-eigening. Drummer Pierre Courbois vatte dat ooit zo samen: ‘Jazz is multiculturele wereldmuziek, waarvoor de Europese ingrediënten net zo onmisbaar zijn geweest als de Afrikaanse kok’. Daarom is het logisch dat iemand als Charlie Parker de Europese elementen succesvol kon benadrukken zonder de jazz of zijn eigen opvatting ervan te verloochenen of te buiten te gaan.

Kunstvormen zijn doorgaans breder, samengestelder, gelaagder en gevarieerder dan politieke activisten in hun spookbeeld van uniformiteit en monotonie claimen. Daarom moeten kunstenaars van die dreigende, afkeurende kritiek uit politiek-activistische hoek zich geen snars aantrekken en gewoon over culturele grenzen gaan. Dat is namelijk de essentiële functie van kunst.

Foto: William P. Gottlieb, [Portrait of Charlie Parker, Carnegie Hall, New York, N.Y., ca. 1947]. Collectie: Library of Congress.

Charlie Parker werd 100 jaar geleden geboren. WKCR doet verslag

Op 29 augustus 2020 is het 100 jaar geleden dat altsaxofonist Charlie Parker (1920-1955) in Kansas City werd geboren. Hij is met Louis Armstrong en John Coltrane een vernieuwer van de jazz. Dé specialist op het gebied van Parker en tijdgenoten is de Amerikaanse programmamaker, jazzhistoricus en producer Phil Schaap die op studentenzender WKCR van Columbia University in New York door de week het programma Bird Flight presenteert. Jammergenoeg is de 69-jarige Schaap niet meer in optimale gezondheid zodat steeds vaker noodgedwongen ingeblikte uitzendingen worden uitgezonden. De bijnaam van Parker was Bird of Yardbird.

WKCR zendt veel jazz en klassieke muziek uit, bij voorkeur op een analyserende, thematische wijze. De zender die het moet hebben van donaties en gerund wordt door onbetaalde vrijwilligers verkeert altijd in financiële en technische problemen. Terugkerend zijn de jaarlijkse bedelacties om de kas te spekken. Op zijn eigen homepage zijn sommige programma’s over Charlie Parker van Schaap terug te beluisteren.

Maar het is een voorrecht om WKCR via internet te kunnen beluisteren. Het biedt diepte en kwaliteit die in het Nederlandse omroepbestel onbekend is. In Nederland is er de zender NPO Radio 2 Soul & Jazz die echter onverteerbaar is door de herverkaveling in formats, de popularisering, de verheerlijking van de discjockeys en niet het accent op de muziek, het gebrek aan profiel, diepte en deskundigheid. Tekenend is dat de zender geen speciale ruimte inruimt voor Parker vanwege de centennial. De clichématige onzin in een biografie over Parker is veelzeggend: ‘Vanaf 1950 zet de aftakeling in. Hoewel hij bij tijd en wijle nog steeds briljante optredens geeft, begint het drugsgebruik steeds meer zijn tol te eisen.’ Wie Parkers discografie (bijvoorbeeld Jepsen of Piet Koster) kent weet dat hij na 1950 aanhoudend iconische muziek heeft gemaakt, zoals de Afro-Cuban Jazz Suite in december 1950. Het is de bijzondere  top in dit genre. De samenwerking met klassieke musici in de Parker with Strings-opnames maakte Parker begin jaren 1950 tot een van de meest populaire musici van de populaire muziek vergelijkbaar met Elvis een kleine 10 jaar en The Beatles 15 jaar later.

In een commentaar van maart 2016 schreef ik: ‘Na de inkrimping en het bewust om zeep helpen om interne omroeppolitieke redenen in 2006 van de Nederlandse Concertzender en de infantilisering van Radio 4 is Klara nog de enige nationale culturele zender van niveau in het Nederlandse taalgebied die het beluisteren waard is.’ Want de zenders die het naar vergelijking het beste doen zijn Klara van de Vlaamse publieke omroep en de vrijwilligerszender Concertzender die tegenwoordig aan de Utrechtse Ganzenmarkt is gevestigd maar weinig middelen heeft ondanks de steun van sponsors en partners. Beide zenders besteden op 29 augustus in hun programmering aandacht aan Parker. Voor Nederland geldt dat de les is dat zenders als Concertzender en WKCR die door donateurs en vrijwilligers in de lucht worden gehouden niet alleen meer kwaliteit en diepte bieden dan de Nederlandse publieke omroep, maar dat ook doen zonder gemeenschapsgeld. Is dat niet bizar?

Foto’s: Schermafbeelding van het ‘CHARLIE PARKER CENTENNIAL FESTIVAL!’ op WKCR, 28 augustus 2020.

Ontlening in de populaire muziek (1951). Van Charlie Parker, Trio Do-Ré-Mi, Hubert Giraud, Jacques Hélian tot Lily Fayol

Iets geheel anders. Ontlening in de populaire muziek. Voor de documentatie van het nummer ‘Le petit cireur noir’ (Het zwarte schoenenpoetsertje) stuitte ik op dit nummer van de Franse actrice Lily Fayol. IMDB noemt haar actrice en Wikipedia zangeres. Wie luistert hoort dat ze geen zangeres is. Waarom ze meent te moeten zingen is een raadsel. Haar zingen is als het ploegen door een uitgeput paard van een weerbarstige akker.

Volgens de Amerikaanse Charlie Parker-deskundige Phil Schaap -op weekdagen te horen op WKCR met zijn programma Birdflight– is Parkers nummer My Little Suede Shoes gebaseerd op schema’s van twee nummers van het Franse Trio Do-Ré-Mi, Pedro Gomez en Le petit cireur noir. Ze werden geschreven door componist Hubert Giraud, onder meer bekend van het populaire nummer ‘Sous le Ciel de Paris‘. Giraud was na onder meer een Zuid-Amerikaanse tournee gegrepen door ‘exotische ritmes’ en richtte Trio Do-Ré-Mi op als een soort vehikel voor zijn composities. Parker nam het nummer met Afro-Latijnse ritmes voor het eerst op in maart 1951 in New York City met onder meer Luis Miranda op conga en José Manguel op bongo. Parker had de Giraud’ nummers van het Franse trio gehoord tijdens een reis door Europa eind 1950, zoals de Annual Review of Jazz Studies bevestigt. Waarom ik van al die prachtige muziek het gekrijs van Lily Fayol kies is het raadsel. Vooruit dan, nog een ‘exotische’ compositie van Giraud. Hij overleed in 2016 op 94-jarige leeftijd.

.

Afweging om DAB en DAB+ niet naast elkaar te laten bestaan

dab-logo

Update 1 april 2015: In een voorjaarscampagne voor DAB+ wordt in een radiospotje gewezen op ‘de nieuwe manier van radio luisteren’. Maar hoe nieuw is nieuw als DAB al in 1999 in Nederland werd geïntroduceerd en ik meer dan 10 jaar ontvangst via DAB had voordat de NPO met de doorgifte ervan stopte? Dit radiospotje zit me als een ‘graat in de keel’. Iets wordt als nieuw voorgesteld dat helemaal niet nieuw is. Nieuw zou zijn om DAB-doorgifte te hervatten. De Nederlandse omroep is sterker in marketing dan in logica. Domme marketing. 

Ik ben een simpele luisteraar naar de radio. Per toestel, of liever gezegd: knop per toestel, luister ik naar een zender. Wekkerradio’s in keuken en slaapkamer staan afgesteld op Radio 1. Voor het nieuws. Op iMac of iPad luister ik naar de New Yorkse studentenzender WKCR, met vooral jazz en klassieke muziek. Nu juist weer bezig met de jaarlijkse fondsenwervingsactie van deze non-profit zender. In de woonkamer staat een Arcam Solo die FM en DAB ontvangt. De FM staat afgestemd op het Vlaamse Klara, opnieuw met klassieke muziek en jazz, en DAB op Radio 6. Waar ik nauwelijks nog naar luister. Op de digitale Sony-televisie in de woonkamer kan ik tientallen radiozenders ontvangen voor bijzondere gelegenheden.

Er is de afgelopen weken een minieme verandering in mijn luistergedrag gekomen die te maken heeft met de omzetting van DAB (Digital Audio Broadcasting) naar DAB+. Daar kwam ik achter toen ik via DAB op de Arcam Solo naar Radio 6 wilde luisteren, maar niets hoorde. Vreemd, ik vroeg me af hoe dat kwam en ging op zoek op internet. De oorzaak was snel gevonden. De zenders van de publieke omroep die sinds 2004 met DAB-technologie worden doorgegeven zijn sinds oktober 2013 overgeschakeld op de nieuwe standaard DAB+. Mijn Arcam Solo kan geen DAB+-technologie ontvangen of daartoe omgebouwd worden.

Door m’n luistergedrag is de introductie van DAB+ geen ramp, maar voor sommigen wel zoals uit reacties op Dabtuners blijkt. Ook financieel gezien de vaak prijzige ontvangers waar DAB-technologie in is ingebouwd. Daarmee is nu ineens geen digitale ontvangst meer mogelijk. Vaak nog wel ontvangst via FM, maar die is doorgaans minder van kwaliteit. Niemand ageert tegen de overgang naar DAB+. De kritiek richt zich er voornamelijk op dat er niet is gekozen voor een overgangsperiode waarin DAB-technologie naast DAB+ wordt doorgegeven. Waarom heeft de NPO ervoor gekozen om rigoureus met DAB te stoppen? En zegt de cynicus, komt er over een kleine 10 jaar DAB++- technologie die de DAB+-toestellen weer overbodig maakt?

Makers van digitale toestellen spinnen garen bij de overgang naar een nieuwe technologie. Consumenten zijn verplicht hun portemonnee te trekken. Maar het kan anders zoals een commentaar uitlegt: ‘Waarom kan de “gewone” DAB niet in werking blijven, naast de DAB +? Dat gebeurt wel in andere landen waar dezelfde switch is gemaakt (zoals Engeland, Denemarken).Wikipedia zegt: ‘In sommige landen worden dezelfde zenders daarom in zowel DAB (voor luisteraars met oudere ontvangers) als DAB+ (in hogere kwaliteit) uitgezonden.’

De NPO beweert dat DAB en DAB+ niet naast elkaar kunnen bestaan omdat er niet voldoende ruimte ‘binnen de multiplex’ is. En: ‘In overleg met MinEZ hebben we afgesproken gezamenlijk op te trekken en daar past ook deze keuze in. We realiseren ons dat we hiermee een aantal luisteraars duperen en dat is uiteraard vervelend.‘ Weigeren om de DAB-technologie nog langer door te geven lijkt op een bezuinigingsmaatregel van de NPO. Want waarom kan technisch in Engeland en Denemarken wel, wat in Nederland niet zou kunnen?

Het ongenoegen zit diep. Vanwege de financiële strop en de overgang naar DAB+ die als een overval voelt. Simsom stuurde het SP-kamerlid Jasper van Dijk op 21 oktober 2013 een berichtje met de volgende passage: ‘Na een korte google -actie bleek dat de NPO gestopt is met DAB-uitzendingen. Volstrekt onnodig, want er is echt bandbreedte genoeg voor de NPO om dit nog jaren vol te houden. (..) Mijn apparaten kunnen geen DAB+ aan. Ze zijn niet te upgraden. En zo zijn er meer dan 40.000 DAB apparaten in Nederland ineens waardeloos geworden. Dat is meer dan 5,5 miljoen euro aan kostbare apparatuur door deze onbezonnen en onnodige actie. Mag/kan dit zomaar?‘ Kamervragen over dit onderwerp zijn niet terug te vinden. Nog niet.

genevasound-l

Foto 1: DAB+-logo.

Foto 2: Geneva Sound System XL.