Persfotograaf wordt met auto en al sloot ingekieperd. Hoe kan agressie tegen journalisten gestopt worden?

Gisteren werd de auto van persfotograaf Timothy waarin hij samen met zijn vriendin zat door een shovel ondersteboven een sloot ingewerkt. Dat gebeurde nadat ze werden bedreigd door een groep omstanders. De fotograaf was in het buitengebied van Lunteren afgekomen op een autobrand om daar foto’s van te maken. De politie heeft twee mensen aangehouden, onder wie de bestuurder van de shovel.

In een bericht van Omroep Gelderland vertelt Timothy dat hij overal pijn heeft: ‘Ik heb spierpijn, rugpijn. Mijn rug is beschadigd door glas van de autoruit. Ik kan dus ook nergens tegenaan zitten.’

Het Genootschap van Hoofdredacteuren is volgens een bericht in De Telegraaf geschokt door het gebeurde. Het zegt: ‘Bij die aanval werd de auto waarin zij zaten met een shovel een sloot in geduwd, waarbij beiden gewond raakten. Het gaat hier om een directe en levensbedreigende aanval op twee mensen maar het is ook een nieuwe aanslag op de journalistiek en de persvrijheid.

Deze gebeurtenis van een persfotograaf die wordt bedreigd en aangevallen en het werken onmogelijk wordt gemaakt kan niet los worden gezien van de rol van de journalistiek in het publieke debat. Die staat onder druk zoals een uitzending van Medialogica (HUMAN) duidelijk maakte. Is het niet zo dat extremistische geluiden steeds meer zendtijd in de gevestigde media krijgen en het ageren tegen journalisten steeds meer genormaliseerd wordt?

In een scherts zou je kunnen zeggen dat na het tijdperk Pim Fortuyn de gevestigde media de boze burger opzocht omdat die in de periode daarvoor over het hoofd gezien zou zijn en dat als emanciperend na-ijl-effect daarvan nu de boze burger de journalist opzoekt. Met knuppel of shovel.

De media waren kort na de eeuwwisseling bang de boot te missen en stuurden hun journalisten de straat op om de mening van de burger te horen. Sinds die tijd besteden media zoveel aandacht aan de boosheid, ontevredenheid en het misnoegen van de burger dat dit de norm lijkt te zijn geworden. Maar publieksonderzoeken concluderen dat deze nieuwe normaliteit helemaal niet standaard is. Ze wordt door de media oververtegenwoordigd. Politici als Baudet en Wilders, en allerlei complotdenkers krijgen overmatige aandacht.

Dat heeft tot gevolg dat de claim van vooral het rechts-radicale populisme dat journalisten het verlengde van de macht zijn (‘Staatsomroep’) door steeds meer mensen wordt geloofd. Overigens nog steeds een minderheid. Journalisten worden verjaagd, het werken onmogelijk gemaakt of met als nieuw dieptepunt de sloot in gekieperd. Terwijl het omgekeerde het geval is. Namelijk journalisten volgen kritisch de macht én de tegenmacht en doen daar verslag van.

Wat er moet gebeuren om de aversie of zelfs vijandschap van steeds meer mensen tegenover de media en journalisten af te zwakken is de vraag. Hoe dan ook lijken de afgelopen 20 jaar de media in eigen voet te hebben geschoten door veel te veel aandacht aan extremistische en anti-democratische denkbeelden te hebben gegeven. De agressie tegen journalisten hebben de media zelf gezaaid.

Het is de vraag of de gevestigde media nu nog met elkaar tot een strategie van de-escaleren, media educatie en versterking van de democratie kunnen komen. De fletse houding van hoofdredacteur NOS Nieuws Marcel Gelauff in de uitzending van Medialogica geeft weinig vertrouwen dat de Nederlandse journalistiek intellectueel en mentaal opgewassen is tegen het rechts-radicalisme en ambitie, bereidheid en durf in zich heeft om de urgentie onder ogen te zien om zich te wapenen tegen de rechts-radicalen en anti-democraten die journalisten aanvallen.

Rellen: Dominees, politici, dansleraren en feestorganisatoren hebben het laten ontsporen en staan achteraf quasi-afstandelijk aan de kant

Een toekomstfantasie zou zo kunnen beginnen: Het schijnt dat de onderhandelingen van de Nederlandse regering met een onbekend land in een vergevorderd stadium zijn over de opname van Nederlandse ontevredenen. Voor de verandering gaat het niet om ontspoorde Marokkaans-Nederlandse jongens, maar om witte christelijke jongeren. Het besef lijkt nu eindelijk bij de Nederlandse overheid doorgebroken dat de grootste bedreiging voor de sociale vrede uit rechts-christelijke hoek komt. Het lijkt satire als het niet zo echt zou zijn. Naar verluidt zou de Nederlandse regering betreffend land een half miljard euro per jaar betalen voor deze overeenkomst.

De groepen die in aanmerking zouden kunnen komen voor zo’n overeenkomst zijn rellende christelijke jongeren uit Urk, leden van rechts-extremistische splintergroepen en allerlei groeperingen die in Nederland hun draai niet zeggen te kunnen vinden, zich miskend en onbegrepen voelen, de media als vijand van het volk zien en bewonderaars van Hitler, Trump, Baudet en Wilders zijn. Omdat genoemde groepen zweren bij het leidersprincipe ligt het gezien de onderlinge verbondenheid voor de hand om hun leiders mee naar het buitenland te sturen. Voor de Urker jongeren betreft dat talloze dominees en gezaghebbende kapiteins van de vissersvloot.

Dominee Uitslag is predikant van de christelijke gereformeerde Eben-Haëzerkerk in Urk en zegt in een artikel in het RD dat de mooie dingen die er onder de Urker christelijke jongeren plaatsvinden, zoals samen zingen en de Bijbel bestuderen, de pers volgens hem nooit halen. Dat was voor de rellen van afgelopen weekend. Nu zegt dominee Uitslag over deze witte, christelijke rellende jongeren: ‘Het perspectief ontbreekt bij hen. Maar het zijn wel onze kinderen, buurkinderen of collega’s, heb ik gezegd richting de gemeente. Het is ons aller probleem’. Hoe zich dat tot de God van Urk verhoudt is onduidelijk. Kan deze God van Urk op enigerlei wijze verantwoordelijk worden gesteld voor onder meer het geweld tegen de GGD Flevoland?

In een commentaar van 19 januari 2021 over de failliete feestorganisator Michel Reijinga die aanzette tot rellen op het Amsterdamse Museumplein, maar daarvoor geen verantwoordelijkheid wilde nemen, schreef ik:

Dominees van Urk, politici als Baudet en Wilders, failliete feestorganisatoren, uitgedanste dansleraren en miskende commentatoren in rechtse media hebben jongeren opgehitst, maar nemen lafhartig afstand van hun eigen aanzet tot opstand als het gif dat ze in de simpele geesten hebben geplant daadwerkelijk begint te werken. Die dominees en feestorganisatoren hebben het laten ontsporen en staan achteraf quasi-afstandelijk en moralistisch aan de kant. Ze wassen hun handen in onschuld. In de poging om hun eigen geweten te sussen proberen ze iedereen verantwoordelijk te maken.

De daders die zich het afgelopen weekend bij de onlusten het meest misdragen hebben tegenover GGD, ziekenhuis of ordehandhaving moeten opgepakt worden en met naam en toenaam publiekelijk bekend worden gemaakt. Zodat hun werkgevers of hun omgeving afstand kunnen nemen door respectievelijk ontslag of veroordeling en maatschappelijke uitsluiting. Uiteraard moeten ze als ze aangeklaagd worden zich voor de rechter kunnen verdedigen. Daarnaast is het van essentieel belang dat degenen die hebben aangezet tot deze onrechtmatige acties met naam en toenaam worden genoemd. Want zij zijn de oorzaak van wat er is gebeurd, maar doen achteraf alsof ze er niks mee te maken hebben.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel „Rellen zijn schandvlek voor christelijk Urk” van Klaas van der Zwaag in het RD, 25 januari  2021.

Dromen over het rechts-populisme

Rechts-populisten hebben het moeilijk. President Trump verliest, Zwarte Piet is in de ban, Baudets FvD zakt weg in de peilingen, er komt een vaccin tegen COVID-19 en Wilders wordt als doelwit van een krankzinnig om aandacht vragende Nederturk door de politiek gesteund. Kunnen deze populisten zich nog onderscheiden door radicaler te worden? Maar wie volgt hen nog de loopgraven in van de cultuuroorlog behalve een kleine groep hardliners? Wie wil er tot de verliezers behoren?

Analyses over het rechts-populisme en complottheorieën als QAnon zijn niet van de lucht. We laten het gelaten over ons heen komen. Het zal wel. Rechts-populisme is niet dood, maar de koortsdromen, wanen en abnormaliteiten ervan laten zich steeds meer kennen als de kortsluiting van verliezers. Dat begint iets sneu te krijgen. Toch zullen ze zichzelf niet de genadeklap uitdelen. Want dan hebben ze helemaal niks meer. Dat moet de ander doen door beleid dat iedereen meeneemt en de macht trotseert. Die verwachting is even onwerkelijk als het rechts-populisme zelf.

Foto 1: Still uit Metropolis (1927) van Fritz Lang.
Foto 2: Afbeelding uit strip Little Nemo in Slumberland van Winsor McCay.

Wereld op zijn kop: Wilders en Erdogan bekvechten over niks

Het is het wonder van de publiciteit dat bovenstaande cartoon uit oktober 2015 vijf jaar later voor ophef zorgt. Dat is nog eens recycling. PVV-leider Geert Wilders heeft zich succesvol in het gesprek tussen de regeringsleiders over de extremistische islam gewurmd met het herplaatsen van deze cartoon in een tweet van enkele dagen geleden. Dit als gevolg van de moord op de Franse leraar Samuel Paty door een moslim.

Politieke leiders reageren op elkaar in het verdedigen én aanvallen van de extremistische islam en Wilders ruikt zijn kans. De Turkse president Erdogan zou zich beledigd voelen door de herplaatsing van deze vijf jaar oude spotprent door Wilders. Hij heeft aangifte gedaan tegen Wilders en noemt hem een fascist. Wilders reageert op zijn beurt weer op deze aanklacht door Erdogan een loser te ‘noemen’.

Veel gedoe over niks tussen twee poseurs.

Foto: Cartoon van Westergaard/Hachfeld uit 2015.

Petitie ‘Stop cartoonwedstrijd over profeet Mohammed door Geert Wilders’ slaat de plank mis, is contra-productief en vraagt te veel

Op 19 augustus besteedde ik in een commentaar aandacht aan de in Pakistan op gang komende en van bovenaf georkestreerde protesten tegen de Muhammad Cartoon Contest waarvan Geert Wilders en de PVV later dit jaar de resultaten in de eigen ruimte van de Tweede Kamer willen presenteren. Tien dagen later zijn de protesten overgewaaid naar Nederland, zoals de petitieStop cartoonwedstrijd over profeet Mohammed door Geert Wilders’ verduidelijkt. Hiermee stapt de vermoedelijk Pakistaans-Nederlandse petitionaris Sohail Nawaz in het frame van Geert Wilders en ondersteunt hij diens zaak. De petitie is ongelukkig, ongewenst, overbodig, onlogisch en sterk af te raden. Het protest dient zowel de radicale islam als de radicale anti-islam.

Een godsdienst kan andersdenkenden niet haar wil opleggen. Want wat volgens de leerstellingen van een godsdienst voor de gelovigen van die godsdienst een voorwaarde of voorschrift is, is dat per definitie niet voor andersdenkenden. Dus als in dit geval binnen de islam de profeet Mohammed niet mag worden afgebeeld, dan geldt dat verbod alleen voor moslims of degenen die zich ondergeschikt achten aan de leerstellingen van de betreffende godsdienst islam. Maar voor mensen buiten de islam geldt dat verbod niet.

Evenmin worden moslims verboden opgelegd die gelden binnen andere godsdiensten dan de islam. Zoals de lijst met 613 mitswot (geboden) van het jodendom of de 613 geboden en verboden van het Christendom die in de Bijbel worden genoemd. Die gelden respectievelijk voor joden of christenen, maar niet voor moslims.

Religiekritiek is toegestaan omdat een godsdienst niet boven de wet staat. Religiekritiek helpt godsdiensten zichzelf te verklaren, uit de ivoren toren te komen en te verbinden met anderen. Religiekritiek houdt een godsdienst scherp en geeft het lucht. In Nederland is elke godsdienst of levensovertuiging ondergeschikt aan de nationale rechtsstaat. Oproepen tot geweld mag niet, maar beledigen van een godsdienst in algemene zin is toegestaan. Vooral machtige en invloedrijke wereldgodsdiensten als de islam moeten tegen een stootje kunnen. Daarnaast kennen die hun eigen agressie jegens anderen, zodat wie de bal kaatst die bal verwachten kan. Vaak is het zich beledigd voelen van gelovigen individueel bepaald. Dat is een kwestie van interpretatie. Veel beledigingen aan het adres van godsdiensten komen trouwens van concurrerende godsdiensten.

Het doet er niet toe of Wilders’ cartoonwedstrijd is bedoeld om moslims te beledigen. Dat is dan maar zo. Moslims moeten maar leren daar tegen te kunnen en mee om te gaan. De meeste in Nederland verblijvende moslims zijn overigens wijs genoeg om de provocaties van Geert Wilders, de PVV en alt-rechts te negeren.

Wat ‘de moslims’ vinden is interessant, maar ook niet meer dan dat. Als zoals de petitie stelt moslims worden geacht de integriteit en eer van hun profeet te beschermen en hoog te houden, dan hoeft dat niet door een verbod te eisen. En nogmaals, het is niet meer dan een waardevol advies voor gelovigen die zich door de islam laten inspireren. Ze kunnen daarbij niet buiten de rechtsgeldigheid en invloedssfeer van hun godsdienst gaan.

Moslims kunnen ook met humor en wijsheid reageren op Wilders’ provocaties. Door schouderophalen of door een houding die verder gaat dan het uitventen van misnoegen, de slachtofferrol en het zich beledigd voelen. Door zich als volwassen en geïntegreerde burgers van Nederland te gedragen. De miskenning voorbij.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieStop cartoonwedstrijd over profeet Mohammed door Geert Wilders’ op Petities.nl.

Pakistaanse moslimradicalen reageren op Wilders’ Muhammad Cartoon Contest

Blasfemie of godslastering is een merkwaardig fenomeen. Het verbindt voor- en tegenstanders in intolerantie. Gelovigen redeneren volgens de dogmatiek van hun geloof, maar stoppen daar niet mee. Ze proberen hun geloof vervolgens ook anderen op te leggen. Uiteraard opgehitst door hun geestelijke leiders. Daarin gaan ze te ver. Want ze proberen de nationale rechtsstaat opzij te zetten en te vervangen door de wetten van hun godsdienst. Dat is een ongelukkige ontwikkeling omdat daardoor minder dominante godsdiensten en levensovertuigingen of andersdenkenden wettelijk, politiek en maatschappelijk in de verdrukking komen.

Hetzelfde geldt voor tegenstanders van godsdienst die dit aangrijpen om zichzelf mee te profileren. In dit geval ageert Wilders tegen de islam. Immers zijn unieke verkooppunt waarmee hij zich kan onderscheiden. Het onderwerp is een cartoonwedstrijd over Mohammed. De Mohammad Cartoon Contest is een moderne traditie bij radicaal-rechts. En als vervolgens radicale moslims zo’n tekencompetitie weer aangrijpen om te protesteren tolt de onredelijkheid tussen radicale gelovigen en radicale anti-gelovigen nog verder uit het lood.

In Pakistan lopen moslims achter banieren aan waarop wordt geprotesteerd tegen Wilders’ wedstrijd. Maar het kan ook een reprise zijn van een eerder protest jaren eerder. De heethoofdigheid, de verbolgenheid en de strategie blijven hetzelfde. Het gaat om het mobiliseren van mensenmassa’s voor politieke doeleinden. De paradox is dat in Nederland niemand meer serieus reageert op Wilders en aanslaat voor zijn tekencompetitie- ook Nederlandse moslims niet – terwijl Wilders in Pakistan wel serieus genomen wordt. Het lijkt eerder te gaan om het inzetten van volksprotest voor binnenlandse politieke doeleinden, dan dat demonstranten echt menen invloed uit te kunnen oefenen op een wedstrijdje Mohammed tekenen in Den Haag als initiatief van de PVV. De druk op de nieuwe Pakistaanse premier Imran Khan wordt opgevoerd. Via Wilders, Mohammed en Den Haag. Blasfemie is bruikbaar om mensenmassa’s op de been te krijgen en te laten figureren op sociale media.

Foto 1: Tweet, 18 augustus 2018.

Foto 2: Tweet, 18 augustus 2018.

Tweets van Trump en Wilders kunnen genegeerd worden. En welk inzicht steekt er achter een flater van Baudet?

Politicus en leider van Forum voor Democratie Thierry Baudet twitterde op 30 april dat het goed zou zijn voor het Westen als Chavez ten val kwam. Het is gissen wat hij bedoelde met de toevoeging ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’. Dat gebeurde onder verwijzing naar de hashtag oikofobie, ofwel de afkeer van het eigene en de natiestaat, een stokpaardje van Baudet. Omdat de Venezolaanse leider Hugo Chávez echter in maart 2013 overleed kreeg deze verkeerde voorstelling van dit feit de meeste aandacht, zoals in een bericht voor Krapuul. Baudet werd hartelijk uitgelachen voor zijn gebrek aan kennis van de buitenlandse politiek.

Maar dat Baudet zijn feiten niet paraat had is niet de hoofdzaak. Fouten zijn menselijk. Veelzeggender is wat hij bedoelde hij met de toevoeging ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’? Want dat zegt iets over zijn inzicht in de buitenlandse politiek. Suggereert Baudet hiermee dat het Westen haar eigen belang niet volgt of zelfs niet kent en daarom Chavez in het zadel houdt? Maar het Westen houdt Chavez of diens opvolger Nicolás Maduro helemaal niet in het zadel en probeert het huidige regime waar mogelijk tegen te werken. President Maduro klemt zich echter vast aan de macht en pretendeert de Bolivariaanse natiestaat Venezuela te verdedigen, ook als dat met ondemocratische middelen moet die uiteraard democratisch worden genoemd.

Hoe serieus moet een tweet genomen worden van het type politici Trump of Wilders die Twitter overvloedig gebruikt en onder het motto ‘van dik hout ..’ al te vaak de nuance uit de weg gaat? Zoals Baudet in genoemde tweet ook deed. Democratische en Republikeinse senatoren leren steeds meer Trumps tweets te negeren, zo blijkt uit een bericht van Roll Call. Het doet er niet toe. Tweets zijn gewoon tweets. Niet meer en niet minder. Ook als ze koeien van fouten bevatten maken ze geen verschil. Ze zouden ook ongenoemd kunnen blijven. Toch, de toevoeging maakt wel nieuwsgierig, wat betekent ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet wist niet dat Hugo Chavez al jaren dood is’ van Laurent Bruning voor Krapuul, 30 april 2017.

Politieke profilering Stedelijk Museum wordt minder geloofwaardig door samenwerking met commerciële geldschieters

Sinds 2006 is het Stedelijk Museum een zelfstandige stichting, voorheen was het een gemeentelijke instelling. Dat leidde in 1999 tot bezwaren in de raad over een sponsorcontract met autofabrikant Audi dat toenmalig directeur Rudi Fuchs had beklonken. Het werd een geruchtmakende zaak. Een bericht uit 1999 van de Volkskrant geeft aan hoeveel er sinds die tijd veranderd is: ‘Meer algemeen zet de raad ook vraagtekens bij de noodzaak van vergaande private inmenging in een gemeentelijk instituut.’ Dat was voor de verzelfstandiging. Nu is het Stedelijk Museum geen gemeentelijk instituut meer en is de vergaande private inmenging een feit. Dat blijft onder de radar. In 2006 kwam dat sponsorcontract van het museum met Audi er trouwens toch.

Siemens kondigt nu op haar website #artSmellery aan. Siemens: ‘het eerste project van een bijzondere samenwerking tussen Siemens Huishoudapparaten en het Stedelijk Museum Amsterdam. Een verrassende, zintuigelijke en indrukwekkende manier om kunst te beleven.’ Van 26 april 2017 t/m 7 mei 2017 mei kan #artSmellery in het Teijin Auditorium van het Stedelijk Museum Amsterdam ‘beleefd worden’ aldus de promotie van Siemens. ‘Van Gogh, Chagall en zelfs werken van Mondriaan zijn met geuren tot leven gebracht – alleen met het reukzintuig waarneembaar. Mis deze unieke kans om je kennis over kunst uit te breiden niet.

Het Stedelijk kreeg onlangs kritiek uit rechtse media over een reeks tentoonstellingen over het thema migratie dat bedoeld was om ‘tegenwicht te bieden aan het populisme’ aldus een persbericht van het museum. Nelle Boer nuanceert dat vandaag in een ingezonden brief in Het Parool. Hij zegt niet tegen politieke kunst te zijn, maar pleit ‘voor een eerlijk beeld van de grote verscheidenheid aan politieke ideeën onder kunstenaars’. De contacten met Audi en Siemens maken zowel de politieke profilering van het museum ‘als tegenwicht tegen het populisme’ als de kritiek erop vrijblijvend. Waar gaat het nog over als de politieke opstelling van het Stedelijk en directeur Beatrix Ruf aanstellerij lijkt te zijn die haaks staat op de marketing van het Stedelijk? De aanstellerij van de #artSmellery. Reden is wellicht dat de zakelijke en artistieke leiding van het museum zover uit elkaar zijn gegroeid dat ze ieder hun eigen weg gaan zonder dat er nog één geloofwaardig museum met een duidelijk smoel resteert. Op wie moeten bezoekers  zich richten die zich bekommeren om het Stedelijk?

Foto: Schermafbeelding bij bericht ‘#artSmellery: innovatieve kunst in het Stedelijk Museum’ van Siemens.

Stedelijk Museum krijgt uit rechtse hoek verwijt propaganda te bedrijven met presentaties over migratie

Het Stedelijk Museum besteedt het komende jaar in een reeks kleine prestaties aandacht aan migratie. Daar komt kritiek op van rechtse media zoals Elsevier of TPO. Het verwijt is dat het museum eenzijdig bezig is en propaganda zou bedrijven. En zelfs stelling zou nemen tegen het populisme. Maar hoe terecht is dat verwijt? Annabel Nanninga reageert in een opinie-artikel voor TPO en schuwt de grote woorden en verwijten niet. Zie ook een artikel van Marjolijn de Cocq en Maxime Smit van 1 april 2017 in Het Parool.

Sleutelzin waar deze rechtse publicisten zich aan lijken te storen is het slot van het citaat van Bram Hahn ‘de gedachten van het publiek bij te sturen – daar is een woord voor: propaganda.’ Het verwijt dat ze maken is dus eenzijdige communicatie. Klopt dat of is die conclusie te kort door de bocht? Overheden, politici en media zijn continu bezig om de gedachten van het publiek bij te sturen. TPO en Elsevier zijn daar goede voorbeelden van. Dat gebeurt door het sturen van gedrag (‘nudging’) en van opinies. Propaganda heeft altijd de intentie om met een beroep op de publieke opinie aanhangers voor een standpunt te winnen. Dat is bij het Stedelijk Museum echter niet aan de orde. Ten eerste omdat het een half-gesloten omgeving is waarvoor toegang betaald moet worden en geen beroep wordt gedaan op ‘de publieke opinie’. Ten tweede omdat de bezoekers die er doorgaans komen niet overtuigd moeten worden, maar al overtuigd zijn van het nut van migratie.

Los van het er aan de haren bijgesleept verwijt van propaganda raakt de kritiek van Hahn en Nanninga aan een interessanter aspect. Namelijk de vraag naar de functie van kunst en in het verlengde daarvan de functie van een kunstmuseum. Moet kunst midden in de samenleving staan en heeft het een maatschappelijke rol te spelen door zich politiek te uiten? Of moet kunst zich onderhorig maken aan de politiek? Het is het verschil tussen kunst die bijt en kunst die tandeloos is. Hahn en Nanninga pleiten voor tandeloze kunst die de politiek volgt. Waarschijnlijk beredeneren ze dat vanuit hun partijpolitieke opstelling. Dit in navolging van politici van PVV en VVD die de kunstsector vol minachting als een links reservaat zien dat zich onttrekt aan disciplinering en beteugeling en daarom financieel gekort, geknecht en getemd moet worden. Mijn reactie op TPO:

De framing ‘activistische dramgalerie’ van een activistische drammer is potsierlijk.

Kunst en politiek zijn verbonden. Kunst zonder politiek is levenloos en politiek zonder kunst heeft geen adem. Ze zijn dus eenmaal met elkaar verbonden. Het gaat er niet om dat ze verbonden zijn, maar hoe ze verbonden zijn. Daarop kan kritiek klinken. Maar niet op het feit dat er wisselwerking tussen kunst en politiek is.

Nanninga komt niet aan inhoudelijke kritiek toe. Ze verwijst naar een citaat dat het over propaganda heeft en laat het daarbij. Met als uitsmijter een verwijzing naar de persoon Ruf. Het is een gemiste kans om inhoudelijke kritiek te uiten met een onderbouwd betoog. Nanninga laat het afweten.

Het Stedelijk Museum besteedt in twee zaaltjes aandacht aan het onderwerp. Tamelijk bescheiden. Kunst die in de eigen tijd staat reflecteert altijd op de samenleving. Kunst houdt ons een spiegel voor. Kunst scherpt aan. Dat is de functie van kunst. En het is de rol van een museum om daar verslag van te doen en dat te tonen. Kunst die dat niet doet is geen knip voor de neus waard. Een museum dat dat nalaat verandert in een graf. Dat is de dood in de pot van het museum. En van de hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBonusquote, moeilijkebril-editie: propaganda van uw geld in het Amsterdamse Stedelijk Museum’ van Annabel Nanninga voor TPO, 2 april 2017.

Trump komt uit de kast. Hij wil snijden in publieke voorzieningen. Populisme ontmaskerd als misleiding en doodlopende weg

Donald Trump beloofde tijdens zijn campagne Amerika weer groot te maken. Recente budgetvoorstellen die nog door het door de Republikeinen gecontroleerde congres moeten worden goedgekeurd wijzen echter op het omgekeerde. Trump maakt Amerika zwak door te willen snijden in publieke voorzieningen. Hij haalt het cement uit de samenleving. In milieubescherming, kunst, de publieke omroep, sociale huisvesting en in de diplomatie. Dit staat los van de voorstellen om Obamacare te ‘hervormen’ waardoor miljoenen zwakkeren hun ziektekostenverzekering verliezen. Wat tot hun dood kan leiden wegens gebrek aan medicijnen. Door deze voorstellen treft Trump de middenklasse en de werkende klasse van sneue mensen (‘deplorables‘).

Hoe meer dit soort voorstellen doordringen tot Europa, hoe meer ‘het volk’ waar de zogenaamde populisten claimen voor op te komen kan beseffen dat het door deze populisten in de steek gelaten wordt. Ze beloven veel, hebben geen uitgewerkte ideeën en doen het omgekeerde van wat ze beloofden. Hoe rampzalig dat voor de zwaksten in de samenleving kan uitpakken bewijst Trump. Inclusief de kiezers in de oude industriële gebieden die hem aan de overwinning hielpen. Wat hij in de VS probeert te doen kan voor Europeanen een waarschuwing zijn om niet te geloven in de retoriek van de populisten. Trump vertegenwoordigt de defensie-industrie, het bedrijfsleven en is in de greep van zijn rijke sponsors die fiscale tegemoetkomingen afdwingen.

Het is verstandig van Nederlandse middenpartijen om de middenklasse en de werkende klasse te wijzen op het bedrog van Trump. Hij maakt niet alleen zijn land niet sterk, maar zwak, maar bevooroordeelt ook de rijken, het bedrijfsleven en de defensie-industrie. Trump laat zich kennen als de ultieme oplichter (‘con man’) die het ene zegt en het andere doet. Trump en de Europese populisten die zo tegen de EU ageren weten niet hoe ze een land op moeten bouwen. Het interesseert ze ook helemaal niet omdat het hun daar niet om te doen is. Kritiek op de gevestigde orde en het afbreken ervan is hun programma. Chaos en de afwijking van de regelmaat is hun manier om -inclusief afgebroken toezicht of controle- optimaal hun eigenbelang te dienen.

De fatalist die samen met de vijanden van Nederland ons land wil verzwakken doet dat door populisten als Wilders of Baudet te steunen. Wie Nederland sterk wil houden of sterker wil maken kan zich beter richten tot partijen die zich sterk maken voor sociale huisvesting, armoedebestrijding, milieubescherming en goede zorg.

De retoriek van de grote woorden en gebaren over de islam of het nationalisme is dankzij Trump ontmaskerd als afleiding om de werkende klasse te misleiden en tegen het eigenbelang in te laten stemmen. Het is nu aan de media en aan de niet-populistische partijen om de feiten hierover over het voetlicht te brengen en aan de betrokkenen door te geven. Gelukkig hebben de meeste Nederlanders dat bij de recente verkiezingen tijdig ontdekt. Populisten dienen hun eigenbelang en het belang van de sponsors door wie ze ondersteund worden.

Populisten dienen niet het volk of hun land. Populisten willen de gevestigde orde verzwakken door die te ontmantelen zonder enig idee hoe die samenleving weer op te moeten bouwen. Trump heeft de waarschuwing gegeven. Het tij van het populisme is gekeerd als mensen voor zichzelf kiezen en zich niet langer laten gijzelen door beroepsagitatoren in de politiek en media die spelen met de belangen van mensen en landen.