George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘White supremacy

Waarom ik de term ‘wit’ verkies boven ‘blank’. En ‘witte mensen’ boven ‘blanken’. Over dynamische identiteit

with 11 comments

Het gebruik van de termen ‘blank’ of ‘wit’ is gepolitiseerd. Ze passen in pakketten denkbeelden. De vraag is wat de afweging ervan betekent en of het een gevolg is van denken. Of dat het denken wordt gevormd door een politieke opstelling en eigenlijk geen denken meer genoemd kan worden. Het is niet onlogisch dat er beweerd wordt dat het propageren van de term ‘wit’ een opvatting van links-Nederland is. Toch is dat onjuist. Zo reken ik mezelf niet tot links-Nederland (en evenmin tot rechts-Nederland), maar ben ik toch een voorstander van de term ‘wit’ boven ‘blank’. Mogelijk niet om dezelfde reden als andere voorstanders ervan.

De term ‘blank’ is geen ‘volstrekt neutrale, louter beschrijvende aanduiding’. Het is per definitie bijna onmogelijk dat een zo beladen term met de connotatie van reinheid, helderheid en onbevlektheid volstrekt neutraal en louter beschrijvend kan zijn. Dat staat nog los van de afweging voor welke term men kiest. Maar neutraal is het gebruik van de term ‘blank’ zeker niet.

Omdat ‘wit’ die connotaties mist en kortweg gezegd minder pretentieus is, is de term ‘wit’ neutraler en meer beschrijvend. Het verwijst naar een witte huidskleur en niet naar een achterliggende geschiedenis en wereld vol machtsposities. Een ‘blanke huidskleur’ bestaat niet.

Ik ben het eens met de kritiek op het makkelijk vertalen van Amerikaanse modes van politiek correct denken naar Nederland. Sommige links-radicalen ruilen het ene monolithisch denken in voor het andere monolithisch denken. Zodat ze het vermoeden op zich laden niet meer als individu te denken, maar ondergaan in het groepsdenken. Dat alles gaat ten koste van de nuances en het onderscheidingsvermogen. Maar evenzeer ben ik het oneens met rechts-radicaal denken dat even weinig soepel is en alles bij het oude wil laten.

Mij gaat het erom om in de geleidelijkheid zonder grote schokken een optimale afweging te vinden voor een maatschappelijke oneffenheid. Als optimaal zoveel mogelijk mensen tevreden stelt en het beste werkt dan begrijp ik dat het niet alle mensen tevreden kan stellen. Dat is jammer, maar onvermijdelijk. Maar als het nalaten ervan een bepaalde groep diep raakt, dan zie ik voor de sociale cohesie en het sociale contract tussen overheid en burgers er geen principieel bezwaar in om de oneffenheid op te ruimen.

Het gesprek over de term ‘blank’ wordt pas een zwaar en beladen onderwerp van discussie als links-radicalen er van alles over diversiteit, kolonialisme, slavernij en wat dan ook allemaal bijhalen en er vanuit hun politieke betrokkenheid opplakken wat historisch nog maar aangetoond moet worden. Daarbij eigenen ze zich het alleenrecht toe om hierover het laatste woord te hebben. Dat is niet zoals een publiek debat gevoerd moet worden of een samenleving met elkaar ingericht dient te worden. Het is intolerant en anti-democratisch.

En als in de reactie hierop rechts-radicalen er hun eigen onverbiddelijkheid tegenover zetten en geen centje onderhandelingsruimte meebrengen in het debat, dan gijzelen de uiterste posities dit debat en blokkeren ze een organische uitweg van dialoog, raadpleging van deskundige historici of taalfilosofen en compassie met en begrip voor de ander.

Dus ik ben voor de term ‘wit’ boven ‘blank’ niet vanwege een vermeend historisch onrecht of een achterstelling. Dat wil ik loskoppelen van de afspraak om het met elkaar voortaan over witte mensen in plaats van blanken te hebben. Het gaat erom dat in een open, dynamische, volwassen samenleving mensen naar elkaar luisteren en de grieven van anderen serieus dienen te nemen. En als die uit de weg gegaan kunnen worden, waarom zou men dat dan niet doen?

Foto: Het kwartet van Benny Goodman doorbrak in de muziekwereld de interraciale grenzen en bestond uit twee witte (Benny Goodman en Gene Krupa) en twee zwarte (Teddy Wilson en Lionel Hampton) musici, 1937.

Advertenties

Reactie aan De Grauwe Eeuw over actie naamsverandering Witte de With

with 3 comments

Reactie op FB-pagina van Witte de With Center for Contemporary Art in antwoord op De Grauwe Eeuw, 9 september 2017:

Ik leef niet in het verleden, maar in het heden. Degenen die steeds eenduidig verwijzen naar de oudhollandse held Witte de With, maar de betekenissen die er in de moderne tijd zijn opgelegd vergeten, leven in het verleden. Waar op zich helemaal niets mis mee is. Jullie actiegroep grijpt ook terug op het verleden. In jullie naam en in jullie acties. Bijvoorbeeld als jullie een standbeeld van Coen in Hoorn met verf bekladden.

Laten we niet te simpel reageren. Het gaat om de methode. Ons de juiste aanpak. Welk probleem los je op met een naamsverandering van een breed internationaal opererend instituut dat naar een straat genoemd is die die naam sinds 1871 heeft? En heeft de naamsverandering van dit kunstencentrum de hoogste prioriteit? Dat laatste betwijfel ik zeer.

Daarbij komt dat de roep om een naamsverandering een nieuwe dynamiek van tegenkrachten creëert. Hoe simpel die tegenkrachten ook redeneren, het is wel iets waar de Raad van Toezicht en bestuur van WdW rekening mee hebben te houden. Ze opereren niet in een politiek vacuüm. Raad en bestuur hebben een grotere verantwoordelijkheid dan de kern van activisten die verwijst naar de ongewenstheid van de naam Witte de With. Raad en bestuur zijn ingehuurd om het belang van het instituut te dienen, niet om politiek te bedrijven. Ze moeten zich niet op laten jagen door wie of wat dan ook, maar eigenstandig het belang van het instituut dienen. Bijvoorbeeld in de overweging dat een naam die sinds 1990 nationaal en internationaal is gevestigd publicitaire waarde heeft.

De keuze van de activisten om zich te richten op de naamsverandering van kunstencentrum Witte de With is om twee redenen ongelukkig. Het is altijd die zwakke kunstensector die onder druk wordt gezet. Halbe Zijlstra deed het in 2011 en activisten doen het nu. Men zou wensen dat activisten of overheid eens sterke tegenstanders als de multinationals, de krijgsmacht, het professionele voetbal of het koninklijk huis aanvallen. En niet de kunst die het al zo moeilijk heeft. Zelfs als het positief is bedoeld wordt de kunst hiermee toch extra belast. Daarnaast is voor vele inwoners van Rotterdam of Nederland een internationaal opererend kunstencentrum met hedendaagse kunst een ver van hun bed show waarmee ze zich slecht kunnen identificeren. Anders gezegd, de voorbeeldfunctie van een maatschappelijk debat over racisme slaat grotendeels dood als de meerderheid van de bevolking niet weet waarover het precies gaat en hoe dat instituut reilt en zeilt.

Natuurlijk bestaan racisme en neo-kolonialisme. Nog steeds. Die moeten binnen de wet en de rechtsstaat bestreden worden. Liefst met goede voorlichtingscampagnes van de overheid en onderwijsprogramma’s. In die bestrijding mag van mij wel een tandje bijgezet worden. Want het is een ernstig probleem.

Of racisme uit slavernij voortkomt lijkt me trouwens een onderwerp voor debat. Waarschijnlijk is het omgekeerd. Slavernij is historisch ook meer dan witte suprematie over zwarte mensen. Slavernij is ook suprematie van zwarte mensen over zwarte mensen, of van Arabieren over andere volkeren. En wat te zeggen over de nog steeds bestaande slavernij in Oost-Aziatische landen waar mensen onderhorig worden gehouden, praktisch in gevangenschap? Dat is slavernij die niet in het verleden leeft, maar nu bestaat. Witte de With leeft nog steeds, maar alleen niet in Nederland.

Zou het niet mooi zijn als het kunstencentrum Witte de With voor hedendaagse kunst zich bezighoudt met hedendaagse slavernij? De middelen zijn echter beperkt. Daarom is het logisch om in de bestrijding van neo-kolonialisme, racisme of slavernij prioriteiten te stellen. Ook trouwens in de programmering van tentoonstellingen waarin altijd keuzes moeten worden gemaakt. Zodat wat het ergst en het meest bedreigend is het eerst aangepakt kan worden. Van een Nederlandse vlootvoogd Witte de With die in 2017 uitvaart gaat geen directe dreiging meer uit. Maar van racisten in Charlottesville, West-Birma of Oost-Duitsland wel.

Samenvattend: Het is goed dat de discussie over hedendaags racisme, neo-kolonialisme of slavernij wordt gevoerd. Het is een wisselwerking tussen verleden en het nu. De bewustwording over dit onderwerp dient vergroot te worden. Maar dat debat vraagt om zorgvuldigheid en de effecten ervan moeten de hele bevolking meenemen. De keuze om dat via de beeldende kunst te realiseren is ongelukkig wegens de kwetsbaarheid van die sector en de uitstraling ervan op een breed publiek. De verbreding van het debat is de uitdaging. De valkuil is dat het tegenkrachten oproept die zich verzetten zodat het onderwerp onnodig gepolitiseerd wordt. Een radicale opstelling kan zinvol zijn om een debat te agenderen, maar het is stukken lastiger om vervolgens een meerderheid van de bevolking mee te krijgen. En daar is het ons toch allen om te doen.

Foto: Witte de Withstraat Rotterdam, 1933

Raad van Toezicht van het Rotterdamse kunstencentrum Witte de With wacht een wijs en evenwichtig besluit over de naamgeving

with 12 comments

De rol van de geschiedenis is een onderwerp waar iedereen een mening over heeft. En waar radicaal-links en radicaal-rechts zich heerlijk mee kunnen profileren. Ten koste van elkaar, en van de middengroep. Het is grote politiek die kleine politiek nadert. Dat vraagt van bestuurders om terughoudendheid, afstandelijkheid en bezinning als vanaf de flanken de verbale bommen over en weer over hun vergadertafel vliegen. Ze moeten het hoofd koel houden en zich niet op laten jutten door belangengroepen met een gespierde overtuiging.

De Raad van Toezicht van ‘Witte de With Center for Contemporary Art’ in Rotterdam heeft naar eigen zeggeneen onderzoek in gang gezet naar de naam van het instituut’. Het geeft gemengde signalen af of er al beslist is of de naam verdwijnt of dat nu uitsluitend geïnventariseerd wordt of dit wenselijk is. Zoals het een kunstencentrum betaamt maakt het van de nood een deugd en thematiseert het zichzelf in de tentoonstellingWitte de With; What’s in a name? die opent op 8 september. In het spiegelpaleis van de creatieve klasse.

Nuancering is dat de naam van kunstencentrum Witte de With niet direct verwijst naar de historische figuur  ‘dubbelwit’ die van 1599 tot 1658 leefde, maar naar de straat waar het instituut aan is gelegen. Uiteraard gaat een zelfstandige organisatie over de eigen naamgeving. Bedrijven of semi-overheidsinstellingen wisselen voortdurend van naam, vaak pseudo-Griekse namen die een traditie moeten suggereren die ontbreekt. Zoals de uitgevonden traditie van de volkscultuur, bijvoorbeeld de in de 19de eeuw ontstane Sinterklaas-viering.

De naamsverandering van de V.P.R.O. in VPRO geeft een passend voorbeeld hoe de Raad van Toezicht de recente geschiedenis van het kunstencentrum in een nieuwe naam kan laten terugkomen zonder daar onnodig veel afstand van te nemen. De VPRO sneed de band met de verwijzing naar het vrijzinnig-protestantisme door omdat dat gedachtegoed binnen de V.P.R.O. zo goed als verdwenen was. Een geabstraheerde naam als ‘WdW Institute for Contemporary Art‘ is dan een optie. Of  het cynische ‘DoubleWhite Center for Contemporary Art’.

In elk geval moet de Raad van Toezicht van kunstencentrum Witte de With het beeld vermijden dat het zich door belangengroepen op laat jagen en niet meer autonoom beslist. Of zich zelfs op laat zadelen met schuld. Want als de ene ongewenste naamgeving die volgt uit politisering (kolonialisme, Nederlands imperialisme) wordt vervangen door een andere ongewenste naamgeving die volgt uit politisering (anti-kolonialisme, anti anti-racisme) dan is dat geen winst. Een valkuil voor de Raad is de radicalisering die zegt dat er geen normaal bestaat. Maar onderdrukking of een historische werkelijkheid is geen racisme of een situatie die gecorrigeerd of weggepoetst kan worden. De Raad moet een middenweg van normaliteit bewandelen waarin het toelicht wat verkeerd was met de uitleg dat dat een historische werkelijkheid is die niet veranderd kan worden. Tussen radicaal-rechts die alles bij het oude wil laten en radicaal-links die alles wat het niet bevalt wil veranderen.

Schermafbeelding van FB-pagina van Witte de With met eigen reactie, 7 september 2017.

Baudet ontkent contacten met extreem-rechts en wordt betrapt met leugen over Constant Kusters

leave a comment »

Thierry Baudet ontkent extreem-rechts te zijn of dat soort contacten te hebben, maar onderhield afgelopen jaren contacten met Europese rechts-extremisten, onder meer van het Front National. Blogger Ikje somt de contacten in een geactualiseerd overzicht op en concludeert daaruit dat Baudet een neofascist is.

Nu is er een relletje rond Constant Kusters en de Nederlandse Volks-Unie (NVU) dat als extremistischer wordt beschouwd dan Baudets partij, het Forum voor Democratie (FvD). Sinds die partij in de Tweede Kamer met twee zetels vertegenwoordigd is neemt het in het openbaar afstand van de mensen waar het mede de twee zetels aan heeft te danken. FvD doet zich salonfähig voor en neemt afstand van het rechts-extremistische voetvolk. Overigens een te verwaarlozen groep met een kleine 300 volgelingen die zich belangrijk voordoen. Aan dat euvel lijdt ook Kusters. Het antwoord op de vraag of FvD door het openbaar afstand nemen van extreem-rechts een uitspraak doet over de ware aard van de partij of een en ander probeert te framen is afhankelijk van het waarheidsgehalte van Baudets beweringen en of men hem op zijn woord kan geloven.

Het is uitgebreid na te lezen in de publiciteit, zoals hier. Baudet ontkent de band met de NVU, maar Kusters zegt in een artikel in De Gelderlander dat Baudet wist van de samenwerking. In TPO werd op 25 augustus de leugen doorgeprikt dat Baudet nooit van Kusters had gehoord: ‘Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet zei vrijdag tegen ThePostOnline nog nooit van Constant Kusters te hebben gehoord, de leider van de de extreemrechtse Nederlandse Volks-Unie (NVU). Dat blijkt anders te liggen. Sterker, Baudet sprak over Kusters in een discussieprogramma van omroep Powned. Op donderdag 29 oktober 2015 om precies te zijn.’

Deze leugen komt na vragen waarom Baudet zo kritiekloos door de Nederlandse media aan het woord wordt gelaten, onder meer hier op dit blog. Een analogie met Donald Trump kondigt zich aan. Hij kreeg van onder meer CNN en MSNBC’s Morning Joe in een soort gratis rit zonder de gebruikelijke journalistieke normen alle ruimte om zijn persoon en programma te presenteren en kon zo groeien. Mede omdat zijn aanwezigheid garant stond voor goede kijkcijfers. Nu Trump dankzij de media de verkiezingen heeft gewonnen en hij ze niet meer nodig heeft neemt hij er afstand van. Voor FvD geldt dat in mindere mate omdat het slechts 1,8% van de stemmen haalde, tegen Trump 46%. NRC onderzocht welke partijen tijdens de campagne het meest op televisie waren. FvD scoorde bovengemiddeld met 27 optredens in 12 onderzochte actualiteitenprogramma’s. Nu de banden met extreem-rechts duidelijk zijn gemaakt is de vraag of ze FvD kritischer gaan benaderen.

Waarom laten Nederlandse media Baudet kritiekloos aan het woord?

with 6 comments

Het is in grote lijnen zo duidelijk, maar het wordt vaak zo nodeloos ingewikkeld gemaakt. Er zijn op dit moment drie totalitaire ideologieën die  vijandig staan tegenover de democratie zoals we die in Nederland kennen. Het zijn het uit de 20ste eeuw beruchte fascisme met autoritair nationalistische, antidemocratische en antiparlementaire tendenzen en het bolsjewistisch communisme dat zoveel onheil heeft gebracht over Europa. Sinds het eind van de 20ste eeuw is daar het islamisme -ofwel: de politieke islam- bijgekomen dat de islam als een geloof boven alle geloven stelt en die andere geloven zelfs geen plek gunt. Fascisme, communisme en islamisme en de vertegenwoordigers ervan dienen ondubbelzinnig en in harde bewoordingen afgewezen te worden. Ze gaan uit van een gesloten wereldbeeld dat vrijheden inperkt en alle adem uit de samenleving haalt.

Opvallend is dat deze ideologieën door degenen in het centrum van de politiek van wie je het zou verwachten niet in alle gevallen worden afgewezen. Dat gaat onder het mom om het ergste kwaad met het mindere kwaad te bestrijden. Maar dat is een hellend vlak dat vanuit een slecht oordeel de eigen moraliteit aantast. Wie die neergaande weg opgaat verliest vanwege verloren normbesef het recht van spreken en mist de autoriteit om de vertegenwoordigers van de drie ideologieën te corrigeren en met overtuiging tot de orde te roepen. Kiezen voor de ene verkeerde ideologie om de andere verkeerde ideologie te bestrijden is een valkuil. De keuze is niet tussen de drie ideologieën, maar tegen de drie ideologieën. Dit besef wordt onvoldoende begrepen.

Complicatie is dat de drie ideologieën veelzijdig op elkaar inwerken. Als het ene rookgordijn onttrekken ze het andere rookgordijn aan het zicht. Historisch is de wisselwerking tussen fascisme en communisme bekend. Tot op de dag van vandaag is het fascisme spookbeeld, schrikbeeld en bliksemafleider voor het communisme. Uit een combinatie van nostalgie en nestgeur, en praktische politiek wordt als motief een type bolsjewistische propaganda tot op dit moment gebruikt door de machthebbers in de Russische Federatie. Bijvoorbeeld als in de Oekraïense-Russische oorlog (2014 – nu) de tegenstander wordt gekenschetst als fascistisch.

Sinds een kleine 20 jaar is daar het islamisme bijgekomen als spookbeeld, schrikbeeld en bliksemafleider voor het fascisme. Waterscheiding waren de aanslagen op de Twin Towers op 9 september 2001 door overwegend Saoedisch-soennitische islamisten. De voorbeelden van politieke leiders die ‘waarschuwen’ voor het islamisme -of kortweg: de islam- en de afslag naar het fascisme nemen is aangegroeid tot een fikse lijst: Geert Wilders, Nigel Farrage, Marine Le Pen, Christoph Blocher, Viktor Orbán, Donald Trump, en sinds kort Thierry Baudet. Opvallend is dat deze radicaal-rechtse politici zich extremer opstellen dan traditioneel gematigd rechts zoals dat door het liberalisme of de christen-democratie wordt vertegenwoordigd en extreem-rechts inspireren. Opvallend op zijn beurt is dat het opgekalefaterde retro-communisme van Putin deze radicaal-rechtse leiders inspireert. Hoewel dat een inblazing is die met steekpenningen gekocht wordt door het Kremlin.

Karin Spaink schreef op 16 augustus naar aanleiding van het optreden van extreem-rechts in Charlottesville en de reactie daarop van rechts-nationalistische politici als Trump een column in Het Parool die ze aldus besluit: ‘Lees je terug met welk canaille Thierry Baudet zich omgeeft, kijk je met wie hij goedlachs op de foto is gegaan en van welke ontmoetingen hij trots zijn selfies heeft gepost, inventariseer je waar hij naartoe gaat om te spreken en welke gasten of sprekers hij op zijn partijbijeenkomsten uitnodigt (van de NVU tot aan de IJzerwake, van Erkenbrand tot Kalergi), haal je je zijn uitspraken voor de geest over ‘de homeopathische verdunning van het volk’ tot ‘de omvolking van Europa’, lees je hoe hij de ‘volkswil’ systematisch boven recht en ratio stelt, en dat je dan tot op het bot huivert…  Dan schrik je je rot hoe vaak en hoe kritiekloos de Nederlandse pers het FvD aan het woord laat. Het zijn zulke leuke jongens, met zo’n fris geluid!

Baudet typeert de frisheid van de beerput. Democratisch gekozen speelt hij een rol binnen de Nederlandse parlementaire democratie. Maar dat betekent niet dat hij kritiekloos moet worden bejegend en de media zich niet telkens moeten afvragen wat hij representeert. Het is een raadsel waarom Baudet zoveel krediet van de Nederlandse media krijgt. Hij is iemand die zich in extreem-rechtse kringen begeeft en daarbij ook een anti-modernist is. Ofwel, hij is iemand met ouderwetse en ‘gesloten’ denkbeelden op het gebied van cultuur. Naast het extremistische gedachtengoed dat hij deelt. Journalisten laten zich om de tuin leiden door de vorm die Baudet hanteert. In de inhoud propageert hij echter ondubbelzinnig het extremistische gedachtengoed. De acceptatie van Baudet is ongewenst en ongepast. Nederland schiet er niks mee op. De Nederlandse media zouden beter na moeten denken voordat ze hem een platform bieden. Waarom bekritiseerden ze Hans Janmaat en Joop Glimmerveen, maar laten ze dat grotendeels na bij Thierry Baudet die geen haar beter is?

De verklaring waarom niet alleen radicaal-rechtse journalisten van het type Wierd Duk in hun afkeer van het islamisme bewust of onbewust de overstap naar het ultranationalisme van het fascisme maken, maar ook de establishment journalisten van het oppervlakkige type heb ik hierboven beredeneerd. Deels komt het voort uit onkunde en lui denken. En deels uit de twijfel dat vanuit een politieke homeopathie het islamisme met het fascisme bestreden kan worden. Met zo’n houding verliest de journalistiek zonder politiek-filosofisch kompas en zonder omlijnd idee over het kwaad van de drie ideologieën haar morele positie. En kan Baudet ongestoord zijn kunstjes vertonen. Journalisten willen niet anders zien dan een fris ogende politicus omdat zo iemand aansluit bij hun idee van de wereld als realityshow. Zo is de weg vrij voor een nationalistische politicus die aanschurkt tegen het rechts-extremisme om de media met keurige, hapklare brokjes te voeren en zijn echte gedachten voor zowel journalisten als supporters verborgen te houden. Alsof geen hond het echt interesseert.

Foto: The Militia, Charlottesville, 12 augustus 2017.

Twee ruiterstandbeelden van Henry Shrady. Voor én tegen de Unie

leave a comment »

Er is veel te doen over de verwijdering van het ruiterstandbeeld van de Confederale generaal Robert E. Lee in een park in Charlottesville, Virginia. Neonazi’s en racisten grepen het aan om te demonstreren en hun macht te tonen. Wikipedia geeft de bijzonderheden. Maar de maker ervan blijft ongenoemd. Dat is Henry Shrady (1871–1922). Hoewel hij stierf voordat het beeld klaar was. Leo Lentelli voltooide het in 1924. In dat jaar werd het geplaatst. Opvallend is dat Henry Shrady ook het ruiterstandbeeld van Lee’s tegenpool, de Unionistische opperbevelhebber Ulysses S. Grant in Washington, DC (1922) maakte. Soms hoeft kunst geen partij te kiezen.

Foto 1: ‘Robert E. Lee statue’ in Charlottesville, Virginia. Omstreeks 1924 – 1950. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: ‘Equestrian statue, Henry Merwin Shrady, Ulysses S Grant, mounted, Union Square, 1922’. Collectie: Library of Congress. 

Na Charlottesville. Hoe succesvol is de misleiding door Michael van der Galien van DDS dat het geweld ‘van twee kanten komt?’

with 5 comments

Michael van der Galien is een hardliner die zonder nuancering op DDS de extreem-rechtse agenda verkondigt. In modieuze termen wordt dat tegenwoordig Alt-Right genoemd. Hij volgt nauwgezet de talking points van zijn Amerikaanse geestesgenoten van Breitbart of de Daily Stormer. Zo neemt hij in een reeks artikelen in de nasleep van het geweld in Charlottesville de mening over dat het geweld van twee kanten kwam. DDS is trouwens verdeelder dan het lijkt. Tim Engelbart nam in het commentaarNeonazi’s zijn enorm blij met Trumps non-veroordeling van nazigeweld: “Heel erg goed! Niet specifiek tegen ons!”’ afstand van Trump: ‘Extreem-rechts gedachtengoed is een beetje meer gemeengoed geworden, en dat is geen vooruitgang’.

Nuancering is niet aan Van der Galien besteed. Het gaat hem niet om het maken van onderscheid of het vinden van de waarheid, maar om misleiding. Zijn vergelijking van appels met peren gaat voorbij aan de hoofdzaak. Overigens ook aan de omstandigheid dat Senaat, Huis van Afgevaardigden en Witte Huis een rechtse meerderheid hebben. Hoe kan links nou links beschermen zoals hij beweert als rechts het voor het zeggen heeft? Zijn argumentatie oogt krakkemikkig, maar is blijkbaar doelmatig genoeg om zijn achterban te bedienen die deze denkbeelden voor zoete koek slikt. Dat vraagt om een reactie op zijn commentaarTrump zegt terecht dat het geweld van twee kanten kwam, maar linkse media worden he-le-maal gek.

Het kan best dat links af en toe over de schreef is gegaan. Dat moet dan per incident aangepakt worden. Maar daar gaat het op dit moment niet om. Georganiseerd geweld van extreem-rechts heeft in Charlottesville tot een dode vrouw geleid.

De reactie daarop staat nu ter discussie. President Trump krijgt ook uit zijn eigen partij van conservatieve senatoren zoals Orrin Hatch van Utah het verwijt dat hij te vergoelijkend is naar de Nazi’s en de witte suprematisten. Hij weigert hun optreden af te keuren. Dat maakt Trump volgens velen zelf tot een racist.

Het straatgeweld is echter niet de hoofdzaak van de kwestie Charlottesville. Wat nu onder een vergrootglas ligt is de houding van president Trump. Probeert hij door boven de partijen te staan het verdeelde land te verenigen of doet hij het omgekeerde en kiest hij partij? In de merkwaardige persconferentie in Trump Tower koos Trump er overduidelijk niet voor om het geweld van extreem-rechts in Charlottesville ondubbelzinnig te veroordelen.

Van een president of een regeringsleider wordt tegenwoordig een pastorale houding verwacht om de verschillen te overbruggen en perspectief op verbinding te bieden. Zelfs als dat niet overeenkomt met Trumps persoonlijke mening behoort hij als president toch zo’n houding aan te nemen. Dat wordt verwacht van een regeringsleider in crisismomenten. Trump kan het niet opbrengen. Trump faalt omdat hij dat blijkbaar niet kan of zelfs niet eens beseft dat die vaderlijke opstelling onlosmakelijk verbonden is aan het presidentschap.

Er is een verschil in politieke stellingname tussen linkse en rechtse radicalen. De term extremisten is voorbehouden aan degenen die geweld gebruiken en daarmee buiten de wet treden. De meeste activisten aan zowel linkse als rechtse kant zijn radicaal, maar niet extremistisch.

Het verschil tussen links en rechts is dat radicaal links zich sterk maakt voor gelijkheid tussen bevolkingsgroepen, religies en seksen en radicaal rechts die gelijkheid afwijst en zich sterk maakt voor witte hegemonie. Zo wijzen de Nazi’s, KKK en witte suprematisten de gelijkheid van Afro-Amerikanen, Joden, moslims, homoseksuelen en vrouwen af.

Dat streven naar gelijkheid is het uitgangspunt van Amerika. ‘All men are created equal’ is de belangrijkste uitspraak van de Amerikaanse revolutie zoals verwoord door president Thomas Jefferson. Het is van blijvend belang geweest en werd het kompas voor zijn opvolgers en in algemene zin het moderne Amerika.

Het is dus radicaal rechts dat nu door het gebruik van geweld afwijkt van de Amerikaanse traditie die in meer dan 200 jaar sinds de onafhankelijkheid is gegroeid. Extreem-rechts wil daar eenzijdig mee breken om een witte samenleving te vestigen. Het is radicaal links dat hierop reageert en zich verzet tegen die breuk.

Bezien in historische context kiest president Trump dus niet alleen niet ondubbelzinnig tegen het extreem-rechtse geweld van Klansmen, Nazi’s en witte suprematisten, maar breekt hij ook met de Amerikaanse traditie om op z’n minst in woord de traditie van Jefferson hoog te houden. Dat diskwalificeert hem als president omdat hij niet begrijpt waar het in de VS om te doen is.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelTrump zegt terecht dat het geweld van twee kanten kwam, maar linkse media worden he-le-maal gek’ van Michael van der Galien op DDS, 16 augustus 2017.

Foto 2: ‘Heavily armed alt-right militia at the ‘Unite the Right’ rally in Charlottesville, VA.