George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Werkende klasse

Paul Mason pleit voor linkse samenwerking. Terugvechten! Dat onderwerp zoemt overal rond in reactie op het rechts-populisme

leave a comment »

Publicist Paul Mason omschrijft zichzelf als een radicale sociaal-democraat met belangstelling in politiek links. Hij ijvert voor linkse samenwerking. Dat pleidooi komt overeen met dat van de Amerikaanse socioloog Charles Derber aan wiens ideeën en de les die er valt te trekken uit de teloorgang van de Weimar-republiek ik onlangs aandacht besteedde in een commentaar. Net als Mason meent Derber dat progressieven door onderlinge samenwerking de strijd met de rechts-populisten (UKIP) moeten aangaan met het doel ze te marginaliseren.

Mason voegt hieraan toe dat links het gematigd rechts (Theresa May) niet te gemakkelijk moet maken. Als Brit is zijn perspectief de Brexit waarvan het volgens hem nog maar de vraag is of links ermee moet instemmen als het niet in het belang van de werkende klasse is. Een argument dat door de Leave-campagne trouwens voor een Brexit werd gebruikt. Mason accepteert niet dat het eenzijdig gekaapt wordt door nationalistisch rechts, keert het om en tilt het naar het niveau van de ideeënstrijd. Dit pleidooi raakt ook aan de Democratische partij waar de cultureel-linkse en economisch-rechtse Hillary Clinton en de sociaal-democratische Bernie Sanders gedwongen zijn tot samenwerking. Sanders probeert Clinton hierbij in het Democratische platform van de partij tot concessies te dwingen tijdens het verslaan van de rechts-populistische kandidaat Donald Trump.

Zo ontstaat bewustwording bij politiek links dat het niet machteloos is en niet afhankelijk hoeft te zijn van samenwerking met rechts. Zoals in Nederland de PvdA die met de VVD in zee ging en zichzelf niet meer terugvond. PvdA, GroenLinks, SP en zelfs D66 kunnen meer samenwerken als ze willen. Daartoe moeten ze hun eigenbelang opzij zetten. Dat is voor politieke partijen lastig met politici met hun eigen carrière die niet altijd het algemeen belang laten voorgaan. Dat leert ook de worsteling van de Britse Labour-leider Jeremy Corbyn. Hij heeft het mandaat van de leden, maar niet van de kaderleden. Van Corbyn wordt gezegd dat hij geen goede leider is en zijn partij en het sociaal-democratische gedachtengoed niet goed vertegenwoordigt. Het is de afweging tussen zuiverheid in de leer en doelmatigheid. Mason geeft er indirect antwoord op door te pleiten voor pragmatisme en doelmatigheid. Zo’n commentaar past perfect bij de links-liberale The Guardian.

Advertenties

Charles Derber: Samenwerkend links moet demagogie van rechts-populisten beantwoorden. Met een les voor Nederland

with 2 comments

In een artikel voor truthout schetst hoogleraar sociologie Charles Derber het antwoord op de demagogie van Donald Trump of rechts-nationalisten als Geert Wilders. Hij maakt een vergelijking met de Duitse Weimar-republiek die in de jaren ’20 en vroege jaren ’30 in zijn ogen het verkeerde antwoord gaf op de opkomst van Hitler. Derber geeft vier vuistregels voor progressieven om de strijd met de rechts-populisten te winnen. Het is het antwoord op extreem-rechtse demagogie die de VS en Europa overspoelt. Met een les voor Nederland.

1: Duits links was versplinterd en faalde om sterke coalities te vormen. Als de sociaal-democraten en communisten samen met een stedelijke culturele beweging een blok hadden gevormd dan hadden ze het parlement gecontroleerd en de macht behouden. De les voor de VS is dat de Democratische partij, de supporters van Bernie Sanders en allerlei sociaal-democratische bewegingen samen moeten werken.

2: Hitler werd grandioos onderschat, en op dit moment wordt Trump onderschat. Zo blijven deze populisten grotendeels  onder de radar en kunnen ze vanuit een relatieve luwte zonder harde tegenstand hun opgang maken. Dit heeft te maken met de werkende klasse en de lagere middenklasse op wie deze rechts-populisten een succesvol beroep doen.  De les is om het rechts-populisme van Trump of Wilders serieus te nemen omdat het aansluiting weet te vinden bij die sociale klassen die het een electorale basis verschaffen.

3: Sociaal-democraten en andere progressieve krachten dienen zich in te spannen om deze lagere sociale klassen terug te winnen door aanpassing van het beleid. Voor de VS kan dat door het opzetten van een banenprogramma, vergroening van de economie, verlaging van militaire uitgaven en het nastreven van meer inkomensgelijkheid. Naast de aanpak van het racisme, seksisme, het strikte gevangenisregime en de burgerrechten. In de VS dient Hillary Clinton een alternatief te geven dat de werkende klasse en de lagere middenklasse overtuigend in hun hart en portemonnee aanspreekt.

Toegevoegd kan worden dat Clinton als kandidaat van het establishment ongeloofwaardig is in deze rol. Ze wordt er door Wall Street van weerhouden om een progressieve politiek te voeren die de lagere sociale klassen tegemoetkomt en een progressief front te vormen. Derber: ‘Having been a leading figure of the Establishment for 25 years, it is virtually impossible for Clinton to embrace the anti-Establishment moment and lead a progressive populism.’ Er is hoop dat Clinton ondanks zichzelf delen van de beleidsvoornemens van Sanders, zoals het minimumloon van 15 dollar overneemt, maar de vraag is of dit voldoende is om te overtuigen.

4: Apocalyptische waarschuwingen van Trump over het verval van de VS of Wilders’ tsunami van moslims die naar Nederland komen moeten beantwoord worden omdat ze aansluiten bij echte angsten van mensen. Linkse politici moeten uitleggen waar angsten vandaan komen en uiteenzetten dat ze niet voortkomen uit culturele, maar uit sociaal-economische omstandigheden. Het establishment van banken en mega-ondernemingen dient als natuurlijke vijand van de werkende klasse en de lagere middenklasse aangewezen en aangepakt te worden om rechts-populisten de wind uit de zeilen te nemen, de democratie te redden en de linkse politiek weer focus en zelfvertrouwen te geven. Daartoe moeten partijen en sociale bewegingen samenwerken.

Voor Nederland houdt deze les een revitalisering van de PvdA in die op sterven na dood is. Het moet afstand nemen van de rechtse politiek van de VVD zoals die door het kabinet Rutte II wordt uitgevoerd. En stelling nemen tegen rechts-populisten als Geert Wilders. Dat kan het duidelijkst door het aanwijzen van een nieuwe lijsttrekker die de nieuwe koers symboliseert. Samenwerking met GroenLinks als ideeënpartij en de SP die de werkende klasse en de lagere middenklasse aanspreekt kan de versplintering van links tegengaan. Probleem hierbij is wel dat de SP een links-populistische demagogie volgt die net als het rechts-populisme een beroep doet op de angsten die er in de samenleving leven. Door de SP echter een essentiële rol te geven in de linkse samenwerking waar de PvdA niet de leiding krijgt kan het wellicht overtuigd worden om zich voortaan te concentreren op sociaal-economische thema’s ten koste van de andere thema’s (islam, immigratie, EU).

De linkse politiek kan samenwerking zoeken met de middenpartijen D66 en CDA om de basis te versterken. Mits deze bereid zijn om de machtspositie van het establishment fundamenteel aan te pakken en mee te helpen aan de herverdeling van de welvaart ten gunste van de werkende klasse en de lagere middenklasse.

Pechtold geeft populisten schuld van Brexit. Is dat niet te simpel?

with 7 comments

D66-leider Alexander Pechtold meent dat de populisten de oorzaak van de Brexit zijn. Als je het als probleem wilt framen. Ze zouden schoppen, maar geen oplossing hebben. Maar dit is slechts de helft van het verhaal. Als de populisten zo kwaadaardig zijn zoals Pechtold zegt, dan is de vraag hoe ze zoveel ruimte in media, politiek en samenleving hebben kunnen krijgen. Pechtold kan makkelijk praten met zijn eensgezinde, kosmopolitische, hoogopgeleide achterban. Het is voor de hand liggend dat juist hij dit commentaar geeft.

Niet de tegenstanders maar de voorstanders zijn Europa’s probleem. De laatsten zijn er zelfs in voldoende mate, maar ze werken niet samen, uiten zich onvoldoende en blijven aan de zijlijn staan. Ze gedragen zich labbekakkerig en verwend. Niet gewend om te vechten. Het lijkt er sterk op dat de uitslag van het Britse referendum niet zozeer volgt uit het optreden van het Leave-kamp, maar uit het falen van het Remain-kamp. Tegenstanders van de EGKS, EEG of EU zijn er altijd geweest. Dat de voorstanders zwijgen is het probleem.

Zo gaan referenda verloren. Dat illustreert ook het Nederlandse Oekraïne-referendum dat een lage opkomst van 32% kende. De publieke opinie werd veroverd door het NEE-kamp dat succesvol een harde kern wist te motiveren en vast te houden. Regeringspartijen VVD en de PvdA zetten zich nauwelijks in voor het referendum in een campagne die nooit van de grond kwam. Reden kan zijn dat de achterban van deze partijen verdeeld was en deze partijen het daarom niet aandurfden. Maar dan bepalen de electorale overwegingen het beleid. Zo sterft de overtuiging. VVD en PvdA hadden in september 2015 hun achterban moeten overtuigen om daarna van januari 2016 zonder handrem erop campagne te moeten voeren voor de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. Dat de tegenstanders wonnen was verdiend en goed geregisseerd, maar had het niet hoeven zijn gezien de stemming van het hele volk. Het is de gemakzucht en het wegkijken van de politieke elite die stoort. Meer dan de opstandigheid van tegenstanders die zich zoals altijd in de macht in willen vechten.

Want reken maar na, premier David Cameron had jaren tegen de EU geschopt en ging die ineens verdedigen. Dat deed hij vaardig, maar iedereen voelde dat de overtuiging ontbrak. Daarbij hielden zijn kabinetsleden op de minister van Financiën George Osborne na zich stil. Bij Labour miste leider Jeremy Corbyn zowel de overtuiging als de basale politiek vaardigheid om geloofwaardig voor de relatie met de EU te pleiten. Hij liet zijn achterban niets van overtuiging voor de EU zien. Leden van het schaduwkabinet hebben het vertrouwen in hem opgezegd. Pechtold kan gelijk hebben dat de populisten met vuur spelen in een vuurwerkfabriek. Maar het echte probleem in Europa is dat de bedrijfsbrandweer niet optreedt en het berustend laat gebeuren.

Tegenstrijdigheden van Brexit worden door journalistiek niet opgemerkt. Dat is slecht voor onze democratie

with 18 comments

Boris Johnson grossiert in tegenstrijdigheden en spreekt zichzelf tegen. Als zijn woorden worden gewogen dan blijft er niets van over. Door zijn woorden valt ook Johnson door de mand. Hij komt weg met zijn grappen en grollen en wordt niet kritisch bejegend. Dat baart zorgen. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij in oktober 2016 David Cameron opvolgt als Brits premier. De leden van de Conservatieve partij beslissen daarover.

Johnson was een van de leiders van het Leave-kamp dat het Verenigd Koninkrijk uit de EU wilde halen. Dat spoort niet met zijn bewering voor meer Europa te zijn. Dat was hij niet gedurende de campagne waarin hij in een controversiële en volgens velen schandelijke vergelijking de ‘autoriteit’ van de EU met het Derde Rijk van Hitler gelijkstelde. Jongeren die in meerderheid voor Remain stemden zien door Johnson hun perspectief op Europa versperd. Dat het Verenigd Koninkrijk niet minder verenigd zou zijn na een Brexit is eveneens onjuist. De kans op het verbreken van de unie uit 1707 met de Engelsen is toegenomen door een Brexit. De Schotten die met 62% voor Remain kozen komen mogelijk met een nieuw referendum over onafhankelijkheid. En sommige Noord-Ieren pleiten voor integratie met de republiek Ierland buiten het Verenigd Koninkrijk om.

De feitenvrije politiek van Boris Johnson hoort thuis in het rijtje anti-democraten van het type Wilders, Trump, Erdogan, Putin, Marine Le Pen en de nieuwe Turks-Nederlandse loot aan deze stam: Kuzu en Ozturk van DENK. Maar het meest verbazingwekkend en verontrustend is nog wel dat iemand als Johnson nauwelijks op zijn woord gewogen wordt. In veel commentaren op deze toespraak waarvan het fragment slecht een deel is werd gezegd dat Johnson de campagne achter zich gelaten had en verzoenende taal uitsloeg. Dat kan zijn, maar dat ontslaat de journalistiek vervolgens niet van de plicht om te kijken of de feiten en beweringen die Johnson geeft kloppen en of ze niet tegenstrijdig zijn met elkaar of met eerdere beweringen van hem. Het tekort van de hedendaagse journalistiek is dat Johnson tegenstrijdig kan zijn zonder dat het opgemerkt wordt.

Als Eton-boy is Boris Johnson de getapte, welbespraakte, flamboyante vertegenwoordiger van de elite die nu een ander deel van de elite mag aflossen. In een machtsstrijd binnen de Conservatieve partij. Dat hem de zorgen van de werkende klasse ter harte gaan en hij de problemen van de leden ervan hoog op de agenda zal zetten is een illusie. Johnson gaat het niet om het uitvoeren van een politiek programma, maar om een machtspositie. Het referendum was geen doel voor hem om de werkende klasse er weer bovenop te helpen, maar een middel om zelf premier te worden. Binnen de klassenmaatschappij Verenigd Koninkrijk is het volstrekt onlogisch dat een lid van de elite van de Conservatieve partij het opneemt voor de werkende klasse.

Referenda lijden aan een vertragingseffect. In Nederland betaalde het verbreken van de belofte voor een tweede EU-referendum na 2005 over de Europese grondwet zich uit in ongenoegen in het recente Oekraïne referendum. Hoewel dat met het onderwerp over de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne niets te maken had. Frankrijk dat in 2005 ook nee zei in een referendum dat door de politiek werd genegeerd vreest met vertraging terugbetaald te worden in een Frexit-referendum. Zo vervuilt het instrument referendum.

In het Verenigd Koninkrijk is het niet zozeer een eerder referendum, maar ontevredenheid met hun eigen positie van vooral oudere, sociaal achtergestelden die zich vertraagd uitbetaalde in een Brexit. Dat ging uiteindelijk niet over de relatie van hun land met de EU over vreemdelingen, maar over de eigen politieke klasse die de eigen bevolking in de steek heeft gelaten. Een Brexit was de eerste mogelijkheid om die ontevredenheid en dat gevoel van achtergesteldheid te uiten. Volksmenners als Farage en Johnson waren er als de kippen bij om dat terechte gevoel van achtergesteldheid van sociaal zwakkeren te misbruiken. Maar omdat het om tekortschietende sociaal-economische aspecten als arbeidsmarkt, gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting of inkomensongelijkheid gaat die Farage of Johnson helemaal niet willen wijzigen is zo’n cultureel debat over immigratie of Britsheid ook een afleiding om niet aan bestaande machtsverhoudingen te tornen.

Dit geeft aan hoe het Remain-kamp het referendum had kunnen winnen. De laatste dagen praten journalisten elkaar na dat de economie geen antwoord was op de problemen over immigratie die het Leave-kamp naar voren bracht. Dit is onjuist, de economie was juist wel het onderwerp geweest om de zorgen over immigratie te weerleggen. Het misverstand is dat deze journalisten economie uitsluitend opvatten als bedrijfseconomie dat de belangen vertegenwoordigt van bedrijven en banken, de aandelenkoersen en een welgestelde klasse en daarbij niet eens beseffen dat dit een behoudend en op z’n minst onvolledige opvatting van economie is. Maar economie heeft ook een politieke dimensie die bestaat uit machtsdeling, inkomensgelijkheid, bezit van productiemiddelen, humanisering van het leven en een ‘maatschappelijke architectuur’. Cameron en Johnson zijn representanten van een elite die uitgaat van een gesloten wereldbeeld dat de status quo per definitie niet ter discussie stelt. Het is de taak van de journalistiek om dat open te leggen en niet dom na te praten.