Wetenschappers geven Knevel antwoord zonder antwoord te geven. Laat geloof een geloof zijn en maak er niet meer van dan het is

Andries Knevel strikes again met zijn luisterend oor en zalvende blik. Het is aandoenlijk, maar ook wel wat ontluisterend om te zien hoe ‘gerenommeerde wetenschappers’ worden uitgenodigd in eigen voet te schieten onder de suggestie hun zaak te versterken. De een relativeert het belang van het christendom door het belijden ervan als een cultureel verschijnsel te zien. Tegelijk legitimeert hij het geloof door te claimen dat iedereen gelooft. Dat kan hij alleen rondbreien door de betekenis van geloof van betekenis te laten verschuiven door te zeggen dat iedereen een bepaald wereldbeeld aanhangt. Hij kan weten dat geloof en het aanhangen van een bepaald wereldbeeld totaal verschillende begrippen zijn en dus niet hetzelfde. De vrouw redeneert in cirkels. Zoals doorgaans bij dit soort gesprekjes over godsdienst. Ze geeft als tweede argument voor het geloven van christenen dat zij weet dat God echt is. Dit oogt zo simpel en onnozel dat het lastig is om er een onderbouwde en geloofwaardige uitspraak over de waarheid van het christendom in te ontwaren.

Twee christelijke wetenschappers worden het programma van de EO ingehaald om antwoord te geven op de vraag over de waarheid van het christelijk geloof en komen vervolgens met flutargumenten die geen antwoord op die vraag geven. Dat is ook logisch, want die antwoorden bestaan per definitie niet. Geloof is immers een overtuiging en geen wetenschap.

De fout waarom het zo misgaat ligt dan ook niet zozeer in beide personen die antwoord geven en hun best doen om er nog iets van te maken, maar in de persoon die de vragen stelt en diens pretentie om meer van een geloof te maken dan het echt is. Knevel denkt met zijn schijnbewegingen de zaak van het christelijk geloof te versterken, maar heeft niet door dat hij het omgekeerde bewerkstelligt. In ieder geval bij de objectieve waarnemer. Mogelijk gaat de gelovige loyaal mee in zijn warrige praatjes. Knevel doet aan branchevervaging en probeert de werking van religie filosofisch, cultureel en methodologisch op te rekken tot buiten haar eigenlijke domein. Dat is onverstandig en zal altijd averechts uitpakken.

Sociaal-liberalisme volgen als wereldbeeld

De StemWijzer stuurt de zwevende kiezer een kant op. Sammy van Tuyll van de LibDem partij noemt in een persbericht de StemWijzer niet democratisch: ‘LibDem laat het hier niet bij zitten en blijft aandringen op een gelijke behandeling van alle partijen die deelnemen aan de verkiezingen. De handelswijze van ProDemos is een democratisch land onwaardig‘. De maker van de StemWijzer ProDemos krijgt overheidssubsidie, beweert dat het transparant is en geeft daarna de kiezer een advies dat objectief zou zijn. Wie gelooft het?

De kiezer kan het beter zelf bepalen. Door uit te maken wat-ie belangrijk vindt en welk wereldbeeld daarbij past. Om vervolgens een politieke partij te zoeken die daar het beste bij past. Dat vermijdt de versimpeling van de StemWijzers en Kieskompassen die een suggestie van objectiviteit geven die niet bestaat. En er zelfs van beticht kunnen worden de zittende macht te begunstigen. Voor mezelf kom ik dan tot het volgende wereldbeeld als uitgangspunt voor mijn keuze. Een samenraapsel en bewerking van citaten op internet:

Sociaal liberalisme houdt in dat de functie van de liberale staat is om mensen te voorzien van de mogelijkheid om voor zichzelf te zorgen door nuttig werk. Het recht op arbeid, het recht op een behoorlijk loon, volledige werkgelegenheid, sociaal welzijn en de bescherming van de mensenrechten. Sociaal liberaal beleid omvat onder meer overheidsingrijpen in de economie om mensen zo harmonieus mogelijk te verbinden met de gemeenschap, en definieert de eerste in termen van een gemeenschappelijk goed en de tweede op het gebied van het welzijn van individuen in relatie tot de rechtvaardigheid van de samenleving. 

De richting die ik voorsta is het sociaal liberalisme. Dat raakt aan links libertarisme, maar voegt er compassie aan toe. Het gaat uit van minder overheidsingrijpen dan de sociaal-democratie, meer overheidsingrijpen dan het libertarisme, minder macht voor het bedrijfsleven dan bij de christen-democratie en het liberalisme, meer gemeenschapsdenken dan het anarchisme en meer individualisering dan religieus denken. Zo kan ieder kiezer als hulpmiddel voor de eigen stemkeuze een individueel wereldbeeld op maat construeren. Zonder de weg gewezen te worden door anderen. Een smal pad door het politieke spectrum om te volgen. Nu de praktijk nog.

Foto: Johann Heinrich Füssli,’Odysseus vor Scilla und Charybdis’, 1794-1796