George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vrijzinnigheid

Reacties op Rotterdamse campagne over vrije partnerkeuze toont verdeeldheid PvdA aan. Tussen vrijzinnig en cultureel conservatief

leave a comment »

De campagne ‘In Nederland kies je je partner zelf (‘zelfgekozen’) van het Rotterdamse gemeentebestuur (Leefbaar, D66, CDA) roept weerstand op, zoals een bericht in het AD verduidelijkt. De domste reactie komt van PvdA-raadslid Fatima Talbi. Zonder dat ze lijkt te begrijpen wat ze zegt, beweert ze het tegendeel van wat ze denkt te zeggen. Zo’n voorlichtingscampagne van de overheid bevat altijd het element van een voorbeeld.

Inderdaad, zo doen we het in Nederland. Waarmee niet gezegd is dat ook iedereen in Nederland al ‘zo ver’ is. Het voorbeeld wordt gegeven om na te volgen, een verplichting is dat niet. De verbolgenheid van Fatima Talbi is groot. Ze kan voor een hoger doel niet over haar gemeenschapsdenken en de partijpolitiek heenstappen.

Het voormalige PvdA-kamerlid Keklik Yucel denkt er in een tweet trouwens anders over dan haar Rotterdamse partijgenote Fatima Talbi. Het geeft aan hoe gespleten de PvdA is. Tussen de vrijzinnigheid van Yucel en het cultureel conservatisme van Talbi. Waarbij nog wat anders aan de hand is. De Rotterdamse PvdA zit gevangen in eigen onmacht en onverwerkt verleden door het omzien naar roemruchte tijden. De verdeeldheid maakt het er voor de landelijke partijleiding niet duidelijker op om een herkenbaar profiel uit te dragen. Toch zal dat nodig zijn om de PvdA voor de kiezer weer een smoel te geven. Wat wint het, de progressieve lijn van Yucel of de conservatieve lijn van Talbi? Hoe dan ook zou de partijleiding van de PvdA er goed aan doen om in dit soort culturele kwesties duidelijker dan nu stelling te nemen en een voorbeeld te geven voor de hele partij.

Foto 1 en 3: De vier posters van de Rotterdamse campagne zelfgekozen over vrije partnerkeuze.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelPosters met zoenende moslima leiden tot woedende reacties’ in AD, 24 mei 2017.

Foto 4: Tweet van voormalig PvdA-kamerlid Keklik Yucel, 24 mei 2017.

Advertenties

De Kleijn geeft aanbod Kreuk toe om The Schoolboys te kopen en Museum Gouda in bruikleen te geven. Waarom ging het niet door?

with 4 comments

Kunstverzamelaar Bert Kreuk doet in Art Flipper een boekje open over de verkoop van het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas in 2011 door toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn van MuseumgoudA. Kreuk vertelt dat hij het werk had willen kopen. Het gevolg was geweest dat het niet naar het buitenland verkocht had moeten worden. Nu is het voorgoed verdwenen uit het Openbaar Kunstbezit.

Dit blog besteedde aan die verkoop enkele commentaren die erop neerkwamen dat De Kleijn zich slecht had voorbereid, weinig kennis van zaken had, met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop naar buiten kwam en zijn museum onnodig in problemen bracht. Dumas onderschreef toentertijd mijn lezing. Nu besteedt Trouw in een artikel ter gelegenheid van het verschijnen van Kreuks Art Flipper aandacht aan de verkoop die opnieuw het merkwaardige en onverklaarbare handelen van directeur De Kleijn onderstreept.

Kreuk stelt dat hij via tussenpersoon Theo Schols -zijn oom- De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan museumgoudA. Eventueel zelfs langer. Maar de museumdirecteur ging er niet op in. Op 20 september 2011 antwoordde de Gouwse wethouder Daphne Bergmans op raadsvragen van SP’er Van Alphen: ‘dat museumgoudA enkele grote particuliere verzamelaars [heeft] benaderd om te bezien of er bereidheid was het schilderij aan te kopen en vervolgens in langdurige bruikleen ter beschikking te stellen. Deze bereidheid bleek er niet te zijn’. (Bron onvindbaar, zie hier toenmalige verwijzing ernaar). Op 24 september 2011 gaf ik hierop het volgende commentaar: ‘Opvallend ontbreekt in haar opsomming de optie dat museumgoudA zelf benaderd is door een derde partij. Zij blijft ook onduidelijk over de periode waarnaar ze verwijst. Da’s relevant omdat het duidelijkheid kan geven over het tijdstip waarop museumgoudA bindende afspraken met Christie’s maakte. Daarna kon museumgoudA immers niet meer ontvankelijk zijn voor aanbiedingen.’ Dat laatste aspect is de crux van de kwestie. Het is de vraag wie Bergmans onvolledig informeerde zodat zij op haar beurt de Gouwse raad verkeerd informeerde.

De feiten zijn dat in 2011 De Kleijn in de publiciteit ontkende dat dit aanbod van Kreuk er lag. Nu komt hij daar op terug en bevestigt aan Trouw dat er over deze verkoop in 2011 contact is geweest met Schols. De Kleijn geeft de volgende uitleg voor zijn weigering om The Schoolboys aan Kreuk te verkopen: ‘Ik hoorde dat hij bekendstond als iemand die kunst weer verkoopt, nadat het een tijdje in musea heeft gehangen. Ik dacht: stel je voor dat het schilderij na tien jaar twee keer zoveel waard is geworden en hij het dan uit het museum haalt om het weer te verkopen. Dan zou iedereen me een sufferd vinden.’ De Kleijn zegt nu dat hij bang was om een sufferd genoemd te worden en daarom het aanbod van Kreuk afsloeg. Maar het is de vraag of dit de echte verklaring voor zijn handelen is. Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen. Overigens was zijn weigering om een andere reden begrijpelijk omdat De Kleijn het in 1976 in opdracht van het Gouwse gemeentebestuur voor het museum vastgestelde verzamelgebied kunst van vrouwelijke kunstenaars onder het mom van bezuinigingen kort na 2011 definitief de deur uit deed.

De Kleijn zegt dat hij besloot om het schilderij toch te laten veilen en niet op Kreuks aanbod in te gaan, maar of dat de ultieme waarheid is valt dus af te wachten. De Kleijns verklaring in Trouw verklaart nog steeds niet alle losse eindjes. In een persbericht van 30 mei 2011 zei de Kleijn op een opbrengst van 800.000 euro te rekenen. (Bron onvindbaar, maar hier de toenmalige verwijzing ernaar). Er resteren vele vragen naar het handelen van De Kleijn. Zijn uitleg sinds mei 2011 is verre van consistent en stelde hij steeds bij. Gemeente Gouda zal hem niet kritisch aanspreken. Of een gemeenteraad. Of een Raad van Toezicht van het museum.

Wat Kreuk in Art Flipper nu naar buiten brengt lijkt in lijn met mijn commentaar uit oktober 2011: ‘De echte reden dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar niet accepteerde lijkt te zijn dat-ie het niet kon accepteren omdat-ie voortijdig vergaande afspraken had gemaakt met Christie’s Londen. In het pakket paste in mei de aankoop van een Weissenbruch bij Christie’s Amsterdam voor 109.000 euro. Volgens kenners zeker geen kernstuk van de collectie. Een onverklaarbare actie van een museum dat beweert dat het water tot aan de lippen gestegen is en zegt elke cent nodig te hebben voor het voortbestaan.’

Foto: St Martin’s School for Boys Blazer Navy, zoals afgebeeld op The Schoolboys van Marlene Dumas.

Voor verder lezen:

30-05-11: MuseumgoudA verkoopt eigen identiteit

28-06-11: ‘The Schoolboys’ brengt ruim €1.200.000 op

21-06-11: Pakt museumgoudA verkoop ‘The Schoolboys’ handig aan?

07-07-11: Ter Borg gaat niet tot de bodem over museumgoudA

02-09-11: Marlene Dumas valt museumgoudA aan vanwege verkoop The Schoolboys

06-09-11: MuseumgoudA heeft de museumsector beschadigd

09-09-11: Halbe Zijlstra keurt verkoop The Schoolboys door museumgoudA af

21-09-11: MuseumgoudA kiest voor politiek conservatisme

24-09-11: Zijlstra verwerpt uitverkoop kunst door Gouda en museumgoudA

25-10-11: MuseumgoudA ongeloofwaardig over verkoop The Schoolboys

08-11-11: Koopt museumgoudA nog een molen van Weissenbruch?

28-11-11: NMV zet museumgoudA vanwege handelswijze niet uit vereniging

30-11-11: Wie controleerde bij museumgoudA de Raad van Toezicht?

22-12-11: Reden verkoop The Schoolboys door museumgoudA is niet financieel

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 6 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Open islamdebat is hard nodig. Of God het nou wil of niet

leave a comment »

InchaAllah

Mag kritiek op de islam of rust er een taboe op? De vraag is eerder of zulke kritiek zin heeft. Het antwoord is ondubbelzinnig ja. Religieuze organisaties zoals de islam genieten eerder te veel dan te weinig respect. Om de islam in de wereld te brengen is de eerste voorwaarde dat religies precies zo bejegend worden als andere cultureel-maatschappelijke instellingen. Niet meer en niet minder kritisch. Een uitzonderingspositie voor religies, en binnen die religies ook nog eens voor de islam, vindt in de nationale rechtsstaat, de democratie of de open samenleving geen rechtvaardiging. De overheid moet als scheidrechter boven de partijen die kritische houding niet zelf aannemen door deelnemer aan het publieke debat te willen zijn, maar dient wel nadrukkelijk te garanderen dat burgers zonder belemmeringen de kritiek op de islam ongestoord en veilig kunnen uiten.

Dit naar aanleiding van een opinieartikel in de Volkskrant van VVD’er Frits Bolkestein die meent dat de coördinator terrorismebestrijding miskent dat religie de basis kan vormen voor politiek geweld. Hij verwees hierbij naar onderzoeker David Suurland. Sid Lukkassen reageert instemmend op het Vlaamse blog Doorbraak met de vraag ‘Mag een academicus islamkritisch zijn?’en wijst naar ‘het politiek-correcte rookgordijn van de mainstream media’ dat die kritiek blokkeert. Hoe dat in z’n werk gaat illustreert ’student islamologie’ Arnold Yasin Mol in een opinieartikel voor Joop.nl met de bewering dat Bolkestein te weinig van de islam zou weten. Waarin Bolkestein van alles in de mond wordt gelegd dat hij niet beweert. Een open debat over de islam komt zo niet tot stand. Kom in Nederland niet aan de islam of de honden gaan blaffen. Gods wil is onfeilbaar. 

Foto: In Cha Allah in neon voor Lamba.

Islam in Nederland is niet zo belangrijk. Laten we ons daar bewust van zijn

with 2 comments

eenheidsworst

Neem vrouwendiscriminatie, een van de hoekstenen van de islam. Het woord moslima alleen al is een vorm van sexuele discriminatie. We hebben het ook niet over christina’s, boeddhista’s en hindoeïsta’s, toch?’ Aldus Michiel Hegener in de NRC van 24 augustus 2015. Hij vraagt zich af waarom de krant zoveel aandacht aan de islam besteedt. Hij ziet er geen enkele rechtvaardiging voor. Hegener: ‘Wat is het dan toch, die preoccupatie met de islam? Een mogelijkheid – ik weet dat ik me hier op glad ijs begeef – is dat het iets te maken heeft met problemen rond de islam, zoals niet willen integreren en islamitisch geïnspireerd terrorisme.’

Ik verbaas me ook al jaren over de bovenmatige aandacht voor de islam in de Nederlandse politiek en media. Ik begrijp evenmin als Hegener wat daar de reden voor is. Ik kom niet verder dan de hypothese dat bepaalde groeperingen er belang bij hebben om het belang van de islam in Nederland groter te maken dan dit feitelijk is. Dat gaat dan van de PVV die electoraal wil scoren met dit onderwerp, en de welzijnsindustrie die moslims tot slachtoffers bestempelt en zo het eigen bestaansrecht bevestigt tot de tegenstanders van de PVV die weer electoraal scoren door voor de moslims op te komen. De overdreven aandacht voor de islam in Nederland is een combinatie van luchtkasteel, schrikbeeld en spookbeeld. Het heeft een eigen werkelijkheid gecreëerd.

Hegener heeft gelijk dat het er sterk op lijkt dat de NRC onvoldoende weet hoe het zich tot de islam, de pro-islam en de anti-islam in Nederland moet verhouden. Van een liberale krant die weinig met religie heeft zou je een zuiver rechtsstatelijke invalshoek verwachten die zich niet verliest in speculaties en preoccupaties, maar feiten, mensenrechten, ontplooiing van en godsdienstvrijheid voor individuen vooropzet. Het begint al met de te hoge schatting van het aantal moslims. Ik schreef in 2011: ‘Men kan aannemen dat het aantal Nederlandse moslims tussen de 210.000 en 850.000 bedraagt. Ikzelf ga altijd uit van een schatting van 350.000 die culturele moslims zelf maken. Dit geeft vrijzinnige moslims adem en veegt ze niet op een hoop met orthodoxen en radicalen. Waarom NRC deze nuance stelselmatig mist kan onderhand geen toeval meer zijn.’

Het belangrijk maken van de islam en het stelselmatig overschatten van het aantal moslims in Nederland is geen toeval, maar onderdeel van een complex waar politiek, journalistiek en maatschappij samenkomen. Sommige van de betrokkenen hebben daar zoals gezegd belang bij omdat een omvangrijke islam hun eigen positie vergroot, maar anderen nemen die retoriek over en gaan er onnadenkend in mee. Dat leidt tot niets. De islam is kwantitatief en kwalitatief in Nederland tamelijk onbetekenend en verdient de bovenmatige aandacht niet. Het zou beter zijn als politiek en media zich bezighouden met de zaken die echt belangrijk zijn: onderwijs, arbeidsmarkt, inkomensbeleid, gezondheid, machtsdeling en godsdienstvrijheid voor allen.

Foto: Eenheidsworst, Wereldjournalisten.nl.

Onvermijdelijk dat subsidie levensbeschouwelijke omroepen stopt

leave a comment »

omr

Is het erg dat in Nederland en Vlaanderen subsidie voor ‘levensbeschouwelijke omroepen’ wordt geschrapt en is het toeval dat dit beleid uitgevoerd wordt door liberale bewindslieden? Past het stoppen van de subsidie bij een pluriforme samenleving waarin de publieke omroep als taak vertegenwoordiging van minderheden heeft?

De term ‘levensbeschouwelijke omroepen’ is verhullend omdat het in beide landen op de uitzondering van de humanisten na om omroepen op religieuze basis gaat. Het is merkwaardig dat het Nederlandse Commissariaat van de Media spreekt over ‘kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag’. Typerend is dat het Commissariaat zeven hoofdstromen onderscheidt waarvan er zes religieus zijn: ‘het Boeddhisme, het Hindoeïsme, het Humanisme, de Islam, het Jodendom, het Katholicisme en het Protestantisme.’ Uit onderzoek blijkt dat de helft van de meerderheid van de Nederlandse bevolking niet religieus is.

Er zijn vier problemen met de levensbeschouwelijke omroepen. 1) Vanwege maatschappelijke en technische ontwikkelingen neemt door het kijkgedrag het belang van lineaire televisie af waardoor de representativiteit wordt ondergraven. Narrowcasting neemt het over van broadcasting; 2) Er ontbreken hoofdstromen zoals die tot uiting zouden kunnen komen in de Atheïstische Omroep, Kopimi Omroep, Wiccan OmroepNihilisme Omroep of allerlei soorten Vrijzinnige Omroep; 3) De bestaande levensbeschouwingen die ten grondslag liggen aan de omroepen zijn niet langer representatief. Zo vertegenwoordigt het Jodendom slechts 43.000 en het Boeddhisme zo’n 60.000 gelovigen en is het merkwaardig dat het Christendom volgens de omschrijving van het Commissariaat twee hoofdstromen kent en de Islam niet. 4) De onderlinge verdeling van de zendtijd is onevenwichtig. Zo krijgt de Humanistische Omroep die in zekere zin 50% van de bevolking vertegenwoordigt  32 uur televisie terwijl de Protestante hoofdstroom met zo’n 12% vertegenwoordiging 104 uur televisie krijgt.

Omdat de ‘levensbeschouwelijke omroepen’ als relict van het verleden niet meer representatief zijn voor de hedendaagse samenleving die zo pluriform is geworden zou het een logische ontwikkeling zijn als ze bij de tijd gebracht werden door opname van nieuwe stromingen en het afwaarderen van het belang van religieuze hoofdstromen. Dat de liberale bewindslieden Sven Gatz in Vlaanderen en Sander Dekker in Nederland daaraan niet beginnen en vermoedelijk uit bezuinigingsdrift het instituut levensbeschouwelijke omroepen binnen de publieke omroep bij het oud vuil zetten is jammer, maar onvermijdelijk. Het nieuwe dat zo divers is valt lastig te integreren binnen de publieke omroep en het oude heeft zijn tijd gehad. De oplossing zit ‘m op internet waar levensbeschouwelijke omroepen in een eigen domein hun eigen doelgroepen kunnen bedienen.

Foto: Schermafbeelding ‘Levensbeschouwelijke omroepen België verdwijnen‘ van EO.

Bernie Sanders stapt in race om president te worden. Echte hoop?

with one comment

11205486_10153260404302908_2800591635437173445_n

De onafhankelijke en tegen de Democratische Partij aanleunende senator van Vermont Bernie Sanders maakte deze week bekend dat hij presidentskandidaat is voor de Democraten. Hij moet het opnemen tegen de gedoodverfde kandidaat Hillary Clinton. Sanders geeft velen hoop nu de progressieve Elizabeth Warren zich niet kandidaat stelt. En president Obama een teleurstelling voor progressieve politiek bleek te zijn. Sanders laat met verstand het hart spreken als hij opkomt voor de werkende klasse, zoals vorige week in de Senaat waar hij de Republikeinse voorstellen fileerde: ‘Republicans Want to Take America in the Wrong Direction’. Republikeinen gaan met het land aan de haal en leiden het de verkeerde kant op. Weg van de working class.

Sanders vecht voor het terugdringen van de rol van het grote geld in de Amerikaanse politiek. Die spottend ‘corporate politics’ genoemd wordt omdat bedrijven de politiek bepalen en politici opkopen. Zodat de burgers het nakijken hebben. En in het congres nog nauwelijks vertegenwoordigd zijn door beeldbepalende politici. Sanders is de uitzondering. Maar is hij kansrijker dan die andere eeuwige linkse kandidaat Eugene McCarthy?

Politici van het kaliber Sanders zijn om jaloers op te zijn. In 2013 vroeg ik me af waarom Nederland ze mist: ‘Hoe komt het dat ik in Nederland geen ‘progressieve‘ politici kan vinden? Want die zoek ik en vind ik niet. Als referentie voor de richting waarin ik zoek verwijs ik naar de Amerikaanse senator Elizabeth Warren. Dat soort ongebonden en eigenzinnige politici mis ik in Nederland. Vele politici zoals Ronald van Raak, Gerard Schouw of de teruggetreden Mariko Peters of Boris van der Ham verenigen volop kwaliteiten in zich, maar kan ik toch niet opvatten als ‘progressief‘. Zo wordt hun vrijzinnigheid aangevuld met een economisch wereldbeeld dat ik te behoudend (D66), te etatistisch (SP) of te naïef (GroenLinks) vind. Ik begrijp waarom deze politici zo zijn. Maar ik begrijp niet waarom er in Nederland geen progressieve partij is die progressieve politici voortbrengt.

Foto: Publiciteit van Bernie Sanders op Facebook.