Prinses Nouma Hawa was in Utrecht in 1902

Op deze foto uit 1902 van Johannes Anthonius Moesman (1959-1937) zien we het Utrechtse kermisterrein op het Vredenburg. Hij was de vader van de surrealistische schilder Jopie Moesman. Interessant is de attractie met Prinses Nouma Hawa. Men kon tegen betaling haar de hand schudden. Met terugwerkende kracht is zij een wereldster. Hoewel ze in 1902 vlak voor haar grote doorbraak stond. Wat deed ze in Utrecht? Maar, wacht even, over welke Nouma Hawa gaat het?

Afbeelding van reclamemateriaal van Prinses Nouma Hawa in een artikel dat de identiteit van de twee Nouma-Hawa’s verwisselt.

Nouma Hawa werd in Nederlands publiciteitsmateriaal gepresenteerd als het levende dauwdrupje ofwel ‘de kleinste dame ter wereld’. Bronnen zeggen dat ze rond 1902 door Europa toerde en in het seizoen 1903-1904 toetrad tot de Amerikaanse show van Buffalo Bill. Ze zou tijdens een Europese toernee van Buffalo Bill geworven zijn. Ze stierf in 1909. Haar naam was Mathilda Cajdos (Hongaars: Matilda Gajdoš) en ze was geboren in het toenmalige Transsylvaans-Hongaarse Barót in het Szeklerland dat na de Eerste Wereldoorlog Roemeens werd. Vandaar de misverstanden over haar herkomst.

Foto met Prinses Nouma Hawa, artiestennaam van Matilda Gajdoš in een nieuwsbrief van december 2020 van de Lexden History Group met een item over de Buffalo Bill Wild West Show in het Engelse Colchester in september 1903.

De Zweedse versie van het Wikipedia-item ‘Mathilda Cajdos‘ (1877-1909) laat onderstaande Nouma-Hawa zien die wordt gepresenteerd als de eerste vrouwelijke dompteuse ter wereld. Ze lijkt niet de kleinste dame ter wereld. Dit item is onbetrouwbaar en slaat de plank volledig mis.

Adolph Friedländer (1851-1904) – Ruth Malhotra: Manege frei. Artisten- und Zirkusplakate von Adolph Friedländer. Dortmund 1979; S. 121 Nouma Hawa – La première dompteuse du monde. Farblithographie.

Er lopen blijkbaar twee identiteiten door elkaar heen. Prinses Nouma Hawa die in Transsylvaans Hongarije in 1877 geboren werd als Matilda Gajdoš en de dompteuse die zich Nouma-Hawa noemt. Volgens een Franse bron werd zij in 1845 als dochter van een kleermaker in de Ardèche geboren als Marie Louise Grenier en stierf ze in 1926 aan het Meer van Genève. Het is aannemelijk om te veronderstellen dat de 32 jaar oudere Marie Louise Grenier zich eerder Nouma-Hawa noemde dan Matilda Gajdoš zich prinses Nouma Hawa noemde.

Deze bron zegt terecht dat we de Franse dompteuse niet moeten verwarren met prinses Nouma Hawa die met Buffalo Bill optrad. Maar Dominique Denis gaat ook de fout in als hij zegt dat deze 82-centimeter lange Matilda Gajdoš ‘aan het begin van de 20e eeuw naar Europa is gekomen met de Buffalo Bill-tour’. Het was juist andersom, ze werd in Europa geëngageerd door kolonel William Cody, de echte naam van Buffalo Bill, en ging toen naar de VS waar ze uiteindelijk in 1909 stierf.

Het is lastig om alle feiten correct op een rij te krijgen. Het internet kan een bron van misleiding en napraterij zijn.

Gedachte bij foto ‘Kermis op het Vreeburg Utrecht, Nederland 1914. De moderne lucht-torpedo in volle vaart gekiekt’

Kermis op het Vreeburg Utrecht, Nederland 1914. De moderne lucht-torpedo in volle vaart gekiekt. Collectie: Fotocollectie Het Leven (1906-1941).

Deze foto uit 1914 van persfotograaf Kees (C.J.) Hofker is niet heel bijzonder. Een doorsnee foto van een doorsnee attractie op een kermis. Hier op een centraal plein in Utrecht.

Maar dat lijkt bij nader inzien toch anders te liggen. Of in elk geval suggereert de titel anders. ‘De moderne lucht-torpedo in volle vaart gekiekt‘ doet vermoeden dat hier iets bijzonders te zien is.

Er is altijd iets geks aan de hand met het begrip ‘modern’ omdat het betrekkelijk is. Het wordt achterhaald door de tijd. Modern is nieuwerwets of hedendaags in de eigen tijd, maar als die tijd meer dan 100 jaar achter ons ligt, dan is het hedendaags van toen nu niet hedendaags meer, maar ouderwets.

Toch is ook dat relatief, want met de ogen van toen kunnen we ons best voorstellen wat er toen modern was aan de lucht-torpedo. Zet het af tegen een houten paard of koets en de lucht-torpedo oogt ook nu nog modern.

Vooral als we ons voorstellen wat er in 1914 en later nog aan torpedo’s zouden ontploffen. In de zeeën van de Eerste Wereldoorlog. Want dat was de eerste moderne oorlog die met moderne middelen werd uitgevochten. Inclusief de torpedo.

Een synoniemenwoordenboek geeft de volgende betekenis voor torpedo: ‘sigaarvormig ontplofbaar projectiel, dat onder water gelanceerd wordt‘. Onderstaande foto toont iets anders, maar het idee is duidelijk. De lucht-torpedo was in 1914 actueel en een kanalisatie én tempering van het wapengekletter dat aan het neutrale Nederland voorbij zou gaan. Dat had Kees Hofker goed gezien. Op een gepacificeerd Utrechts plein dat niet toevallig de naam Vredenburg draagt.

Matrosen am Torpedorohr auf einem Torpedoboot (1915-1918). Collectie: Bundesarchiv.

Utrechtse Vredenburgplein: plek voor kunst. Succesvol project in de openbare ruimte?

Update 3 juni 2019: Op 5 juni is de officiële opening van het vernieuwde Vredenburg. Het wordt door de onzichtbaarheid van het mozaïek als mislukt beschouwd. De Volkskrant zette het gisteren in een artikel op een rijtje. Opvallend is dat wethouder Victor Everhardt (D66) zegt tevreden te zijn over het resultaat. Hij zegt dat er geen fouten zijn gemaakt. Maar als een fout niet erkend wordt kan er ook niet van geleerd worden voor een volgende keer. Het project is mislukt, maar niemand in de Utrechtse politiek blijkt er verantwoordelijkheid voor te nemen. 

Update 20 september 2018: Er is kritiek op het kunstwerk ‘Markt Mozaïek’ van Jennifer Tee op het Utrechtse Vredenburgplein. De zichtbaarheid zou ontbreken en de half miljoen graniettegels zouden vervuild of lastig schoon te houden zijn. In de Utrechtse raad hebben SP en GroenLinks schriftelijke vragen gesteld. Zijn er fouten gemaakt en waren die te vermijden geweest? In een commentaar van 3 juni 2017 voorspelde ik de mislukking en legde die bij de tunnelvisie van het toenmalige stadsbestuur die te strikte randvoorwaarden aan de kunstenaars oplegde. Is dat niet de essentie van de problemen en zou daar het debat niet over moeten gaan in plaats van over de kosten en details van de uitvoering? Maar dat vraagt zelfreflectie van de raad. 

In een brief aan de Utrechtse raad informeert wethouder Victor Everhardt (D66) ‘over de voortgang van het traject ‘Kunst op het Vredenburgplein’ en de herinrichting van het plein’. Vijf kunstenaars zijn geselecteerd ‘door de kunstadviseurs van het Artistieke Team in samenwerking met een kunstbegeleidingsgroep (bewoners, (markt)ondernemers en andere gebruikers)’. Het zijn Krijn de Koning (Nederland, 1963), Jennifer Tee (Nederland, 1973), Inti Hernandez (Cuba, 1976), Lucas Lenglet (Nederland, 1972) en Jon Rafman (Canada, 1981). Everhardt is verantwoordelijk voor het stationsgebied en niet voor cultuur. Cultuurwethouder is Kees Diepeveen (GL). In het verlengde hiervan is de gemeente een publieksactie begonnen om dit project onder de aandacht te brengen. Ook niet-Utrechters met een email adres kunnen tot 19 juni een stem uitbrengen.

Kunst in de openbare ruimte is door de uiteenlopende belangen vaak een ongelukkige combinatie. Dat vertaalt zich in een stroperige besluitvorming met een groot aantal betrokkenen met uiteenlopende belangen. Dat maakt het in Nederland bijna onmogelijk om er een succes van te maken. Vaak wordt niet het artistiek beste project gekozen. En dit staat nog los van de voorselectie door een projectgroep waar economische, ruimtelijke en politieke belangen moeten worden afgewogen zonder dat dit in de openbaarheid komt.

Ook het Vredenburgplein als ‘Plek voor Kunst’ is een weerbarstig project. De aap komt uit de mouw in de randvoorwaarden die Everhardt in zijn brief schetst: ‘De opdrachtomschrijving (..) is afgestemd op de diverse randvoorwaarden die op het plein van toepassing zijn zoals het tijdig kunnen realiseren van 65 standplaatsen, 14 bomen en voldoende zitgelegenheid. Hierover zijn ook afspraken gemaakt met de markt, initiatiefnemers, ondernemers en aanwonenden.’ De kunstenaars zijn met deze opdracht aan handen en voeten gebonden en kunnen niet ‘royaal’ uitpakken. Door de randvoorwaarden wordt het kunstwerk bij voorbaat ingeperkt. Vooral in volume. Niet dat kunstenaars die in de openbare ruimte werken dit niet gewend zijn, maar als voorwaarden te beperkend zijn verschuift de aandacht naar de vraag welke belangen ermee gediend worden. Een en ander roept vooral de vraag op waarom niet voor een plek in het centrum van Utrecht is gekozen waar voorwaarden minder beperkend zijn en de kunstenaars beter kunnen uitpakken. Met een beter kunstwerk tot gevolg.

Daarbij komt dat op de ruimtelijk denkende Krijn de Koning na de geselecteerde kunstenaars als een vorm van micky mousing kiezen voor het vanzelfsprekende en dat herhalen. Ze verliezen zich in sociaal gerichte kunst die onnodig fragmenteert op een toch al zo lastig plein. Ze voegen geen extra dimensie (beeldbepalend, herkenbaarheid, architectonische stevigheid) toe aan de plek of durven daar haaks op te staan, maar herhalen wat het al is: een ontmoetingsplek. Daardoor verzuipt hun kunst in de plek tussen de bouwvolumes. De Koning valt te prijzen omdat hij er als enige naar streeft om een beeldend werk te maken dat de functie van de plek niet herhaalt, maar overstijgt. Maar ook hij heeft het te stellen met beperkende randvoorwaarden.

Anti-fascisme is theater. Begripsverwarring uit politieke marketing

De Franse socialistische politicus Lionel Jospin en presidentskandidaat in 2002 noemde in 2007 het anti-fascisme niet meer dan theater, want Frankrijk zou geen fascistisch kwaad kennen. Er is weliswaar het extreem-rechtse Front National maar dat is geen fascistische partij. Over Nederland kan hetzelfde gezegd worden, de PVV is een rechts populistische of extreem-rechtse partij, maar geen fascistische partij.

Voor zogenaamde anti-fascisten is dat uiteraard geen werkelijkheid waarmee ze uit de voeten kunnen. Want ze ontlenen hun bestaansrecht aan het zich afzetten tegen fascisten. Of die in werkelijkheid nu wel of niet bestaan. Daarom moeten fascisten in de beeldvorming worden gecreëerd. Met de stijlmiddelen herhaling en overdrijving. Zo simpel is het. Zoals Jospin terecht zei is dat zogenaamde anti-fascisme theater. Het dient niet zozeer de strijd tegen de fascisten, maar het bestaan van anti-fascisten. Geschiedenis herhaalt zich anders.

lznl

Foto: Schermafbeelding van hashtag Laat Ze Niet Lopen, 11 oktober 2015.

Pegida en Internationale Socialisten demonstreren in Utrecht. Tegen elkaar?

ut

Zondag 11 oktober zijn er twee demonstraties in Utrecht. van de Internationale Socialisten (13.00 uur) en van Pegida Nederland (14.00 uur). Over het asielbeleid. Burgemeester Jan van Zanen (VVD) staat volgens DUIC de demonstraties toe, maar verbiedt met een beroep op de openbare orde een mars: ‘Om aan beider recht om te demonstreren tegemoet te komen, ziet de burgemeester, in samenspraak met politie en Openbaar Ministerie, geen andere mogelijkheid dan het fysiek op voldoende afstand scheiden van beide demonstraties én het verbieden van een optocht door de stad.’ De Internationale Socialisten mag demonstreren op het Janskerkhof (rood) en Pegida op het Vredenburg (groen). Een afstand van 630 meter. Met als barrière de Oudegracht.

De van oorsprong trotskistische Internationale Socialisten demonstreert niet zozeer voor het asielbeleid, maar tegen Pegida dat het reduceert tot nazi’s die de daad bij het woord van Wilders voegen: ‘Vluchtelingen en moslims zijn welkom hier en we leggen de schuld van de bezuinigingen neer bij waar die hoort: de multinationals, banken en hun medeplichtigen in de politiek.’ Het zich als ‘anti-fascistisch’ profilerende AFA Nederland roept actief op om de demonstratie van Pegida te verstoren: ‘Wij roepen dan ook nog steeds op je tegen dit racistische propaganda-protest te verzetten. Kom om 14:00 uur naar het Vredenburgplein en overstem de racisten met lawaai, of laat op een andere manier zien dat Pegida niet welkom is in Utrecht.

Pegida is wel welkom in Utrecht. Als inwoner van Utrecht vind ik het ongepast dat een actiegroep namens mij de ander de toegang ontzegt. Zo werkt democratie niet. De intolerantie van de links- en rechts-radicalen die in Utrecht demonstreren is schrijnend en geeft hun geestelijk failliet aan. Hun interpretatie van de democratie is bijzonder. Daar moeten het openbaar bestuur en politie tussendoor laveren. Ik woon op loopafstand van het Janskerkhof en gun iedere groep die binnen de wet opereert een demonstratie om het eigen gedachtengoed te presenteren. Wat ik en andere burgers daar echt van vinden is van geen belang in de pluriforme samenleving met honderden meningen, wereldbeelden, bewegingen en actiegroepen. Negativisme beantwoorden met negativisme zoals AFA Nederland doet is een zwaktebod en geen geloof in de kracht van eigen argumenten.

Foto: Schermafbeelding van de route te voet van het Vredenburg naar het Janskerkhof te Utrecht.