Plasterk wil gelijk halen over NSA-spionage. Maar heeft ongelijk

plas

Is minister Plasterk gewoon ondeskundig op het gebied van nationale  veiligheid of ook een draaikont? Waar gaat het om? Joost Schellevis publiceerde afgelopen woensdag op tweakers een artikel met de kop ‘Minister is niet tegen bespioneren van Nederlanders door NSA‘. Het Parool kwam tot dezelfde conclusie onder de kop: ‘Plasterk rechtvaardigt spionage NSA: ‘Ook Nederlander kan terrorist zijn”. Dat liet Plasterk niet op zich zitten, hij antwoordde in een tweet: ‘Dat heb ik niet gezegd. VS mag geen Nederlanders bespioneren. Maar als ze stuiten op terrorist hier, dan is melding welkom.’ Wie heeft er gelijk, de ministers of beide nieuwsbronnen?

De tweet van Plasterk valt zo uit te leggen: ‘De VS mogen Nederlanders niet bespioneren, maar als ze als ze door hun spionage-activiteiten toch op een terrorist stuiten dan mogen ze dat Nederland melden‘. Maar hoe kunnen de Amerikanen op een terrorist in Nederland stuiten als ze van Plasterk de Nederlanders niet mogen bespioneren? Hoe kan het Amerikaanse spionage-sleepnet tegelijk buiten de Nederlandse communicatie-infrastructuur blijven en toch een terrorist in Nederland opsporen? Dat kan niet anders dan via de Nederlandse infrastructuur lopen waar de Amerikanen stilzwijgend en in het geheim toegang tot gegeven wordt.

Wat heeft Plasterk feitelijk gezegd? Het begint hier na 1h 5’48”.  Joost Schellevis stroomlijnt de spreektaal van minister Plasterk uit het overleg en geeft het naar mijn idee met het volgende citaat correct weer: ‘Ik wil dan ook wel oppassen om in het woordgebruik bijvoorbeeld te zeggen: ja maar, er mag nooit naar Nederlandse burgers worden gekeken. Want die Nederlandse burger kan natuurlijk een keiharde terrorist zijn, en dan zijn we toch blij dat die op een gegeven moment ergens op de rader verschijnt, en dat moet natuurlijk volgens de wetten gebeuren, maar dat die op de radar verschijnt, en dat er vervolgens actie kan worden ondernomen.’

Plasterk heeft wel degelijk gezegd dat-ie het bespioneren van Nederlanders door de NSA niet uitsluit. Het draait om de zinsnede ‘ergens op de radar verschijnen‘. Daarmee accepteert de minister dat de Amerikaanse of een andere geheime dienst van een ‘bevriend‘ land Nederlandse burgers aftapt. Conclusie is dat tweakers en Het Parool gelijk hebben. Plasterk is niet tegen het bespioneren van Nederlanders door de NSA. Dat-ie achteraf z’n gelijk wil halen dat-ie niet heeft is z’n zaak maar doet aan de inhoud van z’n woorden niets af.

In hetzelfde overleg praat Louis Bontes (PVV) zijn mond voorbij. Hij klapt uit de vertrouwelijkheid door te zeggen dat ‘veiligheidsdiensten op overtuigende wijze kenbaar hebben gemaakt dat het nodig is om op metaniveau data te verzamelen zodat je daarna met zoekwoorden gericht naar terrorisme kunt zoeken’.

Foto: Tweet van minister Ronald Plasterk, 17 oktober 2013.

Plasterk toont fundamenteel gebrek aan kennis over spionage

media_xl_1903473

Update 5 februari 2014: Nadat minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken eerder suggereerde dat de NSA 1,8 miljoen telefoongesprekken aftapte, deelt-ie nu mee dat de Nederlandse veiligheidsdiensten dat deden. En later hun informatie met de NSA deelden. Dat blijkt uit een kamerbrief van Plasterk die hij vandaag samen met minister Hennis van Defensie schreef. De mededeling van minister Plasterk is verrassend. Opnieuw blijkt-ie geen grip op de materie te hebben. Het is een ongewenste zaak dat een verantwoordelijk minister de AIVD niet onder controle heeft. De roep om een onderzoek klinkt vanuit de Tweede Kamer. 

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken toont in een interview met de NOS dat-ie geen kennis heeft van het dossier waarover-ie praat. Gisteren was er een debat over ‘Aftappen gegevens in Nederland‘ in de ‘voortouwcommissie‘ Binnenlandse Zaken. De minister stelt in het interview dat hij als politieke chef van de binnenlandse veiligheidsdienst al een tijd in gesprek is met collega-dienst NSA ‘over hoe we met elkaar omgaan‘. Werkelijk? Met deze uitspraak alleen al maakt Plasterk twee inschattingsfouten. Hij moet niet met de NSA praten, maar met z’n politieke collega van Homeland Security Rand Beers of Justitie Eric Holder. Verder heeft de zomer van 2013 aangetoond dat de leiding van de NSA zelfs onder ede herhaaldelijk tegen het Amerikaanse congres heeft gelogen. Waarom Plasterk vermoedt dat het dat niet tegen hem doet is de vraag.

Nog een onbegrijpelijke fout maakt Plasterk door te beweren dat in de bescherming van de Amerikaanse boven de niet-Amerikaanse burgers de eersten beter beschermd zijn omdat toestemming van het aftappen van hun telefoon of computer door een rechtbank gegeven moet worden. Het is zeker zo dat de Amerikaanse burgers beter beschermd lijken omdat er in het aftappen van niet-Amerikanen totaal geen belemmeringen opgeworpen worden. Maar da’s relatief. De suggestie van de minister dat het aftappen van de Amerikanen altijd via een rechtbank loopt is onjuist. Hoe vaak president Obama dat ook zegt. Alle onthullingen hebben juist aangetoond dat er zoveel uitzonderingen zijn in de programma’s dat de FISA-rechtbanken massaal omzeild worden. Toestemming is een ‘rubber stamp‘ waar geen enkele juridische toetsing aan te pas komt.

De onkunde van de minister is verbazingwekkend groot. Hij heeft overduidelijk het dossier niet in de vingers en begrijpt essentie en strekking van de onthullingen sinds juni 2013 niet. Da’s een slechte zaak voor een minister die de belangen van Nederland moet behartigen. Het is hard nodig dat de minister bijgepraat wordt door zijn ambtenaren. En als op Binnenlandse Zaken de kennis ontbreekt kan de minister deskundige burgers uitnodigen die hem bij kunnen spijkeren. Plasterk rechtvaardigt volgens Het Parool het bespioneren van Nederlandse burgers door de NSA zo: ‘Die Nederlander kan ook een keiharde terrorist zijn‘. Hij gooit zo uw en mijn burgerrechten overboord. Ik ben geschokt door het gebrek aan kennis, inzicht en democratisch besef van minister Plasterk. Voor mij zakt-ie definitief door de bodem van z’n toch al aangetaste geloofwaardigheid.

Foto: Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken met zijn iPhone in de Tweede Kamer tijdens het vragenuurtje. © anp