Beginselprogramma voor politiek Nederland

Ik ben afgelopen jaar somber geworden over de Nederlandse politiek. Van de partijdemocratie die Job Cohen op het schild hijst zonder dat de leden er praktische zeggenschap in hebben. Of van Jolanda Sap met wie hetzelfde gebeurde. Ik word somber van het publieke debat dat eenzijdig en beperkt is. Ik word somber van de mannetjesmakerij en het uit de weg gaan van hervormingen.

Burgers van Nederland waren nog nooit zo goed geïnformeerd, hoog opgeleid en betrokken. Maar ze worden door politieke partijen op afstand gehouden. Door overheden als nergens anders in de gaten gehouden. Alsof burgers criminelen zijn. Privacy is een non-isssue geworden. Machtsdeling wordt keer op keer uitgesteld. In Europese context is Nederland een ongunstige uitzondering. Tegelijkertijd knaagt de macht in de vorm van bedrijfsleven en EU aan de autonomie van dezelfde Nederlandse politiek.

Dat maakt Nederlandse politici nog weerbarstiger om macht te delen met de burger. De politiek verdedigt de eigen positie en verwijst naar spookbeelden en populisme om elke verandering te blokkeren. Alle functies in het openbaar bestuur gaan door een trechter waar 2% van de bevolking door wordt gedrild en geperst. De politiek is banenmachine geworden. Voor degenen die zich in de discipline van een politieke partij willen laten dwingen.

Het klinkt als scherts, maar de politiek moet uit handen van de politieke partijen worden gered. Burgers zien de schijnvertoning van de politiek verbijsterd aan. Burgers zijn verstandiger en realistischer dan waar ze nu op aan worden gesproken. Een burgerbeweging die buiten de politiek om opereert kan soelaas bieden.

Zo’n beweging heeft nog geen pasklaar, maar wel een voorlopig antwoord. Da’s nodig om een bodem onder het politieke proces te leggen. Want de Wildersen en Cohennen zijn een ramp voor Nederland. De eerste hekelt en signaleert zonder programma voor de toekomst. De laatste zegt in staat te zijn te overkoepelen zonder man en paard te willen noemen.

Volgende uitgangspunten zouden een ondergrens kunnen zijn voor partijen. Een burgerrechtenbeweging zou ze kunnen adopteren als beginselprogramma om politieke partijen tot zinnen te brengen, in beweging te zetten en het politieke proces op een hoger plan te brengen:

1. de afstand tussen instituties en burger dient verkleind te worden door de invoering van directe democratie zodat de burger nauwer bij het democratische proces betrokken wordt en zich er mentaal achter kan scharen
2. de dominantie van de politieke partijen dient opengebroken te worden door een machtsdeling met de burgers; de verdeling van functies in het openbaar bestuur moet uit handen genomen worden van partijpolitici; kwaliteit dient voorop te staan en niet langer politieke kleur en partijtrouw
3. de individualisering van de burger dient actiever dan nu gestimuleerd te worden via een langlopend programma van educatie en emancipatie; burgerrechten dienen centraal te staan in de beleidsmaatregelen en de aantasting van de privacy van de burger dient teruggedraaid te worden
4. de overheid dient een open publiek debat te garanderen zodat burgers inzicht in en overzicht en controle op de democratie krijgen en een open samenleving met een levendig en eerlijk debat ontstaat
5. een zo strikt mogelijke toepassing van de rechtsstaat dient centraal te staan zodat de beperkingen en uitzonderingen erop die ingegeven worden door politieke kleur worden gemarginaliseerd; hieronder valt ook een einde aan de extra juridische bescherming van religie in het publieke debat
6. opschorting van de toegankelijkheid voor allen tot Nederland om sociaal-maatschappelijke redenen zodat eerst de binnenlandse sociale cohesie vergroot wordt, inclusief het doel om sectoren als zorg, onderwijs en volkshuisvesting beter vraag en aanbod te laten reguleren

Foto: Politieke posters campagne 2010, Den Bosch