Personeelstekorten op arbeidsmarkt vragen om integrale aanpak met Deltaplan. Migratie kan bescheiden deel van de oplossing zijn

In een reactie op het opinie-artikelMigratie als oplossing‘ van lector Jaswina Bihari-Elahi op de FB-groep We Have a Dream (WHD) heb ik onderstaande reactie geplaatst. Bihari-Elahi is kernlid van WHD, zoals ik dat ook ben. WHD is een soort denktank van overwegend linkse mensen die nadenken over een andere vorm van politiek. In mijn reactie vraag ik om een projectminister voor Arbeid die als doelstelling krijgt om de personeelstekorten op de arbeidsmarkt op te lossen, maar ook de arbeidsvoorwaarden te verbeteren:

De arbeidsmarkt is complex. Het is naar mijn idee te simpel om te zeggen dat de oplossing voor het tekort aan arbeidskrachten in migratie moet worden gezocht. Er is ook nog zoiets als maatschappelijke acceptatie van migranten. Of we de weerstand ertegen afkeuren is ondergeschikt, het is een feit dat dit bestaat. Wat niet wil zeggen dat voor speciale sectoren de toestroom van migranten geen uitkomst kan bieden. Maar het lijkt te grof om immigratie als oplossing voor de problemen op de arbeidsmarkt voor te stellen.

Een betoog dat in migratie een oplossing voor personeelstekorten in onder meer zorg, onderwijs en bouw ziet draagt een paradox in zich. Want door de toestroom van niet-tijdelijke migranten neemt hoe dan ook het beslag op de voorzieningen (wonen, onderwijs, gezondheidszorg) toe. Dat zijn dezelfde migranten die dat tekort vervolgens moeten helpen oplossen. Dat is een circulair proces. Uiteraard zijn de aantallen niet identiek, maar dit aspect behoort wel in het betoog ingecalculeerd te worden.

Er spelen vele aspecten. Zoals de robotisering en standaardisering van werk. Dat is een ontwikkeling die nog maar net begonnen is. Naar verwachting zal er in de komende decennia op middenniveau veel werk verdwijnen. Het betekent dat in bepaalde sectoren geen personeelstekorten, maar overschotten ontstaan. Het aldus vrijkomende personeel kan indien geschikt via omscholing doorstromen naar de sectoren waar het personeelstekort het meest nijpend is. Dan is er het percentage deeltijdwerk van vooral (getrouwde) vrouwen dat in Nederland naar verhouding hoog is. Ofwel, deze vrouwen zijn tijdelijk verloren voor de arbeidsmarkt, maar zouden met een goed flankerend overheidsbeleid weer terug aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld door een beter schoolsysteem dat kinderen beter opvangt, hogere salariëring, minder werkdruk en betere pensioenvoorwaarden. Zo’n aanpak zou een deel van de personeelstekorten in de zorg en het onderwijs op kunnen lossen. Ook zijn er gepensioneerden die vanwege fiscale maatregelen ervoor (moeten) kiezen om hun functie definitief te verlaten, terwijl hun het werk feitelijk onmogelijk wordt gemaakt.

Het is de vraag of de reden voor de personeelstekorten in andere genoemde sectoren, te weten de NS, de detailhandel, de horeca, de ICT sector, en zelfs de IND ondubbelzinnig ligt in de demografie. Problemen in de horeca en de detailhandel hebben te maken met de lage salariëring, van de IND met de slechte, om niet te zeggen chaotische politieke aansturing en in de ICT sector door een verkeerde scholing ofwel een onvoldoende afstemming van het onderwijsaanbod en de vraag van de ICT sector. Ook bij de NS kunnen door omscholing via het reguliere onderwijs of het eigen NS-omscholingsonderwijs de tekorten aangepakt worden. Bij sectoren die snel groeien zoals horeca, bouw of IND is de vraag niet afgestemd op het aanbod. Dat is het naijlend effect van de bekende varkenscyclus. Dat is een tijdelijk probleem.

Daarbij komt de economische en maatschappelijke vraag of vluchtelingen en arbeidsmigranten voldoende kunnen meedraaien in het arbeidsproces en daarvoor de juiste startkwalificatie hebben. Het valt te bezien of het macro-economisch nuttig is om ze die kwalificatie bij te brengen. Uiteraard zijn er binnen deze groepen gemotiveerde en geschoolde mensen. Het ligt voor de hand om deze categorie in te zetten op de arbeidsmarkt. Maar dat gaat minder ver dan de oplossing van personeelstekorten in migratie te zoeken. De spreekwoordelijke apotheker uit Aleppo van voormalig vice-premier Lodewijk Asscher was bij de Syrische vluchtelingen de uitzondering. Volgens het SCP uit 2018 had slechts 20% een universitair diploma en eenderde alleen basisonderwijs. Voor andere migranten en vluchtelingen uit landen als Eritrea of Afghanistan zal dat percentage niet anders liggen. Migranten uit Iran zijn de gunstige uitzondering.

Er zou een Deltaplan voor de arbeidsmarkt moeten komen. Met een projectminister die dat coördineert. Per sector zou een plan van aanpak gemaakt moeten worden dat ernaar kijkt hoe de arbeidsvoorwaarden verbeterd kunnen worden en hoe vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Aspecten die dan als eerste bekeken moeten worden zijn onderwijs; omscholing; deeltijdwerk voor 67-plussers; fiscale maatregelen; betere salariëring en minder werkdruk; herintreding, opwaardering en de omslag naar voltijdwerk van vooral vrouwen. In zo’n integraal plan kan migratie een rol spelen als deel van de oplossing. Maar beseft moet worden dat de betekenis daarvan vanwege maatschappelijke en economische overwegingen voor de korte termijn bescheiden zal zijn.

Foto 1: Deel van artikel ‘Migratie als Oplossing’ van Jaswina Bihari-Elahi op FB-groep We Have a Dream (WHD)

Foto 2: Vacature van Eetwinkel Kwebbles waarbij ervaring niet nodig is.

Amerikaans onderzoek wijst uit dat witte evangelicals minst bereid zijn om vluchtelingen toe te laten. Waar is hun moreel kompas?

Zullen we één ding afspreken als geestelijke leiders of sympathisanten van religieuze organisaties claimen dat er zonder God geen moraal is? Het is dat soort meningen dat in talloze artikelen in Trouw of christelijke media die overtuigd zijn van de eigen voortreffelijkheid – die wellicht even wat minder naar buiten komt maar in de kern als aanwezig wordt verondersteld – wordt geponeerd zonder dat het door enig onderzoek onderbouwd wordt. Het is verticaal nattevingerwerk. Zo zegt Mathilde van Meeuwen in 2010 in een opinieartikel: ‘Het christendom biedt een moreel kompas om die grondrechtelijke vrijheden in de hand te houden. De wet van God die Hij aan ons gegeven heeft, moet de absolute moraal blijven en die geboden moeten we nastreven.

Een onderzoek over de toelating van vluchtelingen van Pew Research Center dat in mei 2018 gepubliceerd werd laat zien dat degenen die het meest bereid zijn om vluchtelingen toe te laten de ‘unaffiliated’ zijn, dus degenen die niet bij een religieuze organisatie aangesloten zijn. Zeg maar de ongelovigen. Ze zijn in een verhouding van 65% voor en 31% tegen bereid om vluchtelingen tot hun land toe te laten. De groep die het minst bereid is om vluchtelingen toe te laten zijn de witte evangelicals. Ze zijn 25% voor en 68% tegen. Dat is in strijd met de Bijbel die zegt dat men vriendelijk tegen vreemdelingen moet zijn. Laat dat goed tot types als Mathilde van Meeuwen doordringen die er zo van overtuigd zijn dat het christendom een uniek moreel kompas biedt om te beslissen over goed en kwaad. Dit onderzoek kwam opnieuw in de publiciteit door een tweet van 8 juli 2019 van Pew Religion waarbij aan bovenstaand diagram een opsomming was toegevoegd:

Laten we afspreken dat we de claim op moraal door gelovigen voortaan afdoen als lachwekkend, potsierlijk, aanmatigend, onwaarachtig en in strijd met de feiten. Gelovigen hebben niet de wijsheid in pacht en evenmin hebben ze als enigen een moreel kompas of het best afgestelde morele kompas. Wat hun geestelijke leiders met hun zalvende woorden de gelovigen ook op de mouw spelden. Het is van de andere kant evenmin zo dat degenen die zich niet laten inspireren door religie als enigen een moreel kompas hebben. Dat is ook onzin.

Het lijkt wel zo dat niet-gelovigen meer vrijheid en bewegingsruimte hebben om grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Bijvoorbeeld over het toelaten van vluchtelingen. In hun individualisme kunnen ze zich niet verschuilen achter kerkelijke leiders. Ze moeten zelf nadenken en kiezen. Dat sluit het risico uit dat ze worden meegesleurd door radicaliserende kerkelijke leiders. En door politieke leiders die religie voor hun karretje spannen. De zogenaamde niet-gelovigen hebben hun eigen kompas dat niet wordt afgesteld door anderen. In elk geval niet in een georganiseerde en van boven opgelegde dwang die weinig ruimte laat voor eigen moraal. Zo kan de redenering van Mathilde van Meeuwen simpelweg omgekeerd worden: Het christendom biedt geen moreel kompas, maar legt dat op oneigenlijke gronden de gelovigen op.

Foto 1: Deel van artikelRepublicans turn more negative toward refugees as number admitted to U.S. plummets’ van Hannah Hartig op Pew Research Center, 24 mei 2108.

Foto 2: Deel van tweet van Pew Research Religion, 8 juli 2019.

Aanmerking bij artikel ‘Syrië heeft geen bommen nodig, maar vrede!’ van Belgische vredesbeweging

Bovengenoemd artikelSyrië heeft geen bommen nodig, maar vrede!’ op Vrede.be trok mijn aandacht. Ik vond het warrig en onevenwichtig. In een reactie die ik op de FB-post van Vrede.be plaatste leg ik uit waarom ik dat vind. Er valt ook nog op een andere manier naar het artikel te kijken. Voor de overzichtelijkheid heb ik dat buiten genoemde reactie gelaten. In de gevestigde media krijgen radicaal-rechtse media veel aandacht. Terecht. Maar een gevolg daarvan is wel dat radicaal-linkse media wat onder de radar blijven en onderbelicht blijven. In feite is echter wat Vrede.be zegt niet anders dan wat wordt gezegd op rechts-nationalistische of rechts-populistische (sociale) media. In het publieke debat verdienen beide kanten van de medaille dezelfde mate van aandacht, kritiek en weerlegging van hun standpunten en zelfs weergave van de feiten. Mijn reactie:

Uiteraard heeft Syrië geen bommen, maar vrede nodig. Weinigen zullen het met dat standpunt oneens zijn. Het gaat er alleen om hoe die vrede afgedwongen kan worden. Ofwel, hoe kan de vrede de strijdende partijen opgelegd worden? Daar heeft vooralsnog niemand een afdoend antwoord op. Goede bedoelingen en verantwoording zijn onvoldoende om in Syrië iets te veranderen.

Syrië is een speel- en proeftuin van landen die er hun wapensystemen testen en hun geopolitieke doelen trachten te bereiken. Zo dient Syrië als middel voor de vluchtelingenstroom naar EU. Die stroom zaait verdeeldheid tussen EU-lidstaten. Dat verzwakt de EU en versterkt de belangen van staten die de EU willen verzwakken. Zo kan als politiek middel de kraan met vluchtelingen uit Syrië naar Europa gereguleerd worden. Degenen die de kraan bedienen hebben er belang bij dat de oorlog voortduurt.

Het vacuüm van de VS dat is ontstaan door het halfslachtige isolationisme van president Trump wordt opgevuld door de Russische Federatie. De VS is voor olie tegenwoordig zelfvoorzienend door de schalie-revolutie en heeft het Midden-Oosten niet meer nodig zoals vroeger. Dat heeft ook voor deze regio gevolgen. Het vroegere eigenbelang van de VS is omgeslagen in onverschilligheid. Vele landen zijn betrokken, Westerse landen en niet-Westerse landen, Arabische en niet-Arabische landen.

Het artikel is onnodig versluierend. Directe aanleiding ervoor is de aanval met kruisraketten op 14 april door de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk op chemische installaties en opslagplaatsen van het Syrische leger. Het standpunt dat het een militaire operatie betreft is twijfelachtig. Door de relatieve kleinschaligheid en het uitblijven van een operationeel vervolg lijkt het eerder omschreven te kunnen worden als een politieke operatie met militaire middelen. De randvoorwaarde om geen menselijke slachtoffers te maken duidt erop dat het publicitaire karakter ervan voorop stond. De operatie was vooral symboolpolitiek, ofwel het tonen van spierballen in de publieke opinie. Daarvoor hadden de leiders van de drie westerse landen elk hun uiteenlopende redenen.

Het artikel wordt er verwarrend op als het verwijst naar een link van Airwars.org over het aantal slachtoffers van de Syrische oorlog, zonder het land te noemen dat volgens de grafiek ‘Coalition v Russia: Alleged civilian casualty events’ in 2018 de meeste slachtoffers heeft gemaakt: de Russische Federatie. Dat is op z.n minst onvolledig. Het artikel blijft het echter koppelen aan de actie van de drie westerse landen van 14 april die juist geen slachtoffers maakte. Het is onevenwichtig om een half verhaal met expliciete daders te noemen, maar het andere halve verhaal met andere daders ongenoemd te laten. Dan gaat journalistiek die zich onpartijdig opstelt over in het bewust sturen en misleiden van de beeldvorming.

Ja, de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn niet echt begaan met het lot van de Syrische bevolking. Maar ja, dat geldt in dezelfde mate voor de Russische Federatie, Iran en een sjiitische beweging als Hezbollah. En zelfs voor het Syrische regeringsleger. Als een vredesbeweging pretendeert om een politieke en diplomatieke oplossing na te streven maakt het zich ongeloofwaardig door een onvolledige analyse te geven, een deel van de daders niet met naam te noemen en de slachtoffers verkeerd toe te wijzen.

Wat ontbreekt aan het artikel is evenwichtigheid. Als het Vrede.be echt om het bereiken van vrede in Syrië te doen is en niet om het vereffenen van een eigen politieke agenda, dan moet het niet schromen om het eigen vooroordeel ondergeschikt te maken aan een open blik op Syrië. Nu lijkt het er sterk op dat Vrede.be hetzelfde doet als wat de drie westerse landen op 14 april in Syrië deden: het gebruikt Syrië als middel voor het bereiken van een eigen politiek doel. Als het Vrede.be oprecht om het bereiken van vrede in Syrië te doen is, dan kan het partijpolitieke spelletjes beter achter zich laten.

Foto 1: Schermafbeelding van artikelSyrië heeft geen bommen nodig, maar vrede!’ op Vrede.be, 16 april 2018.

Foto 2: Grafiek ‘Coalition v Russia: Alleged civilian casualty events’ op Airwars.org.

Jan van de Beek bestrijdt standpunt Lubbers dat vluchtelingen een economisch belang voor Nederland hebben. Onderzoek gevraagd

In de NRC is een polemiek ontstaan tussen oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam Jan van de Beek over het economisch belang van migratie voor Nederland. Lubbers plaatste samen met Van Seters een opinie-artikel op 7 augustus waarin zij niet alleen betoogden dat het volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 de plicht is voor een land om vluchtelingen op te nemen, maar ook dat het een noodzakelijk economisch belang voor Nederland is. In een reactie weerlegt Van de Beek stuk voor stuk de argumenten van Lubbers en Van Seters en zet vraagtekens bij hun motivatie.

Oud-ondernemer Lubbers krijgt van Van der Beek lik op stuk: ‘Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.’ Het waren bedrijven zoals Hoogovens die in de jaren ’60 wegens arbeidskrapte werknemers wierven in Zuid-Europa of Marokko in plaats van te innoveren. De rekening van de werving van de laaggeschoolde werknemers werd later bij de belastingbetaler gelegd. Niet bij de bedrijven die de werknemers naar Nederland hadden gehaald. Het is opvallend dat Lubbers die mede aan de basis van deze scheefgroei stond nu twee carrières verder (politiek CDA, Hoge Commissaris Vluchtelingen VN) het moreel goede voorbeeld probeert te geven en daarbij zijn eigen verleden vergeet.

Een en ander is des te kwalijker omdat zoals Van de Beek aantoont dat in de jaren ’60 al bekend was. Het zou geen onwetendheid of naïviteit, maar een bewuste uitruil van belangen voor het aldus begunstigde bedrijfsleven zijn geweest: ‘Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.’

Van de Beek betwijfelt aan de hand van onderliggende cijfers dat de huidige migranten het beter doen dan de toenmalige gastarbeiders: ‘Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.’ Hij oordeelt hard over Lubbers en Van Seters: ‘Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.’ Hij verwijt ze oneerlijkheid en manipulatie van de feiten.

Van de Beek wijst op een open zenuw van de Nederlandse politiek met betrekking tot de kosten en baten van immigratie: ‘Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.’ Voor de goede verstaander: toenmalig premier Ruud Lubbers (1982-1994) had zowel tijdens zijn premierschap als in zijn latere carrière (Vluchtelingen, duurzaamheid) geen boodschap aan de kennis over immigratie. Kortom, het kan op ethische of politieke gronden gewenst zijn om asielmigranten op te nemen. Maar de mening van Lubbers dat er een bijkomend economisch voordeel is wordt door Van de Beek weerlegd. Dat economisch belang bestaat niet en heeft in de recente Nederlandse geschiedenis nooit bestaan.

Van de Beek staat niet alleen in zijn kritiek, maar geeft er wel geloofwaardigheid aan. De vraag naar de kosten en baten van immigratie is een terugkerende stijlfiguur van de PVV, Pieter Lakeman constateerde in zijn boek Binnen zonder Kloppen (1999) dat de immigratie van niet-westerse allochtonen naar Nederland de staat sinds 1974 naar schatting ten minste zeventig miljard gulden heeft gekost en toenmalig CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings beweerde in 2010 dat Nederland ‘de slechte immigranten kreeg’. Nog steeds is niet goed uitgezocht waarom dat zo was en welke beslissingen daaraan ten grondslag lagen. Nog steeds hangen de suggesties van de PVV uit 2010 boven het publieke debat dat de immigratie ons land jaarlijks 7 miljard euro kost. Dit als uitkomst van een onderzoek van Nyfer. Het kabinet Balkenende IV wenste het niet uit te zoeken. Een politiek-economisch onderzoek naar de immigratie sinds de late jaren ’50 (vdve) kan Nederland en de PVV eindelijk antwoord geven op deze terugkerende vragen die maar niet afdoende beantwoord worden.

Foto: Buitenlandse werknemers in Hilversum, 1960-1970.

Vluchtelingen in beeld die raken: The New York Times 1914

We kunnen het leed van anderen nauwelijks bevatten. Hoe verder het van ons bed is, hoe minder. Migranten die verdrinken op gammele bootjes in de Middellandse Zee vinden we verschrikkelijk, maar bevatten we het echt? Pas als het dichtbij komt in onze straat, onze stad of ons land beginnen we het te begrijpen. Om ons er met z’n allen druk over te maken. Uit m’n familiegeschiedenis ken ik de vluchtelingen die in 1914 naar Zeeland vluchtten voor het geweld van de Duitse troepen. Sommige Belgen vestigden zich na die oorlog in mijn geboorteplaats en hielden zo de herinnering levend. Daar moet ik aan denken toen ik in de collectie van de Library of Congress een zondagsbijlage van The New York Times van 1 november 1914 tegenkwam. Met vluchtelingenstromen die zich uit Antwerpen of Gent naar de Nederlandse grens bewegen. Ze wandelen zo mijn historisch geheugen binnen. En daarom raakt het me zo. Meer dan veel hedendaags leed. Is dat vreemd?

Foto: Pagina uit The New York Times van 1 november 1914.

NRC is kritisch op Vluchtelingenwerk Nederland. Waarom komt die kritiek nu pas?

NRC heeft na eigen onderzoek twee artikelen gewijd aan het opereren van Vluchtelingenwerk in Rotterdam. Zie hier en hier. NRC schetst een onthutsend beeld van een vrijwilligersorganisatie die slecht georganiseerd is. Binnen Vluchtelingenwerk heerst een managementcultuur waardoor de afstand tot zowel de vrijwilligers als de vluchtelingen onaanvaardbaar groot is. En kan toegevoegd worden, tot de lokale groepen in het land.

Nader onderzoek zal uitwijzen dat de puinzooi bij Vluchtelingenwerk niet beperkt blijft tot Rotterdam. Vele lokale afdelingen of groepen hebben er afgelopen jaren voor gekozen zich niet aan te sluiten bij het centrale Vluchtelingenwerk Nederland, maar zelfstandig te opereren. Dat loopt in het hele land op tot tientallen afdelingen. Het centrale Vluchtelingenwerk Nederland is bureaucratisch, hierarchisch, in zichzelf gekeerd en gericht op het vergroten van eigen macht. En is niet optimaal ingericht om vluchtelingen te helpen.

Goed dat NRC dit oppakt. Dat is journalistiek die je gezien dit onderwerp eigenlijk van rechtse media zou verwachten. Maar die hebben het laten liggen. Geen wonder, omdat rechtse media nauwelijks aan onderzoeksjournalistiek doen. Gezien de grote puinhoop bij Vluchtelingenwerk Nederland had zo’n onderzoek wel wat eerder mogen plaatsvinden. Want de signalen zijn veelomvattend en bestaan al jarenlang. Het is al lang een publiek geheim dat Vluchtelingenwerk Nederland in de basis niet goed functioneert. Dat het onvoldoende op haar taak is berekend. De vraag waarom Vluchtelingenwerk Nederland van politiek en media jarenlang het voordeel van de twijfel heeft gekregen is een bijkomende vraag die beantwoord moet worden. Het is gissen waarom dat zo is. Het lijkt op politieke correctheid die kritische journalistiek heeft geblokkeerd.

Kortom, nader onderzoek gevraagd. Met als centrale vraag, hoe doelmatig opereert Vluchtelingenwerk Nederland in de regio’s? En hoeveel draagvlak heeft Vluchtelingen Nederland nog bij het vluchtelingenwerk in de regio’s als vele groepen zich afgelopen jaren hebben losgemaakt van Vluchtelingenwerk Nederland en afstand hebben genomen van deze betuttelende en bureacratische organisatie? Komt dat nog uit boven de 50%? Het wordt een onthullende uitkomst. NRC, deel 3 en 4 gevraagd. Ga praten met lokale groepen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Na uren wachten zonder oplossing naar huis’ van Sheila Kamerman en Ingmar Vriesema in NRC, 14 juli 2017.

GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen

Een song uit de Broadway-musical ‘One Touch of Venus’ uit 1943 uitgevoerd door componist Kurt Weill. Een song uit het Tin Pan Alley repertoire dat zijn weg als standard vond naar de jazz. De strijd tegen de nazi’s nadert zijn hoogtepunt en Broadway zingt over liefde. Waarbij het door het vette Duitse accent van Weill niet zoveel uitmaakt of hij ‘love’ of ‘low’ zingt. Op GeorgeKnightKort besteedde ik er 5 jaar geleden aandacht aan.

Waarom deze song hier geplaatst? Het doet me aan GroenLinks denken. In 2011 verklaarde ik in een commentaar mijn haat-liefde verhouding tot die partij. En ik denk er nog precies hetzelfde over: ‘Mijn eerste politieke liefde was de PSP. Pacifisten als Bertrand Russell en PSP-er Fred van der Spek opereerden in de marge, maar wisten hun bevlogenheid in een logisch betoog te vangen. Aangevuld met vrijdenkers als Anton Constandse en Laurens ten Cate die verder gingen dan zwart-wit denken, is dat nog steeds wat ik in de hedendaagse politiek mis: onafhankelijkheid, originaliteit en vrijdenken. (..) Ik ben dus sympathisant van elementen binnen GroenLinks. Relicten van vrijdenken en pacifisme zijn wellicht schaars, maar elders binnen de Nederlandse politiek helemaal afwezig. Waarbij het wrange is dat Van der Spek in 1985 afhaakte en tegen het ontstaan van een fusiepartij was. Ik denk dat de geschiedenis hem gelijk heeft gegeven. De PSP had autonoom moeten blijven. Omdat GroenLinks ook talloze anti-democraten en zwart-wit denkers omvat zal ik er niet makkelijk op stemmen. Zo’n blinde sympathisant kan ik nou ook weer niet zijn.

Sinds 2011 is er veel water onder de brug gestroomd. De onderhandelaars van GroenLinks konden in de formatie niet leven met de oplossing voor de vluchtelingenproblematiek in Noord-Afrika. Daarom haakten ze af. Waarbij het mijn vraag is welke rol de anti-democraten en zwart-wit denkers deze keer hebben gespeeld.

Het leven is kort en de kunst lang. Daarom kunnen we naar Kurt Weill achter zijn piano luisteren. De kansen zijn beperkt. In het leven, maar ook in de politiek. Dat maakt weemoedig. Voor we het beseffen is het voorbij. GroenLinks is de partij van het verlangen en het gemis. De partij van de romantiek van Slauerhoff die tegelijk hier en elders wil zijn. Niet alleen onder de Haagse kaasstolp, maar ook op zee of in de velden waar het graan ruist. De partij die ontkent dat in de politiek vuile handen en een schoon geweten samengaan. De partij die wetenschap verwart met praktische politiek. Hoe langer het inlossen van het verlangen wordt uitgesteld, hoe hoger de verwachting. En hoe abstracter het wereldbeeld. GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen.

I feel wherever I go that tomorrow is near, tomorrow is here and always too soon
Time is so old and love so brief
Love is pure gold and time a thief
We’re late, darling, we’re late
The curtain descends, everything ends too soon, too soon
I wait, darling, I wait
Will you speak low to me, speak love to me and soon

PvdA kan gerust toetreden tot een kabinet met VVD, CDA en D66. Hoofdzaak is dat de partij zich opent en verbreedt

Er komt langzaam zicht op deelname van de PvdA aan het kabinet Rutte III met VVD, CDA en D66. PvdA-leider Lodewijk Asscher sprak in het kamerdebat over de formatie met informateur Tjeenk Willink verontwaardigd over de vluchtelingendeal die GL-leider Jesse Klaver had afgewezen. De PvdA kan uit elkaar halen wat GL niet kan. Namelijk 1) de beginselen van een partij waarbij de moraal een uitgangspunt kan zijn en 2) politiek als vak dat om een professionele opstelling en regie vraagt. Geen van de tegenstanders van GL heeft kritiek op dat eerste aspect. De kritiek op GL zit ‘m in dat tweede aspect. Want het is destructief om tijdens moeizame onderhandelingen met nieuwe eisen te komen zoals GL afgelopen donderdag deed. Is het onervarenheid, koudwatervrees of angst voor machtspolitiek? Op 18 maart pleitte ik in een commentaar voor aansluiting van de PvdA bij een kabinet en vreesde ik voor GL: ‘Het toetreden van GroenLinks tot een meerderheidskabinet of gedoogkabinet lijkt gezien de stabiliteit en onervarenheid van die partij voorlopig een brug te ver.’

Er bestaat geen wet die een verliezer verbiedt om in een regering te gaan zitten. Elke partij heeft het recht om mee te doen. Ook de PvdA. Het enige dat telt is dat het kabinet een meerderheid heeft in de Staten-Generaal. Dus de Eerste én Tweede Kamer. Je ziet het nu in het Verenigd Koninkrijk. De Tories hebben hun meerderheid verloren, maar premier May probeert toch een meerderheidsregering te vormen. Daar is niets vreemds aan.

Het is een interessante vraag welk perspectief voor de PvdA het beste is. Heeft het als zevende partij meer te winnen in de oppositie of in de regering? Beide scenario’s bevatten voor- en nadelen. De PvdA is een bestuurderspartij. Dat is er tegelijk de sterkte en zwakte van. Het kan kundige ministers leveren, maar is versteend en laat de jonge generatie onvoldoende doorstromen. Het omarmt niet de jonge activisten die in de VS Bernie Sanders hebben geholpen, maar houdt deze op afstand. Dat is geen toekomstbestendige strategie.

De vraag of de PvdA toe moet treden tot de regering is niet eens de belangrijkste vraag die de partij op dit moment moet beantwoorden. Het doet er niet zoveel toe. De uitdaging voor de PvdA ligt elders, namelijk in de partijorganisatie. Die moet vernieuwd, verjongd en hervormd worden. Niet onder een type partijbobo als Hans Spekman, maar onder een meer activistische, jongere, inspirerende leider die zich niet concentreert op het werk in de Tweede Kamer of de regering, maar op de partij zelf. Door lijnen naar de samenleving te trekken en de partij te openen. Als de PvdA inziet dat haar grootste belang toch buiten de regering ligt hoeft het geen bezwaren tegen deelname aan het kabinet Rutte III meer te hebben. Het kan ‘technische’ ministers als Jeroen Dijsselbloem (Financiën) of Diederik Samsom (Klimaat, Milieu) leveren die redelijk los staan van de PvdA als partijorganisatie die losser en minder centralistisch moet gaat opereren. Met als doel zich te verbreden.

Foto: Heteluchtballon, 1923. Collectie: Library of Congress.

Afrofobe Sybrand Buma. Hoe het CDA zich ongeloofwaardig maakt

Kiza Magendane maakt zijn betoog minder sterk door naar Emile Roemer te verwijzen. In het partijprogramma van de SP worden Afrika en Afrikanen alleen in het kader van de immigratiestromen of noodhulp gezien. Een defensieve houding die niet overeenkomt met wat Roemer in het filmpje zegt en pretendeert te zijn. Ook de SP komt niet met een Marshall-plan voor Afrika of een industrialisatiebeleid dat gericht is op Afrika. Ofwel, Kiza laat zich misleiden door de SP dat Afrika niet vanuit het Afrikaans belang ziet. Uit projecties van de wereldbevolking tot 2100 blijkt dat Afrika een onvoorstelbare 80% van de groei voor haar rekening neemt.

Maar Kiza heeft gelijk dat Sybrand Buma Afrofoob, antichristelijk en egoïstisch is. Buma is een windvaan die normen en waarden inlevert voor een goede uitslag. Zijn marketing is zo opzichtig een laagje vernis dat het potsierlijk is. Buma is de ultieme politieke bedrieger die de zweem van bedrog niet van zich af kan schudden.

Andere hardliners staan voor een principe en eisen van zichzelf dat ze naar een principe leven. Niet Buma. Hij leeft volgens marketing die volledig zijn overtuiging stuurt. Elk woord dat hij zegt klinkt ongeloofwaardig. Zijn standpunten zijn hieraan ondergeschikt en worden onnavolgbare constructies. Zoals over de EU dat het CDA mondjesmaat steunt, maar waaraan het de foute analyse koppelt dat het falen van de EU komt door de EU en niet door de EU-lidstaten. Buma is nadrukkelijk verbolgen, getergd en nijdig. Buma is alles waarom kiezers twijfelen te kiezen. De persoon ‘Buma’ is het symbool van een gekunstelde en niet oprechte campagne.

Onderzoeksjournalistiek van NRC: DENK verspreidt nepnieuws

DENK is een gespleten partij die oproept tot verdraagzaamheid, maar onverdraagzaam handelt. Die harde toon en meedogenloze opstelling wordt vanuit de partij georkestreerd en is ongekend in de Nederlandse politiek. Alleen Geert Wilders namens de PVV is ermee vergelijkbaar. Maar DENK lijkt agressiever te zijn dan Wilders die toch een eenmansbedrijf is. In een commentaar noemde ik DENK en PVV schijnpopulistisch. Ze pretenderen voor het volk op te komen, maar dat is schijn die ze vooral op sociale media proberen te wekken.

NRC concludeert in een mooi voorbeeld van onderzoeksjournalistiek van Andreas Kouwenhoven en Hugo Logtenberg dat de partij tegenstanders monddood probeert te maken door de inzet van trollen. Met name PvdA’ers worden met nepaccounts agressief aangevallen. De twee oprichters van DENK splitsten zich in 2015 af van de PvdA. Tekenend is dat DENK door publiciteitsstunts vijanden creëert om zich tegen af te zetten. Zoals ‘de media’. Uit NRC blijkt dat Sylvana Simons die eind 2016 uit DENK stapte de enige in de partijtop was die af en toe bezwaar maakt tegen de agressieve manier van campagnevoeren. Dat pleit voor haar. Zonder dat ze daar iets over heeft gezegd kan het mede een overweging voor haar geweest zijn om uit DENK te stappen.

Of het hartstikke goed gaat met DENK, zoals partijleider Tunahan Kuzu zegt valt te bezien. De peilingwijzer geeft aan dat de partij tussen de 0 en 2 zetels kan halen bij de verkiezingen van 15 maart. DENK timmert aan de weg en heeft een mediabeleid en een omgaan met de feiten dat vergelijkbaar is met die van autoritaire leiders als Putin, Erdogan of Trump. Ze fabriceren door verdraaiingen en ontkenningen hun waarheid bij elkaar en zetten die naast de realiteit. Zodat het bestaan van één waarheid wordt betwist en alles kan worden gerelativeerd. Dit verklaart dat DENK media die onderzoek verrichten of kritisch verslag doen probeert af te schilderen als deel van het establishment. Een opzichtige wijze om zich te onttrekken aan verantwoording,

Kuzu zegt in het filmpje: ‘Meerdere journalisten van NRC zijn op dit moment aan het graven en aan het wroeten om iets te vinden over Denk. En binnenkort zullen ze vast en zeker opnieuw met een kulverhaal komen.” Hij sluit af met: „Trap er niet in!”’ Inderdaad trap niet in DENK. Per tweet heb ik gesolliciteerd naar een functie als DENK-troll. Wie wil niet behoren tot een politieke partij die zegt dat het hartstikke goed gaat?

denk

Foto: Schermafbeelding van tweet aan DENK, 11 februari 2017.