Attractie op Haagse kermis: Sun-Devils, vermoedelijk 1955-1962

Twee foto’s uit een post van 8 oktober 2019 op de FB-pagina Stichting Kermis-Cultuur. De attractie met de naam ‘Sun-Devils’ verwijst naar exotisme en Afrikaanse maskers en stond op de Haagse kermis. In de kunst lieten de Vijftigers zich inspireren door Afrikaanse volkskunst. Datering ontbreekt, maar het zal waarschijnlijk tweede helft jaren 1950, mogelijk begin jaren 1960 zijn. Dat was de periode dat op de wereldtentoonstelling Expo 1958 in Brussel in het Congolese paviljoen een dorp met ‘inboorlingen’ werd tentoongesteld. Maar de tijdsgeest kantelde en halverwege de Expo liepen ze weg uit de menselijke dierentuin. Maatschappelijk kon het niet meer door de beugel. In 1960 werden 17 voormalige Afrikaanse kolonies zelfstandig. Toen waren op kermissen volop kramen met pseudo-educatief vertier te vinden. In de tijd dat televisie nog aan een opmars moest beginnen. Iedereen kon weten dat het onzin was, zodat de kunst van het bedrog er getetst kon worden.

Moeten we hier achteraf over oordelen? Het cliché van de zwarte man in luipaardvel die op de trommels slaat en de zwarte vrouwen met rieten rok en sambaballen (notabene een Zuid-Amerikaans instrument) brengt nu zichzelf om zeep zonder dat er diepgaand commentaar voor nodig is. Het is nepnieuws voordat het woord in de huidige betekenis werd gebruikt. Of deze attractie een wederzijds complot was tussen kijker en bekekene weten we niet zeker. Dat geeft er de spanning aan. De exploitatie was zichtbaar en was zelfs een belangrijk onderdeel van de bezienswaardigheid. Curiositeit, trekpleister en schaamteloosheid in één. Dat lijkt het grote verschil met nu. Uitbuiting wordt door uitbaters zoveel mogelijk aan het oog onttrokken. Wat is meer oprecht?

Foto’s: Foto’s op de FB-post van 8 oktober 2019 op Stichting Kermis-Cultuur geplaatst door Piet Winkelmolen.

Gerrit Kouwenaar en mijn idee van poëzie

img17660

Aan poëzie heb ik een gezonde hekel. Misschien omdat ik Nederlands heb gestudeerd. Poëzie is als sterke drank die te heftig is. Jenever of wodka heb ik dan ook nooit gelust. Maar iedereen die zichzelf ruimte gunt laat uitzonderingen toe. Voor mij is dat de poëzie van e.e. cummings, Hart Crane of Gerrit Kouwenaar. Poëzie als architectuur die er niet sterker en pretentieuzer op is dan nodig. Poëzie die je evenmin moet lezen als een partituur van Charlie Parker. Geen aangeklede uitkleding van Wallace Stevens of uitgeklede aankleding van T.S. Eliot. U merkt het al, van poëzie heb ik geen kaas gegeten. Vandaag is Gerrit Kouwenaar op 91-jarige leeftijd overleden. zeg: buiten uw vlees heerst de dood// zeg: binnen uw vlees leeft u hulpeloos. Zo is het. 

Foto: Omslag van Gerrit Kouwenaar, ‘De stem op de 3e etage’. Gedichten. Amsterdam, 1960. Uitgeverij Em. Querido. (Citaat uit: Zijn, p. 34).