Reden verkoop The Schoolboys door museumgoudA is niet financieel

Pas als alle neuzen de verkeerde richting opstaan ontstaat een exploderende kernreactor, een overstroming of de verkoop van een waardevol schilderij uit het openbaar kunstbezit. Een ramp ontstaat nooit toevallig door een verkeerde actie, maar door een samenloop van omstandigheden. Het vastzittende ventiel, de openstaande sluisdeur of eigenzinnige burgemeesters kunnen echter wel hoofdoorzaak zijn. Het handelen van bestuurlijk en museaal Gouda toont aan waarom er een ramp wordt aangekondigd. Het was onvermijdelijk.

Op 30 mei 2011 zegt directeur van museumgoudA Gerard de Kleijn in een persbericht dat-ie The Schoolboys van Marlene Dumas bij Christie’s laat veilen. Hij beweert op een opbrengst van 800.000 euro te rekenen. De Kleijn motiveert dat door ontbrekende financiële middelen: ‘Met de opbrengst van de veiling financiert het museum de restauratie van eeuwenoude altaarstukken, inrichtingskosten van het museum tot stadsmuseum en algemeen collectiebeheer.’  Volgens de LAMO-richtlijnen mogen opbrengsten uit verkoop slechts beperkt worden besteed, zeker niet voor inrichtingskosten of collectiebeheer. De uit Zuid-Afrika afkomstige Marlene Dumas is een van de meest gezaghebbende en succesvolle Nederlandse kunstenaars.

De Kleijn is geen kunsthistoricus noch heeft enige praktische museale ervaring als-ie per oktober 2010 door de Raad van Toezicht (RvT) wordt benoemd. Hij is van huis uit onderwijssocioloog en vervulde allerlei ambtelijk-bestuurlijke functies. Onder meer als gemeentesecretaris van Amersfoort en directeur van Amersfoort-in-C, een koepel waaronder vier museale instellingen vallen. De Kleijn is sinds juli 2010 voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad. Daar werkt-ie nauw samen met PvdA-wethouder Carolien Gehrels.

Voorzitter Jan Laan van de RvT heeft evenmin museale ervaring en trekt in 2010 bij de benoemingsprocedure het initiatief naar zich toe. Museummedewerkers en andere leden van de RvT zoals erfgoedspecialist Charlotte van Rappard-Boon worden door Laan op afstand gezet. Laans sporen liggen eveneens in het ambtelijk-bestuurlijke vlak als wethouder van Rotterdam en burgemeester van Nieuwegein. Hij is een PvdA-politicus. Laan passeert andere kandidaten en komt bij Gerard de Kleijn uit.

MuseumgoudA is sinds 2006 verzelfstandigd. In haar programma OptimaForma boekt Gouda de verzelfstandiging als bezuiniging in. Iedere directeur die daar instapt wordt opgezadeld met een tekort op de exploitatie. Gouda blijft eigenaar van collectie en gebouwen en draagt het leeuwendeel in de exploitatie bij. Gouda kan druk uitoefenen wanneer het dat wenst. Een onafhankelijke opstelling, kennis van zaken en steun binnen de museumsector en politieke handigheid van de museumdirecteur bepalen het succes van die druk.

Burgemeester is de PvdA-politicus Wim Cornelis. Hij treedt in juli 2012 vervroegd terug omdat-ie in opspraak is gekomen over zijn 16 reizen naar zijn Ghanese vakantiewoning waarvoor-ie vaak de vlucht en soms de hotelkosten declareerde. Hij is vaak afwezig als er problemen met jongeren spelen en ook op die aanpak komt kritiek. De Goudse raad wijst een onafhankelijk onderzoek naar het functioneren van Cornelis af.

In Gouda spelen religie en de kerk een grote rol. Maar als vanouds is Gouda ook een stad van vrijdenkers, zoals Coornhert. MuseumgoudA ligt in de schaduw van de immense Sint-Jan. Sinds 1990 halen de drie christelijke partijen gemiddeld 9 van de 35 raadszetels. De PvdA is de grootste partij. Ooit was Gouda een belangrijke Hollandse stad, maar nu behoort het landelijk maar net tot de 50 belangrijkste steden.

Tegen de achtergrond van het verleden, het belang van religie, de gesloten bestuurlijke cultuur en een klein tekort moet de verkoop van The Schoolboys begrepen worden. Vrijzinnigheid die Ranti Tjan, de voorganger van De Kleijn het museum binnenbrengt wordt niet begrepen. Sommigen beweren dat het tot blinde haat van het stadhuis tegen hedendaagse kunst en Tjan leidt. Wat in de beleving van de bestuurders verergerd wordt doordat Tjan als eerste directeur van een verzelfstandigd museum een onafhankelijke koers kan voeren.

Dan komt 30 mei 2011 en kondigt Gerard de Kleijn de verkoop van het meest iconische werk uit de collectie hedendaagse kunst aan: The Schoolboys. Rekensommen maken duidelijk dat de verkoop niet dient om een faillissement te vermijden. Want dan koopt men geen werk van Weissenbruch voor 109.000 euro of besteedt het geld aan inrichtingskosten, restauratie of beheer. Bij een dreigend faillissement worden schuldeisers betaald. De verkoop is het gevolg van een verzoek uit het stadhuis. Ondanks de opdracht aan het museum om hedendaagse kunst te verzamelen. Da’s gemeentebeleid sinds 1976. Het college breekt bewust die traditie.

Foto: Collage ‘kantkleedje‘ uit de serie ‘Rendas’ van de Nederlands-Portugese Isabel Ferrand die in museumgoudA in 2008 een tentoonstelling had. Opgenomen in de collectie hedendaagse kunst van museumgoudA.

MuseumgoudA ongeloofwaardig over verkoop The Schoolboys

De Volkskrant bericht dat een particuliere verzamelaar 800.000 euro had geboden aan museumgoudA voor The Schoolboys van Marlene Dumas. Dan had het schilderij in Nederland kunnen blijven. Nu is het verkocht op een veiling bij Christie’s en naar een particulier in Azië verhuisd. Voortaan aan het zicht van het publiek onttrokken. Het was een publiek geheim dat een verzamelaar een marktconforme prijs had geboden. Uitgelekt nieuws hierover kan een reden zijn voor de felle afwijzing door de Nederlandse Museumvereniging (NMV).

Dat directeur Gerard de Kleijn van museumgoudA gedragsregels van de museum- en erfgoedsector bewust heeft overtreden werd hem in de dagen rond de veiling eind juni 2011 niet erg kwalijk genomen. Iedereen besefte dat het voortbestaan van museumgoudA op het spel stond. Op vragen over het Wereldmuseum van SP’er Van Dijk veroordeelde staatssecretaris Zijlstra trouwens het handelen van een gemeente die een museum dwingt de gedragsregels te overtreden. Da’s van toepassing op zowel Gouda als museumgoudA.

Toen echter bekend werd dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar had geweigerd smolt het begrip voor zijn handelen weg. Maar de lokale Goudse politiek en anderen die voor De Kleijn in de bres sprongen wisten dat niet en focusten nog op de opbrengst en het voortbestaan van het museum. Zodat een discussie met twee snelheden ontstond. Hoe dan ook, De Kleijn weigerde een aanbod dat het beste van twee werelden combineerde: een goede opbrengst en het behoud van openbaar kunstbezit.

De Kleijn geeft twee argumenten voor zijn weigering. De opbrengst zou met 800.000 euro niet groter zijn dan het garantiebedrag en de bruikleen zou slechts enkele jaren bedragen. Dat zijn oneigenlijke argumenten. Want in een persbericht van 30 mei 2011 schrijft museumgoudA: ‘Het museum heeft dit werk in 1988 aangekocht voor 16.000 gulden en rekent nu op een opbrengst van euro 800.000′. Evenmin valt in te zien hoe een Nederlandse verzamelaar die aanspreekbaar blijft voor bruiklenen slechter zou zijn dan de verkoop aan een Aziatische particuliere verzamelaar die met zijn nieuwe bezit volledig uit beeld verdwijnt.

Interessant is dat op 20 september 2011 de Goudse cultuurwethouder Daphne Bergmans op raadsvragen van de SP’er van Alphen over de verkoop antwoorddedat museumgoudA enkele grote particuliere verzamelaars [heeft] benaderd om te bezien of er bereidheid was het schilderij aan te kopen en vervolgens in langdurige bruikleen ter beschikking te stellen. Deze bereidheid bleek er niet te zijn’. Dat ontlokte me de toevoeging: ‘Opvallend ontbreekt in haar opsomming de optie dat museumgoudA zelf benaderd is door een derde partij’.

Het feit dat museumgoudA geen musea of particuliere verzamelaars kon vinden benadrukt dat het niet serieus naar kopers heeft gezocht. Ook Marlene Dumas en galeriehouder Paul Andriesse met hun netwerk aan belangstellende kopers waren door museumgoudA of een derde partij die voor het museum de boer op ging niet van de voorgenomen verkoop op de hoogte gesteld. Achteraf waren ze hier vol onbegrip over.

Er zijn nog veel vragen naar het handelen van De Kleijn. Zijn uitleg sinds mei 2011 over de verkoop van The Schoolboys is verre van consistent en stelt-ie steeds bij. Gemeente Gouda zal hem niet kritisch aanspreken. Of een gemeenteraad. Of een Raad van Toezicht van het museum. Op de NMV en staatssecretaris Zijlstra na spreekt geen enkele instantie De Kleijn kritisch aan. Maar deze kunnen hem bestuurlijk weer niet aanpakken.

De echte reden dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar niet accepteerde lijkt te zijn dat-ie het niet kon accepteren omdat-ie voortijdig vergaande afspraken had gemaakt met Christie’s Londen. In het pakket paste in mei de aankoop van een Weissenbruch bij Christie’s Amsterdam voor 109.000 euro. Volgens kenners zeker geen kernstuk van de collectie. Een onverklaarbare actie van een museum dat beweert dat het water tot aan de lippen gestegen is en zegt elke cent nodig te hebben voor het voortbestaan.

Foto: St Martin&39s School for Boys Blazer Navy; prijs vanaf 90 pond bij John Lewis