George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vervreemding

Thierry Baudet eigent zich ongenuanceerd oordeel over hedendaagse kunst toe

with 7 comments

Het is altijd kiezen tussen lachen en schrikken als men stukken van Forum voor Democratie onder ogen krijgt. Neem het anonieme commentaarBreek het Kunstkartel!’ dat waarschijnlijk door Thierry Baudet is geschreven. Aanleiding ervoor is de tentoonstellingPrésence de la peinture en France» (1974-2016)’ in het gemeentehuis van het 5de arrondissement in Parijs. Dat van de Sorbonne, Quartier Latin en de Grote Moskee. Initiatiefnemer ervan is Marc Fumaroli met medewerking van Jean Clair. Beide zijn lid van de Académie française.

Het is niet toevallig dat Baudet uitkomt bij deze tentoonstelling en bij Fumaroli en Clair. Ze ageren tegen hedendaagse kunst. Baudet is eveneens gekant tegen hedendaagse kunst omdat het het thuisgevoel (‘oikofobie’) in de weg zou staan. Een term van de Britse conservatieve cultuurfilosoof Roger Scruton die via de Franse rechtse filosoof Alain Finkelkraut in het Franse debat is terechtgekomen. Baudet heeft deze term ‘geleend’ en in zijn politiek ingepast. Hedendaagse kunst zou mensen vervreemden van de eigen omgeving is het idee van deze conservatieve denkers. Exact het omgekeerde van wat Bertolt Brecht beweerde met zijn theorie van vervreemding in het theater die mensen bewust maakt omdat hun de montage van het werk wordt getoond. Wat tot nadenken zou aanzetten en het doorzien van manipulatie. Maar deze rechtse denkers leggen andere accenten voor de vermeende bewustwording van de massa door zich op te werpen als bemiddelaars.

De kunstenaars Paul McCarthy, Jeff Koons en Anish Kapoor zijn in Frankrijk de favoriete zondebokken zoals een artikel in Challenges verduidelijkt. Dat afwijzen van hedendaagse kunst door radicaal-rechts gaat niet om de kunst, maar om het debat dat die afwijzing oplevert en het mogelijk maakt om traditionele waarden te verdedigen. Zo bedrijven deze rechtse denkers en een politicus als Baudet politiek ten koste van de kunst.

Het gaat Fumaroli die nauwelijks verstaanbaar Engels spreekt vooral om het afwijzen van de Angelsaksische dominantie en het aanprijzen van de vermeende grootsheid van de Franse natie, taal en geschiedenis. Als het moet met steun aan middelmatige Franse kunstenaars of Franse kunstenaars van het verleden. Niet Christian Boltanski, Daniel Buren of Sarkis die een Frans humanisme vertegenwoordigen en internationaal opereren. Omdat de kunsthandel grotendeels Angelsaksisch is en het culturele wereldhart al sinds 60 jaar niet meer in Parijs klopt, richt Fumaroli zijn pijlen op de internationale kunsthandel. En scheert hij alles over één kam. Fumaroli gaat het ook om het benadrukken van het belang van de christelijke religie. Daarbij komt hij al snel op een hellend vlak met beschuldigingen van godslastering en een houding die past bij antisemitisme.

Als navolger van zijn voorbeelden Scruton, Fumaroli en Finkelkraut probeert Thierry Baudet een Frans debat naar de Nederlandse situatie te vertalen. Opvallend voor iemand die zegt te zweren bij de natiestaat. Hij doopt het ‘Breek het kunstkartel!’ met de impliciete verwijzing naar het partijkartel dat taaleigen van het Forum voor Democratie is. Maar Baudets oefening is die van een tovenaarsleerling die nog niet tot op de schouders van zijn voorbeelden heeft kunnen klimmen. Zijn betoog is een matige vertaling en mist de brille en diepgang van zijn voorbeelden. Baudet heeft te weinig kennis van hedendaagse kunst om zinvol te kunnen onderscheiden. Daar helpt het napraten van zijn voorbeelden niets aan. Het brengt hem tot uitspraken over kunstenaars, esthetiek en kunstmarkt die niet alleen ongedifferentieerd zijn, maar ook niet geloofwaardig worden omdat ze duidelijk zijn ingegeven door een conservatieve culturele agenda die de kunst van de eigen tijd niet begrijpt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBreek het Kunstkartel!’ op Forum voor Democratie, 28 september 2017.

Kunst moet een list verzinnen: aansluiten bij een politiek doel

with one comment

ornette-colleman-free-jazz-atlantic-1364-gatefold-1800-ljc

Soms leiden verkeerde bedoelingen tot goede uitkomsten. En omgekeerd kunnen goede bedoelingen tot slechte resultaten leiden. Neem de theorie dat de promotie van ‘moderne kunst’ een Westers instrument was in de strijd met de toenmalige Sovjet-Unie. Alweer een oude theorie die midden jaren ’90 met feiten werd onderbouwd. Zie hier een toelichting in The Independent. De CIA zou ermee sinds het eind van de jaren ’40 het communisme bestreden hebben, terwijl de kunst waarmee de Sovjet-bevolking werd geconfronteerd in de VS bij het grote publiek matig tot negatief werd ontvangen. De abstract expressionistische schilder Jackson Pollock stond niet voor niets bekend als ‘Jack the Dripper’. Maar kunstenaars profiteerden van die promotie.

Mijn eerste kennismaking met Pollocks werk gaat terug naar begin jaren ’70 toen ik de elpee Free Jazz (1961) van Ornette Coleman kocht, met een uitklaphoes met een reproductie van White Light uit 1954 van Pollock. Het tijdperk 1955-1965 dat de overgang symboliseert naar kunst waarin vervreemding in navolging van de ‘uitvinder’ Bertolt Brecht een hoofdthema wordt en de representatie van de werkelijkheid verder afgeschaald wordt. Vooral in de cinema (Antonioni, Kurosawa, Bunuel, Godard), de jazz (Coleman, Coltrane, Shepp, Ayler) en de beeldende kunst (De Kooning, Rothko, Pollock, Motherwell) is die scheidslijn duidelijk te herkennen. Elders omschreef ik dat in enkele schetsen als transitie. Tevens een tijdperk van hoop en in te lossen beloften.

Hoe is het mogelijk dat de hedendaagse kunst van de jaren ’40, ’50 en ’60 een wapen kon worden in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie? Hoewel het belang ervan nou ook weer niet overschat moet worden. Maar nu is kunst als politiek wapen nauwelijks nog voor te stellen. Eigenlijk kennen we het in getemde vorm alleen nog als landenpromotie bij staatsbezoeken. Nederland zet dan kunst in het zonnetje waarmee het zich meent te kunnen onderscheiden: design, ballet, Concertgebouworkest of geïmproviseerde muziek. Dan dient kunst als smeermiddel voor politieke doeleinden. De tanden van de kunst zijn in dat geval bij voorbaat afgevijld.

eclisse-l-1962-001-monica-vitti-back-shot-00o-7lv

De EU doet veel te weinig met kunst en cultuur als politiek middel. Terwijl de Europese kunst toch zo rijk is. Steven ten Thije (Mondriaanfonds) gaf in een video uit 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar moest een concreet antwoord hoe dat moest uiteraard schuldig blijven. Zie hier voor mijn commentaar en genoemde video. Onpartijdig is de inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie.

Die geslotenheid en dat thuisgevoel ontmoedigen. Het is trouwens opvallend dat voorvechters van de natiestaat zo weinig met nationale kunst ophebben. Dat is een tegenstelling die ik nog steeds moeilijk kan verklaren, hoewel het wellicht beter is dat dit zo is. Waarom werden in de 19de eeuw Vondel en Rembrandt tot nationale iconen gebombardeerd? Mijn opvatting over kunst gaat overigens vooraf aan mijn opvatting over politiek en heeft dat laatste gevormd. Niet andersom. Kunst legt toch een dieper fundament dan politiek.

Dat tijdperk rond 1960 waarin kunstenaars de vrijheid vinden om niets te hoeven vinden en loskomen van hun eigen thuis maakt voor mij duidelijk waarom ik niets moet hebben van populisten en eng nationalisme.

Hoe kan na de hakbijlen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra, tegen de achtergrond van een vijandige politieke klasse die in de kern geen echte affiniteit met kunst voelt en het opkomend rechts-populisme dat zweert bij thuisgevoel, natiestaat en haat tegen hedendaagse kunst de kunst overleven? De enige uitweg lijkt het aanhaken bij een politiek doel. Niet om de kunst, maar om de politiek. Laat de politiek maar verkeerde bedoelingen hebben met de kunst, maar als het tot goede uitkomsten leidt dan is dat mooi meegenomen.

Foto 1: Binnenkant hoes van Free Jazz (1961) van Ornette Coleman; black music en white light.

Foto 2: Monica Vitti in L’eclisse (1962) van Michelangelo Antonioni.

Kunst en televisie. Over ‘de normale Nederlander’, het thuisgevoel en de laffe cultuurpolitiek van alle politieke partijen

with 6 comments

65737-620-465

Kunst en televisie, het is een moeizame relatie. In een interview met Het Parool zegt Simone van den Ende het volgende over kunst op televisie: ‘En als het je niet interesseert, ga dan naar een ander net. Dat doe ik bijvoorbeeld met voetbal. Daar ben ik totaal niet in geïnteresseerd en ik heb het mijn hele leven goed kunnen vermijden. Waar ik kwaad om word, is dat kunst niet zou mogen van publiek geld en voetbal wel. Weegt het plezier van miljoenen zwaarder dan het plezier van een paar honderdduizend op televisie? Maar nogmaals: ik zeg dit als voorvechter van kunst op televisie, niet om alleen te zeuren.’ Simone van den Ende is op 1 oktober 2016 na negen jaar gestopt als hoofd kunst, cultuur en drama bij Avro en AvroTros.

De Mediacourant verwijst in een bericht naar dit interview. Een reactie van ‘aammehoela’ maakt inzichtelijk hoe de waardering voor kunst op televisie kan zijn. De reactie is te illustratief om niet te citeren: ‘Kunst, met name moderne kunst, is soms echt afgrijselijk. Je hebt af en toe het idee dat de kunstenaar iets in elkaar flanst om daarna een verhaal te verzinnen van hetgeen het moet voorstellen. Wat dat betreft geniet ik meer van een landschapschilderij dan van zo’n doek met alles door elkaar heen geflanst. Dan denkt iedere normale Nederlander: gauw bij de vuilnis gooien.’ Waar hebben we de verwijzing naar de ‘normale Nederlander’ meer gehoord? In rechts-populistische wordt volop tegen ‘moderne kunst’ geageerd. Waarmee hedendaagse kunst wordt bedoeld. Zo meent Thierry Baudet in een artikel (2013) voor NRC dat ‘modernisme in de architectuur en de publieke ‘kunstwerken’ het gevoel van vervreemding versterkt’. Baudet ziet de trits ‘multiculturalisme, modernisme in de kunsten en het Europese project’ als symptomen van een ziekelijke afkeer van het thuis.

Met die tegenwind vanuit populistische hoek die culturele hegemonie claimt heeft hedendaagse kunst te maken. Dat geluid werd zonder veel protest in de nasleep van de cultuurbezuinigingen van Halbe Zijlstra in 2011 overgenomen door de Nederlandse landelijke politiek. Geen enkele partij durfde zich principieel te verzetten tegen de vermeende volkswil van de kunsthaters die ‘moderne kunst’ strijdig achtten met het thuisgevoel van de normale Nederlander. Kunst op televisie werd met diezelfde rechts-populistische golf van eigenheid, nationalisme en thuisgevoel van ‘de normale Nederlander’ weggespoeld. Wat resteerde waren programma’s als ‘Tussen Kunst en Kitsch’ of een soort agenda-achtige kunstprogramma’s die voornamelijk signaleerden. Het pleit voor Simone van den Ende dat ze ondanks die sterke tegenwind de realityseries over de Nationale Opera, het Concertgebouworkest en het Nationale Ballet heeft weten te produceren.

Moeten we ons druk maken over kunst op de Nederlandse televisie? In een snel veranderend media-landschap dat internationaliseert, minder lineair wordt en steeds gefragmenteerder is en vooral nog kleine deelpublieken bedient? Wat heeft het voor zin om zo’n achterhoedegevecht te voeren? Het heeft geen zin. Toch kan het geen kwaad om het onderliggende populisme dat rept van ‘de normale Nederlander’ en thuisgevoel -en zo de culturele hegemonie op televisie en in samenleving claimt- van repliek te dienen. Te laten weten dat er ook nog een andere gedachtenwereld bestaat die er faliekant anders over denkt. Over kunst op televisie gaat het dan allang niet meer, maar over de functie van kunst in onze samenleving. Mijn reactie op ‘aammehoela’:

Hedendaagse Nederlandse kunst kan voor sommigen afgrijselijk zijn, terwijl voor anderen het hedendaagse Nederlandse voetbal dat is. Herinneren we ons de kwalificatiereeks van het Nederlands elftal voor het EK-2016 in Frankrijk nog? Afgrijselijk voetbal met een afgrijselijk resultaat. Maar het wordt op televisie toch overvloedig getoond in urenlange wedstrijden en voor- en nabeschouwingen. Als zelfkwelling?

De hedendaagse Nederlandse kunst heeft internationaal meer aanzien en kwaliteit dan het hedendaagse Nederlandse voetbal. Lees er de lovende buitenlandse commentaren over Nederlands toneel, design, dance, ballet, geïmproviseerde muziek of beeldende kunst maar op na.

Zo redenerend zou je kunnen stellen dat het gerechtvaardigd is om om die kunst op televisie te laten zien en het voetbal niet. Gesteld dat programma’s daar een goede vorm voor weten te vinden en het de formule van Jasper Krabbé overstijgt. Maar in grote lijnen gebeurt het omgekeerde. De kwaliteit van Nederlandse kunst wordt mondjesmaat getoond en het gebrek aan kwaliteit van Nederlands voetbal wordt overvloedig getoond. Is dat niet krom?

Foto: ‘Siem Vroom en Christine Ewert in een scene uit het topstuk ‘ De Drie Zusters’ van Anton Tsjechov, dat de NCRV op 30.09.1979 op het scherm brengt.’

EU heeft kunst en cultuur hard nodig, maar doet er te weinig mee

with 2 comments

Steven ten Thije van ‘museumconfederatie L’Internationale’ geeft in een video uit mei 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar heeft geen antwoord hoe dat concreet moet. Hij wijst erop dat er binnen de EU geen politiek of economisch tekort is, maar vooral wat hij omschrijft als een empathisch tekort. Burgers leven niet meer met elkaar mee of verplaatsen zich onvoldoende in de ander. Ze zetten zich apart zodat via die burger de EU fragmenteert. De uitdaging voor kunst en cultuur is om eraan mee te helpen een debat op gang te helpen brengen om die ontwikkeling terug te dringen.

In een interview in Trouw pakt de directeur van Museum de Fundatie Ralph Keuning dit onderwerp op in een vraag over internationaal engagement van kunst: ‘Waar ik stiekem een beetje op hoop, is dat kunstenaars iets zullen doen met het verbleekte Europese ideaal. Eigenlijk zouden de Europese en de nationale overheden werk moeten maken van het esthetiseren van hun boodschap. Waarom kan Nike dat wel en de Europese Commissie niet? Laat ze iemand als Anselm Kiefer zo’n opdracht geven – geen schilder die meer weet van de Midden-Europese perikelen dan hij. Of anders Neo Rauch, geboren in de DDR, een schilder die toch al grote historiestukken maakt (..)’. Het is de hoogste tijd dat kunst uit kan pakken met een mooi verpakte boodschap.

bs-04-11-DW-Kultur-Potsdam

Het is opvallend dat de EU op dit moment de kunst nauwelijks inzet als verbindend middel. Terwijl het zich in het recente verleden op de borst klopte op te komen voor ‘zachte waarden’ zoals vrijheden, mensenrechten, kunst en cultuur. Kunst blijft weggestopt in de natiestaat of wordt vanuit landelijk perspectief ingezet voor landenpromotie en in het vakje grensoverschrijdend gestopt. Dat dient de EU als geheel niet. De Europese Commissie zou hier meer werk van kunnen maken. Het zet kunst onvoldoende in bij de marketing van de EU. Of in het helpen overbruggen van de verschillen waar Ten Thije op wijst. De geschiedenis en identiteit van Europa zijn nauw verbonden met kunst, maar de instellingen van de EU zetten kunst alleen plichtmatig in in het gebruikelijke domein kunst. Terwijl kunst een overstijgende functie heeft die nu ongebruikt wordt gelaten.

Ten Thije en Keuning wijzen op een tekort van de EU en de nationale overheden die een te beperkte visie hebben op de rol van kunst. Uiteraard moet kunst geen vehikel worden om de EU te promoten, want kunst kan uit hoofde van wat het in de kern is alleen zichzelf dienen en geen andere meester boven zich dulden. Maar kunst kan op vele manieren eraan meehelpen om het huidige ‘geestkrachtige’ tekort binnen de EU te helpen bestrijden. De EU als waardengemeenschap heeft kernwaarden die het waard zijn om verdedigd te worden. De EU kan door de inzet van kunst kleur op de wangen krijgen die het nu mist. Dat dient niet alleen ter bevestiging van de eigen richting, maar ook als visitekaartje voor de eigen bevolking en andere landen.

Onpartijdig is zo’n inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie. De EU moet zich weerbaar maken tegen dit soort krachten en niet bevreesd zijn om de strijd ermee frontaal en zelfbewust aan te gaan. Dat kan door de inzet van kunst en cultuur en onder de voorwaarde alle burgers te bereiken. Zo’n inzet die het zelfvertrouwen in de EU thematiseert kan de empathie tussen de burgers binnen de EU helpen vergroten, zodat de EU voor velen vanzelfsprekender wordt en het ongenoegen lastiger geëxploiteerd kan worden door onruststokers die de EU om zeep willen helpen.

Foto: Kanselier Angela Merkel houdt een openingspraatje voor een schilderij van Anselm Kiefer uit de reeks ‘Europa’ in Potsdam, Berlijn, 2011.

Immigranten roepen ‘Allah Akbar’ in Hongarije. Wat denken ze?

leave a comment »

Is dit Pakistan, Irak of Jemen? Nee, dit is Hongarije, EU. Immigranten roepen ‘Allah Akbar’ in een opvangkamp. Blijkbaar om hun ontevredenheid duidelijk te maken. Ze grijpen terug naar wat ze kennen. En dat is niet een roep naar democratie of vrouwenrechten, maar dat is de islam. Wat bedoelen ze hiermee? Moet Europa dit integreren? Het draagvlak daarvoor neemt door de berichten en dit soort video’s af. Botsende beschavingen, ofwel de clash of civilizations van Samuel Huntington. Immigranten van buiten Europa profileren zich met hun culturele en religieuze identiteit door ‘Allah Akbar‘ te roepen. Maar ze roepen bovenal de vervreemding op.

Ornette Coleman (1930-2015). Tussen traditie en experiment

with one comment

Saxofonist Ornette Coleman (1930-2015) is vandaag overleden. Hij was een overgangsfiguur. Zoals cineast Michelangelo Antonioni in de jaren 1960-1962 ook van de transitie was met z’n films over een vervreemde wereld die navolgbaar bleef. Half experiment, half traditie. In de eigen tijd werd dat laatste weggemoffeld. Ornette was in de kern gewoon een hardbopper die het experiment zocht. En over grenzen ging omdat hij steeds verder ging. Maar toch binnen de traditie bleef. Dat klassiek modern is omwille van de marketing geworden tot een keurmerk in literatuur (Joyce, Svevo), drama (Pinter, Ionesco, Jarry), muziek (Varèse, Ives, Shepp) of cinema (Godard, Welles). Maar het was vooral een lifestyle, een tussenbalans die een bevrijding zoekende generatie vergezelde en een idee van vrijheid, vernieuwing en grensoverschrijding gaf. Kunstenaars als Ornette Coleman verwoordden de essentie van hun tijdperk waarin hun twijfel doorklonk. Ornette bedankt.

Zijn er betere Nederlandse films dan ‘Komedie om geld’ (1936)?

with one comment

Komedie om geld is de beste film ooit in Nederland gemaakt. Hoewel dat natuurlijk niet te bewijzen valt, het is mijn favoriete Nederlandse film. Met Rini Otte als de dochter en de Duitse topregisseur Max Ophüls. Met Brechtiaanse vervreemdingseffecten doorbreekt de film het filmrealisme. Wat voor genre is het? Komedie, tragedie, tragikomedie of gemankeerde musical vanwege een bescheiden budget? Hoewel de producent er bijna failliet aan ging. Een film waar je iets van mee naar huis neemt. Ook in 2015 actueel. Over geld, fraude, schone schijn en het verschil tussen arm en rijk. Misschien toch eerder een Duitse dan een Nederlandse film? Welnee, gewoon een film die aansluit bij eigentijdse problemen. In een hoekige, maar charmante vormgeving.

20137324_3_IMG_FIX_700x700

Foto: Still uit Komedie om geld (1936).