George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vernieuwing

Formule van Zomergasten is niet meer van deze tijd. Hoe kan een klassieker vernieuwend zijn?

with one comment

Ik begrijp niets van de formule van Zomergasten (ZG). Ik kijk er niet naar omdat het me niet boeit. Of het moet een interessante gast zijn die de verwachting wekt iets te vertellen en toe te voegen te hebben. Het merendeel van de gasten voldoet niet aan die verwachting. Daar kunnen zij niets aan doen. Het ligt aan de formule die in 30 jaar halfslachtig en achterhaald is geworden. Vraag is waarom de VPRO de formule tussentijds niet grondig heeft aangepast. Heeft het dat niet aangedurfd omdat het teert op een roemrijk verleden? Het lijkt er sterk op dat dit oude succesnummer wordt opgepoetst vanwege de associatie met de vernieuwende programma’s van de VPRO van ooit. Maar het is een vergeefse poging. Een bijna 30 jaar oude formule die niet wordt aangepast biedt geen vernieuwing, maar een platgetreden pad dat in de jaren al door tientallen gasten is bewandeld.

Toen ZG in 1988 begon was het duidelijk. Gasten laten fragmenten zien en vertellen daar een persoonlijk verhaal bij met als uitgangspunt het fragment. Aanleiding bleef televisie, de fragmenten en de visie van de gast op die fragmenten. Door de jaren heen is het programma van karakter veranderd. Noodgedwongen. Iedereen kan de fragmenten nu op internet opzoeken. Wat ooit nieuw en verrassend was, is nu onderdeel van het historisch geheugen. Per direct oproepbaar. De gast kan er niet op rekenen dat kijkers de fragmenten niet kennen. Daarom is gaandeweg het accent verlegd van de fragmenten en de functie van televisie naar de persoon van de gast. Ooit diende de gast de fragmenten, nu dienen de fragmenten de gast. Wat ooit mediakritiek, een nieuw venster op de wereld en de visie van de gast op de media was is nu Human Interest.

Het gewijzigde karakter draagt het gevaar in zich dat ZG verzandt in een promotiepraatje voor een op het eerste oog niet altijd zichtbaar doel van de gast. De gast gebruikt ZG om zichzelf te profileren. ZG is steeds voorspelbaarder geworden. De fragmenten worden door de gast -soms met een team eigen medewerkers- in een strategische operatie geselecteerd. Met als norm dat fragmenten de marketing, het profiel, de werkzaamheden of dat onzichtbare doel van de gast benadrukken. Dat maakt het saai en educatief. Wie de gast kent, kan de fragmenten voorspellen. Zo staat in de veranderde formule van ZG niet langer het medium televisie centraal (of toevallig moet een mediaspecialist te gast zijn), maar de persoonlijkheid van de gast.

Wat resteert is een hybride formule waarin niets nog is wat het lijkt. Het nieuwe ZG is een variant op de ontwikkelingen van de Nederlandse radio: een praatje en een plaatje. De muziek zit de gast in de weg en omgekeerd. Zo is het ook met ZG. De gast zit de fragmenten in de weg en omgekeerd. Waarbij zowel gast als fragmenten niet optimaal uit de verf kunnen komen. Door de lengte van ZG lijkt het om verdieping te gaan, maar dat is schijn. Het verklaart waarom de krakkemikkig geworden formule van ZG zo weinig kritiek krijgt.

Een en ander roept de vraag op waarom de VPRO niet kiest voor puurheid. Dat kan door beide aspecten uit elkaar te halen en onder te brengen in aparte programma’s. Zodat er weer een puur mediaprogramma met intellectuele pretentie en diepgang (op de manier van Het Blauwe Licht met Ramdas en Sanders) is te zien op de Nederlandse televisie. En de gast in een praatprogramma centraal staat zonder nog fragmenten te tonen.

Foto: Schermafbeelding van deel aankondiging Over VPRO Zomergasten van de VPRO.

Written by George Knight

24 juli 2017 at 13:07

Raad voor Cultuur schept in advies verwarring door gebruik van term ‘niet-westers aanbod’

leave a comment »

Aldus het persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur over een advies dat voorstelt om 1 miljoen euro ‘extra’ te verdelen over dertien instellingen. Het is een lovenswaardig initiatief dat er al langere tijd zat aan te komen. Het is een eenmalige subsidie die resteert na een amendement om 10 miljoen voor de cultuursector vrij te maken. Trouwens een doekje voor het bloeden. Een schrale en late compensatie die de bezuinigingen sinds 2011 op de cultuursector bij lange na niet weet te compenseren.

Het initiatief is goed, maar de toelichting had beter gekund. Ik verbaas me met name over de zinsnede ‘Instellingen met een vernieuwend, niet-westers aanbod en nieuwe publiekgroepen zijn nog te weinig zichtbaar’. Nog los van de vrijblijvende betekenis van het woord ‘vernieuwend‘. Wat wordt bedoeld met een ‘niet-westers aanbod‘ in een westers land als Nederland? Is dat niet tegenstrijdig en per definitie onmogelijk? Ook als een in Nederland gevestigde instelling inspiratie haalt uit een niet-westerse omgeving dan blijft het onderdeel van de Nederlandse, westerse cultuurpolitiek. Dat kan zich immers niet anders verhouden tot de culturele basisinfrastructuur die de bedding en de kadrering geeft. Ofwel, elk divers aanbod dat met overheidssubsidie wordt ingepast in de culturele basisinfrastructuur is onderdeel van het culturele aanbod van Nederland. En dat aanbod is per definitie westers. Hoewel de inspiratie niet-westers kan zijn. Het is dan ook onjuist om in dit verband over niet-westers aanbod te praten zoals de raad abusievelijk doet.

Ook het advies geeft niet echt duidelijkheid over wat precies met een niet-westers aanbod bedoeld wordt. Het lijkt er sterk op dat de opstellers van dit advies niet goed begrijpen welke terminologie welke betekenis heeft. En ze daarom teruggrijpen naar een gepolitiseerde correcte taal die meer verhult dan verklaart. Dat is een zorgelijke ontwikkeling en geeft te denken over de opstelling van sommige beleidsmakers binnen de raad. Uit de volgende passage blijkt dat de opstellers vermoedelijk iets anders bedoelen dan ze zeggen: ‘De raad vindt het dan ook van belang dat niet-canonieke genres, interactieve en multidisciplinaire benaderingen (..) kunnen rekenen op ondersteuning van het Rijk. Zij dragen bij aan een gevarieerd aanbod van kunst en cultuur en verrijken het cultureel leven.’ Dat klinkt zinvol, ondubbelzinnig en overtuigend. Hoe meer diversiteit, variatie in het culturele aanbod en aandacht voor ‘niet-canonieke’ genres hoe beter. Maar zelfs als een in Nederland gevestigde culturele instelling -opgenomen in de basisinfrastructuur- inspiratie haalt uit Mongolië, Burundi, Pakistan of Guatamala en dat presenteert aan het Nederlandse publiek dan is dat gewoon westers aanbod.

Foto: Schermafbeelding van persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur, 9 maart 2017.

Politieke partijen kunnen nu eenmaal niet voorbijgaan aan zichzelf. En staan zo per definitie haaks op het algemeen belang

with one comment

fd

In de reacties op de troonrede die op Prinsjesdag door de koning werd uitgesproken klonk vooral kritiek van de oppositie. Het kabinet zou sprookjes vertellen (Wilders/PVV), een WC-Eend verhaal vertellen (Roemer/SP) of er een verkiezingstoespraak van maken (Krol/50Plus). De reacties van deze partijen waren al beschreven in persberichten voordat ze wisten wat er in de troonrede stond. Dus de vraag of het kabinet of deze oppositiepartijen het meest in een parallelle wereld leven is niet makkelijk te beantwoorden.

Hier wreekt zich opnieuw het tekort van de partijpolitiek. Vertegenwoordigers van politieke partijen zeggen het algemeen belang te dienen en pretenderen namens burgers te spreken, maar kunnen niet anders dan dat te wringen in het model van hun eigen politieke partij en idee van partijpolitiek. Zo verwordt een 19de eeuwse verworvenheid in de 21 ste eeuw tot hoofddoel van eigen voortbestaan. Alsof het bestaan van een politieke partij een doel op zichzelf is. Dat laatste loopt per definitie niet altijd gelijk op met het algemeen belang.

Vernieuwingen die passen bij de 21ste eeuw en aansluiten bij digitalisering, machtsdeling, opleidingsniveau van burgers en technische innovaties zoals liquid democracy worden door deze politieke partijen niet gezocht. Zelfs geblokkeerd, want je hoort ze er nooit over. Dat tekent het failliet van de partijpolitiek waarvan het de vraag is of de vertegenwoordigers ervan dat vol cynisme beseffen of uit blikvernauwing niet eens bespeuren. Ik vermoed het laatste. Burgers verliezen hun interesse voor deze partijpolitieke opvatting van de politiek.

Bovenstaand commentaar in het Friesch Dagblad zegt verbaasd te zijn over passages in de troonrede. Het zegt: ‘Veel burgers voelen onvrede met de rechtsstaat en de democratische processen. Die zorgen uiten zich in onder meer de sterke sympathie voor de partij van Wilders, in de systematische aanvallen op de instituties van de rechtsstaat door Wilders en anderen, en in een groeiende onverschilligheid voor alles wat met politiek en bestuur te maken heeft.’ Op mijn beurt ben ik verbaasd over deze passage in dit hoofdredactioneel. Wat probeert het Friesch Dagblad met de verwijzing naar ‘de sympathie voor de partij van Wilders’ nou te zeggen over de stand van de rechtsstaat en de democratische processen in Nederland? Nu lijkt het er sterk op dat de schrijver van het commentaar iets aanstipt, maar daar tegelijk halfslachtig afstand van neemt. In elk geval niet zuiver redeneert. Want het kan dat de sympathie voor de partij van Wilders wordt gevoed door een breed gevoel van ongenoegen bij een deel van de bevolking. Maar wat te maken zou hebben met de stand van de democratie en de rechtsstaat die los van dat ongenoegen bestaan maakt dit commentaar niet duidelijk.

Uit internationale vergelijkingen tussen landen over democratie, corruptie, welzijn, geluk, persvrijheid, burgerrechten of rechtsstaat blijkt dat Nederland hoog scoort. Het zit altijd in de kopgroep van landen die het vergeleken met andere landen uitmuntend doen. Uit een vergelijkend onderzoek uit 2015 van het World Justice Project tussen 102 landen over de rechtsstaat staat Nederland op plek 5, na 4 Noord-Europese landen.

Alles is relatief, niets is perfect. Maar ontkennen of relativeren dat Nederland een welvarend en aantrekkelijk land is met goede infrastructuur, goede voorzieningen en een sterke rechtsstaat grenst aan een gebrek aan realiteitszin, miskenning van de eigen situatie en zelfvernietiging. Het zou gewenst zijn als partijen als de SP, PVV en 50Plus eens goed naar zichzelf keken en de samenleving niet opzadelden met hun eigen chagrijn en partijpolitiek opportunisme. Media als het Friesch Dagblad die de macht moeten controleren zouden nog beter moeten weten. Gewenst zou zijn als politieke partijen vanuit de positieve kenmerken van Nederland aan een betere samenleving zouden werken. Zonder te ontaarden in zwartgalligheid. En vooral: met voorbijgaan aan zichzelf. Ze voegen met hun stemmingmakerij niets constructiefs toe dan de eigen overbodigheid.

Foto: Schermafbeelding van commentaar in het Friesch Dagblad, 21 september 2016.

Dwaallichten en dwaalwegen. Over de huidige generatie politici en malcontente intellectuelen die claimen namens het volk te spreken

leave a comment »

EX8017_8

Van de Nederlandse politiek begrijp ik steeds minder. In 2015 stelt het na een hoop gemarchandeer met elkaar een referendumwet op, een wet raadgevend referendum. Je zou dan denken dat het een minimale toets der kritiek kan doorstaan. Maar na een voorjaarsstormpje lag het hele Binnenhof plat. Geestelijk uitgeteld.

Wat gebeurde er tot mijn stomme verbazing tijdens de campagne voor het eerste referendum dat gehouden wordt, over de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne? Politieke partijen in de Tweede kamer begonnen zonder noodzaak ineens te beweren dat ze de uitkomst van het referendum hoe dan ook zullen volgen. Ze maakten onder druk van de campagne vol populisme en de hete adem van Wilders in hun nek er een bindend referendum van. Maar nog maar een half jaar daarvoor hadden ze niet daarvoor gekozen, maar voor een niet bindend referendum. Hoe consequent wil deze politiek zijn?

Als vervolgens de commentaren in de media zeggen dat dat ‘verstandig’ is en premier Rutte na de uitslag op 6 april zegt dat hij sowieso de overeenkomst vanwege de uitslag niet ratificeert, dan verlies ik mijn laatste restje geloof in de stevigheid van de ruggengraat van de huidige generatie politici. Wat is dat voor gevestigde politiek die siddert voor de volkswil en niet eens meer de moeite durft nemen om uit te leggen dat een regering uiteenlopende Nederlandse belangen te verdedigen heeft waarvan die van 2,55 miljoen tegenstemmers in een referendum er slechts een is?

Het kabinet legt onvoldoende uit dat de regeringen van 27 EU-lidstaten die ongeveer 500 miljoen inwoners representeren ja hebben gezegd tegen genoemde associatie-overeenkomst. Het kabinet durft het publiek dit niet te zeggen. Is het gemakzucht, lafheid, een schromelijk gebrek aan politiek-filosofische onderbouwing, overschatting van eigen tactisch handelen of ontbrekende vaardigheid van degelijk politiek handwerk? Al met al zal er in de overeenkomst niets of weinig veranderen -daar rekenen voor- en tegenstanders op- maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat het kabinet dat nu niet durft uit te leggen, en wegvlucht in indirect handelen en tactische spelletjes. Juist dat schaadt het vertrouwen in de politiek en in deze generatie politici.

Ik ben afgelopen week niet mijn geloof kwijtgeraakt in een groepje tegen extreem-rechts aanleunende malcontenten die zichzelf intellectuelen noemen, op hun manier lekker keet trappen en op hun tijd een biertje drinken. Het zijn gewoon de nozems en hippies van nu. Zo sorteren ze voor voor hun maatschappelijke carrière in de PVV of een nieuw op te richten rechts-nationalistische politieke partij. Zo zijn de tijden.

Ik ben teleurgesteld in de politici van de gevestigde politieke partijen die niet doen waarvoor ze ingehuurd zijn en niet het pad volgen wat ze nog onlangs voor zichzelf uitgezet hebben. Ik was al politiek dakloos maar nu ben ik nog politiek daklozer dan voorheen. Uitermate geïnteresseerd in praktische politiek en politieke wetenschap, maar teleurgesteld in deze hele generatie politici zonder principes en ruggengraat. Die weglacht, wegloopt, wegkijkt en naar verwachting snel zal verdwijnen uit de herinnering.

Misschien moet er maar een partij zonder politiek opgericht worden. Liquid democracy of e-democracy, of hoe het tegenwoordig genoemd wordt. Een politiek bestel zonder dat politieke partijen centraal staan en zonder zelfbenoemde bemiddelaars die als zelfverklaarde ’intellectuelen’ onder elkaar graag een biertje drinken en claimen dat ze namens het volk spreken. Het volk heeft niks aan dwaallichten en dwaalwegen.

Foto: Affiche van Boris Bilinsky voor Die Freudlose Gasse (1925) geregisseerd  door Georg Wilhelm Pabst, La Cinémathèque française.

Wat te doen als het referendum kloof tussen politiek en burger vergroot?

with one comment

3a36037r

In 2005 ging ik stemmen, op 6 april ga ik ook naar het stem-lokaal, maar inmiddels weet ik niet meer of ik wel voorstander ben van referenda. In plaats van bij te dragen aan het overbruggen van de kloof tussen burgers en politici lijken ze die kloof juist te accentueren: het referendum als middel om te laten zien hoe diep het volk de politiek wantrouwt. Ik vrees dat een gloedvol betoog van een politicus voor een ja tegen het associatieverdrag daar geen verandering in kan brengen. Dat is argument versus emotie. Het verdiept het wantrouwen.’ Aldus Aukje van Roessel in een artikel voor De Groene dat grenzen van de democratie verkent.

Uiteindelijk probleem van een referendum is de introductie van oneigenlijke argumenten. Zo gaat het de initiatiefnemers van GeenPeil zoals ze zelf meermalen hebben aangegeven helemaal niet om de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne, maar om de EU die ze een halt toe willen roepen. Partijen die in 2015 in de Tweede Kamer tegen de associatie stemden waren PVV, SP, GrBvK en Partij voor de Dieren. Deze rechts- en links-radicalen die in de Nederlandse politiek vertegenwoordigd zijn hebben hun eigen redenen om zich door een tegenstem tegen de associatie te positioneren. In politiek zijn alle middelen toegestaan, maar als dat leidt tot oneigenlijke argumenten dan verstoort dat zowel het politieke proces als het instrument referendum.

Net als Van Roessel zet ik vraagtekens bij de opstelling van Meer Democratie van Nescio Dubbelboer dat ooit zei te gaan voor de vernieuwing van het politieke bestel. Als voorstander van het referendum schaarde het zich achter het initiatief van Geen Peil voor een Oekraïne-referendum. Ik vond dat een inschattingsfout. Dit verweet ik Meer Democratie in een open brief van 18 augustus 2015: ‘In Meer Democratie  meende ik een nieuwe manier van democratie te hebben gevonden die onder meer de particratie en de Oerlemanse Eenpartijstaat probeert te corrigeren door het helpen verleggen van de grenzen van de politiek. Zodat burgers meer macht krijgen en de macht van de politieke partijen verminderd wordt. Ik meende dat Meer Democratie ver afstond van de partijpolitiek, maar ik vrees me vergist te hebben. Meer Democratie probeert nu zelfs m’n aandacht te vestigen op een politiek initiatief van GeenStijl dat haaks staat op het idee van democratie zoals ik dat voor me zie. En waarvan ik dacht dat Meer Democratie dat ook zo zag.

Meer Democratie trapte in de valkuil van het populisme, de roep om directe democratie en de vermomming van anti-politiek als politiek, zonder de gevolgen daarvan te overzien en de voor- en nadelen zorgvuldig af te wegen. Zoals Van Roessel formuleert over Dubbelboer: ‘Toen de Volkskrant hem vroeg of de initiatiefnemers van GeenPeil met hun referendum over het associatieverdrag met Oekraïne de democratie redden, zoals zijzelf beweren, zei hij de kreet weliswaar wat pathetisch te vinden, maar deze wel te onderschrijven. Referenda zetten aan tot gesprek, creëren volgens hem draagvlak. (..) Het is die achterliggende houding, schijt aan de politiek, die zorgen baart. En die komen boven op de zorgen over de gevolgen van een nee voor de invloed van de Russische president Poetin, op Oekraïne, de EU en het Midden-Oosten.

Hoe kan de kloof tussen de politiek en de burger dan wel overbrugd worden? Voorwaarde is om partijen en groeperingen die niet uitgaan van het algemeen belang en buiten de kaders van het parlement treden niet teveel macht te geven. De wetgeving en het politieke proces moeten zo ingericht worden dat dit onmogelijk is. Het is daarom merkwaardig dat de initiatiefnemers van de Referendumwet in de wetgeving niet hebben weten te voorkomen dat een referendum op oneigenlijke gronden gebruikt wordt, zoals nu bij het Oekraïne-referendum gebeurt door het initiatief van GeenPeil. De wetgevers zijn vergeten een noodrem in te bouwen.

De oplossing ligt niet in de richting van een herwaardering van de partijpolitiek, maar in een afwaardering ervan. De uitweg is de machtsdeling met de burger en het terugdringen van de macht van de politieke partijen die als nadeel hebben dat ze hun continuïteit dienen. Burgers zijn divers in verscheidenheid, hoogopgeleid en deskundig en staan wanneer ze serieus worden genomen niet haaks op het algemeen belang. Schoppen door GeenPeil tegen de politiek is hoe dan ook een schijnoplossing die de politiek ondermijnt en niet opwaardeert.

Foto: ‘Arizona. Grand Canyon, photographer suspended on climber’s rope’, 1908.

Petitie: Vernieuwing kiesstelsel. Over ‘electoraal poolen’

with one comment

pe

Vernieuwing van het Nederlandse kiesstelsel is nodig. Of liever gezegd: vernieuwing van het politieke bestel is nodig. Want het kiezen, ofwel het electorale proces is slecht een onderdeel van het totale politieke bestel van de staatsinrichting met regering, parlement, staatsinstituties en politieke partijen. Enfin, eerst het kiesstelsel.

In 2010 benaderde ik wat Rudy van Belkom nu voorstelt op een andere manier met het voorstel van ‘electoraal poolen’. Ik lanceerde het om het centrum te versterken, het belang van partijen te relativeren en de burger in de bestuurdersstoel te krijgen. Dat poolen komt erop neer dat kiezers met een gedeelde voorkeur elkaar als het ontbrekende stukje van de puzzel vinden en samen als pakket stemmen. Stel dat kiezer A twijfelt tussen D66 en PvdA, kiezer B tussen D66 en GroenLinks en kiezer B tussen GroenLinks en PvdA. In dit voorbeeld spreken ze dan samen af om 1 stem op zowel D66, PvdA als GroenLinks uit te brengen. Het voorbeeld kan uitgebreid worden over meer kiezers en in andere combinaties. In 2012 probeerde jongerenbeweging G500 een andere oplossing van gesplitste stemmen uit en noemde het de stembreker. Omdat het te ingewikkeld was sloeg het niet aan. Het stond ook haaks op het idee van electoraal poolen dat de macht terug wil geven aan de burger zonder het te institutionaliseren in een pseudo politieke partij of beweging als G500.

Het voorstel van Rudy van Belkom gaat uit van dezelfde aanname als electoraal poolen, namelijk dat niet alle kiezers volledig achter alle standpunten van een bepaalde partij staan, maar hun loyaliteit over partijen willen verdelen. Maar het verschil is dat hij het programma van een partij niet buiten schot laat en beoogt dat in een tweetrapsraket van kiezen en eliminatie bij te stellen door een hiërarchie in standpunten te bewerkstelligen. Om zo de werking van een partij van buitenaf bij te sturen. Vraag is of dat haalbaar is. Het gedachtengoed van politieke partijen komt doorgaans na veel wikken en wegen, dus intern polderen tot stand.

Het standpunt dat ego’s en populisme naar de achtergrond verdwijnen door per thema een standpunt van een partij te kiezen, zal naar verwachting in de praktijk eerder de andere kant opwerken. Want de klassieke, niet-populistische partijen die hun taak verantwoord opvatten presenteren in hun programma hun gedachtengoed als totaalpakket. Met zoals dat in politieke termen heet een mix van ‘zoete’ en ‘zure’ standpunten. Als kiezers daarin een rangorde kunnen aanbrengen is het aannemelijk dat ze de voorkeur geven aan de ‘zoete’ standpunten die hun eigenbelang dienen, het snelst renderen of het best bij hun karakter harmoniëren. Het is logisch om te veronderstellen dat de lange termijn strategie daardoor nog verder naar de achtergrond verdwijnt dan dat in de partijprogramma’s met een horizon van maximaal vier jaar toch al gebeurt.

Meer zie ik daarom in electoraal poolen dat de partijprogramma’s ongemoeid laat en ze in hun totaal weegt. Trouwens software van Liquid Feedback bevat nu al uitgewerkte toepassingen om minderheidsstandpunten in een technische omgeving van E Democracy ofwel internet-democratie te wegen. In een continu proces. De Piratenpartij heeft het als een van de kernpunten in het partijprogramma opgenomen. Ook daarom zal het geen wonder zijn wat op dit moment mijn electorale pooling ‘waarschijnlijkheid’ is: 60% Piratenpartij; 20% GroenLinks en 20% Partij voor de Dieren. Maar die stem kan ik nu nergens kwijt. Zal dat ooit wel kunnen?

Foto: Schermafbeelding van petitie ‘Vernieuwing Nederlandse kiesstelsel’, 18 september 2015.

Open brief aan Meer Democratie. Waarom associëren jullie je met GeenStijl?

with 8 comments

Meer

Beste Niesco Dubbelboer en Arjen Nijeboer,

Jullie mail treft me onaangenaam door strekking en argumentatie. Ik vind dat Meer Democratie zich voor de verkeerde zaak leent door aandacht te vestigen op een initiatief van onder meer weblog GeenStijl dat in een toelichting de oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie reduceert tot een burgeroorlog en daar redenen voor ziet om het referendum te houden. Dat gaat samen met een negatieve houding jegens de EU.

GeenStijl -100% dochter van Telegraaf Media Groep- zegt over drie EU-associatiepartners Moldavië, Georgië en Oekraïne: ‘Als die landen verder uit Poetins invloedssfeer getrokken worden, krijgt de Europese Unie een open zenuw én open grenzen met oorlogsgebied.GeenStijl suggereert dat 1) Oekraïne behoort tot de invloedssfeer van de Russische Federatie; 2) Oekraïne in de Russische invloedssfeer moet blijven en 3) het vanuit Europees perspectief gewenst is dat Oekraïne tot de Russische invloedssfeer behoort. GeenStijl gooit internationale verdragen zoals de Helsinki Final Act 1975 over soevereiniteit het raam uit en levert landen over aan het land met de grootste wapens en de minste mensenrechten. Er valt trouwens heel wat af te dingen op de observatie dat Oekraïne en beide andere landen tot de Russische invloedssfeer behoren.

In Meer Democratie meende ik een nieuwe manier van democratie te hebben gevonden die onder meer de particratie en de Oerlemanse Eenpartijstaat probeert te corrigeren door het helpen verleggen van de grenzen van de politiek. Zodat burgers meer macht krijgen en de macht van de politieke partijen verminderd wordt. Ik meende dat Meer Democratie ver afstond van de partijpolitiek, maar ik vrees me vergist te hebben. Meer Democratie probeert nu zelfs m’n aandacht te vestigen op een politiek initiatief van GeenStijl dat haaks staat op het idee van democratie zoals ik dat voor me zie. En waarvan ik dacht dat Meer Democratie dat ook zo zag.

Jullie toevoeging ‘Meer Democratie heeft geen mening voor of tegen het verdrag met Oekraïne. Wij verwelkomen echter in principe elk referendum over elk onderwerp en stellen u graag van lopende referenduminitiatieven op de hoogte’ vind ik onwaarachtig. Jullie zijn geroutineerd genoeg om te weten dat geen enkele associatie neutraal is en zonder gevolgen blijft. Betekent dat ook dat ik voortaan over elke referendum dat ergens in de samenleving opborrelt een mailtje van Meer Democratie kan verwachten? En als dat niet zo is, wat maakte deze keer dan wel het verschil om me op dit referendum opmerkzaam te maken?

Jullie zullen onderhand wel begrepen hebben dat ik ontstemd ben en vind dat jullie een inschattingsfout hebben gemaakt door me deze mailing te sturen. Ik twijfel nu of ik definitief een streep door mijn steun aan Meer Democratie moet zetten, maar hoop dat jullie je fout inzien en met een uitleg komen dat dit eenmalig was en niet had moeten gebeuren. Die kans op inzicht geef ik jullie voordat ik me definitief afmeld.

Foto: Schermafbeelding van deel nieuwsbrief ‘Vandaag begint 2e fase handtekeningeninzameling referendum EU-Oekraïne’, 18 augustus 2015. Zie hier voor website van Meer Democratie.

Een schijnoplossing van GroenLinks: grenzen aan politieke kunst

leave a comment »

VVD2

‘Politieke kunst wil de wereld niet alleen verbeelden; zij wil de wereld veranderen. Politieke kunst is daarom de natuurlijke bondgenoot van progressieve politiek. Politieke kunst wil nuttig zijn.’ aldus Erica Meijer in een redactioneel bij een themanummer van De Helling over politieke kunst. Hier te bestellen voor  € 9,50. Zij is hoofdredacteur van dit door GroenLinks uitgegeven tijdschrift. Voor Joop licht zij in een opinieartikel aan de hand van enkele voorbeelden (Zentrum für Politische Schönheit in Berlijn, Jonas Staal) toe wat ze bedoelt.

Beide stukken zijn in lijn met de politieke opstelling van Groen Links zoals in 2011 geformuleerd door toenmalig kamerlid Mariko Peters in reactie op de bezuinigingen op de cultuursubsidies door toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD): ‘Dit voelt als een valse dolk in de rug van de cultuursector. Straks vullen alleen nog buitenlandse kunstenaars de Nederlandse podia en musea. Het kabinet houdt topinstellingen uit de wind, maar wat kunnen die zonder broedplaatsen?’ Afgelopen week publiceerde Rektoverso de resultaten van een online enquête onder 311 Vlaamse en Nederlandse kunstenaars waaruit onder meer blijkt dat 64% niet kan leven van het kunstenaarschap. Meer dan 50% heeft een jaarinkomen dat onder de 10.000 euro ligt.

Het is lovenswaardig dat GroenLinks een lans voor kunst breekt. Net als de SP dat bij monde van Jasper van Dijk vaak doet. Maar deze partijen hebben de cultuurbezuinigingen van de Rijksoverheid niet alleen niet kunnen voorkomen, maar hebben er sinds 2011 evenmin een halszaak van proberen te maken zich in een positie te manoeuvreren waarin ze teruggedraaid konden worden. Peters’ en Meijers woorden zijn eerder op te vatten als praten voor de bühne en het binden van de eigen achterban, dan als politiek speerpunt. Hoewel ze zeker programmatisch aansluiten bij de wereldvisie van GroenLinks en meer zijn dan politieke marketing.

Kunst kan per definitie geen natuurlijke bondgenoot van politiek zijn. Laat staan van progressieve politiek. Waarbij dat laatste in de opvatting van oud partijleider van GroenLinks Femke Halsema ‘internationalistisch, toekomstgericht, veranderingsgezind, anti-bureaucratisch en democratisch’ is. Kunst kan deels, toevallig en tijdelijk gelijk opgaan met een bepaalde politieke stroming, maar daar op straffe van verlies van eigenheid en bewegingsvrijheid nooit een natuurlijke bondgenoot van zijn. Kunstenaars die een alliantie sluiten met de politiek worden ingesloten en houden op kunstenaars te zijn die kunst maken die per definitie ongebonden is.

De woorden van Erica Meijer hebben hun waarde omdat ze kunst proberen te bevrijden uit de gevangenis van het rendementsdenken en de marktwerking, en het idee van topkunst als life style voor een maatschappelijke elite. Maar een nieuwe gevangenis die kunstenaars tot instrument maakt van de zogenaamde progressieve politiek is een slecht idee. Politieke partijen moeten werken aan het verbeteren van de voorwaarden waaronder kunstenaars kunnen functioneren. Daar houdt hun verantwoordelijkheid en aanspraak op de kunsten op.

Foto: Nelle Boer, VVD: dictators in eigen regio opvangen. Cartoon, 2014.

Opnieuw: burgerinitiatief tegen partijpolitieke benoemingen

leave a comment »

meer

Op 29 mei 2015 besteedde ik aandacht aan het burgerinitiatief ‘Meer Democratie’: Stop partijpolitieke benoemingen. Het poogt de macht van de partijpolitiek terug te dringen. Omdat dit onderwerp me uit het hart gegrepen was tekende ik het initiatief. In een nieuwsbrief dringen initiatiefnemers Niesco Dubbelboer en Arjen Nijeboer nu aan op publiciteit omdat de benodigde 40.000 handtekeningen nog niet zijn gehaald. Ze hebben het over ‘duizenden mensen’ die getekend hebben. Wie het burgerinitiatief wil steunen kan hier terecht.

Foto: Burgerinitiatief ‘Meer Democratie’: Stop partijpolitieke benoemingen – teken het burgerinitiatief.

Petitie van ‘Meer Democratie’: Stop partijpolitieke benoemingen

with 3 comments

40_236998_stop-partijpolitieke-benoemingen-hier

Politieke partijen gijzelen het openbaar bestuur en ontlenen daar hun macht aan. Ze claimen publieke functies en menen daar zelfs recht op te hebben. Slechts 2,75% van de Nederlanders is lid van een politieke partij zodat het niet alleen een onrechtvaardig systeem is dat 97,25% buitensluit, maar ook een onverstandig systeem omdat het talenten van buiten de politiek negeert. Voor de BV Nederland dat economisch, politiek en mentaal stagneert is het een gemiste kans dat een potentieel van betrokken, en goed opgeleide en geïnformeerde burgers uitgesloten is van het openbaar bestuur. Juist omdat ze een frisse blik kunnen bieden.

demo

De beweging Meer Democratie dat min of meer een doorstart is van het ook naar democratische vernieuwing strevende Agora Europa startte op 27 mei het burgerinitiatief Stop Partijpolitieke Benoemingen met als doel om publieke functies voor iedereen open te stellen, niet alleen voor leden van politieke partijen. Tekenen hier.

In mei 2013 verwees dit blog naar politicoloog Nico Baakman naar wie Meer Democratie ook verwijst: ‘Ter onderbouwing verwijst Baakman naar artikel 1 van de Grondwet. Discriminatie wegens politiek gezindheid is niet toegestaan. In artikel 5,4 van de Algemene Wet Gelijke Behandeling wordt dit uitgewerkt. Een direct onderscheid vanwege politiek gezindheid wordt verboden, maar tegelijk geldt de volgende uitzondering: ‘Het eerste lid is niet van toepassing op eisen met betrekking tot de politieke gezindheid die in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van functies in bestuursorganen en adviesorganen.

wet

Ik vervolgde: ‘Ofwel, de wetgever vindt het redelijk dat er bijkomende eisen van politieke gezindheid voor de vervuling van functies in het openbaar bestuur worden gesteld. Omdat uitsluitend leden van een kartel van politieke partijen dit onder elkaar toetsten worden buitenstaanders voor publieke functies wettelijk en praktisch buiten de deur gehouden. Feit dat de omschrijving ‘in redelijkheid‘ niet is gedefinieerd, maakt het er nog extra partijdig op.’ Baakman zag het in 2010 somber in: ‘Als je om politieke criteria uit een functie in het openbaar bestuur geweerd bent, heb je juridisch geen poot om op te staan. Wil je serieus iets aan politieke benoemingen doen, dan zal dit wetsartikel op de schop moeten.Meer Democratie pakt Baakmans idee nu op.

Partijpolitieke benoemingen zijn nauwelijks uit te roeien omdat politieke partijen hun macht niet vrijwillig opgeven, de benoemingen in de wet verankerd zijn en niemand de wetgever (dus: de politieke partijen) kan dwingen een deel van hun macht op te geven. Tegen deze gelegitimeerde onrechtvaardigheid liepen velen binnen en buiten politieke partijen al te weer. Zo laakte J.W. Oerlemans in zijn befaamde artikel ‘Eenpartijstaat Nederland‘ uit 1990 de stand van de democratie, maar veranderde er in 25 jaar niets fundamenteels.

Twijfelachtig is of de petitie de schil van de macht ver genoeg afpelt. Macht draait niet om benoemingen in publieke functies en politieke partijen. Deze zijn instrumenten van de macht en worden door anderen aangestuurd. Ik schreef in 2010: ‘De macht achter de macht stuurt het systeem feilloos. Het is tot perfectie gevoerd, leidt af van de macht en focust op incidenten. Het meerpartijenstelsel kent geen ideologische strijd, de bevolking herkent zich niet in de politiek en de politicus wordt door het systeem ingekapseld. Burgers worden gevoed zich zorgen te maken over symptomen en zo de structuur te vergeten. De montage is onzichtbaar en de vicieuze cirkel immens.’ Toch kan het geen kwaad de petitie te tekenen om een begin te maken met machtsdeling die burgers een kans geeft. Maar naar verwachting levert het niet meer op dan gekrabbel in de marge. Bewustwording over het functioneren van het politieke bestel is mooi meegenomen.

Foto 1 en 2: Schermafbeelding van Meer Democratie / Stop partijpolitieke benoemingen: achtergrondinformatie, 29 mei 2015.

Foto 3: Schermafbeelding van Algemene wet gelijke behandeling, artikel 5.4.

%d bloggers liken dit: