George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Veiligheidsbeleid

Aandacht voor de persoon Baudet leidt af van zijn rechts-extremistische denkbeelden

leave a comment »

Thierry Baudet is met de kleinste partij een tamelijk onbelangrijke speler in de Tweede Kamer. Maar met zijn persoonlijke inzet blijft hij de aandacht trekken. Niet voor zijn politiek, maar voor zijn persoon. Dat trekt Baudet zelfs naar een meta-niveau door de vraag of ‘kwestie’ op te werpen waarom de media zo door hem gefascineerd worden. Zo probeert Baudet aandacht voor zichzelf te trekken door vragen over de aandacht voor hem te thematiseren. Deze nieuwkomer in de Tweede Kamer die dronken van eigenwaan is probeert zijn aandachtscurve omhoog te slingeren. In de verslaggeving werken media daaraan mee door het wereldbeeld dat Baudet en zijn partij nastreven niet centraal te stellen. Dat is anti-modernistisch van mentaliteit, 19de eeuws van geopolitiek, extreem-rechts van denkbeeld en hooghartig in de maatschappelijke opstelling.

Gelukkig zijn er kritische columnisten die een begin maken met de analyse van Baudet en zijn partij. Maar ook zij blijven aan de oppervlakte en maken er eerder een sociologische schets dan een gedegen politiek analyse van. Het lijkt er niet op dat ze zich verdiept hebben in het programma van Forum voor Democratie of de contacten van Baudet met Europese rechts-nationalistische partijen hebben blootgelegd. Ger Groot komt in Trouw tot de volgende karakterisering: ‘Kijk naar Donald Trump en je zult je nooit meer vergissen. Er is veel domheid voor nodig om jezelf te bewieroken als de allerslimste.’ Maar wat moeten we met de open deur dat Baudet lijdt aan zelfoverschatting en Fortuynse arrogantie en uiteindelijk een dommerik is? Dat weten we al.

Thomas von der Dunk komt in een column voor TPO niet verder dan Groot. Hij is weliswaar kritisch, maar laat zich ook vangen in het frame dat Baudet heeft gezet door zich te laten vangen in de aandacht voor de persoon Baudet. Dat beeld van de persoon komt voor het politieke programma te staan. Die afleiding is de opzet, ondanks het feit dat Baudet vooral negatieve flak over zijn persoon en persoonlijkheid treft. Dat past bij de narcist die hoe dan ook midden in de belangstelling wil staan. Zo zet Baudet de aandacht voor zijn persoon in als afleiding voor zijn politiek die rechtser, extremer en in elk geval minder sociaal dan die van de PVV is. Von der Dunk constateert terecht dat Forum voor Democratie helemaal geen stem aan het volk wil geven.

Zonder de diepte in te duiken geven Von der Dunk en Groot wel goed aan hoe tegenstrijdig zelfs aan de oppervlakte de opstelling van Baudet is. De partij die zegt namens het volk te spreken heeft leidsmannen die in hun gedrag en politiek voorkeur het tegenovergestelde doen. De partij dreigt dan ook in tegenstrijdigheid onder te gaan, want Nederland kent geen 186.000 rechtse intellectuelen die zo’n wereldbeeld steunen.

Mijn reactie op TPO: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak’. Het wachten is op een journalistiek portret van de politiek en de extreem-rechtse contacten van Baudet, met onder meer het Front National. Kritische schetsen over de persoon van een over het paard getilde zelfverklaarde intellectueel bereiken het omgekeerde van wat ze beogen. Ze leiden af van de racistische en extremistische politiek van Forum voor Democratie en helpen eraan mee die partij salonfähig te maken.

Zie voor een inhoudelijk-politieke analyse over Baudet en Forum voor Democratie mijn commentaar van 12 maart 2017: ‘Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFvD’s zakenkabinet: laat ik nu juist denken dat Baudet een stem wilde geven aan ‘het volk’’ van Thomas von der Dunk voor TPO, 24 maart 2017.

Advertenties

Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

with one comment

En dan kom je tot het besef dat ‘Brideshead Revisited’ je niet kan redden en dat vooruitgang alleen maar bereikt kan worden door met beiden voeten vrij en onverveerd midden in de wereld te staan. Maar Thierry is nooit wakker geschrokken uit zijn fantasieën. In plaats daarvan heeft hij zijn adolescente, romantische neigingen uit laten groeien tot een monster.’ Aldus Sarah Sluimer over Thierry Baudet in een Opinie op Zondag in De Volkskrant. Ik ben het zo vreselijk eens met Sluimer. Niet alleen om wat ze concludeert, maar ook omdat ze een van de weinigen is die dat in de media zegt. Mediakritiek op Baudet lijkt een taboe te zijn.

Kritiek op Baudet of zijn Forum voor Democratie ontbrak er tijdens de campagne aan. Verbazingwekkend omdat deze politicus aantoonbare onzin vertelt. Over Oekraïne, de EU, de islam, de homeopathische verdunning van de Nederlandse bevolking of hedendaagse kunst. Wie het goed tot zich door laat dringen beseft dat het rechts-extremistisch gedachtegoed is. De Nederlandse versie van het White supremacy-denken van Steve Bannon of het anti-communitarisme van Alain Soral. Pas de laatste week komt de kritiek in de media op het rechtse gedachtengoed van Baudet langzaam op gang. Nu hij een of wellicht twee zetels in de Tweede Kamer dreigt te halen. Nadat velen al constateerden dat Baudet enger is dan de zichzelf herhalende Wilders.

Niet alleen ontbrak de kritiek in de media, maar zelfs het tegendeel gebeurde. De media gaven Thierry Baudet legitimiteit. Gevestigde media als Nieuwsuur of Buitenhof boden deze tegen het rechts-extremisme leunende politicus een plek die hem salonfähig maakte. Is het de rol van media om dit type politici dat de samenleving af wil breken -maar geen idee heeft hoe het een en ander daarna op gaat bouwen- legitimiteit te geven? Elke keer weer vroeg ik me af, beseffen deze media wel wie en welk gedachtegoed ze in huis halen? Hebben media het door of durven ze zich niet meer te verzetten en de eigen journalistieke normen te handhaven? Sinds de beschuldigingen door de rechts-nationalisten om deel van establishment of elite te zijn die de samenleving van nepnieuws zou voorzien. Hans Janmaat die bij lange na niet zulke verregaande uitspraken deed als Baudet werd buitengesloten en geen plek geboden. Is er iets mis met de antenne van de hedendaagse media?

Het is dezelfde Baudet die op 18 en 19 februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczki de conferentie Prosperity of Europe after EU’ van de fractie van Europa van Naties en Vrijheid (ENF) in het Europarlement bijwoonde. Een vehikel van het Front National. Baudet richt zich op Welvaart voor Europa na de EU. Een vergezicht, een romantische bevlieging van iemand die in de politiek is verdwaald. Als Ernst Jünger of Pyke Koch die zich aristocraten van de geest wanen. Zonder praktische politieke kennis, maar domweg vanwege het idee. Ik verwees in maart 2016 in een commentaar net als Sluimer naar die romantische neigingen van een Baudet die feitelijk is uitgegroeid tot een monster: ‘Het is de paradox van dit soort rechts-nationalistische romantiek dat in reflectief, dogmatisch en atmosferisch opzicht teruggaat naar de 19de eeuw maar zich met postmodernistische politiek uit de 21ste eeuw probeert te bewijzen. Een droomwereld vol kwalijke aspecten.

Het laatste woord is aan Sluimer die Baudet als volgt omschrijft: ‘Een excentrieke paljas. Een ongevaarlijke clown. Of zelfs een beschaafd, studentikoos type. Er is niets grappig, niets charmant en niets verfrissend aan deze man. Maak hem niet tot paradijsvogel. Zie hem voor wat hij is en zie waar hij tot kan uitgroeien.

Foto: ‘Prosperity of Europe after EU’ conference in Wieliczka photo preview 52598762’, 19 februari 2016.

Mogherini doet verslag van gesprek met Lavrov in persbericht. Waar duiden haar naïviteit, onbeduidendheid en onmacht op?

with 3 comments

mog

Onmacht, onbeduidendheid en gebrek aan urgentie van de EU kunnen niet beter uitgedrukt worden dan in bovenstaand persbericht van buitenlandcoördinator (‘hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid’) Federica Mogherini. Het persbericht is beschamend. Beseft de EU niet hoe belachelijk het zich ermee maakt door dit verslag van een telefoongesprek met Lavrov te publiceren? Want onmacht is één ding, er vervolgens  mee te koop lopen is de overtreffende trap van onbenulligheid en onbeduidendheid.

Vliegtuigen van de Russische Federatie bestoken onophoudelijk woongebieden in Oost-Aleppo en West-Syrië die in handen zijn van de rebellen. Ze bombarderen bewust bakkerijen en ziekenhuizen om het moraal te breken en de infrastructuur te vernietigen. Veel kinderen zijn het slachtoffer. Het regime van Assad en de bondgenoten Hezbollah, Iran en de Russische Federatie nemen de menselijke tragedie niet alleen op de koop toe als ‘collateral damage‘ van de oorlog, maar maken het in een nietsontziende campagne tot hoofddoel.

De regering-Obama heeft om deze redenen de gesprekken met de Russische regering opgeschort, maar wat doet de EU? Het laat Mogherini met Lavrov in een telefoongesprek ‘the need to act with a sense of urgency’ bespreken. Alsof de Russische regering een buitenstaander is en zelf niet actief optreedt. Mogherini maakt zich door dit persbericht belachelijk. Het roept historische vergelijkingen op van een naïeve buitenstaander die midden in de geschiedenis staande nog steeds niet doorheeft wie de boeven zijn die de oorlogsmisdaden plegen. Het is nog tot daar aan toe dat de EU onmachtig, verdeeld en onbeduidend is, maar dat het zich belachelijk maakt door die onmacht uit te meten in een persbericht is onverteerbaar. Deze EU is armzalig.

Foto: Schermafbeelding van persberichtFederica Mogherini’s phone call with Russian Foreign Minister Sergei Lavrov’ van de EU, External Action, 3 oktober 2016.

Oekraïense corruptie moet benoemd worden bij campagne voor referendum

with 5 comments

From left, then-Economy Minister Petro Poroshenko stands with officials including then-Prseident Victor Yanukovych (second from right) in Luhansk on Oct. 16, 2012. (UNIAN)

From left, then-Economy Minister Petro Poroshenko stands with officials including then-Prseident Victor Yanukovych (second from right) in Luhansk on Oct. 16, 2012. (UNIAN)

Corruptie in Oekraïne speelt een hoofdrol in de campagnes voor het referendum. Het JA- en het NEE-kamp zien er een reden in om respectievelijk voor of tegen de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne te stemmen. Allebei goed verdedigbare standpunten. De voorstanders zeggen dat de associatie met de EU de hervormers in Oekraïne de stok achter de deur geeft om te hervormen en dat dat het verschil maakt omdat het land dat niet zelf kan. De tegenstanders zeggen dat associatie de corruptie in de EU importeert en de EU aantast. Corruptie is een bedreiging voor economische groei en sociaal-maatschappelijke cohesie.

Corruptie is het grootste probleem van Oekraïne. Nog meer dan oorlog. Op de jaarlijkse index over 2015 van Transparency International staat het land op een gedeeld 130ste plaats (van de 168 landen) en scoort het het slechtst van alle Europese landen. Een minieme verbetering in vergelijking met 2014 (142 van de 175). De vertegenwoordiger van Transparency International in Oekraïne Andriy Marusov spreekt in een interview voor Ukraine Today zijn teleurstelling uit over de trage hervormingen en de slechte vooruitzichten op verbetering.

Op 3 februari kondigde de Litouws-Oekraïense minister van Economische Zaken Aivaras Abromavicius zijn ontslag aan en beschuldigde president Petro Porosjenko ervan de corruptie niet aan te pakken en de corrupte partijgenoot Ihor Kononenko de hand boven het hoofd te houden. Kyiv Post bericht. De ontslagbrief sloeg in als een bom en werd gezien als een slag voor de hervormingen. Het bracht 10 Westerse ambassadeurs tot het schrijven van een brief waarin ze het ontslag betreurden en hamerden op de noodzaak van hervormingen. In een redactioneel stelt hoofdredacteur Brian Bonner van Kyiv Post president Porosjenko gelijk met de in 2014 afgetreden president Viktor Janoekovitsj. De huidige president zou de oligarchen gaan bestrijden, maar heeft dit nagelaten. Porosjenko is volgens Bonner geen deel van de oplossing, maar van het probleem. Tenzij hij zijn beleid snel omgooit en de corruptie frontaal aanpakt. Anders komt de afrekening bij de verkiezingen.

Lachende derde is de Russische Federatie. Het heeft de geheime oorlog (2014-2016) die het ontkent te voeren tegen Oekraïne ondanks groot materieel overwicht niet kunnen winnen. Dat was te danken aan Oekraïense vrijwilligersbataljons die standhielden en niet aan het leger dat slecht presteerde. Dat laatste kwam deels door corruptie zoals verkoop van materiaal, jarenlange verwaarlozing, een ouderwetse commandostructuur die op Sovjet-leest geschoeid was en Russische mollen die op allerlei sleutelposten in de Oekraïense krijgsmacht exact wisten wat er in het Oekraïense leger gebeurde. Met funeste gevolgen en vele Oekraïense doden. Vanaf het begin was duidelijk dat het Kremlin in de politieke, militaire en economische elite van Oekraïne vertegenwoordigd was en die posities als een geheime verdedigingslinie had opgebouwd.

Het bovenstaande komt samen in een blogposting van Paul Goble die de Kievse journalist Sergey Kulida citeert die stelt dat ‘FSB mollen of hun agenten tot op de dag van vandaag doordringen in vele Oekraïense staatsstructuren’. De FSB is de Russische geheime dienst. Volgens Kulida is wat er op dit moment in de regering, het parlement of de krijgsmacht plaatsvindt niet te begrijpen zonder die Russische inmenging tot op het hoogste niveau erin te betrekken. Die Russische invloed is een middel dat het Kremlin de mogelijkheid tot continue ondermijning geeft van Oekraïense staatsstructuren. De enige redding voor Oekraïne is om dit niet omfloerst te benoemen en vervolgens rigoureus aan te pakken. Met behulp van partners. Zuivering (lustration) is een voorwaarde voor Oekraïne om het verleden achter zich te laten, zich definitief te bevrijden van haar rol als vazalstaat van Rusland en eindelijk de corruptie serieus te bestrijden en de maatschappij te hervormen.

Evenals in Oekraïne kan bij de campagne voor het referendum dat aspect van Oekraïense corruptie en trage voortgang van de hervormingen uitsluitend begrepen, verklaard en met overtuiging uitgelegd worden door die Russische invloed tot op het hoogste niveau uitdrukkelijk te benoemen. Zelfverrijking door corruptie is geen doel, maar een politiek middel van een buitenlandse staat dat dient om de Oekraïense staatsstructuren en economie te verzwakken. De campagne voor het referendum wint aan overtuigingskracht als dit aspect van corruptie onderwerp van gesprek wordt. Het ongewenst importeren van die Oekraïense corruptie Russische stijl is zeker een risico voor de EU zoals de tegenstanders zeggen, maar tevens een kans om het Kremlin terug te dringen tot op eigen grondgebied en Oekraïne te helpen haar eigen geschiedenis opnieuw zelf te beginnen.

Foto: Uit artikelBrian Bonner: Poroshenko becoming another Yanukovych’, 4 februari 2016. 

Mislukt debat bij Nieuwsuur tussen Van Bommel en Van Hulten over Oekraïne-referendum

with 2 comments

In de aanloop naar het Nederlandse referendum over de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne op 6 april 2016 hield Nieuwsuur op 2 februari een debat. Omdat de informatieverstrekking ondergeschikt was werd het een mislukking. Woordvoerder van de JA-campagne Michiel van Hulten (PvdA) kende de feiten onvoldoende en wist niet passend te reageren, en Harry van Bommel (SP) die in de ontregel-stand stond stelde de feiten verkeerd voor. De kijker die op zoek was naar de waarheid werd het slachtoffer van dit debat.

Harry van Bommel maakt het er het meest bont op. Het viel op dat hij zich zelfs in zijn taalgebruik (‘etnische Russen’) leek te vereenzelvigen met het perspectief van de Russische regering. Als een polder-Stalinist biedt Van Bommel een karikatuur van iemand die probeert de standpunten van het Kremlin zo nauwgezet mogelijk te verwoorden. Het is beschamend dat een Nederlandse volksvertegenwoordiger aanhaakt bij het Russische, en niet bij het Nederlandse standpunt. Al is dat in kritische zin. Van Hulten heeft geen weerwoord. Op zijn beurt lijkt hij ontregeld door de ontregelende uitspraken van Van Bommel. Opvallend is trouwens dat Van Hulten stelt dat het raadgevende referendum opgevat moet worden als bindend. Daarmee gaat hij op de stoel van de regering zetten en verwart hij de campagne met de staatsrechtelijke ruimte die het kabinet heeft.

Van Bommel bouwt zijn betoog op de aanname dat Oekraïne tot op het bot verdeeld is. Dat is juist, maar anders dan hij het voorstelt. Hij legt de breuklijn verkeerd. Die lijn volgt niet eenduidig etnische verschillen. Een meerderheid van meer dan 90% steunt de eenheidsstaat Oekraïne. Uit opinieonderzoeken, zoals PEW, 2015  blijkt dat minder dan 10% van de Oekraïeners zelfstandigheid voor de zogenaamde volksrepublieken Donetsk en Loehansk wil of aansluiting ervan bij de Russische Federatie. De echte breuklijn in Oekraïne loopt tussen degenen die de corruptie hard en doelmatig willen bestrijden en degenen die het als systeem in stand willen houden. Het is het verschil tussen de oude elite en degenen die hun lot in eigen hand willen nemen, onder wie de jongere generaties. De laatsten zien daarvoor de meeste kansen door associatie met de EU.

Uitgaande van die weergave van etnische verdeeldheid deelt Van Bommel ‘etnische Russen’ en ‘Russisch sprekenden’ automatisch in bij het pro-Kremlin kamp. Dat is onjuist omdat vele Russische-Oekraïeners om politieke en economische redenen afstand nemen van het Kremlin dat denkt in termen van Novorossiya of ‘Groot Rusland’. Ze steunen de eenheidsstaat Oekraïne. Van Bommel stelt de verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen te simpel voor. In het verlengde daarvan suggereert hij dat die zogenaamde etnische verdeeldheid de oorlog vanwege binnenlandse verschillen heeft aangejaagd. De klacht van de Russische oud-rebellenleider in Donetsk Igor Girkin in de zomer van 2014 duidde op het tegendeel. Girkin en andere door het Kremlin naar Oost-Oekraïne gestuurde rebellenleiders viel het op dat de lokale bevolking niet in beweging te brengen was voor een revolte tegen Kiev en zich ondanks alles vooral Oekraïens voelde. Het waren Russische vrijwilligers, huurlingen en militairen, en Oekraïense beroepsrevolutionairen die hun kansen roken die een idee van een burgeroorlog moesten suggereren wat feitelijk een oorlog tussen twee landen was.

Van Bommel pleidooi voor een pas op de plaats voor Oekraïne is niet anders dan een beloning van de huidige ondermijning en destabilisatie van Oekraïne door de Russische Federatie. De situatie waarin Oekraïne zich nu bevindt is geen natuurlijke situatie waarin het land zich door eigen toedoen bevindt. Bijzonder aan de huidige situatie van Oekraïne is de door de Algemene Vergadering van de VN in maart 2014 in een resolutie breed veroordeelde bezetting van de Krim en de continue aanwezigheid van tussen de 5.000 en 10.000 reguliere Russische militairen in Oost-Oekraïne. Zo’n pas op de plaats levert Oekraïne over aan de invloed van de Russische Federatie die er alle belang bij heeft dat het land zich niet ontwikkelt zoals het zou kunnen doen in associatie met de EU. Ondermijning en destabilisatie zijn doel van het Kremlin opdat Oekraïne niet kan normaliseren. Ontwikkeling in associatie met de EU verkleint de Russische invloed in Oekraïne en geeft Russen een voorbeeld op de eigen drempel van een Oost-Europees land dat succesvol voor burgers kan zijn.

Zo fabuleert Van Bommel verder over een afspraak in 1990 tussen de toenmalige Sovjet-Unie en het Westen over de uitbreiding van de NATO naar de Russische grens. Zo’n afspraak is nooit gemaakt en was zelfs in de gesprekken in die jaren tussen de Sovjet-Unie en het Westen geen onderwerp van gesprek, behalve over voormalig Oost-Duitsland zoals oud-president Gorbachov in een interview in 2014 op een rijtje zette. Het is gewenst dat Nieuwsuur de volgende keer een debat tussen historici met kennis van de recente geschiedenis van Oost-Europa organiseert. De misleidingen van Van Bommel informeren het publiek niet, evenmin het gebrek aan feitenkennis van Van Hulten. De Nieuwsuur-redactie had dit zorgvuldiger moeten voorbereiden.

Leon de Winter koestert zelfbedrog als werkelijkheid over Oekraïne

with 3 comments

dfb2c1f0e5ebe822df17877ac304fe04

In een opinieartikel over de associatie-overeenkomst tussen de EU en Oekraïne trekt Leon de Winter zo fel van leer dat hij uit de bocht schiet. Zijn opinie verschijnt in De Telegraaf dat als onderdeel van mediaconcern TMG campagne voert tegen deze associatie-overeenkomst. Ook weblog Geen Stijl maakt deel uit van dit concern.

De Winter bestrijdt een stropop door ‘de‘ voorstanders van alles in de schoenen te schuiven dat ze niet beweren, of wat slechts enkelen uit het JA-kamp beweren. Hij schetst een karikatuur om die in zijn wijsheid te weerleggen. De kunst om iets aan de hand van een niet kloppende redenering aannemelijk te maken is zijn instrument. Met een sardonische inborst hakt hij op de vogelverschrikker in. Doordat De Winter in zijn opinie niet uitgaat van de feiten over de associatie-overeenkomst heeft het niets met Oekraïne of de EU te maken. Of zelfs met een publiek debat over deze kwestie. Maar alles met de profilering van De Winter. Zoals ook het nauwelijks winstgevende Geen Stijl en de voorman van de NEE-campagne Thierry Baudet de associatie-overeenkomst gebruiken als halffabrikaat om zichzelf om commerciële of publicitaire redenen te profileren.

Laten we eens kijken met wat De Winter op de proppen komt. Hij begint al met de foute bewering dat de asscociatie-overeenkomst een handelsakkoord zou zijn. Dat is het niet, anders zou het wel gewoon ‘handelsakkoord‘ genoemd worden. Het is een gemengd akkoord met inderdaad afspraken die zijn gericht op economische samenwerking en handel, maar ze  raken ook andere onderwerpen, zoals versterking van de rechtsstaat en bescherming van de mensenrechten. Waarom De Winter de associatie-overeenkomst reduceert tot economie en handel ligt voor de hand. Zo kan hij het argument negeren dat een associatie de EU de beste kans biedt om in Oekraïne de corruptie te helpen bestrijden en de mensenrechten te versterken. Of anders gezegd, om ervoor te zorgen dat Oekraïne niet afglijdt tot een mislukte staat aan de oostgrens van de EU.

Terwijl De Winter zoals we zagen eerst beweert dat het om een handelsakkoord gaat, beweert hij vier alinea’s verder dat het om een integratie-akkoord over politieke samenwerking tussen de EU en Oekraïne gaat: ‘Het is het begin van een proces dat moet leiden tot het EU-lidmaatschap van Oekraïne. Daarmee zou de EU ver opschuiven naar het oosten en in direct conflict komen met Rusland.’ Gaat het nou om een integratie- of handelsakkoord? De Winter formuleert onzorgvuldig. De overeenkomst kan onder strikte voorwaarden en unanimiteit van alle EU-lidstaten leiden tot EU-lidmaatschap van Oekraïne. Maar het is geen onomkeerbaar proces dat ‘moet leiden’ tot de uitkomst die hij voorziet. Dit volgt niet uit de tekst van de overeenkomst. In zijn verwijzing naar de reactie van Rusland verwart De Winter oorzaak en gevolg. Rusland is de enige partij die een driehoekssamenwerking met de EU en Oekraïne afwijst. Het Kremlin wil Oekraïne behouden als vazalstaat dat het tot twee jaar geleden was. Dat speelt op een geopolitiek niveau waarbij de associatie-overeenkomst geen aanleiding, maar een aan de haren erbij gesleept excuus is om Oekraïne te kunnen blijven ondermijnen.

De Winter is een exponent van een maatschappelijke stroming die er genoegen in schept om de politiek te ondermijnen om vervolgens zo hard mogelijk te roepen dat er weinig deugt van de politiek omdat die is ondermijnd. Hij verliest hierbij alle verhoudingen uit het oog. De Winter suggereert een tegenstelling tussen ‘de elites’ en de burger die buitenspel gezet zou worden bij deze associatie-overeenkomst. Dat is echter nog maar helemaal de vraag omdat er pas op 6 april 2016 een uitslag van een referendum is. Ook hanteert De Winter de opvatting van democratie als een Idols-competitie die zegt dat er naar de meerderheid geluisterd moet worden. Juist bij een raadgevend referendum heeft het kabinet wettelijk de politieke ruimte om andere overwegingen zwaarder te laten wegen. Maar dan nog, op welke meerderheid doelt hij als 27 van de 28 EU-lidstaten de associatie-overeenkomst hebben geratificeerd en ook de Nederlandse Eerste en Tweede Kamer zich in 2015 in meerderheid uitspraken voor ratificatie? Hij wil toch niet beweren dat een NEE-campagne op sociale media van Geen Peil als doorslaggevend moet worden beschouwd voor het verloop van de politiek?

Foto: Anja Millen – Blickfang, 2012. Digital Arts/Photo Manipulation.

Zie voor volledige tekst van het artikel ‘Liever zelfbedrog dan werkelijkheid’ van Leon de Winter bij reacties.

Waarom ik voor de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne stem

with 32 comments

dh

Met de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne waarvoor op 6 april 2016 in een referendum wordt gestemd kan Oekraïne worden geholpen. Daarnaast kan de EU zich geen mislukte staat aan haar oostgrens tolereren. Het is in het belang van alle Nederlanders dat er stabiliteit in Oost-Europa is. Met chaos en oorlog zijn we verder van huis. De associatie-overeenkomst is de stok achter de deur om de Oekraïense regering tempo te laten maken met de hervorming van het openbaar bestuur en het frontaal aanpakken van de corruptie. Dat gebeurt nu nog niet. Daarom stem ik voor.

Vanwege de koppeling met de weinig populaire EU die de schuld krijgt van het uit de hand lopen van de vluchtelingencrisis door de stopgezette bewaking van de buitengrenzen lijkt de NEE-stem de hoogste ogen te gaan gooien. Los van het eigenlijke onderwerp Oekraïne. Maar van de andere kant heeft de NEE-campagne een voorsprong van vier maanden en moet de JA-campagne nog van start gaan. Als het niet in de startblokken blijft vastzitten. Het zou best kunnen dat NEE wint, maar zeker is dat niet.

Ook ik ben tegen het beleid van het kabinet Rutte. Fel zelfs. Ook ik ben tegen lidmaatschap van Oekraïne van de EU. Ook ik vind dat de EU te stroperig en niet democratisch genoeg functioneert. Als Europeaan voel ik me continu buitengesloten. Ook ik vind dat handelsbelangen niet boven de politiek mogen gaan. Ik ben tegen het bevoordelen van Shell en het Nord Stream II project dat handel boven een Europese politiek van solidariteit en evenwichtigheid plaatst. En Noord-Europa bevoordeelt boven Zuid-Europa dat onrecht wordt aangedaan.

Maar ik stem voor de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne omdat dat niet over de hier genoemde aspecten gaat, maar over een associatie met een land dat deels door eigen toedoen, deel door toedoen van het Kremlin enorm in de kreukels zit en praktisch alleen door de EU geholpen kan worden om te hervormen.

Het is waar dat in de Tweede Kamer naast de geharnaste tegenstanders PVV en SP ook de PvdA en het CDA hebben aangegeven een geldige NEE-stem te zullen respecteren. Dat is een meerderheid. Maar de voorwaarde daarvoor is dan wel dat het een geldige stemming betreft en de opkomst meer dan 30% bedraagt.

De Tweede Kamer heeft echter niet het laatste woord. Dat is het kabinet dat een eigen afweging moet maken. Het referendum dat niet bindend is biedt het kabinet deze ruimte. Het moet naar meer aspecten kijken dan de uitslag van het referendum alleen. Zoals de relaties met andere EU-lidstaten en met landen als Oekraïne en de Russische Federatie. Omdat de steun van CDA en PvdA niet heel stevig is, kan het kabinet die ruimte nemen.

Daarbij komt dat een NEE-stem in dit referendum niets uitmaakt voor de associatie-overeenkomst zelf. Want die is al grotendeels ingevoerd per 1 januari 2016 en kan alleen met eenstemmigheid van alle EU-lidstaten teruggedraaid worden. De steun in Polen en de Baltische landen voor Oekraïne is zo sterk dat dat niet te verwachten valt. Met een NEE-stem isoleert Nederland zich en zal het niets weten te veranderen.

Nu komt er een campagne om des keizers baard. JA of NEE maakt voor Oekraïne of de EU geen enkel verschil. Het dient alleen binnenlandse, partijpolitieke belangen. Voor en tegen. De Telegraaf Media Groep met Geen Stijl en De Telegraaf als aanjager van de oppositie. Nou, ik vermoed dat velen net als ik een verschrikkelijke hekel hebben aan de Nederlandse, navelstaarderige partijpolitiek. Maar het gevolg van de campagne van Geen Peil is niet dat de partijpolitiek terug in z’n hok gaat. Het wordt er alleen maar belangrijker door.

Zonder dat ze het in de gaten hebben en zonder dat ze voldoende voorgelicht wordt door de woordvoerders uit het NEE-kamp -maar op dit moment evenmin door het JA-kamp- stemmen de NEE-stemmers tegen zichzelf. Of: tegen het belang van Nederland. Ik kan niet inzien wat Nederland daarmee opschiet. Behalve het tonen van emoties van ongenoegen met alles en iedereen. Dat lucht lekker op, maar dan? Wat is de kater?

Foto: Binnenhof met Ridderzaal in Den Haag, 2015. Credits: AFP.