George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Veiligheid en Justitie

Baudet krijgt kritiek dat hij verstek laat gaan bij kamerdebat over MH17

with 5 comments

Vandaag is er in de Tweede Kamer een plenair debat over ‘het besluit vervolgingsmechanisme MH17’. Wat opviel was dat Thierry Baudet (FvD) verstek liet gaan. Hij was eerder kritisch op het onderzoek naar het neerschieten van de MH17 en ondertekende in januari 2017 een brief aan president Trump. Volgens een bericht in De Telegraaf was dat volgens minister Bert Koenders ‘een aanval op de onafhankelijkheid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en het Openbaar Ministerie’. Mijn reactie bij het artikelPvdA, D66 en VVD laaiend op MH17-criticaster Thierry Baudet die wegblijft bij debat over de vliegramp’ op DDS:

Het tekent de politiek van Baudet om niet op te komen dagen in debat over MH17. Hit and run, en verder niks. Zulke politiek is geen aanwinst voor Nederland. Men kan zeggen wat men wil van Geert Wilders, maar hij ontloopt het debat niet en durft de confrontatie aan. Baudet niet, zo lijkt het.

Baudet had als Nederlandse politicus die brief aan Donald Trump beter niet ondertekend. Omdat hij hiermee zijn twijfel over de instituties OVV en OM uitspreekt. Dat wringt. Zeker nu Baudet parlementslid is brengt hem dat in een merkwaardige situatie. Wellicht de reden om weg te blijven bij het kamerdebat omdat hij het niet uit kan leggen. Want het roept de vraag op in welke mate Baudet de Nederlandse rechtsstaat onderschrijft.

Baudet zaait twijfel over Baudet.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPvdA, D66 en VVD laaiend op MH17-criticaster Thierry Baudet die wegblijft bij debat over de vliegramp’ van Tim Engelbart op DDS, 6 september 2017.

Advertenties

In een hoofdredactioneel van NRC valt alles om te draaien, en dat gebeurt dan ook. Over de kwestie Demmink en de overheid

leave a comment »

Je ziet het steeds vaker in commentaren, de ene gebeurtenis wordt aan de andere gekoppeld. In die associatie worden ze gepresenteerd als identiek of als onderdeel van dezelfde categorie. De duo-vergelijking om twee onvergelijkbare grootheden onder het mom van gelijksoortigheid plompverloren met elkaar te verbinden is een verleidelijke aanpak en een kittig stijlmiddel met de suggestie over grenzen te kijken. Doorgaans werkt het zo: Een geval dat duidelijk binnen de categorie valt wordt gekoppeld aan een onduidelijk geval waarvan het de vraag is of het binnen de categorie valt. Koppeling dient als legitimering voor dat twijfelgeval. De bluf van de koppeling van twee ongelijksoortige gevallen probeert vragen of dit klopt voor te zijn of te voorkomen.

Een hoofdredactioneel van de NRC van 28 augustus 2017 getiteld ‘Op internet valt alles om te draaien, en dat gebeurt dan ook’ koppelt twee zaken op de beschreven wijze aan elkaar: de kwesties ‘Demmink’ en ‘‘wat inmiddels de ‘suikerspiegelchauffeur’ is gaan heten’ zoals NRC het noemt. Dat laatste is duidelijk een geval dat past binnen het complotdenken. NRC omschrijft de categorie: ‘Daarin hebben samenzweringstheorieën de overhand genomen, waarin wordt verondersteld dat ‘de overheid’ zich schuldig maakt aan leugens en bedrog’. Een Nederlands-Marokkaanse chauffeur met diabetes reed voor het Centraal Station in Amsterdam enkele passanten aan. De rechtse pers aanvaardt die uitleg niet en wil er tot op de dag van vandaag een aanslag in zien die door de overheid met de mantel der liefde bedekt wordt. Die verklaring is trouwens verre van logisch omdat de overheden inzake migratie, terrorisme en ‘afwijkend gedrag’ steeds harder optreden.

Het hoofdredactioneel commentaar van NRC besteedt in de duo-vergelijking slechts enkele zinnen aan de andere kwestie: ‘De kwestie-Demmink werd eerder deze maand afgewikkeld met een door de rechter getoetste vaststelling dat er geen enkel bewijs is voor de verdenkingen tegen deze oud-topman van Justitie. Dat is dus over en uit, case closed – behalve op internet, waar ook deze conclusie zal worden verworpen.’ Er is naar aanleiding van een aanklacht wegens misbruik door twee minderjarigen vanaf  2014 een diepgaand onderzoek verricht door het OM naar het reilen en zeilen van Demmink in de jaren 1995-97 in Turkije. Hier zijn de details over de beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te lezen. Omdat het hof oordeelt dat Demmink niets ten laste kan worden gelegd is hij in deze kwestie vrijgepleit. De rechtsstaat brengt met zich mee dat voor- en tegenstanders dit oordeel als definitief accepteren. Demmink is vrijgepleit.

Dat er geen feiten zijn te vinden die Demmink succesvol kunnen vervolgen wil niet zeggen dat de overheid zich niet ‘schuldig heeft gemaakt aan leugens en bedrog’. De categorie waar het hoofdredactioneel beide kwesties onder schaart. Anders gezegd, feit dat er geen aanwijzingen zijn om Demmink te vervolgen houdt niet in dat de overheid zich niet schuldig heeft gemaakt aan leugens en bedrog. Dat blijkt ook uit een reactie in Trouw van advocate Adèle van der Plas die haar cliënt Baybasin vertegenwoordigt: ‘Het recht heeft zijn loop gehad, maar een civiele actie tegen de Nederlandse staat wegens onrechtmatig handelen is nog mogelijk’.

De kwestie Demmink bevat talloze door de overheid begane onregelmatigheden, inclusief het omzeilen van de waarheid. Dat gaat verder dan het vrijpleiten van Demmink in het ‘Turkse’-onderzoek. Zo was er de bewering ‘Wat onderzocht moest worden, is onderzocht’ van toenmalig justitieminister Ivo Opstelten in een brief van 3 oktober 2012 aan de Tweede Kamer die suggereerde dat er een diepgaand onderzoek naar Demmink verricht was. Achteraf bleek dat onjuist te zijn. Opstelten informeerde de kamer onvolledig en verkeerd. Er zijn meer losse eindjes in deze kwestie Demmink die nog steeds om duidelijkheid vragen. Zo schreef in 2004 toenmalig hoofdredacteur van het NOS-Journaal Hans Laroes in een brief aan de Raad voor Journalistiek dat Demmink in de top van Justitie jarenlang onderwerp van intern debat was: ‘Maar de verdenking van notabene justitie-medewerkers tegen Joris Demmink is altijd blijven bestaan, weten wij bij het Journaal uit eigen onderzoek’.

Het hoofdredactioneel van NRC maakt twee fouten. Het koppelt twee ongelijksoortige zaken aan elkaar en het redeneert niet zuiver als het in de kwestie Demmink te weinig kritisch is op het opereren van de overheid -in het bijzonder het ministerie van Justitie- gedurende vele jaren. Justitie heeft op zijn minst ontwijkend en onhandig, en op zijn ergst bewust manipulatief geopereerd in deze kwestie. Daarom is er wel degelijk een basis voor de beschuldiging dat de overheid ‘zich schuldig maakt aan leugens en bedrog’. Die beschuldiging is niet het voorrecht van complotdenkers, maar baart juist burgers die opteren voor een sterke rechtsstaat zorgen. NRC zou beter moeten beseffen dat een gesloten overheid die geen openheid van zaken geeft en de waarheid ontwijkt een grotere bedreiging is voor de rechtsstaat dan de zogenaamde complotdenkers.

Foto: Schermafbeelding van deel hoofdredactioneel commentaarOp internet valt alles om te draaien, en dat gebeurt dan ook’. NRC, 28 augustus 2017.

Meldpunt Internet Discriminatie billijkt ‘Sommige moslims menen uit de Koran te begrijpen dat homo’s gedood moeten worden’

with one comment

rel

The Post Online publiceert in samenwerking met een melder van discriminatie deze brief van het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND) in antwoord op een melding van homohaat op bladna.nl, ‘het forum van Marokkanen in de wereld’. Opvallend eraan is dat MiND concludeert dat homohaat juridisch niet strafbaar is als die vanuit een religieuze overtuiging wordt gedaan. Hiermee introduceert MiND rechtsongelijkheid en voorrechten voor leden van religieuze organisaties. Want die zouden ongestraft meer mogen kunnen zeggen dan degenen die geen lid zijn van een religieuze organisatie. Opmerkelijk is dat MiND in 2013 is opgericht op initiatief van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Op het forum van bladna.nl vliegen de beledigingen over en weer, zoals hier. Het lijkt onbegonnen werk om alle overtreders van artikel 137 c-e van het Wetboek van Strafrecht aan te pakken. Monitoring op discriminatie lijkt ook eerder een taak voor Facebook. Men kan nog stellen dat dit soort uitingen niet goed doordacht zijn en in een onbewaakt ogenblik zijn gemaakt. Maar het wordt er gelijk een stuk serieuzer op als het een semi-overheidsinstantie als MiND betreft. Met als gevolg dat het billijken van een discriminerende uiting als verlengde van overheidsbeleid wordt gezien. Het houdt in dat iemand met een religieuze overtuiging een bevoorrechte positie heeft en daarom meer mag discrimineren dan iemand zonder een religieuze overtuiging.

De opstelling van MiND in bovenstaande brief leidde tot afkeuring op sociale media en in de Tweede Kamer. Louis Bontes en Joram van Klaveren (VNL) stelden kamervragen aan minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie en Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze willen onder meer weten of ‘de islam (net als andere levensbeschouwingen) nooit gebruikt kan worden als excuus voor feitelijke discriminatie of het oproepen tot geweld?’ MiND heeft vandaag schuld bekend en zegt in een beknopte en onvolledige verklaring dat ‘de uitingen in eerste instantie onjuist zijn beoordeeld. Dat betreuren we ten zeerste.’

Maar hiermee is de kous nog lang niet af. De vraag die oprijst is wie bij MiND deze melding heeft beoordeeld en welke juridische expertise deze medewerker bezit. Nog belangrijker om te weten is of de medewerker aan   de hand van interne richtlijnen -die zeggen dat de islam een streepje voor heeft als het om discriminatie gaat- tot de afweging is gekomen. Dus minder streng beoordeeld dient te worden vanwege de religieuze overtuiging van degenen die discrimineren. Is MiND wel objectief en neutraal? Valt het te wel vertrouwen als onpartijdige instelling die overheidssubsidie krijgt? Wat deze kwestie vooral oproept is de vraag naar de status van een meldpunt als MiND. Wat voor toegevoegde waarde heeft het en treedt het doelmatig op? Het kan een verzoek doen aan iemand over wie wegens discriminatie in een melding is geklaagd, maar uiteindelijk is het machteloos en bezit geen dwangmaatregel. Uitsluitend het OM kan een strafrechtelijk onderzoek beginnen.

Er is trouwens best iets voor het standpunt te zeggen dat de vrijheid van meningsuiting onbeperkt is. Hoewel die situatie feitelijk nergens bestaat. Zodat moslims mogen zeggen dat homoseksuelen om hun geaardheid gedood moeten worden. Maar dan moeten anderen op hun beurt mogen zeggen dat moslims om hun geloof gedood mogen worden of gewoonweg achterlijk zijn vanwege het aanhangen van een achterlijk geloof. Het is van tweeën een. Of men handhaaft zonder uitzonderingen strikt de wet of men doet dat niet en maakt de vrijheid van meningsuiting onbeperkt. Wat de MiND heeft laten zien is het slechtste van twee werelden: rechtsongelijkheid en voorrechten voor mensen met een islamitische overtuiging die worden gerechtvaardigd.

Foto: Schermafbeelding van brief van het MiND aan iemand die een melding heeft gedaan van homohaat in het artikelMeldpunt Internet Discriminatie (MiND): ‘Islamitische homohaat is geen discriminatie want islam’’ van TPO, 1 december 2016.

Politieleiding maakte fouten in afhandeling zaak Mitch Henriquez

leave a comment »

pol

Een bericht in NRC onthult dat toenmalig korpschef van de politie Gerard Bouman aan de teamchef van de Delftse politie Ronald Kruijswijk garandeerde dat de vijf agenten die betrokken waren bij de aanhouding van Mitch Henriquez in het Haagse Zuiderpark hun banen zouden behouden: ‘Wat er ook gebeurt niemand wordt ontslagen’. Die belofte stuurt Kruijswijk rond. Een van de betrokken agenten was werkzaam bij team Delft.

Hiermee gaan Bouman en Kruijswijk in tegen de eenheidschef van de regio Haaglanden Paul van Musscher die de vijf agenten buiten functie had gesteld. Dat deed hij na een bekendmaking waarin het OM de vijf agenten als verdachte aanmerkte. Bouman ging hiermee dus ook in tegen het OM. Directeur van Amnesty Nederland Eduard Nazarsky zegt tegen NRC dat de toezegging van Bouman ‘een gebrek aan respect voor de democratische rechtsstaat’ toont. En: ‘Als de hoogste baas van de politie meent dat eventuele oordelen van de rechter geen consequenties mogen hebben voor politieagenten, geeft hij daarmee een zeer kwalijk signaal af.

Nazarsky heeft gelijk. De politie staat niet boven de wet, maar moet de wet uitvoeren. Het bezit ook nog eens het machtsmonopolie wat het er nog gevoeliger op maakt. Als de leiding van de politie zichzelf boven de wet plaatst, dan moet de top van het ministerie van Veiligheid en Justitie corrigerend optreden. Bouman stapte op 1 februari 2016 op als korpschef. Hij kan voor zijn gebrek aan respect voor de rechtsstaat niet meer berispt worden. Als voorbeeld had dat niet misstaan als signaal aan de politieleiding hoe het zich dient te gedragen.

Probleem bij de Nederlandse politie blijft dat het zich meent te kunnen gedragen als een staat in de staat. Het opereert als een gesloten organisatie die moeilijk om kan gaan met kritiek van buitenaf en bij het geringste in de schulp kruipt. Daarbij komt dat door een aantal slecht aangestuurde herstructureringen door het ministerie van Veiligheid en Justitie het doelmatig optreden veder is afgenomen. Dat vertaalt zich in een laag oplossingspercentage van criminaliteit. Ondanks de dalende criminaliteit door demografische factoren.

De Nederlandse politie presteert slecht en heeft een beroerd image. De interventie van voormalig korpschef Bouman in de zaak Mitch Henriquez staat niet op zichzelf. Het is een teken van een organisatie die de weg kwijt is en slecht geleid wordt. Het is aan de politiek -die zelf niet altijd verstandig met de politie omgegaan is- om de organisatie open te breken. De politieleiding dient te beseffen dat het niet boven de wet kan staan.

Foto: Schermafbeelding van persberichtIntern onderzoek aanhouding Mitch Henriquez afgerond’ van de politie, 7 oktober 2016.

Commissie Oosting II ontkent doofpot bij Teevendeal. Maar is zelf de doofpot. Het onderzoek van Oosting is een schandaal op zich

with one comment

Kustaw Bessems is in een commentaar voor BNR duidelijk in zijn conclusie: ‘Het onderzoek naar de affaire is inmiddels een schandaal op zich. Je kunt alleen maar hopen en smeken dat Kamerleden zich over de politieke en publicitaire vermoeidheid heen zetten, eindelijk hun werk gaan doen en alles zelf tot de bodem gaan uitzoeken.’ Bessems heeft gelijk, Marten Oosting kletst uit z’n nek en zoekt ter bescherming van ex-minister Opstelten en het ministerie van Veiligheid en Justitie de afleiding met soundbites die suggereren dat onkunde minder erg is dan een doofpot. Echt? Het is nonsens wat Oosting zegt. En beschamend voor de commissie waar hij leiding aan gaf. En beschamend voor de Nederlandse politiek die zich dit moet laten weggevallen. En beschamend voor de Nederlandse gevestigde media die het verhaal van Oosting kritiekloos overnemen.

Bessems: ‘Een doofpot hoef je niet in kleine kring bij schemerig licht aan een mahoniehouten vergadertafel hardop af te spreken. Realistischer is het stilzwijgend besef dat je vooral niet te erg je best moet doen om feiten boven water te krijgen die de bewindspersoon onwelgevallig zijn. Voor dit gedrag barst het in de bonnetjesaffaire van de aanwijzingen.’ Een doofpot komt niet zover neer op het smeden van een complot zoals we dat kennen van films over de maffia met mannen in pakken die de taken verdelen. Maar op een mentaliteit van wegkijken en de stilzwijgende afspraak om geen vragen te stellen en niet verder te zoeken.

Bessems concludeert dat Oosting in zijn eerder onderzoek van de commissie Oosting-I niet de informatie boven water kreeg die hij bij het onderzoek van Oosting-II wel achterhaalde. De ‘zelfevaluatie’ van Oosting-I door Oosting-II zegt dat het ‘beter had kunnen uitzoeken waarom het zo gewilde bonnetje niet eerder was opgediept uit oude bestanden’, aldus Bessems. Oosting-II geeft dus toe te hebben gefaald met Oosting-II, maar mocht met dezelfde mensen opnieuw aan de slag in Oosting-II. Waarom, en hoe logisch is dat?

Gisteren was er het nieuws over een andere doofpot die geen doofpot genoemd mag worden: Joris Demmink. Het strafrechtelijk onderzoek naar misbruik van twee Turkse jongens in Turkije door deze voormalige hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt volgens een bericht in het AD gestopt: ‘Door de weigering van Turkije om mee te werken, kunnen enkele getuigen niet gehoord worden en is het onderzoek definitief afgerond. In juni zal besloten worden of er genoeg bewijs is voor een strafzaak of niet.’ Identiek aan de Teevendeal is dat het heel lang duurde voordat er een diepgravend onderzoek plaatsvond, zodat jarenlang beweerd kon worden dat er geen concreet bewijs was. Het scenario voor de afronding van de affaire Demmink is gegeven door Marten Oosting en zijn commissies en kondigt zich nu al aan: Het was geen doofpot, maar geklungel. Over zo’n tien jaar valt een onderzoek te verwachten naar de doofpot van de Commissie Oosting.

Verhoren over pedoprostitutie. De doorlopende zaak Demmink

with 2 comments

Vandaag beginnen in de rechtbank in Amsterdam de verhoren van negen getuigen over een vermeend omvangrijk netwerk van kindermisbruik  in de jaren ’80. Het AD doet verslag in een bericht met de titel ‘De hele pedoprostitutie werd in die tijd gewoon gedoogd’. Het draait rond de voorheen hoogste ambtenaar van het ministerie van  Justitie Joris Demmink die al vele jaren met pedofilie, maar ook met klassenjustitie, machtsmisbruik en obstructie van de rechtsgang wordt geassocieerd. De verhoren dienen als voorbereiding op een rechtszaak. We Are Change Rotterdam praatte afgelopen week in Utrecht met oud-gevangenisdirecteur Jos Poelmann. Een verhaal over geruchten en het zoeken van de waarheid en over onderzoeken die maar geen onderzoek mochten worden. In een samenleving die steeds kritischer wordt op de politieke klasse.

Voskuil: overheid doet er alles aan om zaak Demmink dood te laten slaan

leave a comment »

We Are Change Rotterdam interviewt AD-onderzoeksjournalist Koen Voskuil over de zaak Demmink. Hij houdt zich op de vlakte als hij gevraagd wordt over de tegenwerking van de overheid. ‘De overheid doet er natuurlijk alles aan om de zaak dood te laten slaan.’ Voskuil geeft desgevraagd toe tegenwerking van de overheid te hebben gemerkt, maar geeft geen details. Zo blijft het gissen. Journalistiek die het zonder feiten moet doen.