George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Van Abbe Museum

Museum Jan Cunen spiegelt zich aan De Fundatie. Waarom?

with 3 comments

Spreekt bestuursvoorzitter Peter van der Steen van Museum Jan Cunen in Oss zichzelf tegen? Hij meent dat een museum voor meer mensen aantrekkelijk gemaakt moet zijn dan alleen deskundigen die kunst echt weten te waarderen. Vraag is wie hij hiermee bedoelt en of 25.000 bezoekers per jaar allemaal deskundigen kunnen zijn. Zo’n museum voor deskundigen bestaat namelijk nergens in Nederland. Mede door de educatieve programma’s is Van der Steens suggestie dat het museum met de rug naar de eigen bevolking stond onjuist.

Van der Steen ziet Museum de Fundatie als voorbeeld, maar vergeet hierbij dat dit museum tamelijk uniek is, meer armslag heeft omdat het in een hoger segment van de museumsector opereert en een veel betere uitgangspositie heeft door de eigen collectie die is gevormd rond de verzameling van Dirk Hannema. Het is ook een weinig logische keuze omdat De Fundatie kiest voor intuïtie en gevoel, terwijl het Jan Cunen Museum zich in de museum- en kunstzinnige vormingssector profileerde met een tegengesteld profiel van kunsthistorische wetenschappelijkheid. Waarom in Noord-Brabant geen logische match gezocht met het Van Abbe Museum of het Noordbrabants Museum? Berust het voorbeeld Museum de Fundatie op meer dan toeval?

Peter van der Steen bedoelt het ongetwijfeld goed en kan als iemand met weinig verstand van beeldende kunst en de museumsector best een goede bestuursvoorzitter zijn. Hij moet ook maar helpen de ellende op te lossen die door toedoen van het Osse college is ontstaan. Jammer is dat hij zijn uitvinden van het wiel als iets opzienbarends en nieuws presenteert. De geldkraan is dicht. Dom geklets maakt het er alleen maar erger op.

Advertenties

Schampers laakt bij afscheid marktdenken van musea en is schamper over cultuurpolitiek

with 2 comments

karelschampers

Vertrekkend directeur van het Haarlemse Frans Hals Museum Karel Schampers luchtte gisteren bij z’n afscheid z’n hart. Het Haarlems Dagblad noemt het ‘een laatste hartekreet‘. Hij heeft het niet zo op de Nederlandse musea die naar de pijpen dansen van het grote publiek of de overheid. Ze spelen op veilig en zetten het publiek het bekende voor. Zo neigt het tentoonstellingswezen volgens hem ‘naar populisme en kortstondige opwinding‘. Hoe krachtig zijn z’n woorden en hoe jammer is het dat ze waar zijn. Startende kunstenaars van nu ziet Schampers als kind van de rekening. Musea en overheid zetten niet meer in op talentontwikkeling zoals ze tot voor kort deden. Met als gevolg dat de hedendaagse kunst van de toekomst onder druk staat.

Schampers kijkt breder en meent dat de cultuur zich onttrekt aan het nutsdenken van politici, conservatoren en museumdirecteuren: ‘Dit voortdurend in beweging zijn van de cultuur, waar de hedendaagse kunst in belangrijke mate toe bijdraagt, is van buitengewoon belang voor een levendige samenleving.‘ En: ‘Het is de taak van het museum de vitale impulsen van deze tijd te herkennen en het publiek te confronteren met wat binnen onze cultuur aan het veranderen is‘. In interviews eerder deze week ter gelegenheid van z’n afscheid laakte Schampers middelgrote musea als het Groninger Museum en het Centraal Museum, maar ook het Stedelijk die op veilig spelen en het experiment schuwen. Anders gezegd, te voorzichtig programmeren.

Voor de politiek van de gevestigde partijen heeft Schampers geen goed woord over: ‘Het is toch eigenlijk onvoorstelbaar dat een minister [Bussemaker], en met haar trouwens vele lokale overheden, openlijk durft te zeggen dat ze weinig vertrouwen heeft in de hedendaagse kunst en niet wenst te investeren in jong talent. Ze zegt daarmee feitelijk het vertrouwen in de toekomst op.‘ Voor wie niet cynisch wil worden over de kortzichtigheid en het economisch denken van een overheid -dat trouwens volledig averechts uitpakt en daarom z’n doel voorbijschiet- is onderhand niks meer onvoorstelbaar. Om het aardig te zeggen over een onaardige politieke klasse: het weet geen afweging meer te maken tussen korte- en langetermijndenken.

Karel Schampers is de museumman van de praktijk die het allemaal heeft meegemaakt. Als conservator en directeur, in contact met cultuurwethouders, fondsen en sponsors. Hij praat niet vanuit een impuls of de waan van de dag, maar vanuit een beredeneerd oordeel van jaren. Het beeld dat-ie schetst is niet om vrolijk van te worden. Grotere musea als Boijmans, het Van Abbe of de Lakenhal proberen zich te onttrekken. Maar ook zij worden snel geconfronteerd met teruglopende middelen. Die de landelijke en lokale overheden de musea opleggen. Tandenknarsend worden ze gedwongen niet het avontuur maar de veiligheid te zoeken.

Schampers’ hartekreet contrasteert met een stuk van de directeur van de Stadsschouwburg Amsterdam Melle Daamen in NRC dat zo begint: ‘Het cultuurbeleid in Nederland mist scherpte en kent veel te veel braafpraat‘. Daamen ziet in het kunstklimaat een ‘fixatie op het nieuwe en het vernieuwende‘. Doordat Daamen het zo scherp aanzet lijkt-ie haakser op Schampers te staan dan het is. Het is de koele rationalist (Daamen) die vanuit een grote cultuurorganisatie redeneert tegenover de realistische idealist (Schampers) die de middelgrote organisaties als onmisbare humuslaag voor de kunsten ziet. Maar ze verschillen van inschatting of talentontwikkeling en vernieuwing in de Nederlandse cultuurpolitiek en kunstpraktijk ondergewaardeerd worden. Wie kijkt hoe er de laatste jaren gekort is op talentontwikkeling -wat zelfs de Raad voor Cultuur in haar advies Slagen in Cultuur toegaf als een tekortkoming in het cultuurbeleid- moet Schampers gelijk geven.

Foto: Vertrekkend directeur van het Haarlemse Frans Hals Museum Karel Schampers. Credits: United Photos/Toussaint Kluiters.

Redt Stedelijk uit handen RvT en geef het terug aan publiek

with one comment

5063454336_19e1e01f13_b

 

Update 13 oktober 2017: Eindelijk komt er beweging in de vastgeroeste machine die het Stedelijk Museum is waar amateurs bestuurlijk jarenlang de dienst hebben uitgemaakt. Met onrealistische ambities. NRC meldt in een bericht dat de nieuwe (sinds 1 oktober) voorzitter van de Raad van Toezicht Ferdinand Grapperhaus de nevenactiviteiten van artistiek directeur Beatrix Ruf gaat onderzoeken. Haar dagen bij het Stedelijk lijken geteld. De feiten die onherroepelijk wijzen op belangenverstrengeling staan te haaks op de ethische code om ze nog te kunnen verhullen of weg te praten. Een onderzoek naar de nevenactiviteiten van Ruf komt neer op een onderzoek naar het reilen en zeilen van de vorige Raad van Toezicht onder voorzitter Alexander Ribbink. Die gaf haar dekking. Het is het scenario van dief en diefjesmaat. De kwestie Ruf staat niet op zichzelf en past in een patroon van mismanagement, stuurloosheid en zelfoverschatting. Door de kunstwereld werd de Eerste Turing Toekenning, 2009 aan het Stedelijk met Ribbink -via TomTom- in een dubbelrol als ontoelaatbaar en gênant ervaren. De geur van handjeklap en bestuurlijk onzuiver handelen was van een afstand te ruiken. In de jaren daarna bleek kritiek klinken op de Raad van Toezicht, die dat hautain afwimpelde. Het Amsterdamse gemeentebestuur had nog weinig grip of visie op het in 2006 verzelfstandigde Stedelijk. Dit zag ik in 2013: 

Het valt te hopen dat de Raad van Toezicht bij het vinden van een nieuwe directeur loskomt van zowel het bestuurlijk-ambtelijk denken zoals dat vertegenwoordigd wordt door de PvdA-politicus Guusje ter Horst als het sponsordenken van RibbinkCees de Bruin en Rob Defares die elk goed zijn voor vele tientallen of honderden miljoenen. Ingefluisterd door oude getrouwen die deze (ex-)ondernemers op sleeptouw nemen om ze van een museale waarheid te voorzien. Het Stedelijk hoeft niet ver van huis te gaan. Het kan zoeken in Den Haag, Rotterdam of Amsterdam voor een goede directeur. Zodat het drama Ann Goldstein niet herhaald wordt.‘ Zo schreef ik op 28 augustus in een posting die pijlen op de Raad van Toezicht (RvT) van het Stedelijk Museum (SM) richt. Hoe kun je in het misnoegen over functioneren en mentaliteit nog afwijzender zijn?

In november 2011 waagde verzamelaar Christiaan Braun een poging. Zijn kritiek was dat de RvT te weinig afstand tot de gemeente Amsterdam nam, niet tot een constructieve rol wist te komen, geen passie voor en notie van beeldende kunst had en niet had voorkomen dat het SM zelfs op nationaal was voorbijgestreefd door Museum Boijmans, het Van Abbemuseum en het Haags Gemeentemuseum. Kunstcriticus Anna Tilroe deed afgelopen vrijdag in de NRC een nieuwe poging. Ze neemt de ruimte om haar ongenoegen over de RvT te verwoorden. Dat doet ze schitterend afgemeten in haar afwijzing van een foute mentaliteit bij de RvT met de foute mensen aan het roer van wat ooit het belangrijkste museum van hedendaagse kunst van Nederland was.

Tilroe ziet in de keuze voor Goldstein een mismatch waarmee de RvT het paard achter de wagen spande: ‘Die droom leverde een directeur op die niet begreep dat een op Amerika en het Westen georiënteerd aankoop- en tentoonstellingsbeleid niet de manier is om het Stedelijk Museum naar de eententwintigste eeuw te tillen‘. Met een aforistische sneer die de deur van welwillende kritiek dichtgooit: ‘De Raad heeft vast gedacht dat ontkennen van het heden de manier was om de toekomst veilig te stellen‘. Volgens Anna Tilroe blijkt uit de profielschets voor de nieuwe directeur dat de RvT geen idee heeft waar het SM precies staat. Ze wijt dat aan de samenstelling: ‘Van de zeven leden komt er één uit de politiek, vijf -waaronder een prins- uit de financiële sector en het bedrijfsleven en welgeteld één uit de kunstwereld zelf, een kunstenaar die in het buitenland woont.‘ Toegevoegd kan worden dat een vacature voor een lid van de RvT vraagt om ‘een breed en relevant netwerk in zowel het bedrijfsleven als in het politiek maatschappelijke veld’, maar er geen enkele expertise of vaardigheid op het gebied van de cultuursector, de beeldende kunst of de museale sector verlangd wordt.

Tilroe heeft gelijk dat het huidige SM een bedrijf is waar CEO’s het voor het zeggen hebben en vervolgens niet weten wat ze moeten doen. Dat staat haaks op de traditie van Sandberg, De Wilde en Beeren. Daarom is er een nieuwe, krachtige en door de wol geverfde directeur nodig die met politiek inzicht, een goed zakelijk beleid, een open blik naar Azië, Afrika en Zuid-Amerika en ruime museale en kunsthistorische kennis zowel de gemeente Amsterdam als de RvT overbodig maakt. Dat gaat niet om een strijd van directeur en museumstaf tegen de rest. Ook de RvT is immers gebaat bij succes van het museum. De amateurs op het gebied van beeldende kunst en de museumsector in de RvT zullen diep in hun hart beseffen dat een museum meer dan een bedrijf is. Het SM moet teruggegeven worden aan het publiek en de kunstenaars, en uit handen genomen van deze miljonairs uit het bedrijfsleven die museumpje spelen, maar akelig blijven steken in uiterlijkheden.

imageproxyboijmans.asp

Foto 1: Ben van Meerendonk, Henry Moore (links) en directeur Willem Sandberg in het Stedelijk Museum, Amsterdam 1950. Credits: Collectie IISG.

Foto 2: Yayoi Kusama’s installatie ‘Aggregation: One Thousand Boats Show‘ in de tentoonstelling ‘Nul 1965‘, Stedelijk Museum Amsterdam. Credits: Collectie Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.

Van Sonsbeecks ‘Gemeente van Stilte’ zwijgt in stilte over censuur

with 2 comments

481430_10101569936047379_540501173_n

Vanaf 19 januari ‘viert’ Annet Gelink op de groepsexpositie Chasing Rainbows het boek ‘Sessizlik Belediyesi / Municipality of Silence’ van Sarah van Sonsbeeck. Op 20 december 2012 werd het in het Stedelijk Museum gepresenteerd door Rudi Fuchs. De zoektocht naar stilte hangt in de lucht zoals ook uit een tentoonstelling in het Utrechtse Kuub blijkt. Schrijnend aan het boek is dat de zoektocht eindigt met censuur, of anders gezegd een subtiel gebruik van macht om te zwijgen. Een en ander geeft de publicatie een onvoorziene meerwaarde.

Eind 2012 wilde GroenLinks-kamerlid Liesbeth van Tongeren opheldering van het ministerie van Buitenlandse Zaken over een artikel dat uit dit door de overheid gefinancierde boek was geschrapt, aldus Nu.nl. ‘Sessizlik Belediyesi / Municipality of Silence’ kwam in opdracht van het Nederlandse consulaat in Istanbul tot stand. Het weigerde de publicatie te financieren tenzij een tekst werd verwijderd. Van Sonsbeeck is mede bekend door haar presentatie Informational Weather in het Van Abbemuseum waarin ze het politieke klimaat verbeeldt.

Het gewraakte artikel was van abortusactiviste Rebecca Gomperts van Women on Waves. ‘Door aan te dringen op de verwijdering van de tekst door Gomperts heeft het Consulaat de Nederlandse buitenlandse politieke mensenrechten agenda, die zich richt op vrijheid van meningsuiting, ernstig geschonden’, zo meent ze. Van Tongeren zei in december 2012 kamervragen te stellen om te weten te komen of er sprake van censuur is, maar heeft dit tot nu toe niet gedaan. Van Sonsbeeck erkent dat ze de afweging moest maken tussen het schrappen van het stuk van Gomperts en de inperking van de vrije meningsuiting op de koop toe te nemen, en het risico dat de volledige publicatie niet zou verschijnen. Van Sonsbeeck koos eieren voor haar geld.

De verantwoordelijkheid wordt door Buitenlandse Zaken bij de kunstenares gelegd: ‘In goed overleg tussen Consulaat-Generaal, de kunstenares en Turkse organisatie is besloten dat een dergelijke aanklacht niet past binnen dit kunstproject’, aldus een woordvoerder op Nu.nl. Maar het is bedenkelijk of zij zich wel zo vrij voelde. De opstelling van het Nederlandse consulaat in Istanbul roept veel vragen op. Waar is het bang voor?

Deze kwestie kent alleen verliezers. Buitenlandse Zaken die een kunstenares onder druk zet om een kritische tekst te schrappen. Sarah van Sonsbeeck die in theorie kritisch is over het politieke klimaat bindt in als haar project gevaar loopt. Liesbeth van Tongeren stelt geen kamervragen die ze zei te zullen stellen. Evenmin stellen andere Turks kritische partijen als de PVV of de VVD of het voor de meningsuiting en de kunst opkomende D66 vragen aan minister Timmermans. Turkije staat opnieuw te boek als een land waar veel mis is met de mensenrechten. En Rebecca Gomperts’ tekst wordt niet geplaatst in het boek. Daarom hier:

“How can you ask for silence when you actually offer a safe place to speak, here within but outside Turkey?

In no other country in the world are there so many journalists in prison, or is there such violation of the freedom of expression. As many as 5,000 criminal cases were pending against journalists at the end of 2011. Turkey increasingly filters opposition and pro-Kurdish media and imposes broad bans on websites. The government tries to influence court proceedings and uses pressure tactics to promote self-censorship. At least 76 journalists are in prison, 61 in direct relation to their work on terrorism or anti-state charges. Erdoğan himself publicly criticizes journalists and urges media outlets to discipline or fire critical staff members. He filed numerous high-profile defamation lawsuits. Turkey’s imprisonments of journalists surpass the next most repressive nations. Iran had 42 journalists in jail, Eritrea 28 and China 27.

How can you ask for silence when so many Turkish women are silenced by force?

At least 42 percent of women in Turkey experience physical and/or sexual violence by their husbands or partners at some point in their lives. The very few women who are brave enough to report to the police are humiliated and send back to violent husbands or family by the Law enforcement officers. Turkey’s family violence protection system is flawed and leaves women and girls across the country unprotected against domestic abuse according to Human Rights Watch.

How can you ask for silence when the government of Erdogan plans to make abortion illegal?

Four women who protested against the abortion ban have been taken to court and are charged with “assaulting police officers.” The prosecutor even demands up to three years in prison for the women.

Are those that finally want to break the silence and self-censorship also welcome on the bench in the garden of the Dutch consulate?

Prosecuted journalists, battered women and those seeking a safe and legal abortion will occupy your bench in the Dutch consular garden and become political refugees. Because Consular premises are also inviolable according to article 31 of the Vienna Convention on Consular Relations, they could actually seek asylum on your bench in the consular garden as Julian Assange did in the Ecuadorian embassy in London.

So why would they remain silent? They will not only speak or shout, they will amplify their dissident voice. Article 35 of the Vienna Convention on Consular Relations protects freedom of communication on the part of the consular post.  Although it is not allowed to install a wireless transmitter, they can still use a megaphone or broadcast over internet radio from your bench, so that everybody in Turkey can hear them. They can say everything, and still be safe.  They can reclaim their human rights in Turkey from the bench in the garden of the Dutch consulate. 

Instead of a Municipality of Silence, the bench will become a space for the freedom to decide over ones own body, freedom to think, freedom to express, freedom to be any gender, any minority, any oppressed; a space for dissent.”

SvS

Foto 1: Omslag Municipality of Silence van Sarah van Sonsbeeck.

Foto 2: Sarah van Sonsbeeck met Onno Kervers (Consul-Generaal in Istanbul) en Marja van Bijsterveldt (toenmalig minister van OC&W) zittend op de stilste Nederlandse bank in Istanbul. November, 2012. Credits: Titia Ex.

Sarah van Sonsbeeck verbeeldt het politieke klimaat

with one comment

Beeldend kunstenaar Sarah van Sonsbeeck gaat vanaf 13 oktober in de ruimte Het Oog van het Eindhovense Van Abbemuseum het ‘politieke weer’ verbeelden. In een compromismodel. Volgens de toelichting van het museum brengt ze met haar project Informational Weather ‘een provisorisch klimaatsysteem aan waarmee ze de Nederlandse politieke situatie vertaalt in weertypen’. Volgens Van Sonsbeeck kan het in de Nederlandse politiek vriezen of dooien. Ze vindt het politieke klimaat als onberekenbaar aanvoelen.

Uit de veranwoording blijkt dat Van Sonsbeeck verrast is door de recente verkiezingsuitslag. Want behalve de VVD, PvdA, CDA, PVV, SP en D66 ziet ze GroenLinks als een van de zeven grootste partijen. Maar de ChristenUnie behaalde 74.000 stemmen meer. Van Sonsbeeck bedeelt elk van de grootste partijen een eigen weerselement toe, geïnspireerd op de partijfilosofie. ‘Zij leidt de verhoudingen tussen de partijen iedere week af van peilingen en berichtgeving in de media. Een actueel weerbericht, met pictogrammen die Van Sonsbeeck speciaal hiervoor ontwierp, wordt opgehangen in het museum’. Hoe het werkt is nu nog lastig voor te stellen, dat moet blijken uit de praktijk. Maar een strenge winter voor kunst en samenleving ligt in het verschiet.

Het Van Abbemuseum engageert zich met haar directeur Charles Esche politiek. In 2006 kreeg het de Stimuleringsprijs Culturele Diversiteit voor musea van moderne kunst van de Mondriaan Stichting voor de tentoonstelling Be(coming) Dutch. Een bedrag van 500.000 euro. Zes jaar later meldt de Mondriaan Stichting dat binnenkort een evaluatie volgt. Sarah van Sonsbeeck won eerder dit jaar de door het museum en de Stichting Niemeijer Fonds ingestelde Theodora Niemeijer prijs voor jonge vrouwelijke kunstenaars. Deze stimuleringsprijs dient om de achterstand van vrouwelijke kunstenaars in museale collecties en tentoonstellingen in te lopen. De tentoonstelling Informational Weather maakt deel uit van de prijs. 

Beeldende weerkunde kent meerdere verschijningsvormen. Sarah van Sonsbeeck simuleert het weer vanuit de werking van de politiek. Andersom kan ook. Zo baseerde Harmen Brethouwer zich voor zijn serie Delft Waves op het door de TU Delft in samenwerking met Rijkswaterstaat ontwikkelde computermodel SWAN. Kunstenaars proberen de werkelijkheid in modellen te vangen. In de hoop ons inzicht te helpen vergroten.

Foto 1: Sarah van Sonsbeeck, Iconen Informational Weather, 2012

Foto 2: Harmen Brethouwer, ‘Composition with SWAN (simulating waves nearshore) – Apocalipse‘ (wind: NW – 315° / waves: height 17 m, velocity 50 m/s) 2004, 100 x 100 cm, uv ink on forex, ed. 3; ontwikkeld in samenwerkig met het Hydrodynamisch Laboratorium in Delft

Kan de museumsector buiten eigen grenzen denken?

with 3 comments

De grotere musea van het zogenaamde miniconvent kwamen vorige week met een advertentie. Ze willen met de politiek praten. Naar verluidt gaat dat op 9 november gebeuren in een hoorzitting met de Commissie OCW van de Tweede Kamer. Maar wat kan de inzet van de musea zijn in hun gesprek met de politici? Want het praten om het praten zal niet de bedoeling zijn. Ik schets de grote lijn en ga aan details voorbij.

Even een stapje terug voor het perspectief. Wereldwijd verschuift het economische en politieke evenwicht van West naar Oost. Zo heeft China al 3.200 miljard dollar opgekocht. Opkomende economieën als Brazilië, Rusland, India en China eisen hun plek aan tafel. Bijvoorbeeld bij het IMF. Ze willen dokken onder eigen voorwaarden. VS en Europa hebben jaren op te grote voet geleefd en gezegd wat anderen moesten doen. Nu zijn de rollen omgedraaid.

Zeggen dat er sprake is van een economisch crisis is defensief en ontkenning van een nieuwe werkelijkheid. Want er is geen economische crisis in die zin dat de vraag wegvalt of de afzet hapert. Het evenwicht verschuift. Weg van Europa en de VS. Uiteraard pakt dat beroerd uit voor de meeste burgers van deze landen. Maar een verschuivend evenwicht stort de wereldeconomie niet in een crisis. Het herverdeelt de welvaart. Wat crisis genoemd wordt is een kwestie van evenwicht. En van opgelopen schulden.

Is het niet logisch om te veronderstellen dat wat voor economieën en landen geldt ook voor kunst geldt? Ook daar verschuift het evenwicht van West naar Oost. De oude economieën  kunnen niet meer realiseren wat een museum of biënnale in Korea, China of India wel voor elkaar krijgt. De musea in de VS onttrekken zich enigzins aan de neergaande tendens omdat ze schokvaster zijn door private financiering. Zogenaamde endowments stabiliseren de bestedingen van bestaande instellingen. In dat laatste zit hun conservatisme.

Maar Europa dus, Nederland. Afgelopen jaren zijn industriële bedrijven gesloten en naar lageloonlanden verplaatst. Het evenwicht is naar diensten en handel verschoven. Wat zijn de kunstinstellingen die een industrieel karakter hebben? Want die zou de Nederlandse kunstsector kunnen outsourcen. Omdat publiek niet mee kan verhuizen staat de publieksfunctie haaks op dat industriële karakter. Zit in dat onderscheid niet de oplossing om verantwoord af te slanken?

Welke instelling kan buiten Nederland functioneren? Alleen of in een joint venture met een buitenlandse partner die het leeuwedeel financiert. Dat hoeft trouwens niet per se een opkomende economie te zijn. Maar ook Noorwegen of Qatar. Post-academische instellingen zoals Sundaymorning@ekwcde Rijksacademie of het Binger-instituut zijn niet gebonden aan Nederland. Hetzelfde geldt ook voor de hogere vakopleidingen op het gebied van glas, keramiek, edelsmeden, textiel en grafiek. Opmerkelijk trouwens dat ze ook binnen Nederland niet allang binnen hetzelfde kennisinstituut zijn ondergebracht. Dat gaat dus om binnenlandse outsourcing.

Door herschikking kan het kunstbudget anders ingedeeld worden en kunnen bezuinigingen beter opgevangen worden. Ze zijn onherroepelijk en in lijn met het geschetste beeld dat Europa op te grote voet leeft. Er komt dan tevens ruimte voor vernieuwing. Een gesprek met politici zou kunnen gaan over de mogelijkheden van zo’n herschikking door outsourcing. Als de VVD en het CDA bereid zijn met een open geest hierover een gesprek te voeren dat zoekt naar een optimale besteding van overheidsbudget dan valt er iets te bespreken.

Foto: Landelijke advertentie ‘Wat nu wordt gemaakt’ van acht musea, september 2011

Hervorming museumsector gevraagd

with 12 comments

Hoe komen entreeprijzen van musea tot stand? Met wat moet je het vergelijken? Is een museum een volledig culturele bestemming of een samengaan van evenement en cultuur? Valt het te vergelijken met een bioscoopkaartje, de toegang van een voetbalwedstrijd, een bibliotheekpas, de entree voor de Efteling of een gratis Studium Generale lezing bij de Universiteit? Is een rendez-vous van twee uur met Van Doesburg hetzelfde als twee uur oogcontact met Kirsten Dunst?

Duidelijk is dat de museumsector niet tot eenduidigheid komt in de prijsstelling. Waar een toeslag van € 2,50 voor de Nachten van Van Gogh redelijk lijkt, komt € 6,00 toeslag voor Van Doesburg in de Leidse Lakenhal buitensporig over. Minder kwaliteit, minder naam, minder museum, maar toch een tweemaal zo hoge toeslag? Alsof een kaartje voor een voetbalwedstrijd in het stadion van VVV of RKC tweemaal zo duur is als Ajax in de Arena.

Hoewel op plaatselijk niveau voor pashouders of doelgroepen regelingen bestaan voor gratis toegang ontbreekt er in Nederland een overkoepelende regeling. Zo weten Fransen op woensdag gratis hun musea te vinden en heeft de Franse president Sarkozy de toegang tot de staatsmusea voor jeugdigen onder de 25 jaar gratis gemaakt. Ook andere groepen als werklozen en mensen die op de bijstand aangewezen zijn hebben gratis toegang. Sociaal beleid stroomt de musea binnen.

Terwijl inkomsten uit de verkoop van toegangsbiljetten doorgaans ondergeschikt zijn, lijken allerlei initiatieven om de drempel voor minvermogenden te slechten in Nederland niet te slagen. Wellicht omdat niemand de rekening wenst te betalen. Deze uitblijvende initiatieven geeft de museumsector geen sociaal en slim gezicht van een organisatie die politieke resultaten boekt.

Een projectgroep van de Museumvereniging concludeert in 2007 dat de Museumkaart een mooi product is voor de musea. De conclusie is dat zelfs zonder sponsor de financiële basis van de Stichting Museumkaart gezond is.

Bij de prijsstelling speelt dat het belang van de Museumkaart voor het Van Gogh Museum op de bedrijfsvoering relatief kleiner is dan bij een provinciaal museum als De Lakenhal, Centraal Museum of Groninger Museum. Door het hoge percentage buitenlandse bezoekers zonder Museumkaart kan het van Gogh Museum de toeslag op de Museumkaart laag houden. Neem de proef op de som en bezoek het Van Gogh Museum op een drukke zomerse dag. De rij voor de binnenlandse kassa voor Museum- en ook ICOM-kaarthouders bedraagt dan een fractie van de buitenlandse rij.

De ongelijkheid in toeslagen werkt verwarrend voor bezoekers. Waarbij het ontbreken van niet-strikt museale instellingen als de Rotterdamse Kunsthal bij het gebruik van de Museumkaart een nieuwe verwarring oplevert voor degenen die niet precies begrijpen wat een museum is. Maar da’s een ander onderwerp.

Oorzaak lijkt dat sommige steden hun gemeentelijke musea in achtereenvolgende bezuinigingsrondes flink hebben afgeknepen. Het ergste moet nog komen. Wat de linkse politiek de PVV terecht verwijt, namelijk rancuneus en kinderachtig gedrag jegens de cultuur kan de PVV terecht terugspiegelen. Middelgrote gemeenten als Amersfoort en Gouda slachtofferen hun musea. Da’s hun eigen prioriteit.

Soms zijn voormalige gemeentemusea op afstand gezet en geprivatiseerd onder de afspraak van een meerjarig contract en subsidie. Waarbij collectie en gebouw in handen van de gemeente blijven als drukmiddel. Of ze zijn nog in naam een gemeentemuseum waarvan de directeur direct rapporteert aan de wethouder van Cultuur.

Maar in beide gevallen zijn museumbudgetten afgelopen jaren verminderd of op zijn best bevroren. Dit terwijl allerlei kosten in de culturele sector bovengemiddeld zijn gestegen.

Daarbij komt dat gemeenten met hun vastgoedbezit avonturen aangegaan zijn en dat willen vermarkten. Waar vroeger kostbare en in het centrum gelegen museumgebouwen pro forma op een balans stonden worden ze nu op een semi-zakelijke markt van het gemeentelijk vastgoedbedrijf ingeboekt. Paradox is dat gemeenten graag een volwaardig en prestigieus museumgebouw willen financieren, maar zich steeds minder vast willen leggen voor de exploitatie met een open eind. Vaak een loze exercitie die ermee eindigt dat verhoogde huurpenningen worden kwijtgescholden. Maar het budget schiet wel de lucht in.

Wat rest is een idee van kapitalisering en een mentale druk op het museum om inschikkelijk te zijn om erger te voorkomen. Met een zwaard van Damocles boven de balans. Het museum is in de val gelopen door te veel te groeien in stenen en mensen en is verregaand inflexibel geworden. Het kan niet meer reageren.

Steeds meer ontbreekt sociaal-democratische wethouders met een hart die een idee van permanente educatie in hun politieke agenda hebben staan. Het ideaal van verheffing van het volk kreeg vroeger gestalte in een royale bijdrage aan het gemeentemuseum. Dat idee ontbreekt nu waar sociaal-democratische wethouders nog meer dan liberale bestuurders gestuurd worden door hun visie van het marktdenken.

Structureel heeft Nederland teveel musea en tentoonstellingen. Hoewel er naar mijn idee maar acht musea zijn die op dit moment regelmatig kwaliteit leveren in hun tentoonstellingen (De Pont, Boijmans, Van Gogh Museum, Haags Gemeentemuseum, Mauritshuis, Van Abbe, Rijksmuseum en op het nippertje, het Stedelijk Museum) staat het land overvol met musea en zuigen vele middelmatige en middelgrote musea een deel van de budgetten weg.

Sommige topmusea beconcurreren elkaar of zelfs zichzelf door een ADHD-achtige programmering. De befaamde tentoonstellingsmachine die op hol geslagen is en niet meer te temmen valt ten koste van verdieping van de inhoud, de uitvoering en het ontbreken van nazorg voor een tentoonstelling. Want aan de horizon doemt een nieuwe naam op die door de afdelingen publiciteit en marketing moet worden gelanceerd. Of de naam van de conservator of de museumdirecteur moet helpen vestigen. Maar geen enkel museum kan op straffe van weggezakte aandacht afhaken.

Nederlandse musea draaien internationaal niet meer mee zoals vroeger en hebben in het bruikleenverkeer weinig in te brengen. Modes bepalen de agenda. Enkele jaren terug was de landententoonstelling populair. Wat volgt? Een tentoonstelling uit eigen collectie met een paar bijzondere bruiklenen, ingegeven door eigen schaarse middelen? Beter lijken terughoudendheid, reflectie en een betere onderlinge afstemming tussen musea zodat de kwaliteit opgekrikt kan worden en bezoekers weer op adem kunnen komen.

Projectsubsidies moeten het budget incidenteel en structureel ophogen. Da’s een onmogelijke opgave. Want het beroep op de Mondriaan Stichting, een vermogensfonds als het VSB Fonds -met een gehavend budget door de crisis-, het Prins Bernhard Cultuurfonds, een lokaal fonds als het K.F. Hein Fonds of een bedrijfssponsor -waarbij de banken deels weggevallen zijn door de crisis- is te groot geworden. Over het maecenaat is hetzelfde te zeggen. Ook dat brengt niet de volledige oplossing.

De BankGiroloterij ondersteunt Nederlandse musea structureel, dat wil zeggen langer dan drie jaar. Zo krijgen middelgrote musea als het Utrechtse Centraal Museum, het Nijmeegse Valkhof of het Haarlemse Frans Hals Museum een jaarlijkse bijdrage van € 200.000. Musea die geen sluitende begroting hebben vissen achter het net. Wat de kloof tussen de haves en de have-nots in museumland vergroot.

Een voorzichtige conclusie is dat de museale sector via de sectorale Museumvereniging niet de indruk weet te wekken de deelbelangen van de afzonderlijke deelnemers te kunnen overbruggen. Lastig in een veld waar concurrenten moeten samenwerken. Dat verschil uit zich eerder in de sexy programmering dan in overleg over aankopen, registratie of behoud. Afzonderlijke musea gaat het financieel slecht en ze hangen aan een lijntje. De relatie met de subsidieverstrekkende gemeente is er doorgaans een van afhankelijkheid.

Musea moeten zich herpositioneren en een stapje terugdoen om toekomstig onheil af te wenden. Het zou helpen -al is het intern binnen de museale sector of in een miniconvent- als er een onderscheid kwam tussen musea met een internationale, nationale of regionale uitstraling. Waarbij mogelijkheden gekwantificeerd worden aan de hand van kwantitatieve criteria zodat musea uit zelfbescherming niet overambitieus kunnen worden. Een kwart van de musea kan opgedoekt worden, waarbij in de keuze niet de regionalisering die het CDA voorstaat, maar de kwaliteit de doorslag moet geven.

Dan kunnen zelfs afnemende budgetten beter hun weg vinden en wordt de bezoeker beter dan nu gediend met een evenwichtige en kwalitatieve landelijke agenda. En wie weet lagere toeslagen. Passende titel voor een nota hierover zou kunnen luiden De Nederlandse museumsector: Van Wildgroei naar Win-Win. Dat laatste begrip is echter te verschrikkelijk voor woorden. De oplossing is namelijk niet meer management en consultants met hun turbo-taal, maar juist minder van dat alles. Terug naar de werkvloer van de echte professionals. Da’s de oplossing. Wie maakt dat duidelijk aan de museumsector?

Foto: Missiemuseum Steyl, Limburg