George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Valéry Proust Museum

‘Disobedient Objects’ en de dichte deur van het kunstmuseum

with one comment

Victoria-and-Albert-Museum-Disobedient-Objects

Ongehoorzame objecten is een tentoonstelling in het Londense Victoria & Albert Museum die op 26 juli opent. Kunst en design van activisten ‘van onderop’ die doorgaans de museumzalen niet halen is er te zien. In een toelichting verklaart conservator Catherine Flood dat Disobedient Objects het beeld uitdaagt dat mensen hebben van wat ‘musea bevatten en waar ze voor dienen’. Van het beeld dat mensen van musea hebben heeft ze geen hoge pet op en klaarblijkelijk onderschrijft ze het: ‘Maar musea kunnen en weten soms om te gaan met sociale en politieke gebeurtenissen in de wereld om ons heen.’ Een dodelijke constatering. Flood zegt dat musea in uitzonderlijke gevallen bij de tijd zijn. Of Disobedient Objects dat beeld doorbreekt is de vraag.

Twee weken geleden had ik een FB-discussie met auteur en uitgever Alex de Vries -die dag ook nog eens jarig- over de maatschappelijke relevantie van Nederlandse musea. Zijn ze bij de tijd? Aanleiding was een dichte deur van het auditorium in het Stedelijk waar ook video’s vertoond kunnen worden. Waarom staan bezoekers in een recent opgeleverd en voor veel geld verbouwd museum voor een dichte deur? De aanname is dat in de museumsector die dichte deur staat voor gebrek aan durf, ambitie, verbeelding en (in meerdere opzichten) dwarsdenken bij directie, bestuur of Raad van Toezicht van zo’n museum. Een selectie:

AdV: ‘Ik denk dat het eerder een psychologische kwestie is, dan een programmatische. Maar ik onderschrijf wel je constatering dat het verbouwde Stedelijk te weinig heeft ingespeeld op nieuwe technologieën. (..) Zo’n kans voor een eigentijds multimediale projectiezaal heeft het Stedelijk laten lopen, en dan ook nog eens in een tijd dat beeldend kunstenaars zich meer en meer op het gebied van de cinematografie onderscheiden.

GK: ‘Ik kan me vinden in je uitleg dat het om een psychologische kwestie gaat. Wat ons op een ander onderwerp voor een ander moment brengt: waarom zijn de Nederlandse musea fossiele olifanten, waarom zijn ze zo in zichzelf gekeerd, behoudzuchtig en vinden ze mondjesmaat aansluiting bij hun eigen tijd? En waarom wordt dat niet dagelijks van de daken geschreeuwd?

AdV: ‘Musea gaan van oudsher over bewaren, behouden, beheren, wetenschappelijk onderzoeken, publiceren en presenteren. Ze zijn dus net zoals de zogenaamde ‘autonome kunst’ vooral in zichzelf waar en gerechtvaardigd; een beoordeling van buitenaf wordt vanuit dat oogpunt genegeerd en gewantrouwd, omdat het externe oordeel veelal voorbij gaat en die interne legitimatie en succes alleen afmeet aan kwantitatieve gegevens.’ (..)  ‘Er is de paradox van de eeuwigheidswaarde die we kunst wensen toe te kennen en de vergankelijkheid van het stoffelijke. Musea hebben verzuimd daar een andere omgang mee mogelijk te maken.

GK: ‘Behalve in de programmering van presentaties waarover we het denk ik wel eens zijn, kan een kunstmuseum afgemeten worden aan andere aspecten. Zoals de openingstijden (waarom voornamelijk kantooruren?), het personeelsbeleid (waarom zo blank, grijs en vrijgesteld?), de heiligheid van collectionering of het idee een tempel te zijn.

AdV: ‘Straatrumoer is er overigens wel in tal van kunstenaarsoeuvres; denk in Nederland alleen maar aan David Bade en Erik van Lieshout die ook redelijk vaak museaal worden gepresenteerd.’

GK: ‘Alex, ik heb een broertje dood aan politieke kunst om de politieke kunst. Maar kunst die kunst is en geen amusement is wel politiek.’ (..) ‘De meeste Nederlandse kunstmusea slaapwandelen van vergadering naar vergadering en van tentoonstelling naar tentoonstelling. Bedrijfsvoering bepaalt alles. Ze verwarren kunsthistorische focus met maatschappelijke functie. Fijn en geslaagd als luxeartikel voor de middenklasse en hoger.’ (..) ‘Als kunst kan helpen om automatismen te doorgronden en te ontregelen, om vragen te zetten bij ingesleten vanzelfsprekendheden, kortom, om ons anders naar de wereld te helpen kijken, dan vervult kunst een zinvolle maatschappelijke rol. Dat is ook een taak voor een museum. En precies dat mis ik bij de meeste Nederlandse musea. Het is zo weinig dwingend.

Wordt vervolgd?

goddess_china

Foto 1: Banner van tentoonstelling Disobedient Objects in het V&A Museum Londen.

Foto 2: Beeld van de godin die inspireert en waarvan een replica op Disobedient Objects is te zien.

Advertenties

Het museum en de dood

with 8 comments

Het museum is de plek van de dood. Een begrafenismuseum is het ultieme museum omdat vorm en inhoud er samenvallen. Dood straalt ons lichtzinnig tegemoet. Door licht, kleur en beweging overwinnen we de dood en voelen ons vitaal. Gesterkt als overlevende passeren we de plek. Dat contrast geeft het museum levenskracht.

Theodor Adorno schrijft in Valéry Proust MuseumHet Duitse woord ‘museale’ heeft nare ondertonen. Het beschrijft voorwerpen tot wie de toeschouwer niet langer  een vitale relatie heeft en die een stervingsproces ondergaan. Ze danken hun behoud meer aan de historische context dan aan de behoeften van het heden. Museum en mausoleum hebben meer gemeen dan een fonetische overeenkomst. Musea zijn de familiegraven van kunstwerken.

Kunst, cultuur en onderwijs zijn weggelegd voor inkomensgroepen vanaf de middenklasse. Dat zou niet zo moeten zijn. Hoewel de spreiding van kennis en macht sinds de democratisering in de jaren ’70 iets in gang heeft gezet. Maar er bestaat nog steeds een kloof tussen degenen die wel en niets kunnen met kunst. Het heeft naast inkomen te maken met onderwijs en de omgeving waarin men opgroeit. En met de dood. Hoger opgeleiden leven langer. Verklaart dat de verborgen fascinatie voor het museum van deze overlevers?

Een en ander roept de vraag op wat de functie van kunst is. Als het bedoeld is als luxeartikel voor de middenklasse en hoger, dan heeft de kunst zijn ware gezicht verloren. Maar als kunst kan helpen om automatismen te doorgronden en te ontregelen, om vragen te zetten bij ingesleten vanzelfsprekendheden, kortom, om ons anders naar de wereld te helpen kijken, dan vervult kunst een zinvolle maatschappelijke rol.

In het achterhoofd van velen sluimert de kritiek op musea als ivoren torens of doodse tempels van de macht, zonder dat die kritiek aan kracht wint en over een drempel komt. Ook deze kritiek is weer afhankelijk van modes en machtsverhoudingen. Of de kunsthistorische of museologische visie op wat een museum moet zijn.

Een museum is meer dan tentoonstellen. Conservering van de collectie is een hoofdtaak en de ontsluiting ervan via bestandcatalogi is geen opvallend aspect, maar vraagt veel menskracht en energie. Conserveren is balsemen van lijken. Conserveren is door openbaarmaking het verbergen in de anonimiteit. Conserveren is de gestolde status quo. Conserveren staat haaks op het overbruggen van de kloof tussen arm en rijk.

Architect Henrik Jan Haarink beschrijft nieuwe functies: In ieder nieuw museum worden onmiddellijk een cafetaria, een congreszaal, een restaurant of een ander extra programma geïntegreerd. Om musea voor een breed publiek interessant te maken en een manier te vinden voor musea om het hoofd boven water te houden is het gewenst steeds meer verschillende functies bij de hoofdfunctie museum onder te brengen.

Haarinks woorden geven aan op welk snijvlak van belangen, doelgroepen, visies en functies musea tot stand komen. Het museum is zowel kruising als vermenging in een gefragmenteerde wereld. Ontworsteld en ontstolen aan de dood. Da’s de paradox. De redding van musea is om niet langer museum te zijn.

Foto: Pergamonmuseum, Berlijn, eigen foto