George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Universiteit Leiden

Rector van Leidse universiteit zet FvD’er Paul Cliteur voor de keuze: steunt hij Baudets uitspraak dat de universiteit ons ondermijnt?

with 8 comments

Paul Cliteur (wiens achternaam bij mensen die die voor de eerste keer horen al snel een reactie van gegiechel en gêne oproept) is medewerker van de Leidse Universiteit en wordt door de Leidse rector magnificus Carel Stolker aangesproken op zijn steun voor het standpunt van Thierry Baudet die laatst in zijn apocalyptische overwinningstoespraak na de provinciale verkiezingen zei ‘dat universiteiten ons ondermijnen’. Het is nu niet zijn naam, maar het standpunt van Cliteur dat gêne oproept. Hoe kan hij als universiteitsmedewerker laten passeren dat de leider van de politieke partij waarvoor hij in de Eerste Kamer gaat zitten dit in volle ernst zegt, zonder daar kritisch op te reageren. Verraadt Cliteur hiermee niet zijn alma mater waar hij en ook Baudet onnoemelijk veel aan te denken hebben? Waarom spugen Cliteur en Baudet in eigen bron?

Als Cliteur die docent is aan de Leidse universiteit de stelling onderschrijft ‘dat universiteiten ons ondermijnen’ , dan is het begrijpelijk dat rector magnificus Carel Stolker vraagt of Cliteur dat kan toelichten. Mare geeft in een artikel de details. In zijn verdediging maakt Cliteur het er alleen nog maar erger op als hij zegt dat hij best een afwijkende mening mag hebben ‘in’ wetenschap. Dat staat echter niet ter discussie en is niet het breekpunt. Het gaat erover dat Cliteur een afwijkende en dissidente mening heeft ‘over’ wetenschap.

Met Cliteurs stilzwijgende steun voor het standpunt van Baudet (‘we worden ondermijnd door onze universiteiten’) positioneert hij zich tegenover de universiteit, neemt daar afstand van en steunt de aanval vanuit de politiek op de Nederlandse universiteiten. Geen enkele organisatie is een knip voor de neus waard als het dat ongenoemd laat passeren. Stolker moet vanuit zijn functie reageren. Hij is aangenomen om het belang van de universiteit te dienen. Dat wordt hier bedreigd door Baudet en zijn sycofant Cliteur.

Cliteur moet als medewerker aan de universiteit kleur bekennen. Hij dient te erkennen of hij de aanval van Baudet steunt. De keuze is aan Cliteur: kiest hij voor de universiteit of de partijpolitiek. Het is slappe hap als hij net doet alsof er niets aan de hand is. Want er is wel degelijk iets aan de hand door de aanval van Baudet.

Een universiteitsmedewerker als Cliteur die niet ondubbelzinnig wenst op te komen voor de organisatie waar hij in dienst is, moet zich goed beraden of hij bij die organisatie nog wel iets te zoeken heeft. Als hij niet beseft dat hij niet te ver af kan wijken van de regels die de letter en de geest van de universiteit vormen, dan plaatst hij zichzelf buiten de orde. Dan kiest hij door zijn wegkijken en bagatelliseren tegen de universiteit.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRector: Cliteur moet afstand nemen van Baudets uitspraak over “ondermijnende universiteiten”’ van Vincent Bongers voor Mare, 3 mei 2019.

Advertenties

Gevestigde media verantwoorden zich voor hun buitensporige aandacht voor Baudet. Maar ze geven verkeerde argumenten

with 5 comments

De weinig kritische aandacht voor Baudet van de gevestigde media is een terugkerend thema. In NRC vroeg econoom en columnist (onlangs gestopt) Coen Teulings zich af waarom NRC zoveel kritiekloze aandacht aan Baudet besteedt. NRC-ombudsman Sjoerd de Jong had er geen goed antwoord op. Ik vraag het me ook herhaaldelijk af. Verzaken de media hun plicht in de berichtgeving? De Jong tekent de reactie van chef Den Haag René Moerland op: ‘Wij zijn er niet om politici groot of klein te maken, we willen nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedereen’. Dat eerste klopt, maar dat tweede staat juist ter discussie. Want het lijkt er sterk op dat in de berichtgeving de gevestigde  media juist niet kritisch genoeg zijn tegenover Baudet en zijn partij.

Wat is dat voor mechanisme van de media om zoveel aandacht aan Baudet te besteden? Ook nog kritiekloos. De 2,5 maal zo sterk in de Tweede Kamer vertegenwoordigde PvdD krijgt minder media aandacht.

Naast de juridische invalshoek van Mihai Martoiu Ticu in zijn open brief aan de hoofdredacteur Philippe Remarque van De Volkskrant is er een politiek-filosofische invalshoek die te maken heeft met de weerbare democratie. Zoals dat door Bastiaan Rijpkema onder de aandacht wordt gebracht in het publieke debat. Deze opvatting houdt in dat een weerbare democratie grenzen dient te stellen aan anti-democratische krachten. Vooralsnog is dat geen kwestie van tijdig ingrijpen om een politieke partij als FvD te verbieden, maar van bewustwording en signalering om te beseffen dat een politicus die zich buiten het politieke spectrum begeeft en niet ondubbelzinnig de democratische instituties steunt een gevaar voor die democratie kan worden.

Het is niet gezegd dat de politiek leider Thierry Baudet op dit volledig samenvalt met zo’n anti-democratische kracht, maar met zijn gedachtengoed leunt hij wel stevig aan tegen radicaal gedachtengoed zoals dat door nationalisten, populisten en de nihilisten van de alt-right beweging wordt vertegenwoordigd. Dat zou de Nederlandse journalistiek kritisch en alert moeten maken, maar dat gebeurt op dit moment onvoldoende.

Hoewel het er raakvlakken mee heeft, gaat de koers van FvD voorbij aan het traditionele rechts-conservatisme dat de status quo verdedigt. Baudet wil juist de gevestigde orde omver schoppen zonder dat hij overigens duidelijk maakt wat daarvoor in de plaats moet komen. Of men moet de mantra over de natiestaat Nederland die het autonoom rooit in een financiële, economische, politieke en militaire arena vol concurrente krachten een geloofwaardig en consistent verhaal vinden. Met politiek realisme heeft het echter weinig te maken.

Waarom stellen interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn ideologie? Waarom stellen de interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn contacten in rechts-radicale kringen? Waarom is er nog steeds geen achtergrondartikel verschenen dat deze rechtse en nihilistische contacten gedetailleerd in kaart brengt? Waarom vragen interviewers -die zich politiek, economisch en militair geschoold hebben- niet door over de onhaalbaarheid van een zelfstandige natiestaat Nederland die weerloos, machteloos en krachteloos zal zijn tussen de eigen multinationals, bevriende en vijandige naties of supranationale organisaties (IMF, EU)?

Zijn de journalisten die Baudet niet of op z’n best halfslachtig aanpakken lui en oppervlakkig? Klopt de aloude klacht dat de oudere generatie academische geschoolde journalisten superieur is aan de huidige generatie journalisten die academisch tekortschiet? Of is het de angst om teruggefloten te worden door de eigen hoofdredactie die de journalisten berooft van de ambitie, durf en de wil om de potentiële vijanden van de democratie niet minder hard, maar juist harder aan te pakken? ‘Dus de media presenteren zich als waakhonden van onze welzijn en vrijheid, maar ze doen hun plicht niet echt’, concludeert Mihai Martoiu Ticu. Ik denk ook dat de gevestigde media hun plicht verzaken. De media worden ook wel het venster op de democratie genoemd, maar in Nederland zitten de gordijnen potdicht om de democratie actief te verdedigen. 

Als de journalistiek signaleert en iedereen over één kam scheert is het verkeerd bezig. Het neemt daarmee onvoldoende verantwoording. Nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedere politicus, is een abstracte en ondoelmatige werkwijze. Uiteraard moet de journalistiek niet op de plek van de politiek gaan zitten of zich tot deelnemer maken aan het politieke debat. Het moet aan de buitenkant blijven. Maar het standpunt van NRC-redacteur Moerland dat elke politicus dezelfde mate van nieuwsgierigheid en kritiek oproept is onzinnig en geeft precies aan wat er mis is met de Nederlandse journalistiek. Het weet dat het geen partij mag kiezen, maar verwart dat met het idee dat iedere politicus dezelfde mate van kritiek gegeven moet worden. Als een politicus uitspraken doet die erop duiden dat hij of zij de wet of de democratie in gevaar kan gaan brengen, dan is het de functie van de journalistiek om dat te melden. Dan passen meer nieuwsgierigheid en kritiek.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-posting van Mihai Martoiu Ticu, 31 december 2017. 

Weerbare democratie met Bastiaan Rijpkema. Grenzen van tolerantie

with 3 comments

Bastiaan Rijpkema legt in een interview uit wat een weerbare democratie in praktijk is. In zijn proefschriftWeerbare democratie: de grenzen van democratische tolerantie’ dat eind 2015 in een handelseditie verscheen beantwoordt hij de vraag wat de middelen zijn voor een democratie om zich te verdedigen tegen de bedreigingen ervan. Zoals de Universiteit Leiden het in de toelichting stelt: ‘Weerbare democratie biedt daarmee een nieuw perspectief op democratie en een rechtvaardiging voor democratische zelfverdediging.

Hoe, en vooral wanneer in te grijpen als een democratie zichzelf om zeep helpt en richting anti-democratie koerst? Ook: waartegen? Tegen de aan de weg timmerende islam-extremisten of ook tegen multinationals die belasting ontwijken, achter de schermen politieke partijen in hun zak hebben en de islam als afleiding laten bestaan? Geen makkelijk te beantwoorden vragen. De bewustwording dat er zoiets als weerbare democratie bestaat maakt van de titel een waarschuwing. Promotor van Bastiaan Rijpkema is Paul Cliteur die als geestelijk leidsman wordt gezien van vooral rechts-nationalisten die van binnenuit tegen de democratie aanschoppen.

weerbare-democratie-bastiaan-rijpkema-boek-cover-9789046820049

Foto: Omslag van Bastiaan Rijpkema, ‘Weerbare democratie: de grenzen van democratische tolerantie’. Amsterdam, 2015. Uitgeverij Nieuw Amsterdam. ISBN 9789046820049.

Ellian zit op schoot van de AIVD. Met suggesties over Snowden

with 3 comments

001_rb-image-1760061

Afshin Ellian is een van oorsprong Iraanse communist die in 1989 naar Nederland emigreerde. Aan de Universiteit van Leiden is hij hoogleraar rechtswetenschappen. Ellian schrijft columns in rechtse media zoals in Elsevier en maakt er geen geheim van een rechtse agenda te volgen. Hoe hij te werk gaat wordt duidelijk uit zijn aanval op Edward Snowden in de Elsevier-column ‘Edward Snowden is een ordinaire verrader en een fantast’. Niet feiten zijn Ellians uitgangspunt, maar suggesties en verdachtmakingen om politiek te scoren.

Ellian volgt in genoemde column in de achterhoede de aanval op Edward Snowden door het hoofd van de AIVD Rob Bertholee in NRCHier besproken naar aanleiding van kamervragen van SP’er Ronald van Raak.

Ellian bracht me tot de volgende reactie op zijn column in Elsevier: ‘Afshin Ellian laat zich kennen als de grootste fantast in dit verhaal. Hij fabuleert er op los, maar bewijst niets. Daarbij probeert hij de gaten in z’n verhaal te verhullen. Ellian meent dat Snowden staatsgeheimen heeft geopenbaard. Maar da’s nooit aangetoond. Snowden heeft de Amerikaanse overheid in verlegenheid gebracht door het samen met journalisten selectief naar buiten brengen van documenten over de onrechtmatigheid van de massaspionage van burgers. Zo onrechtmatig dat zelfs congresleden er onvoldoende over geïnformeerd waren. Ellian suggereert dat Snowden samenwerkt met de Russen. Dat is lasterpraat en wordt door de Amerikaanse regering ontkend. Edward Snowden zit tegen zijn zin vast in Rusland omdat de VS z’n paspoort introkken.’

Wat Ellian doet is niet zozeer inzichtelijk omdat het als in een perfecte storm aantoont hoe columnisten af kunnen dwalen van de feiten en met hun eigen fantasie op de loop kunnen gaan, maar omdat hij dat alles op een indirecte wijze legitimeert met zijn positie aan de Universiteit van Leiden, een gerenommeerd medium als Elsevier en valse abstracties over recht en politiek die zouden volgen uit zijn rechtswetenschappelijke kennis.

Ellian is in zijn column geen rechtsfilosoof of journalist, maar een politieke activist die het niet te doen is om het vinden van de waarheid. Daarom speldt hij lezers van Elsevier onwaarheden over Snowden op de mouw.

Neem nou alleen al de zinnen ‘Snowden kreeg asiel van de Russische president Vladimir Poetin: hij is te gast bij de Russische veiligheidsdiensten’ en ‘Snowden zat toen [GK: 2014] op schoot van de FSB, de Russische veiligheidsdienst.’ Dit is achterklap, roddel en suggestie van Afshin Ellian. De waarheid is dat Snowden niet te gast is bij de Russische veiligheidsdiensten, het contact ermee altijd heeft ontkend en ook geen interessant doelwit was voor de FSB omdat hij de geheime NSA-documenten in Hong Kong achter zich had gelaten en overhandigde aan de journalisten Glenn Greenwald, Ewen MacAskill en Laura Poitras die deze op hun beurt verspreidden onder collega’s zoals Barton Gellman. Snowden zit aantoonbaar niet op schoot van de FSB, maar wat wel een waarheid lijkt: Afshin Ellian zit op schoot van de AIVD. Als fantast en verrader van de waarheid.

Foto: Edward Snowden per satellietverbinding in de Stadsschouwburg, 2014. Credits: ANP. Als illustratie bij Elsevier-column ‘Edward Snowden is een ordinaire verrader en een fantast’ van Afshin Ellian.

Zetelpeilingen voorspellen werkelijkheid die peilers construeren

leave a comment »

Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 10 juni 2010 kwamen de peilingen niet overeen met de uitslag. Zo week de peiling op 8 juni 2010 van Maurice de Hond sterk af: 8 van de 10 partijen kregen te veel of te weinig zetels toegemeten in vergelijking met de definitieve uitslag. Van de 150 zetels kwamen er 18 bij de verkeerde partij terecht. Dus 12%. Ook TNS NIPO op 8 juni week meer dan 10% af van de verkiezingsuitslag.

Peilers zeggen altijd ter verdediging dat een peiling een momentopname is en dat kiezers in beweging zijn. Daarin hebben ze gelijk, maar het is niet het hele verhaal. Want het verklaart niet de onderlinge afwijking tussen de peilers. Zo peilde Maurice de Hond op 8 juni 2010 voor de VVD 34 zetels en TNS NIPO 36 zetels. Op 10 juni 2010 kreeg de VVD 31 zetels. Methodologisch sluipen er dus fouten in. Maar hoe loopt het mis?

Hoe ernstig peilingen in Nederland worden genomen blijkt uit de Peilingwijzer. Deze wordt gemaakt door de Leidse politicoloog Tom Louwerse en weegt de bestaande peilingen van Ipsos Synovate, Maurice de Hond en TNS NIPO, en combineert ze tot een schatting. Maar vanwege de vakanties maakt de Universiteit Leiden tot 1 augustus geen Peilingwijzer. In opzet vergelijkbaar met Nate Silver die op zijn blog FiveThirtyEight voor de NY Times peilingen weegt en daaruit conclusies beredeneert. Aan de hand van onderliggende trends. Nate Silver waarschuwt altijd voor vertekeningen en relativeert zijn eigen conclusies. In Nederland ontbreekt dit vaak.

Op 15 juli 2012 voorspelt Maurice de Hond voor peil.nl dat D66 een duidelijke verzwakking vertoont vanwege Europa. De partij zakt van 17 naar 15 zetels. Media nemen het over. De Telegraaf maakt ‘voorstander van een sterk Europa’ D66 tot dupe van ontwikkelingen in Europa. De Hond verklaart dat uit het pessimisme of cynisme van de kiezer over Europa. Maar dat ongenoegen is toch niet van de laatste twee weken? Wordt de daling in de peiling van D66 geheel verklaard door een interpretatie over Europa? Het wordt niet aangetoond.

Welke effecten peilingen op het stemgedrag hebben is ongewis. Volgens de onderzoekers Tom van der Meer en Armèn Hakhverdian bestaat er een klein, maar belangrijk bandwagon effect. De onderzoekers tonen aan dat niet de kale cijfers van de peilingen het stemgedrag beïnvloeden, maar de interpretatie ervan wel. En dan wijzen ze op de media die zonder voorbehoud meer in de cijfers leggen dan er in zit. Van der Meer en Hakhverdian concluderen: Media misbruiken de opiniepeilingen. Doordat zij de berichtgeving over zetelpeilingen klakkeloos overnemen, beïnvloeden zij kiezers met misinformatie. Dit moet stoppen.

Foto: Bandwagon effect