Jake Tapper geeft voorbeeld hoe journalistiek moet antwoorden op de anti-democratische beweging

Vorige week plaatste ik een commentaar over de journalistiek die geen antwoord heeft op allerlei anti-democratische bewegingen en zich tot medeplichtige maakt aan de moord op de democratie. Ik verwees instemmend naar de Amerikaanse journalist Dana Milbank die in een column in The Washington Post concludeerde: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Ook in Nederland stellen te veel journalisten zich hersenloos neutraal op en laten zich gijzelen door hun achterhaalde ethiek van een meer dan 60 jaar oude beroepscode die niet meer werkt in een tijdperk van misleiding door ultrarechtse populisten. Ze missen moed en strijdlust en het besef van urgentie om weerbaar te zijn en zich sterk te maken voor de democratie en de rechtsstaat.

Het is niet dat journalisten de democratie niet willen steunen, maar ze weten niet hoe dat te doen. Hooghartig pretenderen ze uit een defensieve reflex, maar ook door gebrek aan steekhoudende argumenten, in een mentale ruimte te leven die een rechtstreekse voortzetting van de jaren 1950 is. Een ruimte die niet meer bestaat.

Het betoog van CNN”s Jake Tapper is belangrijk omdat hij die moed, strijdlust en politiek besef wel toont. Hij laat zien aan Nederlandse journalisten hoe ze op een evenwichtige manier op kunnen komen voor de democratie. Zonder zich te verschuilen achter hun code waarvan ze weten dat die geen antwoord geeft op volksmenners als Baudet en Wilders door wie ze zich feitelijk laten gijzelen.

Uitleggen, benoemen, analyseren én beoordelen is het antwoord. Hopelijk worden Nederlandse journalisten door dit soort betogen van Tapper eindelijk wakker geschud. Kunnen ze zich wat moed inpraten om stelling te nemen voor de democratie. Laten we het hopen. Want er staat te veel op het spel. Ook in Nederland.

Beschouwingen over onze beschaving naar aanleiding van de brand in de Notre-Dame laten ons naar onszelf kijken. Voor even

De brand in de Parijse Notre-Dame heeft heel wat krachten gemobiliseerd. De spin kwam van alle kanten om het eigenbelang te dienen. Van de Franse president Emmanuel Macron, de katholieke kerk of radicaal-rechtse krachten zoals onderstaande activistische journalist van De Telegraaf die in een tweet de brand een symbool noemde ‘voor onze vermoeide beschaving’. Ik zie daarin het schoppen door alt-right en ultrarechts tegen de westerse beschaving (Baudet: ‘journalisten, cultuurmakers en academici ondermijnen onze cultuur’) die averechts werkt. Het verzwakt die beschaving. De brand in de Notre-Dame drukt ons met de neus op het feit wat de oorsprong, kracht en kern van de westerse beschaving is. Ook voor niet-christenen van belang. Het laat zien wie de vijanden ervan zijn: de nationaal-populisten en rechts-radicalen die zeggen de beschaving te willen redden, maar die in werkelijkheid afbreken. Dus laten we het spiegelen en Duk en de andere rechtse inwoners van Dukstad vragen waarom ze zo graag grossieren in ondergangsfantasieën en zand in de motor van de westerse beschaving willen strooien om op de puinhopen ervan in een vage toekomst hun raszuiver paradijs op te bouwen. Of is Duk tot inkeer gekomen en beseft hij eindelijk wat hij bezig is kapot te maken?

Het is opmerkelijk dat de brand van een iconische kathedraal de afgelopen dagen tot zulke beschouwingen over ‘de‘ of ‘onze‘ beschaving leidde. Dat komt nog zelden voor. Niet toevallig werd er uitgebreid verslag over gedaan in de Amerikaanse en Britse pers waar het sterke besef bestaat dat de lokale politiek de weg kwijt is.

Dat alleen al was een blijk van hunkering naar het vinden van gemeenschappelijke waarden met West-Europa. Hier moest blijkbaar een punt gemaakt worden, namelijk dat ‘we’ in de westerse democratieën (VS, Canada, EU-lidstaten en overige West-Europese landen, Australië, Nieuw-Zeeland) onvoldoende beseffen wat we in handen hebben en we ons af laten leiden door krachten die de beschaving bedreigen. Van buitenaf en van binnenuit. Hoewel ieder daar weer een eigen, specifiek vijandbeeld voor uit de kast haalt. Maar voor even werd de bedreiging als universeel gezien en was de overpeinzing erover mythisch. Totdat het onderscheidend werd wat of wie dat dan wel was en het debat weer afdaalde tot platte politisering of belangenbehartiging. Waaraan we graag ontsnappen omdat dat zo vervelend, voorspelbaar, vermoeiend, geestdodend en contraproductief is.

De boodschap die uit de berichtgeving kan worden gelezen is er een van ontevredenheid en gemiste kansen. Maar het bevat ook het verlangen om terug te keren naar iets wat was. Zo zit er er voor iedereen wel wat bij.

Foto 1: Paul Klemann, ‘De oceaan ontspring onder de ‘Notre Dame’’, Tekening met kleurpotlood en gouache verf, 2002. (Eigen collectie).

Foto 2: Tweet van Wierd Duk van 15 april 2019 (via posting op FB-account van Mihai Martoiu Ticu).