Suriname en China ondertekenen uitleveringsverdrag over criminaliteit. Waar laat dat de presidenten Bouterse en Xi?

Soms is een serieus bedoeld nieuwbericht pure satire door de associaties die het oproept. In dat geval geeft het bericht zonder dat te beogen commentaar op zichzelf doordat de weergave van de werkelijkheid het aflegt tegen de onbedoelde grappigheid of wrangheid die het door de onuitgesproken verwijzingen in zich draagt.

De Surinaamse president Desi Bouterse is op 29 november 2019 door de Krijgsraad veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf vanwege zijn betrokkenheid bij de zogenaamde Decembermoorden in 1982. Hiermee is zijn profiel als crimineel versterkt en opnieuw opgepoetst. Maar de nieuwslezer van STVS Suriname zet daar een parallelle werkelijkheid voor als ze zegt dat Suriname met China een uitleveringsverdrag heeft getekend over precies dat aspect: criminaliteit. Ze voegt toe dat dit ‘de crimininaliteitsbestrijding positief kan beïnvloeden’.

Minister Stuart Getrouw (Justitie en Politie) rept van rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding en criminaliteitsbeheersing. Doelt hij met dat laatste specifiek op Bouterse? Getrouw spreekt lovend over de samenwerking met China en noemt daarbij de kenmerken die bij mensenrechten- en privacyadvocaten kritiek krijgen: nummerplaatregistratie en gezichtsherkenning. China ontwikkelt zich dankzij de razende technische ontwikkeling tot een controlestaat waar burgers volledig ondergeschikt worden gemaakt aan de staat. Het is een unieke vorm van staatsterrorisme. Juist daarin lijkt het Suriname te vinden. Het zoveelste land dat vlucht voor de oude kolonisator en zich zoals naar nu blijkt blindelings werpt in de armen van de nieuwe kolonisator.

Uiteraard valt de Chinese president Xi Jinping als regisseur van de harde politiek van detentiekampen en heropvoeding in de West-Chinese provincie Xinjiang niet onder het uitleveringsverdrag met Suriname. Zoals president Bouterse die in eigen land veroordeeld is tot 20 jaar cel daar evenmin onder valt. Het zijn de gewone criminelen, niet de president-criminelen voor wie rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding gelden. Het getekende uitleveringsverdrag biedt beide landen de schijn van een rechtsstaat en dient vooral de marketing van landen en leiders die een slechte pers hebben. Het is komisch als het niet zo intens schrijnend zou zijn.

Kwestie Snowden: Plasterk legt uitleveringsverdrag VS te simpel uit

ap_edward_snowden_dm_130610_wg

Op een vraag in het vragenuurtje door SP-kamerlid Ronald van Raak om Edward Snowden uit te nodigen om naar Nederland te komen voor een getuigenis in het parlement antwoordde minister Plasterk vandaag dat Nederland gehouden is aan een uitleveringsverdrag met de Verenigde Staten. Van Raak stelde dit eerder voor.

Vraag is op welke verplichting die Nederland jegens de VS heeft Plasterk doelt. Artikel 1 van het Uitleveringsverdrag tussen Nederland en de VS zegt:
De Verdragsluitende Partijen komen overeen, met inachtneming van de in dit Verdrag opgenomen bepalingen personen aan elkaar uit te leveren die worden aangetroffen op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen en tegen wie een strafvervolging is ingesteld, die schuldig zijn bevonden aan het plegen van een strafbaar feit of die worden gezocht met het oog op de tenuitvoerlegging van een door de rechter opgelegde straf of maatregel, welke vrijheidsbeneming met zich mede brengt.’

Tegen Edward Snowden is door de Amerikaanse regering op 14 juni 2013 een aanklacht wegens diefstal ingediend. De specifieke beschuldiging is ‘unauthorized communication of national defense information‘ en ‘willful communication of classified communications intelligence information to an unauthorized person‘. De regering brengt deze aanklachten onder in de Espionage Act van 1917. De grondwettelijkheid van deze wet staat al  bijna 100 jaar ter discussie vanwege de strijdigheid met de meningsuiting. Glenn Greenwald beredeneert op 22 juni in z’n Guardian-column dat zelfs Snowden niet zal betwisten dat-ie de wet heeft overtreden, maar dat een aanklacht niet onder spionage gebracht kan worden. Hij heeft z’n documenten niet aan de vijand gegeven of verkocht, maar nieuwsmedia juist om zorgvuldigheid gevraagd in het openbaren ervan. Da’s echter geen spionage, maar het in verlegenheid brengen van de regering-Obama en de NSA.

Tegen Snowden is door de VS strafvervolging ingesteld. Maar in beschouwing kan worden genomen dat Snowden de documenten heeft gestolen met een politiek doel. Om een publiek debat over de surveillance en de opbouw van de controlestaat op te starten. Velen hebben dit erkend, zoals Vince Cable, Hillary Clinton of FISA-rechter Dennis Saylor. Artikel 4 van het Uitleveringsverdrag biedt de Nederlandse regering de ruimte om uitlevering van Snowden niet toe te staan. Aannemelijk is te maken dat de vervolging door de Amerikaanse federale overheid ‘samenhangt met een strafbaar feit van politieke aard‘. Conclusie is dat Nederland weliswaar is gehouden aan het Uitleveringverdrag met de VS, maar dit absoluut niet inhoudt dat het geen ontbindende voorwaarden bevat. Zoals het genoemde artikel 4. Daarom is het standpunt van Plasterk voorbarig dat de Nederlandse regering Snowden geen garantie kan geven om in de kamer te getuigen. Dat valt te bezien.

Foto: Edward Snowden in Hong Kong. Juni 2013. Credits: The Guardian/AP.