George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Transitie

Tobias Walraven weg bij COMM. Was het toezicht voldoende?

with one comment

Tobias Walraven heeft na kritiek ontslag genomen als directeur van het COMM. Aanleiding was een artikel van onderzoeksjournalist Siem Eikelenboom in FTM. De klokkenluider die hem van informatie voorzag wordt niet beloond door de Raad van Toezicht omdat zij een wantoestand naar buiten heeft gebracht, maar gestraft met een rechtszaak omdat zij de geheimhouding zou hebben geschonden. Het museum is aan de rand van de afgrond gebracht door een dure verbouwing, hoge marketingkosten en een riant salaris voor Walraven. In een interview in het AD zegt Walraven dat hem niks te verwijten valt. Toch neemt hij ontslag, naar hij zegt om het COMM te beschermen. Zijn uitleg is ontwijkend en halfbakken. Hij zegt terug te treden vanwege ‘negatieve publiciteit’, niet omdat hij toegeeft dat onder zijn leiding het COMM aan de rand van de afgrond is gebracht.

Het lijkt op twee manieren mis te zijn gegaan bij het COMM. Allereerst door onvoldoende gebrek aan bestuurlijke kwaliteit en de verkeerde focus én prioriteit van de Raad van Toezicht. Het toezicht ontbrak grotendeels of was onvoldoende en de Raad was onevenwichtig samengesteld. Voorzitter Willem Ackermans was rond 2000 de financiële man van KPNQwest. Het COMM had tot september 2018 een Raad van Toezicht zonder iemand met museale expertise. Trouwens, waarom de directeur van Het Scheepvaartmuseum Michael Huijser toen in dit zinkend schip is gestapt valt lastig te begrijpen. Dat was óf te laat óf te vroeg.

Reden waarom medewerkers van het COMM in afgelopen jaren niet succesvol hebben gelobbyd en steun hebben gevonden om het beleid van het museum de pas af te snijden valt te verklaren door de identiteit en mentaliteit ervan. Naar zeggen van een medewerker was het reglementair niet toegestaan om buiten de directeur om contact met de Raad van Toezicht te zoeken. Ondanks het feit dat de medewerkers al vanaf 2011 signalen ontvingen dat de Raad van Toezicht met een sterfhuisconstructie bezig was en die niet serieus met de medewerkers in gesprek wilde gaan. Zodat de informatie vanuit het museum de top niet bereikte omdat de Raad van Toezicht dit afhield. Walraven trad pas in 2016 toe. Een en ander werd versterkt door het feit dat het museum een eigen stichting was met een pot geld van 75 miljoen gulden waarover het zeggenschap had en onafhankelijk van overheidssubsidies kon functioneren. De autonomie van Raad en directeur was groot omdat er geen publiek geld bij betrokken was. Verantwoording aan de overheid en collegiale toetsing ontbraken.

Het afwijzende advies over de Culturele basisinfrastructuur 2017-2020 van de Raad voor Cultuur uit 2016/17 over het COMM is kritisch. Wat volgens de Raad voor Cultuur ontbreekt is een goede en voldoende uitwerking van de plannen. Leidend punt van kritiek is dat de plannen niet aansluiten bij de musea functie van het museum. Hier lijkt zich het ontbreken van museummensen in directie en Raad van Toezicht te wreken. Maar het advies is niet alleen kritisch op de inhoud en de museale functie van het COMM maar ook op de aspecten ondernemerschap en marketing. Als laatste kritische noot zet het advies een kanttekening bij het bestuur van het COMM: ‘De Governance Code Cultuur wordt toegepast en er wordt een overgang gemaakt naar een raad-van-toezichtmodel. Het museum gaat niet in op de taakverdeling en de samenstelling van deze raad.

De constructie van het COMM gaf de bestuurders dus een vrijbrief voor onethisch gedrag omdat ze in hun eigen autarchie wettelijk binnen hun reglementair mandaat bleven. Het lijkt er sterk op dat niet directeur Walraven, maar een foute structuur de verklaring voor het uit de rails lopen van dit museum is. De directeur was weliswaar de foute man op de foute plek zonder museale ervaring of expertise die nooit benoemd had moeten worden, maar het lijkt vooral de Raad van Toezicht die deze ontsporing mogelijk heeft gemaakt. Waarschijnlijk niet uit kwaadwillendheid, maar uit onbenul, onkunde en een verkeerde doelstelling.

De weeffout is dat dit heeft kunnen gebeuren en er geen enkele instantie was die corrigerend op kon treden. Zoals de Museumvereniging, de gemeente Den Haag of het ministerie van OCW. In algemene zin is deze verkokering en kortzichtigheid een aandachtspunt bij privémusea die vaak maar één sponsor hebben en sterk in zichzelf gekeerd opereren. Een recent voorbeeld is het ontslag van Ralf Beil bij het Kunstmuseum Wolfsburg dat eenzijdig door Volkswagen wordt gerund. Van de andere kant zijn er geen wettelijke middelen om zo’n privémuseum waarvan iedereen van buiten ziet dat het ontspoort bindend op het rechte spoor te brengen.

Walraven verkoopt zijn marketingpraatjes, oneigenlijke argumenten en jeuktaal in het AD als hij zegt: ‘Ik voel me sterk omdat ik niet makkelijk opgeef en omdat ik vind dat ik de situatie professioneel tegemoet moet treden. COMM moet in haar kracht teruggezet worden.’ Walraven voelt zich niet sterk omdat hij een goede directeur was met museale ervaring, expertise, visie en een goed netwerk binnen de museumsector, maar omdat hij niet makkelijk opgeeft. Hijzelf brengt de flinterdunne onzin van zijn orakeltaal als geen ander onder woorden. Deze man had nooit benoemd moeten worden op deze functie. Dat valt echter niet zozeer Walraven, maar wel de Raad van Toezicht aan te rekenen. Voor de duidelijkheid de namen van de leden van de Raad van Toezicht die de ontsporing van het COMM hebben begeleid: Willem Ackermans, Sylvia Roelofs, Leon Merkun en Feer Verkade. Het voelt onrechtvaardig dat Walraven weggaat en Willem Ackermans blijft zitten.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsberichtDirecteur Museum voor Communicatie treedt terug’ van het COMM, 23 januari 2019.

Advertenties

Directeur Ralf Beil van Kunstmuseum Wolfsburg verrassend, onverwachts en zonder debat ontslagen. Door sponsor Volkswagen

with one comment

Er is iets merkwaardigs gebeurd in de Duitse museumsector. De directeur van het Kunstmuseum Wolfsburg is tussentijds ontslagen. Zijn vijfjarige termijn liep af op 1 februari 2020. Het museum draait prima en er zijn geen problemen. Het kwam als verrassing en schok. Voor directeur Ralf Beil is de reden voor zijn ontslag gissen, althans dat zegt hij in de publiciteit. Het vermoeden bestaat dat het te maken heeft met de geplande tentoonstelling ‘OIL; SCHÖNHEIT UND SCHRECKEN DES ERDÖLZEITALTERS’ die op 29 september 2019 opent en tot 16 februari 2020 te zien is. Merkwaardig is dat Beil ondanks zijn onmiddellijke ontslag nog steeds als conservator bij deze tentoonstelling betrokken lijkt te zijn. Hoe werkbaar dat is, is nog niet duidelijk.

Wolfsburg is de stad van Volkswagen. Wie wel eens de trein naar Berlijn heeft genomen zal zich de immense fabriekshallen langs het spoor herinneren. Volkswagen domineert fysiek, economisch en mentaal Wolfsburg. Volkswagen heeft het als enige geldschieter en organisator voor het zeggen bij Kunstmuseum Wolfsburg. Er wordt over gespeculeerd dat Ralf Beil moest vertrekken omdat door de verantwoordelijke museumbestuurders namens Volkswagen gevreesd werd dat zijn Olie-tentoonstelling negatieve publiciteit op zou kunnen leveren over het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitblijvende transitie naar duurzaamheid. Of de voet op de rem daarheen. Het bedrijf Volkswagen is nog nauwelijks bekomen van het dieselschandaal met sjoemel software uit 2015 dat alleen in de VS het bedrijf in totaal al een schadepost van 22 miljard dollar opleverde. Beil ontkent overigens dat de Olie-tentoonstelling eenzijdig negatief is, in de publiciteit legt hij uit dat hij ook de positieve aspecten van olie wil benadrukken. Als hij uiteindelijk niet van het project gehaald wordt.

De kwestie Ralf Beil accentueert de afhankelijkheid van een kunstmuseum van één sponsor en de verkrampte overlegstructuur die daaruit volgt. In een interview met tijdschrift Monopol geeft Beil aan dat er over de Olie-tentoonstelling of zijn ontslag geen strijd is geweest, maar dat bij de top van Volkswagen zich alles achter de schermen in het verborgene afspeelt. Volgens Beil kent Volkswagen geen debatcultuur dat het mogelijk maakt om verschillen van mening in redelijke openheid te bespreken. Dit zet de cultuur van grote Duitse bedrijven in een negatief daglicht en schetst de geslotenheid en het in zichzelf gekeerd zijn ervan. De nieuwe directeur Andreas Beitin is ook al benoemd en in de publiciteit doet het museum net alsof Beil is teruggetreden:

De nieuwe directeur Andreas Beitin is al benoemd en in een persbericht zegt het museum dat Beil ‘onlangs is vertrokken’. Dat laat de optie open dat dat vrijwillig was, wat dus niet het geval is. Tot Beitins aantreden op 1 april 2019  is Otmar Böhmer waarnemend directeur. Hij is bestuurslid van de Volkswagen Art Foundation.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelA Museum Director Planned a Show About Art and Oil. Just One Problem: His Institution Is Funded by Volkswagen’ op Artnet, 21 december 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel aankondiging van komende tentoonstelling ‘OIL; SCHÖNHEIT UND SCHRECKEN DES ERDÖLZEITALTERS’ in het Kunstmuseum Wolfsburg. Zie hier de Engelstalige tekst.

Foto’s 3 en 4: Schermafbeelding van delen van interview ‘”Einflussreiche Kräfte haben gezielt meine Ablösung betrieben” (‘Invloedrijke krachten hebben opzettelijk mijn vervanging geforceerd’) met Ralf Beil door Daniel Völzke in Monopol, 17 december 2018.

Kunst moet een list verzinnen: aansluiten bij een politiek doel

with one comment

ornette-colleman-free-jazz-atlantic-1364-gatefold-1800-ljc

Soms leiden verkeerde bedoelingen tot goede uitkomsten. En omgekeerd kunnen goede bedoelingen tot slechte resultaten leiden. Neem de theorie dat de promotie van ‘moderne kunst’ een Westers instrument was in de strijd met de toenmalige Sovjet-Unie. Alweer een oude theorie die midden jaren ’90 met feiten werd onderbouwd. Zie hier een toelichting in The Independent. De CIA zou ermee sinds het eind van de jaren ’40 het communisme bestreden hebben, terwijl de kunst waarmee de Sovjet-bevolking werd geconfronteerd in de VS bij het grote publiek matig tot negatief werd ontvangen. De abstract expressionistische schilder Jackson Pollock stond niet voor niets bekend als ‘Jack the Dripper’. Maar kunstenaars profiteerden van die promotie.

Mijn eerste kennismaking met Pollocks werk gaat terug naar begin jaren ’70 toen ik de elpee Free Jazz (1961) van Ornette Coleman kocht, met een uitklaphoes met een reproductie van White Light uit 1954 van Pollock. Het tijdperk 1955-1965 dat de overgang symboliseert naar kunst waarin vervreemding in navolging van de ‘uitvinder’ Bertolt Brecht een hoofdthema wordt en de representatie van de werkelijkheid verder afgeschaald wordt. Vooral in de cinema (Antonioni, Kurosawa, Bunuel, Godard), de jazz (Coleman, Coltrane, Shepp, Ayler) en de beeldende kunst (De Kooning, Rothko, Pollock, Motherwell) is die scheidslijn duidelijk te herkennen. Elders omschreef ik dat in enkele schetsen als transitie. Tevens een tijdperk van hoop en in te lossen beloften.

Hoe is het mogelijk dat de hedendaagse kunst van de jaren ’40, ’50 en ’60 een wapen kon worden in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie? Hoewel het belang ervan nou ook weer niet overschat moet worden. Maar nu is kunst als politiek wapen nauwelijks nog voor te stellen. Eigenlijk kennen we het in getemde vorm alleen nog als landenpromotie bij staatsbezoeken. Nederland zet dan kunst in het zonnetje waarmee het zich meent te kunnen onderscheiden: design, ballet, Concertgebouworkest of geïmproviseerde muziek. Dan dient kunst als smeermiddel voor politieke doeleinden. De tanden van de kunst zijn in dat geval bij voorbaat afgevijld.

eclisse-l-1962-001-monica-vitti-back-shot-00o-7lv

De EU doet veel te weinig met kunst en cultuur als politiek middel. Terwijl de Europese kunst toch zo rijk is. Steven ten Thije (Mondriaanfonds) gaf in een video uit 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar moest een concreet antwoord hoe dat moest uiteraard schuldig blijven. Zie hier voor mijn commentaar en genoemde video. Onpartijdig is de inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie.

Die geslotenheid en dat thuisgevoel ontmoedigen. Het is trouwens opvallend dat voorvechters van de natiestaat zo weinig met nationale kunst ophebben. Dat is een tegenstelling die ik nog steeds moeilijk kan verklaren, hoewel het wellicht beter is dat dit zo is. Waarom werden in de 19de eeuw Vondel en Rembrandt tot nationale iconen gebombardeerd? Mijn opvatting over kunst gaat overigens vooraf aan mijn opvatting over politiek en heeft dat laatste gevormd. Niet andersom. Kunst legt toch een dieper fundament dan politiek.

Dat tijdperk rond 1960 waarin kunstenaars de vrijheid vinden om niets te hoeven vinden en loskomen van hun eigen thuis maakt voor mij duidelijk waarom ik niets moet hebben van populisten en eng nationalisme.

Hoe kan na de hakbijlen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra, tegen de achtergrond van een vijandige politieke klasse die in de kern geen echte affiniteit met kunst voelt en het opkomend rechts-populisme dat zweert bij thuisgevoel, natiestaat en haat tegen hedendaagse kunst de kunst overleven? De enige uitweg lijkt het aanhaken bij een politiek doel. Niet om de kunst, maar om de politiek. Laat de politiek maar verkeerde bedoelingen hebben met de kunst, maar als het tot goede uitkomsten leidt dan is dat mooi meegenomen.

Foto 1: Binnenkant hoes van Free Jazz (1961) van Ornette Coleman; black music en white light.

Foto 2: Monica Vitti in L’eclisse (1962) van Michelangelo Antonioni.

Cultuur vecht ongelijke strijd tegen onverschillige politiek

with one comment

Bunker_Hill_by_Pyle

In Nederland zit cultuur niet meer prominent in de genen van politici. Blijkbaar ook niet meer in de opvoeding. Die observatie staat los van een cultuurpolitiek standpunt dat zegt dat er een streep door bezuinigingen moet. Straks zit het ook niet meer in die van het staatshoofd. De nieuwe koning geeft de voorkeur aan hossen met hockeymeisjes boven het kijken naar een schilderij van Mondriaan. De directe kick verdringt de bezinning.

Aan de horizon wacht reeds de netwerkmaatschappij die kantelt naar zelfredzaamheid en kleinschalige initiatieven. Op termijn is het gedaan met de grote bedrijven, de prietpraat van managers en het idee dat alle macht van boven komt. Voor cultuur is het van levensbelang om de crisis ongeschonden door te komen. Die economisch en bijzonder voor Nederland, ook intellectueel van aard is. De professionals in het culturele veld moeten standhouden in een uphill battle om alle kennis en inzichten door te geven aan volgende generaties.

Politici en koning kunnen weglopen van een slag die verloren dreigt te gaan, maar directeuren of kunstenaars moeten standhouden omdat ze beroeps zijn. Het vertragen van de afbraak is de tactiek die de cultuur wacht. Niet de voorhoede, maar de achterhoede bepaalt het voortbestaan. Geen avant-garde, maar arrière-garde. Soms flakkert een oud beeld dat uitdrukt dat de avant-garde de aard weergeeft, maar dat smoort als culturele instellingen verdwijnen of ontaard zijn. De opvatting dat de egalitaire samenleving, het modernisme en het afwijzen van de massacultuur samengaan wordt onbruikbaar als we richting netwerkmaatschappij glijden.

Op 5 en 6 april was in Portugal een conferentie van de ICOM over overheidsbeleid in tijden van recessie. ICOM zelf presenteert de Verklaring van Lissabon als een belangrijke uitkomst. De Belgische, Kroatische, Griekse, Italiaanse, Portugese en Spaanse afdeling hebben ondertekend en roepen andere landen op binnen een maand hetzelfde te doen. Het roept de Europese regeringen op om musea en cultuur met het oog op de recessie te steunen. De volgende zin lijkt met name toegespitst op het Nederlands overheidsbeleid: ‘Blinde automatische bezuinigingen maken geen onderscheid tussen kortstondige initiatieven en permanente instellingen.’

Erfgoed, musea en cultuur worden in crisistijden door beleidsmakers vaak als luxe afgetekend. Omdat de maatschappelijke steun voor cultuur klein is vertaalt zich dat in een gemakzuchtig politiek standpunt. Onder het motto ‘Na ons de zondvloed‘ lopen politici weg. Terwijl de sectoren door de zorg voor talentontwikkeling de kiem van de toekomst in zich dragen. Beleidmakers zouden moeten erkennen dat in ontwikkelinstellingen en musea onderzoek, conservering, verspreiding van kennis en historisch geheugen met elkaar verstrengeld zijn. Momenteel dreigt het Tropenmuseum gesloten te worden en knokt het keramisch topcentrum EKWC dat wereldwijd gewaardeerd wordt maar niet in Nederland zonder vanzelfsprekende steun voor het voortbestaan.

Foto: Howard Pyle, Bunker Hill. Gepubliceerd in Scribner’s Magazine in 1898.

Zeeuwse natuur heeft volgens VVD geen natuurregels nodig

leave a comment »

Zeeland zit niet te wachten op de WCT (Westerschelde Container Terminal) bij Vlissingen. Zo sprak de gemeenteraad van Goes zich er in 2003 niet onverdeeld positief over uit: ‘De gemeenteraad heeft een jaar geleden besloten dat, zolang de nadelige gevolgen van vervoer per spoor niet zijn opgelost, Goes tegen de komst van de WCT is.’ Een combinatie van ondernemers en provinciale politiek probeert al jaren de WCT te realiseren. Ondanks de stagnerende economie en de overcapaciteit in Noord-West Europa. Initiatiefnemer Zeeland Seaports maakt zich sterk ‘voor de komst van een grootschalige containerterminal in de haven.’

Merkwaardig is dat de bestuurders van Zeeland op verschillende paarden tegelijk blijven wedden zonder duidelijkheid voor de toekomst te scheppen. In de toch al onzekere economische tijden. Daardoor krijgt de provincie geen duidelijk profiel. Kiest men voor duurzaamheid, toerisme en zorg of voor industrie en transport? Het unieke karakter van de Zeeuwse delta maakt het allebei mogelijk, maar niet tegelijk. Dat besef ontbreekt. Een integraal plan voor deze unieke provincie zou opgelegd moeten worden door de rijksoverheid. Het is een publiek geheim dat Zeeland tot de slechtst bestuurde provincies van Nederland behoort.

Tweede Kamerlid voor de VVD Helma Lodders stelt kamervragen aan staatssecretaris Henk Bleker (CDA) over het besluit om de grens van het Natura 2000-gebied Westerschelde te wijzigen. Daar waar plannenmakers graag hun WCT realiseren. Mw. Lodders is kritisch op deze uitbreiding en ziet realisatie van de WCT verdere vertraging oplopen. Vorige week kwam het CDA met een stappenplan voor boeren in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Net als de VVD zoekt het CDA de grenzen van de natuurregels op. Ze bedienen daarbij hun achterban, de VVD de ondernemers en het CDA de boeren. Het algemeen belang staat niet voorop.

Foto: Lunchen op de dijk in Vlissingen. Credits: Ben Seelt

Zeeuwse humor als transitieagenda

with one comment

Humor waar je het niet verwacht komt hard aan. Watermerk, 1e Zeeuwse transitieagenda uit 2008 is grappig. Het begint met een test over de zeekant van de Zeeuw: Test in 20 vragen hoe sterk jouw zeekant en jouw landkant is ten opzichte van projectmanagers en veranderaars. De toon van de agenda is gezet, de projectmanagers zijn de norm. Dat biedt veel amusants over de veranderkant van Zeeland. Jacob Cats dichtte met vooruitziende blik over deze provinciegenoten: Dickwijls siet men dat de sotten/Met de wijse lieden spotten;/Maer wie sich nae wijsheyt stelt,/Laat de gecken ongequelt. Wie houdt wie voor de gek in Zeeland?

Het transitiesturingsproces begon in 2005 op initiatief van de Hogeschool Zeeland en de Zeeuwse Milieufederatie. Gekozen werd voor een zogenaamde arena-aanpak, waarbij een 20-tal friskijkers en dwarsdenkers uit de Zeeuwse samenleving werd gevraagd om een impuls te geven aan Zeeland richting duurzaamheid. Niet mis om de juiste friskijkers en dwarsdenkers te selecteren. Over zichzelf zeggen zij een innovatieve kijk op Zeeland te hebben. Die inbeelding en zelfverzekerde toon is het Leitmotiv van de agenda.

De Zeeuwse transitieagenda bevat een inspirerende, uitdagende visie op een toekomstig Zeeland, maar ook een aantal uiteenlopende toekomstpaden naar dit visionair kompas. Zo’n veeldeling raakt altijd een roos. Met een inspirerende, uitdagende visie plus een aantal uiteenlopende toekomstpaden naar dit visionair kompas komt men verder. Al is het met lege handen. De samenhang van de agenda bestaat eruit dat de samenstellers beweren dat er samenhang is. Da’s de kern van de verandering. Deze wens is de vader van de gedachte.

Vooruitziende Zeeuwen werkten in 2008 aan een gebalanceerd Zeeland van 2048, maar lijken in 2011 tot stilstand gekomen. Hoewel Schouwen-Duiveland terugkeert met een visie voor 2039. Jan Rotmans trekt de kar. Een naar eigen zeggen maatschappelijk gedreven wetenschapper. Zijn specialisme is klimaatverandering, duurzaamheid, transities en transitiemanagement. Hoop is dat de agenda Zeeland zal helpen om een schaalsprong te maken naar een duurzame toekomst. Voor minder gaan friskijkers en dwarsdenkers niet.

Sterk punt is dat men de realiteit van bestuur en politiek negeert. Fris kijken en dwars denken doorbreekt alle kaders: Verscheidenheid in eenheid. Niet in verdeeldheid. Alleen dan komt het kloppend hart van Zeeland tot leven. Vanuit de kracht van alle aanwezige identiteiten en niet als bedreiging ervan. De agenda plaatst de werkelijkheid van economische en politieke belangen buiten de werkelijkheid. Men stelt zich naar wijsheid.

Helemaal buiten de alledaagse realiteit staat de agenda niet getuige een subsidie van € 83.000,- van de provincie Zeeland aan de Hogeschool Zeeland voor transitieagenda ‘watermerk’. Wellicht is de transitie-industrie de industrie van de toekomst voor Zeeland. Zeeuwse friskijkers en dwarsdenkers verdienen het.

Foto: Ziyi Zhang in 2046 van Wong Kar-Wai, 2004