George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Traditie

‘Chess Match No. 5’ is gebaseerd op interviews met John Cage. Hoe actueel kan het zijn?

leave a comment »

Tot 2 april loopt het stuk Chess Match No. 5 van SITI Company in de de Abingdon Theatre Company in New York. Een wereldpremière. Zoals Chrysler Ford en John Sherer voor Hyperallergic uitleggen is het gebaseerd op interviews met componist John Cage. Ze framen het als ‘traditionele avant-garde’ in de geest van Samuel Beckett en Eugène Ionesco. Ook het theater van de absurditeit is geschiedenis geworden en wordt ‘hernomen’.

De vraag die Ford en Sherer stellen is hoe relevant dit nog kan zijn. Daarbij gaan ze uit van Cage als klassiek componist die ze afzetten tegen Arvo Pärt en John Adams. Maar Cage is meer dan dat. Ook beeldende kunst en Fluxus. Of een intermediair die disciplines verbindt. Beredeneerd vanuit de toneelpraktijk lijkt hun kritiek wat aan de zware kant. Want de lat voor repertoiretoneel van Ibsen, Tsjechov of Shaw of vertegenwoordigers van de traditionele avant-garde zoals Pinter, Ionesco, Jarry of Beckett wordt doorgaans niet zo hoog gelegd.

De vraag naar de relevantie van John Cage en Chess Match No. 5 is de vraag naar de relevantie van 19de of 20e eeuws repertoiretoneel waarbij de tekst centraal staat. Dat maakt het stuk via een omweg actueel. Vriend van John Cage en Franse kunstenaar Marcel Duchamp was een sterke schaker en vertelt over zijn fascinatie:

Advertenties

Neemt de angst voor globalisering af als globalisering afneemt?

with 3 comments

pvv

Angst voor globalisme bij Europese kiezers kan bestreden worden door aan te tonen dat het globalisering over haar hoogtepunt heen is. Dat blijkt uit academisch onderzoek. Hoogleraar Economische groei en ontwikkeling Marcel Timmer maakt dat aannemelijk in een bericht in NRC. Hij verwijst onder meer naar een van de pijlers onder het globalisme, namelijk ‘de zogeheten ‘internationale fragmentatie’ van productieketens’. Die fragmentatie groeide in de twee decennia tot 2011, maar nam daarna af. Timmer geeft een verklaring: ‘Waarschijnlijker is dat bedrijven zich meer bewust zijn geworden van de nadelen van productie in het buitenland. Soms valt de kwaliteit van de producten of de dienstverlening tegen. Een andere verklaring is de snelle technologische innovatie. Die zorgt nu soms voor verplaatsing van productie terúg naar rijkere landen.’ Het verplaatsen van productie naar lage loon-landen is dus een proces dat al op haar retour is.

Deze constatering lijkt een zijdelings en onverwacht antwoord op de gisteren gepubliceerde studieFear not Values. Public opinion and the populist vote in Europe’ van de Bertelsmann Stiftung die tot de conclusie komt dat globalisme de hoofdoorzaak is voor mensen om op populistische partijen te stemmen. In een toelichting bij de studie merkt de Bertelsmann Stiftung op dat er twee interpretaties zijn voor de angst bij deze kiezers en de opkomst van het populisme. De eerste benadrukt het conflict tussen progressieve en traditionele waarden en de tweede de kloof tussen zij die van de globalisering profiteren tegenover degenen die achterblijven.

Voor de Nederlandse partijen is het weinig opvallend (zie diagram) dat kiezers op de PVV en in mindere mate de SP globalisering het meeste als dreiging zien. Evenmin opvallend is dat kiezers op de PVV en het CDA zich het meeste bekommeren om traditionele waarden en progressieve waarden als seksegelijkheid, homorechten, etnische diversiteit en milieubescherming als bedreiging zien. Wel is opvallend hoe traditioneel de achtervan van de PvdA is. De angst voor globalisering (40%) is in Nederland overigens kleiner dan in de meeste andere onderzochte landen. Maar dat geldt niet voor de achterban van de PVV. Bekommernis om de teloorgang van traditionele waarden is in Nederland wel betrekkelijk hoog (53%). Hoe dan ook, D66, PvdA en VVD met een achterban die het minst vreest voor globalisering hebben er alle belang bij om kiezers op andere partijen erop te wijzen dat de angst voor globalisering grotendeels ongegrond is omdat de dreiging ervan afneemt.

Foto: Schermafbeelding van grafiek 17 ‘PVV voters fear globalisation more than others’ uit studie ‘Fear not Values. Public opinion and the populist vote in Europe’ van de Bertelsmann Stiftung.

Arjen Ribbens in NRC: ‘Afstoten van kunst als Oranje-traditie’

with one comment

Arjen Ribbens prikt in een artikel in NRC door de schone schijn van het Koninklijk Huis. Leden ervan zouden zich interesseren voor kunst, zo zegt de Oranje-promotie, maar dat ligt volgens Ribbens anders: ‘Dit is een artikel over wat, met enige overdrijving, een Oranje-traditie kan worden genoemd: het voortvarend afstoten van kunst, zonder veel rekening te houden met kunsthistorische gevoeligheden. Gebeurde dat in het verleden op veilingen, en met goede doelen als bestemming voor de opbrengst, recentelijk is een grote hoeveelheid kunst uit de nalatenschap van prinses Juliana ondershands verkocht, zonder charitatief oogmerk. Naast de tijgers van Raden Saleh ook een map met 1.200 zeventiende- en achttiende-eeuwse tekeningen van de stad en de provincie Utrecht, aan een particuliere verzamelaar. Nederlandse musea die deze kunst graag in hun collectie hadden willen opnemen, zeggen niet te zijn benaderd door het hof.’ Vraag is of dit met de Ethische Code van de museumsector spoort. De Museumvereniging zou om een uitspraak gevraagd moeten worden.

En dat op de dag dat koning Willem-Alexander in het Koninklijk Paleis op de Dam met veel bombarie de koninklijke prijzen voor de vrije schilderkunst 2016 uitreikt. In de opgedrongen rol van kunstliefhebber. De mythe van een betrokken en maatschappelijk koninklijk huis tekent het verschil tussen schijn en wezen. De mythe bestaat uit pose en afstand en vindt aftrek dankzij propaganda en welwillende onderhorigheid bij opiniemakers. Het is moedig van Ribbens dat hij hier doorheen breekt. Zijn Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch heeft het nooit verder gebracht dan lakei, hermelijnvlooi, jaknikker en hielenlikker van Oranje.

Met stellingen van De Hond op weg naar de politiestaat. Weg met onze cultuur en de rechtsstaat

with 3 comments

peil

Maurice de Hond peilt de stemming van Nederland in reactie op de recente aanslagen in Brussel. Het zegt in een toelichting bij de peiling van 27 maart 2016: ‘Bij de keuze tussen maatregelen nemen om terrorisme te bestrijden en daarbij veel vrijheden inleveren of onze huidige verworvenheden handhaven met mogelijke consequentie dat we meer risico lopen op terroristische aanslagen, zijn de Nederlanders behoorlijk verdeeld.

Femke Halsema constateert in een tweet dat een meerderheid van de Nederlanders af wil van onze cultuur en rechtsstatelijke tradities. Hoe dat zover is gekomen na de bevrijding van de jaren ’60 is de vraag. Zijn het de (sociale) media die een angstcultuur hebben helpen creëren en mensen bang maken? Of is het een generatie politici die bij gebrek aan een solide aanpak Nederland schijnzekerheid biedt? En de burgers onvoldoende uitlegt wat de achtergrond van onze cultuur en tradities is? Of is het een verwend en in zichzelf gekeerd Nederland dat in luxe leeft en weinig ontberingen kent? Of is het gewoon de aloude angst voor de ander?

Deze peiling is ontluisterend voor Nederland. Om je rot te schamen. Tolerantie, begrip en koelbloedigheid zijn ver te zoeken. Verschil tussen gedrag en een mening wordt door een meerderheid niet gemaakt. Met name het antwoord op de stelling over ‘heropvoedingskampen voor leerlingen die juichen als ze horen van terroristische aanslagen’ geeft te denken. De stellingen zelf staan trouwens evenmin boven verdenking. Want 100% veiligheidscontroles ‘op alle plekken waar veel mensen samenkomen‘ zijn zelfs in een politiestaat praktisch onmogelijk. Dus wat heeft het voor zin om zo’n stelling voor te leggen? Vraag is of deze stellingen de vinger aan de pols van Nederland houden of dat ze de opzet hebben om Nederland rijp te helpen maken voor politieke meningen die tot nu toe taboe waren. De peiling is een teken aan de wand van de politiestaat.

Foto: Schermafbeelding van deel van een opiniepeilingNa de aanslagen in Brussel, maart 2016’ van Peil.nl.

Duyvendak: achterban PVV denkt over emancipatie niet anders dan laagopgeleide Nederlands-Marokkanen. Niet vooruitstrevend

with one comment

0bf4dd39b7bc0bd5b2fb85fe3e67bd8bb2b0fce477fa4cd5ee54a6673b961abe

Mijn ogen bleven haken op twee zinnen in een essay van de Amsterdamse socioloog Jan Willem Duyvendak in De Groene van 10 maart 2016 dat ook in S&D van de Wiardi Beckman Stichting verschijnt: ‘Bij precieze analyse blijkt dat de achterban van Wilders qua emancipatiegezindheid sterk lijkt op laagopgeleide Nederlands-Marokkanen. Niet heel vooruitstrevend dus’. Hij verwijst hierbij naar het onderzoekAcceptatie van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders in Nederland‘ van Lisette Kuyper en Saskia Keuzenkamp.

Duyvendak focust op de vraag welk beeld van Nederland ‘wordt uitgedragen in reactie op dergelijke aanslagen en, breder, in discussies over migranten en asielzoekers.’ Aanleiding voor het essay is een recente publicatie van de Franse demograaf Emmanuel Todd die stelt dat de demonstraties na de terroristische aanslagen van januari 2015 (Charlie Hebdo, kosjere supermarkt) vooral een uiting van islamofobie waren. Duyvendak wijst die claim af en vindt dat Todd de plank mis slaat. Hij ontleent er wel het perspectief aan hoe Nederlanders zichzelf presenteren in reactie op dit soort aanslagen of de instroom van migranten en asielzoekers.

Duyvendak gaat in op drie aspecten die kort samengevat de culturele kwestie vormen: vrouwenrechten, homorechten en de scheiding van kerk en staat. Hij geeft een goed overzicht van recente ontwikkelingen. Nog in 1960 was Nederland een van de meest traditionele landen van Europa op het gebied van gender (man/ vrouw relaties) en (homo)seksualiteit. Deels is dat nog zo, men hoeft maar te kijken naar de in vergelijking met andere Europese landen slechte positie van vrouwen op de arbeidsmarkt. En in de debatten over de scheiding van kerk en vindt Duyvendak de dubbelzinnigheid nog groter dan bij gender en (homo)seksualiteit: ‘Dezelfde partijen die het hardste roepen dat een modern land zich kenmerkt door een volledige scheiding van kerk en staat, stellen tegelijkertijd dat Nederland een joods-christelijke traditie heeft en moet houden. Voorstellen om bijvoorbeeld vrije dagen minder stringent te koppelen aan christelijke feestdagen kunnen op woedende reacties rekenen. Want dan is er plotseling sprake van een aanval op ‘onze cultuur’.’

Uiteindelijk is toch door de verwerking van de verworvenheden van de jaren 1960 een omslag gekomen die Nederland tot een progressief land hebben gemaakt. Vaak is dat een revolutie in woorden geweest die nog niet altijd en overal in de praktijk van de samenleving zijn terug te vinden, maar het onderscheidt volgens Duyvendak Nederland wel van meer traditionele landen als de VS of Frankrijk die nog voor het proces staan dat zich in Nederland al voltrokken heeft. Door de snelheid van de veranderingen kijkt Nederland er dubbelhartig tegenaan. En met enige mate van geheugenverlies. Want die culturele verworvenheden die nu als vanzelfsprekend worden gepresenteerd zijn behalve in progressieve enclaves van D66- en GroenLinks-kiezers nog niet overal ingedaald. Pikant is trouwens dat Duyvendak in het PvdA-huisblad S&D Paul Scheffer te kijk zet als iemand die nog in 2005 in het openbaar ‘demonstratieve homoseksualiteit’ afwees. Wat geeft dat aan?

Maar die zin dus over de achterban van de PVV die niet heel vooruitstrevend is en over emancipatie niet heel anders denkt dan laagopgeleide Nederlands-Marokkanen. Henk en Ingrid denken over culturele kwesties hetzelfde als Achmed en Fatima. Duyvendak constateert dat ze veel gemeen hebben: ‘zowel PVV-stemmers als de laagopgeleiden onder de Nederlands-Marokkanen voelen zich vaak miskend, niet gezien door de politiek; ze wonen in de ‘slechtere wijken’; en ze hebben traditionelere opvattingen.’ Het is niet nieuw wat Jan Willem Duyvendak zegt en het komt niet verrassend, maar het is goed om het opnieuw te beseffen.

Er bestaan theorieën over maatschappelijk kloven: tussen nationalisten en kosmopolieten (wereldoriëntatie), progressieven en conservatieven (culturele waarden), laag- en hoogopgeleiden (ontwikkelingsniveau), individualisme en gemeenschap (burgermaatschappij, zie ook Wiki-lemma Communitarisme) of autochtonen en nieuwkomers (herkomst). Hoe dan ook stelt Duyvendak met zijn essay de claims van het Wij/Zij-denken bij dat mensen eenzijdig probeert te ronselen. De werkelijkheid is genuanceerder en veelzijdiger. Godzijdank. 

Foto: ‘Demonstratie in Amsterdam, provo Hans Tuijnman wordt door enige agenten weggesleept‘, 17 juli 1966. Collectie nationaal Archief. Credits: Joost Efers / Anefo.

Bij een foto met rouwende vrouwen bij boerenbegrafenis in Stroe, 1949

with 3 comments

SFA001019880

De dood. Ook zoiets waar rekening mee te houden is. ‘Rouwende vrouwen in het zwart en in boerenkleding bij boerenbegrafenis in Stroe, 25 augustus 1949’ zegt het bijschrift. Een dorp in de gemeente Barneveld. De kleren hangen klaar voor het geval de dood toeslaat. Die sluipmoordenaar. Deze foto lijkt een still uit een kostuumfilm uit Scandinavië, zoals Babettes gæstebud die speelt in de 19de eeuw. Of Das Weisse Band in het Duitsland van vlak voor 1914. Bij zwart-wit denken we nu eenmaal aan films over toen. Hier met veel zwart van vijf rouwende vrouwen. Arme grond, hard labeur, traditie van het gemeenschappelijk afscheid nemen.

De foto ontroert door stemmigheid, stijlvastheid die in 1949 misschien helemaal niet zo werd gezien. Het is een verleden dat verder weg lijkt dan het is. Moderniteit blijft buiten. Rouwende vrouwen gedenken de dood. Zijn ze de naasten van de overlevende? Hier is iets ernstigs aan de hand. Daarover bestaat geen misverstand.

Correctie: Het gaat om Stroe op het voormalig eiland Wieringen, nu gemeente Hollands Kroon.

Foto: ‘Rouwende vrouwen in het zwart en in boerenkleding bij boerenbegrafenis in Stroe, 25 augustus 1949’. Credits: Pim Stuifbergen.

Ross Williams verstoort met Amerikaans cultureel imperialisme de blik op Zwarte Piet

with 2 comments

In plaats daarvan legt hij Nederlanders een nadrukkelijk uit de VS stammende opvatting van racisme op.’ Dat is de sleutelzin uit de ingezonden brief in de NRC van dr. Hans Siebers die als wetenschapper aan de Universiteit Tilburg gespecialiseerd is in culturele diversiteit en etnische identiteit. Hans Siebers heeft het over de Afro-Amerikaanse regisseur Roger Ross Williams die met een Nederlander getrouwd is en in opdracht van CNN de documentaire Blackface maakte die vorige week online ging. Een bij vlagen humoristisch verslag met een ernstige ondertoon dat bedoelt lijkt om racisme te bestrijden. Maar Siebers ziet in de stellingname van Ross Williams juist het omgekeerde: ‘Zijn bewering mist elk fundament en dreigt racisme juist te bevorderen.

Siebers stelt dat ‘de relevante vraag is of Zwarte Piet de sinterklaasvierders hier en nu aanzet tot racistische gedachtes en handelingen. Hiervoor is geen enkel bewijs.’  Vervolgens meent Siebers dat het racisme in Nederland onlosmakelijk is verbonden met de Holocaust dat leidde tot ‘naoorlogse antiracisme in dit land’. Een complexe redenering waarvan het niet op voorhand duidelijk is of het klopt. Want door sinterklaasvierders van racisme te betichten, zou je ze er volgens Siebers van beschuldigen de Holocaust te legitimeren.

Siebers heeft een punt dat Ross Williams als Amerikaans staatsburger cultureel imperialisme bedrijft door zijn in de Amerikaanse situatie gewortelde opvattingen over racisme naar Nederland te transformeren en deze zonder enig voorbehoud voor andere omstandigheden voor Nederland geldig te verklaren. Ondersteunend bewijs voor het feit dat Ross Williams cultureel imperialisme bedrijft is dat in de documentaire degenen die het beste Engels spreken, de Amerikaanse opvatting over racisme het meeste delen en zich het meest lijken te vereenzelvigen met de Amerikaanse kritiek Ross Williams bijvallen in de verontwaardiging over Zwarte Piet.

Maar zal iemand zich mogelijk afvragen is gelijkheid dan geen universele waarde die in gelijke mate geldt voor alle landen? Dat ligt genuanceerd. De activisten tegen Zwarte Piet verwarren discriminatie en racisme met elkaar. Discriminatie als sociologisch verschijnsel  kan een positieve sociale werking hebben omdat het door binding dient om groepsvorming te bevorderen. Zoals gelovigen zich verzamelen binnen een religie en zich onderscheiden van andersdenkenden. Positieve discriminatie wordt maatschappelijk en juridisch toegestaan en komt in alle landen voor. Dat is geen racisme. Daarvoor is meer nodig, zoals het als minderwaardig bestempelen van alle leden van een ras. Dat is bij het Sinterklaasfeest niet aan de orde. Stereotyperende uiterlijkheden zoals dikke lippen, kroeshaar en krom praten die vermoedelijk sinds het midden van de 19de eeuw in de Sinterklaastraditie zijn ingeweven worden de afgelopen jaren juist van bovenaf afgezwakt.

Ross Williams lijkt door zijn begripvolle houding heel wat van het Sinterklaasfeest te begrijpen, maar begrijpt er uiteindelijk toch te weinig van. De grootste fout die hij maakt is dat hij zijn Amerikaanse opvatting van racisme die wortelt in de keiharde politieke en maatschappelijke Amerikaanse verhoudingen zonder voldoende rekening te houden met fundamentele verschillen projecteert op de Nederlandse situatie. Dat gaat mank. Ross Williams heeft gelijk dat racisme bestreden moet worden en onder alle omstandigheden onaanvaardbaar is, maar waarom hij dat met het Sinterklaasfeest verbindt is de vraag. Door ‘wit’ en ‘zwart’ tegenover elkaar te zetten introduceert hij juist het racisme in het Sinterklaasfeest dat er helemaal niet is.