George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘TPO

Simplisme TPO bereikt nieuwe hoogten. Bij een brief van Ollongren over beïnvloeding van de publieke opinie door statelijke actoren

with one comment

TPO lijkt steeds meer moeite te hebben om aan zinvolle content te komen. De stukken lijken met de logica van een dobbelsteen in elkaar te worden gebroddeld. Daar zit niet eens een rechtse agenda achter, daar steekt luiheid en gemakzucht achter. Zorgvuldigheid en scherpte ontbreken. De jongste bedienden lijken nu ook hun kans te krijgen om eens lekker aan de boom te schudden. Maar de appels vallen op hun eigen kop. Als TPO serieus wil worden genomen zou het beter op kwaliteit dan kwantiteit inzetten. Mijn reactie bij het artikelD66-minister gaat sleepwet erdoor duwen onder mom van ‘nepnieuwsbestrijding’:

Waarom is het ‘doodeng’ om te praten met Facebook en Google om nepnieuws te bestrijden? Is TPO wellicht bang dat het ook in deze actie meegenomen wordt? Een gerechtvaardige zorg zoals blijkt uit dit bericht dat de ‘sleepwet’ verbindt met de bestrijding van nepnieuws. Het is een associatie uit het ongerede.

De brief van minister Ollongren aan de kamer gaat overigens niet uitsluitend over de inmenging in Nederland door de Russische Federatie, maar ook over andere landen die de Nederlandse publieke opinie proberen te beinvloeden of gebruik maken van de Nederlandse digitale infrastructuur.

Elk land moet alert zijn op inmenging in de publieke opinie of zelfs in het electorale proces, zoals in 2016 bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen gebeurde. Daar is niets merkwaardigs aan. Democratie moet weerbaar zijn en elke dag opnieuw verdedigd worden.

De brief van minister Ollongren is een opzetje en weinig meer dan dat. Er worden wat intenties uitgesproken. Erg concreet is het nog niet. Het kabinet Rutte III is ook pas aangetreden. Maar het is goed dat de dreigingen vanuit het buitenland worden benoemd, de overheidsdiensten alert zijn en er een beleid wordt ontwikkeld dat de invloeden neutraliseert.

NB: Zie ook de kamervragen ‘Beïnvloeding door buitenlandse entiteiten van democratische verkiezingen’ van Kees Verhoeven (D66), 13 november 2017.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelD66-minister gaat sleepwet erdoor duwen onder mom van ‘nepnieuwsbestrijding’’ op TPO, 14 november 2017.

Advertenties

Written by George Knight

14 november 2017 at 11:01

Baudet ontkent contacten met extreem-rechts en wordt betrapt met leugen over Constant Kusters

leave a comment »

Thierry Baudet ontkent extreem-rechts te zijn of dat soort contacten te hebben, maar onderhield afgelopen jaren contacten met Europese rechts-extremisten, onder meer van het Front National. Blogger Ikje somt de contacten in een geactualiseerd overzicht op en concludeert daaruit dat Baudet een neofascist is.

Nu is er een relletje rond Constant Kusters en de Nederlandse Volks-Unie (NVU) dat als extremistischer wordt beschouwd dan Baudets partij, het Forum voor Democratie (FvD). Sinds die partij in de Tweede Kamer met twee zetels vertegenwoordigd is neemt het in het openbaar afstand van de mensen waar het mede de twee zetels aan heeft te danken. FvD doet zich salonfähig voor en neemt afstand van het rechts-extremistische voetvolk. Overigens een te verwaarlozen groep met een kleine 300 volgelingen die zich belangrijk voordoen. Aan dat euvel lijdt ook Kusters. Het antwoord op de vraag of FvD door het openbaar afstand nemen van extreem-rechts een uitspraak doet over de ware aard van de partij of een en ander probeert te framen is afhankelijk van het waarheidsgehalte van Baudets beweringen en of men hem op zijn woord kan geloven.

Het is uitgebreid na te lezen in de publiciteit, zoals hier. Baudet ontkent de band met de NVU, maar Kusters zegt in een artikel in De Gelderlander dat Baudet wist van de samenwerking. In TPO werd op 25 augustus de leugen doorgeprikt dat Baudet nooit van Kusters had gehoord: ‘Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet zei vrijdag tegen ThePostOnline nog nooit van Constant Kusters te hebben gehoord, de leider van de de extreemrechtse Nederlandse Volks-Unie (NVU). Dat blijkt anders te liggen. Sterker, Baudet sprak over Kusters in een discussieprogramma van omroep Powned. Op donderdag 29 oktober 2015 om precies te zijn.’

Deze leugen komt na vragen waarom Baudet zo kritiekloos door de Nederlandse media aan het woord wordt gelaten, onder meer hier op dit blog. Een analogie met Donald Trump kondigt zich aan. Hij kreeg van onder meer CNN en MSNBC’s Morning Joe in een soort gratis rit zonder de gebruikelijke journalistieke normen alle ruimte om zijn persoon en programma te presenteren en kon zo groeien. Mede omdat zijn aanwezigheid garant stond voor goede kijkcijfers. Nu Trump dankzij de media de verkiezingen heeft gewonnen en hij ze niet meer nodig heeft neemt hij er afstand van. Voor FvD geldt dat in mindere mate omdat het slechts 1,8% van de stemmen haalde, tegen Trump 46%. NRC onderzocht welke partijen tijdens de campagne het meest op televisie waren. FvD scoorde bovengemiddeld met 27 optredens in 12 onderzochte actualiteitenprogramma’s. Nu de banden met extreem-rechts duidelijk zijn gemaakt is de vraag of ze FvD kritischer gaan benaderen.

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

leave a comment »

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Oekraïne: In Nederland gaan ‘leuke stukjes’ voorbij aan de geschiedenis vanwege partijpolitieke doeleinden

with 3 comments

Mijn reactie op het spotje Three Nations–One Freedom en bovenstaande reactie erop van Bert Brussen op TPO

Het is een tamelijk terughoudend spotje. De claim is dat 145 Canadezen van Oekraïense herkomst zijn gestorven bij de bevrijding van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Niet meer en niet minder.

Dat soort claims zijn altijd wat krom omdat het historische lijnen doortrekt naar het heden. Maar dat gaat zomaar niet. Dat valt ook te zien in de reacties waar het huidige Rusland (of: de Russische Federatie?) wordt gelijkgesteld aan de Sovjet-Unie, en het Rode Leger aan het leger van de Russische Federatie.

Dat klopt echter niet. In werkelijkheid zijn er relatief meer Wit-Russen en Oekraïeners in de strijd tegen Nazi-Duitsland gestorven dan etnische Russen. De verklaring daarvoor is niet zo moeilijk, de strijd tegen het Derde Rijk concentreerde zich immers in de gebieden waar Wit-Russen en Oekraieners woonden.

Het Kremlin voedt de onkunde van een slecht geïnformeerd westers publiek door daar op in te spelen. Dan wordt onder tafel geschoven dat Wit-Russen, Oekraïeners en Baltische volkeren meevochten in het Rode leger en in de frontlinie het hardste getroffen werden. Achteraf poetst het Kremlin dat weg, zoals het een Stalinistisch traditie is om de geschiedenis te herschrijven. Denk aan Leon Trotski die het Rode Leger op poten zette, maar na zuiveringen niet meer genoemd mocht worden en van foto’s werd geretoucheerd. Wie dat niet weet, kan die geschiedenis niet lezen.

Het spotje is te patriottisch om een Nederlands publiek aan te kunnen spreken. Nederlanders houden niet van uniformen, legers, heldenmoed en krijgshaftigheid. Misschien omdat het Nederlandse leger sinds de 17de eeuw nooit meer een oorlog gewonnen heeft. We hebben niets om trots op te zijn. Voor een Nederlands publiek slaat het daarom behoorlijk de plank mis. Het lijkt eerder voor een Oekraïens publiek bedoeld, dat wel van krijgshaftigheid houdt en zich nu al 3 jaar -van onderop- succesvol verzet tegen een Russische overmacht die het land bedreigt.

Het is het verschil tussen Oost en West. Tussen Nederland dat nooit bezet is geweest door de Sovjet-Unie en landen als Polen, Esland, Letland, Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne die in 1945 als Nederland niet bevrijd werden, maar juist bezet werden door de Sovjet-Unie. Stel dat Nederland van 1945 tot 1990 na de Duitse bezetting opnieuw bezet was geweest door een vreemde mogendheid. Dan hadden we nu heel anders tegen onze recente geschiedenis aangekeken.

Wat het na 1945 extra zuur maakte was dat Polen of Oekraïense Canadezen vol overgave meevochten bij de bevrijding van Nederland in 1944-45, maar vervolgens niet terug konden keren naar hun land van herkomst dat door de Soviet-Unie was bezet. Als gevolg van de koehandel in Jalta tussen Britten, Amerikanen en de Georgische Sovjet-leider Josef Stalin.

Wat doet dat met een volk zoals het Oekraïense? Van alles, het geeft onder meer een dubbel gevoel van trots en vernedering over een slecht verwerkt verleden dat nog nauwelijks afgesloten is. En maar door blijft malen in de hoofden. West-Europeanen die die worsteling niet beseffen en er zelfs met ‘leuke stukjes’ voordeel voor partijpolitieke doeleinden uit proberen te halen hebbn de fijngevoeligheid van een loden deur die met een klap dichtslaat. Lachen!

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPro-Oekraïne-activisten zetten WOII-veteranen in voor Oekraïnereferendumhaat; Als al het andere faalt is er altijd nog de Tweede Wereldoorlog’ van Bert Brussen op TPO, 23 mei 2017.

Antwoord aan Jaap Plaisier: Viktor Orbán bedient zich van antisemitisch jargon

with one comment

Hier is er weer één. Een reactie op een artikel op een van de rechtse sites die Nederland telt. Dit keer het gematigd-radicale TPO. Blogger Jaap Plaisier heeft het niet zo op de Volkskrant-columnist en ‘charlatan’ Arnon Grunberg en relativeert het antisemitisme van politici als Viktor Orbán, Marine Le Pen en Geert Wilders. Maar dat is niet het hele verhaal. Vorm en inhoud vallen niet altijd zo samen als we vermoeden. Het antwoord:

Het kan best dat premier Viktor Orbán geen antisemiet is, maar hij bedient zich wel van hedendaags antisemitisch jargon. Dat is omcirkelend taalgebruik. Orbán is slim genoeg om zich niet expliciet antisemitisch uit te laten, maar of daaruit geconcludeerd te worden dat hij geen antisemitische agenda volgt -zoals Plaisier doet- is te kort door de bocht. Het gaat erom wat Orbán met zijn verwijzingen naar George Soros, de financiële, speculatieve wereld of multinationale kringen precies beoogt. Hij hint ergens op zonder het voluit te zeggen. Orbán laat het bewust in de lucht hangen, en wast zijn handen in onschuld. Zo denkt hij.

Verhullend taalgebruik dat uit rechts-populistische of rechts-nationalistische kringen opklinkt is verwarrend omdat degenen die er aanstoot aan nemen er wat anders uit afleiden dan degenen die er geen aanstoot aan nemen. Het is precies voldoende duidelijk om er Orbáns navolgers mee te motiveren in hun nationalisme of antisemitisme en precies niet duidelijk genoeg om Orbán van virulent antisemitisme te betichten.

Plaisier relativeert in zijn betoog alles weg. Dat is van eenzelfde soort verwarring die hij Arnon Grunberg verwijt. En inderdaad Grunberg geeft zijn opinie over dit onderwerp, zoals Plaisier dat ook doet. Voor de sekte van Volkskrant-lezers kan Grunberg belangrijk zijn, zoals voor een sekte van TPO-lezers Plaisier belangrijk kan zijn. Maar in de publieke opinie zijn ze uiteindelijk onbelangrijke uitingen. Dat is een relativering die Plaisier hopelijk kan waarderen.

Is Grunberg een charlatan? In elk geval slaat de vergelijking van Plaisier van Grunberg met Bas Heijne naar mijn idee de plank mis, en gooit Plaisier de mogelijkheid weg om te onderscheiden. Heijne is een essayist met analyses die weloverwogen en doordacht zijn. Of men het er politiek nou mee eens is of niet. Grunberg is meer een literator die zich bezondigt aan het verkondigen van meningen over kunst op politiek die op een impressionistische wijze tot stand komen. Daarom valt er heel wat op af te dingen en is het de vraag wat het allemaal waard is. Laatst hees Grunberg in NRC de Utrechtse kunstenaar Jeroen Hermkens op het schild. Dat werd door kunstliefhebbers hoofdschuddend en als onbegrijpelijk aangezien en riep de vraag op of Grunberg eigenlijk verstand heeft van beeldende kunst. Zoals nu Plaisier doet met de politieke Grunberg.

Het is jammer dat Plaisier niet ronduit wil toegeven dat er antisemitische tendenzen aanwezig zijn in de achterbannen van rechts-nationalisten als Marine Le Pen, Viktor Orbán of Geert Wilders. Het doet zich alleen in een andere vorm voor dan het traditionele antisemitisme zoals we dat kennen uit de recente geschiedenis. Los daarvan valt het te hopen dat Plaisier door zijn relativeringen niet het beeld oproept -bij degenen die hij inspireert en die slechter dan hem hun geschiedenis kennen- dat het allemaal wel meevalt met het hedendaagse, verhullende antisemitsche jargon.

Het valt niet mee wat er op dit moment in Hongarije gebeurt waar Orbán de radicaal-rechtse partij Jobbik de wind uit de zeilen probeert te nemen door voorzichtig aan te haken bij het antisemitisme dat in de Hongaarse samenleving bestaat. De opdracht voor een premier is echter een andere. Namelijk om bevolkingsgroepen te verbinden en niet het omgekeerde te doen door bepaalde bevolkingsgroepen uit te sluiten. Of dat direct of indirect, ondubbezlzinnig of dubbelzinnig, onverbloemd of verhullend gebeurt is ondergeschikt en niet de hoofdzaak. De intentie van Orbán telt, niet zijn jargon.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelGeert Wilders antisemiet? Arnon Grunberg charlatan; ‘Een charlatan kan trouwens, mits getalenteerd, buitengewoon waardevol zijn’’ van Jaap Plaisier voor TPO, 13 mei 2017.

Thierry Baudet is niet oprecht in zijn kritiek op hedendaagse kunst. Rechtse media lusten pap van zijn kooigevecht tegen ‘de kunst’

with 7 comments

Het wordt vermoeiend en voorspelbaar. Thierry Baudet van het rechts-nationalistische Forum voor Democratie met adrenalinestoten in de versnelling. En rechtse media als DDS, TPO of De Telegraaf die van elke zucht van hem vervolgens verslag doen. Baudet raast door en laat zijn gesprekspartner niet aan het woord. Nu weer voor de EO-radio over hedendaagse kunst. Waarvan hij in een NRC-artikel  eerder heeft gezegd die af te wijzen omdat het ‘symptomen zijn van een ziekelijke afkeer van het thuis.’ Hij noemt het ‘moderne kunst’. Het gaat Baudet dus helemaal niet om de richting die de hedendaagse kunst neemt. Hij wijst op politieke gronden alle hedendaagse kunst af. Het zou eerlijk zijn als hij dat zei, maar dat zegt hij niet in het debat voor de EO-radio.

Wat Baudet zegt is aantoonbare onzin en toont z’n gebrek aan kennis van de moderne en hedendaagse kunst. Hij haalt alles door elkaar. Zijn verwijzing naar het abstracte expresssionisme of het abstract-expressionisme -de stroming van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning- slaat de plank mis en toont juist het omgekeerde aan wat wat hij meent te zeggen. Die stroming is het juist te doen om de materie, de expressie van de verf en de kleur en heeft hoegenaamd niets te maken met verwijzingen naar de werkelijkheid.

Baudet heeft te weinig verstand van kunst om er samenhangend en verstandig over te kunnen praten. De steeds weer terugkerende fout van Baudet is niet zijn onkunde, maar zijn zelfoverschatting. Hij denkt zich niet te hoeven beperken, maar dat is een groot misverstand waarmee hij zichzelf telkens weer voor gek zet.

Daarnaast is het ongepast voor een partijpoliticus om zich onder verwijzing naar specifieke gevallen met de inhoud van kunst bezig te houden. Zoals het tentoonstellingsbeleid van musea. Een volksvertegenwoordiger moet zich verre van de inhoud van kunst houden en zich beperken tot het scheppen van de voorwaarden. Baudet is pas sinds kort volksvertegenwoordiger en moet blijkbaar nog wennen aan zijn nieuwe rol. Hij moet leren om zich niet te mengen in het inhoudelijk debat over wat passende kunst is. In zijn ogen. Daar hebben politici verre van te blijven. Ze gaan over politiek, maar niet over de inhoud van kunst. Of religie of de omroep.

Ieder zijn smaak. Realisten of fijnschilders als Wim Heldens, Henk Helmantel, Peter van Poppel of Rob de Lange zijn opgenomen in de collecties van Nederlandse musea en worden niet genegeerd zoals Baudet suggereert. Zo kocht het Groninger Museum in 2014 enkele werken van Helmantel. Veel getalenteerde conceptuele of post-postmodernistische kunstenaars krijgen trouwens evenmin grote tentoonstellingen of aankopen in Nederlandse kunstmusea. De middelen zijn nu eenmaal schaars. Niet in het minst door de invloed van de rechts-nationalistische partijen als VVD en PVV die sinds 2011 buitenproportioneel hebben gekort op het cultuurbudget. Met als direct gevolg dat kunstmusea nu moeten schipperen met hun middelen.

Kunst heeft een maatschappelijke functie en opereert vanuit die rol. Als kunst die rol niet inneemt is kunst geen kunst meer. Maar versiering of behang. Of onderdeel van staatspropaganda. Kunst scherpt aan en stelt het vanzelfsprekende ter discussie. Per definitie tornt kunst aan de gevestigde orde en spiegelt daar kritisch op. Net als religie stelt kunst vragen over het wezen, het bestaan, de werkelijkheid, de zin van het leven en de samenleving. Het is onzin om te veronderstellen dat kunst ‘links’ is en er geen ‘rechtse’ kunst bestaat. Kunst is niet links of rechts, maar schopt tegen het vanzelfsprekende. Of de gevestigde orde nou links of rechts is. Musea doen daar verslag van en bieden als bemiddelaar ruimte aan kunst die de eigen tijd weerspiegelt.

De sociaal-realistische kunst van de Sovjet-Unie die in de realistische vorm in de buurt komt van wat Baudet passende kunst vindt was links-conservatieve kunst die vanwege staatswege was bedoeld om de gevestigde, communistische orde te ondersteunen. Daardoor werd in de Sovjet-Unie de levendige en kwalitatief hoogstaande avant-garde in de vroege jaren’ 30 (vdve) wegens ‘formalisme’ door de opvolgers van Lenin in de ban gedaan. Dat betrof kunstenaars zoals Alexander Rodchenko, Vsevolod Meyerhold, Dziga Vertov of Kazimir Malevich. Zelfs iconen als Sergei Eisenstein of Dmitri Sjostakovitsj werden geknecht in hun artisticiteit.

Kunst die in dienst van de politiek staat en daar niet op kan en mag reageren is bloedeloos en kan niet de maatschappelijke rol van kunst spelen. Dat soort kunst wordt een bevestiging van de bestaande orde en is geknecht en gedomesticeerd. Kunst die ondergeschikt is aan de politiek, de bestaande orde of de geldende smaak van de burgerij is ten dode opgeschreven. Van de andere kant zouden politici die de lenigheid van geest missen om de maatschappelijke rol van kunst te accepteren moeten nadenken over hun eigen rol.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsitem online De Telegraaf, 4 april 2017.

Stedelijk Museum krijgt uit rechtse hoek verwijt propaganda te bedrijven met presentaties over migratie

with 7 comments

Het Stedelijk Museum besteedt het komende jaar in een reeks kleine prestaties aandacht aan migratie. Daar komt kritiek op van rechtse media zoals Elsevier of TPO. Het verwijt is dat het museum eenzijdig bezig is en propaganda zou bedrijven. En zelfs stelling zou nemen tegen het populisme. Maar hoe terecht is dat verwijt? Annabel Nanninga reageert in een opinie-artikel voor TPO en schuwt de grote woorden en verwijten niet. Zie ook een artikel van Marjolijn de Cocq en Maxime Smit van 1 april 2017 in Het Parool.

Sleutelzin waar deze rechtse publicisten zich aan lijken te storen is het slot van het citaat van Bram Hahn ‘de gedachten van het publiek bij te sturen – daar is een woord voor: propaganda.’ Het verwijt dat ze maken is dus eenzijdige communicatie. Klopt dat of is die conclusie te kort door de bocht? Overheden, politici en media zijn continu bezig om de gedachten van het publiek bij te sturen. TPO en Elsevier zijn daar goede voorbeelden van. Dat gebeurt door het sturen van gedrag (‘nudging’) en van opinies. Propaganda heeft altijd de intentie om met een beroep op de publieke opinie aanhangers voor een standpunt te winnen. Dat is bij het Stedelijk Museum echter niet aan de orde. Ten eerste omdat het een half-gesloten omgeving is waarvoor toegang betaald moet worden en geen beroep wordt gedaan op ‘de publieke opinie’. Ten tweede omdat de bezoekers die er doorgaans komen niet overtuigd moeten worden, maar al overtuigd zijn van het nut van migratie.

Los van het er aan de haren bijgesleept verwijt van propaganda raakt de kritiek van Hahn en Nanninga aan een interessanter aspect. Namelijk de vraag naar de functie van kunst en in het verlengde daarvan de functie van een kunstmuseum. Moet kunst midden in de samenleving staan en heeft het een maatschappelijke rol te spelen door zich politiek te uiten? Of moet kunst zich onderhorig maken aan de politiek? Het is het verschil tussen kunst die bijt en kunst die tandeloos is. Hahn en Nanninga pleiten voor tandeloze kunst die de politiek volgt. Waarschijnlijk beredeneren ze dat vanuit hun partijpolitieke opstelling. Dit in navolging van politici van PVV en VVD die de kunstsector vol minachting als een links reservaat zien dat zich onttrekt aan disciplinering en beteugeling en daarom financieel gekort, geknecht en getemd moet worden. Mijn reactie op TPO:

De framing ‘activistische dramgalerie’ van een activistische drammer is potsierlijk.

Kunst en politiek zijn verbonden. Kunst zonder politiek is levenloos en politiek zonder kunst heeft geen adem. Ze zijn dus eenmaal met elkaar verbonden. Het gaat er niet om dat ze verbonden zijn, maar hoe ze verbonden zijn. Daarop kan kritiek klinken. Maar niet op het feit dat er wisselwerking tussen kunst en politiek is.

Nanninga komt niet aan inhoudelijke kritiek toe. Ze verwijst naar een citaat dat het over propaganda heeft en laat het daarbij. Met als uitsmijter een verwijzing naar de persoon Ruf. Het is een gemiste kans om inhoudelijke kritiek te uiten met een onderbouwd betoog. Nanninga laat het afweten.

Het Stedelijk Museum besteedt in twee zaaltjes aandacht aan het onderwerp. Tamelijk bescheiden. Kunst die in de eigen tijd staat reflecteert altijd op de samenleving. Kunst houdt ons een spiegel voor. Kunst scherpt aan. Dat is de functie van kunst. En het is de rol van een museum om daar verslag van te doen en dat te tonen. Kunst die dat niet doet is geen knip voor de neus waard. Een museum dat dat nalaat verandert in een graf. Dat is de dood in de pot van het museum. En van de hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBonusquote, moeilijkebril-editie: propaganda van uw geld in het Amsterdamse Stedelijk Museum’ van Annabel Nanninga voor TPO, 2 april 2017.