Gedachten bij de ansichtkaart ‘La guerre 1914 à Toulouse, nos troupes noires, les Sénégalais, la terreur noire des boches pendant l’arrêt à Toulouse’ (1914)

04-Tirailleurs sénégalais. Carte postale recto “La guerre 1914 à Toulouse, nos troupes noires, les Sénégalais, la terreur noire des boches pendant l’ar[r]êt à Toulouse”. Collectie: Bibliothèque nationale de France, Bussy-saint-Georges,3.

Deze ansichtkaart roept vragen op. Zoals de tekst die vertaald zegt: ‘De oorlog van 1914 in Toulouse. 4e serie. Nr. 4. Onze zwarte troepen. De Senegalezen. De Zwarte Terreur ‘van de Moffen’. Tijdens de tussenstop in Toulouse.’

Wat bedoeld de tekst met De Senegalezen. De Zwarte Terreur ‘van de Moffen‘? De tekst lijkt te suggereren dat de Duitsers schrik of angst hebben voor de Senegalezen. Hoe realistisch was in 1914 die uitspraak?

Het is een merkwaardig tafereel daar op dat treinemplacement in Toulouse. De Senegalese militairen zijn ‘tirailleurs‘. Dat wil zeggen koloniale infanterietroepen die onder toezicht van de Fransen stonden. De Franse tekst hierover zegt het nog beeldender: ‘encadrées par des Français‘. Dat zien we op de foto. De Senegalezen worden ingelijst.

De witte Fransman op de foto tussen de Senegalezen is een burger. Wat is zijn rol? Dat is onduidelijk. Is hij een Senegalese consul of een ambtenaar van de Franse spoorwegen?

Hoe dan ook gaan de Senegalese tirailleurs richting front. Naar de loopgraven in Noord-Frankrijk. Met de kennis van nu is dat geen prettig vooruitzicht. Hoe dat met de kennis van toen was is gissen. Wisten de Franse koloniale troepen wat er van hen verwacht werd? Waarschijnlijk niet.

Nog even poseren de Senegalezen fier en trots voor de fotograaf. Voordat ze in de gehaktmolen van de oorlog verdwijnen. Nog iets langer mag de ansichtkaart blijven bestaan die de Fransen van toen wilde laten weten dat de ganse Franse Derde Republiek inclusief koloniën het eigen leger steunde en zich verzette tegen de invallende moffen. De gehate ‘Boches’ die pas vier jaar later de strijd zouden verliezen. Dat is in de realiteit van een oorlog een eeuwigheid verder.

Advertentie

Abdelghani Merah veroordeelt islamisme, kiest voor humanisme

Abdelghani Merah is de oudere broer van de schutter van Toulouse en Montauban die in maart 2012 zeven moorden pleegde. Drie paratroopers, een Rabbi en drie Joodse kinderen werden gedood door Mohammed Merah. Abdelghani distantieert zich van zijn familie. Deze week verschijnt zijn boek ‘Mon frère ce terroriste‘ (Mijn broer, die terrorist). Een samenvatting omschrijft de opvatting van Abdelghani Merah (eigen vertaling):

Sinds 21 maart 2012 kan ik niet meer slapen. Er is niet een nacht, niet een dag waarop de gezichten van de slachtoffers van Mohamed Merah niet door m’n kop spoken. Hoe kan ik zwijgen? Ik ben Abdelghani Merah. Ik ben de oudere broer van degene die men de ‘scooter moordenaar’ noemt. Ik ben de oudere broer van Mohamed Merah, de fanatieke terrorist uit Toulouse die dood en verderf op zijn pad zaaide. Ik moet nu de stilte verbreken, want ik heb haat en intolerantie altijd verworpen. Door dit boek wil ik de pijn en de woede van me afschreeuwen, maar vooral wil ik de samenleving bewustmaken van de gevaren van het fundamentalisme. Ik hoop dat wij, en met name jongeren, ons er bewust van worden dat geweld en extremistische ideeën niet anders dan een veld van ruïnes voortbrengen. Als antwoord op de verschijningsvormen van het fundamentalisme zal ik nooit geweld gebruiken. Mijn woord is mijn wapen, en de humanistische waarden zijn mijn munitie.

De moeder van Mohammed en Abdelghani voedde haar kinderen op in een sfeer van racisme en haat. De kinderen werd ingeprent dat Arabieren geboren zijn om de joden te haten. Raadsel is niet waarom Mohammed moordde of zus Souad trots op hem is omdat-ie tot het bittere einde ging, maar waarom Abdelghani zich aan de haat wist te onttrekken. In een interview met Pierjean Frison antwoordt-ie: ‘Ik was nieuwsgierig. Ik realiseerde me dat alles wat mijn familie zei vals was. ‘ Bewonderenswaardig. Conclusie van dit verhaal van twee broers? Soms is de islam ronduit ideologisch en politiek, niet religieus. Individualisme is het antwoord.

Foto: Abdelghani Merah, Mon frère ce terroriste; un homme dénonce l’islamisme (‘een man veroordeelt het islamisme‘) 

Debat over de islam als religie van vrede en het ontbreken van zelfonderzoek

Is islam een religie van vrede? In een stevig en fair debat wordt deze vraag beantwoord. Zeba Khan en Maajid Nawaz tegenover Ayaan Hirsi Ali en Douglas Murray. Moderator is correspondent John Donovan van ABC News. New York City, 6 oktober 2010. Organisator is het Britse Debatforum Intelligence Squared.

Douglas Murray trekt het felst van leer. Hij stelt dat de islam complex is en drieledig: er is de koran en de leer en het leven van Mohammed, er is de traditie van de sharia, en dan is er wat de moslims nu doen. Hij heeft hoop in de moslims. Ze gebruiken hun oordeel als menselijke wezens zonder blind te varen op de heilige boeken. Murray ziet de koran echter als slecht, echt slecht. En volgens hem was Mohammed ook een slechte man. Murray merkt op dat jodendom en christendom de oorzaak voor fouten bij zichzelf zoeken, maar dat de islam altijd naar anderen verwijst. En weigert aan zelfonderzoek te doen.

Exemplarisch voor dat laatste was de reactie van de Zwitsers-Egyptische islamfilosoof Tariq Ramadan op de moorden door Mohamed Merah in Toulouse. Ramadan noemt de moordenaar een slachtoffer van de maatschappij en wuift de verantwoordelijkheid van de islam weg. Alsof er geen verband bestaat. Luckas Vander Taelen noemt in De Standaard Ramadan een medeplichtige aan de moord door zijn ontkenning dat de islam verantwoordelijkheid heeft. In ieder geval gaat Ramadan het zelfonderzoek van de islam uit de weg.

In het debat tellen argumenten. John Donovan memoreert dat vele islamgeestelijken de uitnodiging hebben afgeslagen om met Ayaan Hirsi Ali in debat te gaan. Sowieso om over de grondslagen van de islam te willen spreken. Maajid Nawaz doet dat wel en stelt zich kwestbaar en weerbaar op. Maar hij en Zeba Khan representeren jammergenoeg niet het gezicht van de islam. Als dat zo was stond het er een stuk beter voor met de wereld. En met de islam. Die de toeschouwers niet zo vreedzaam vinden als ze eerst dachten.

Vragen over vrijheid van godsdienst in Nederland en Saoedi-Arabië

Soms komen losse eindjes samen in kamervragen en verklaart een verschil in perspectief een verschil in wereldbeeld. Eigen slachtofferschap wordt als kostbaar kleinood en partijjuweel gekoesterd. Een en ander wordt inzichtelijk door de vergelijking van de kamervragen over moslimextremisme door respectievelijk Kees Van der Staaij (SGP) en Joël Voordewind (ChristenUnie) met die van Tofik Dibi (GroenLinks).

Op 22 maart stellen Van der Staaij en Voordewind minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken vragen met als titel ‘Een oproep van de grootmoefti van Saoedi-Arabië‘. Uit een bericht uit de The Atlantic blijkt dat sjeik Abdul Aziz bin Abdullah heeft opgeroepen om alle christelijke kerken in de regio te vernietigen. Een oproep zonder gevolgen omdat de meeste kerken in de regio al gesloten zijn en de vrijheid van godsdienst in Saudi-Arabië door de overheid niet erkend wordt, aldus een Amerikaans overheidsrapport. Beide vragenstellers proberen de uitspraak te duiden en vragen zich af waar de lauwe reactie in Europa vandaan komt.

Op 23 maart stelt Dibi de ministers Opstelten van Veiligheid en Justitie, en Spies van Binnenlandse Zaken vragen over ‘De voedingsbodem voor extremisme gelet op de schokkende aanslagen op een joodse school in Toulouse, een moskee in Brussel en diepgewortelde islamofobie in Nederland‘. De vragensteller wil weten hoe Nederlandse veiligheidsdiensten hierop reageren en hoe de aantrekkingskracht van jihadistische bewegingen op moslimjongeren verminderd kan worden. Beide aanslagen in Brussel en Toulouse werden gepleegd door een moslim. Dibi framet het in ‘een mogelijke toename van de reeds zorgwekkende islamofobie in Nederland‘.

In Saoedi-Arabië wordt de vrijheid van godsdienst erkend noch beschermd onder de wet en ernstig beperkt in de praktijk. Zoals het geval Hamza Kashgari leert geldt de vrijheid van godsdienst er evenmin voor moslims. Relativeert de situatie in een ver buitenland de woorden van Dibi dat Nederland een ‘zorgwekkende islamofobie’ kent? Erkent de Nederlandse overheid de vrijheid van godsdienst niet en erkent noch beschermt het religieuze minderheden? Kamervragen zijn nu en dan een visitekaartje van normatief en makkelijk denken.

Foto: Grootmoefti sjeik Abdul Aziz bin Abdullah. Copyright Reuters