Religieuze organisaties bagatelliseren het verband tussen islamitische terrorisme en de islam. En ze sluiten anderen buiten

Het is een wetmatigheid. Na een terroristische aanslag waarbij de daders zich op de islam beroepen, moslim zijn en ‘Allah Akbar’ roepen, komen islamitische lobbygroepen in actie om het verband met de islam zo klein mogelijk te doen lijken. Het is begrijpelijk, maar ook naïef. Iedereen neemt graag afstand van de rotte appels in de eigen mand, maar om te zeggen dat de appels niet in de mand zitten is in strijd met de werkelijkheid. Terroristen die zich op de islam beroepen zijn wel degelijk onderdeel van de islamitische gemeenschap.

Islamitische lobbygroepen zouden minder onwaarachtig moeten reageren. Dat zou hun geloofwaardigheid dienen. Waarom zeggen ze niet dat de terroristen een onderdeel van de islam zijn, ze het gebruik van geweld afwijzen en hard werken aan veranderingen die de voorwaarden voor islamitische geweld verminderen?

Een andere wetmatigheid is dat andere religieuze leiders zo’n terroristische aanslag in hun voordeel proberen bij te buigen. Uit marketingoverwegingen creëren ze voor de versteviging van de eigen religieuze organisatie een tegenstelling tussen gelovigen en ongebonden. Want doden in naam van een religie kan onderhand als een belangrijk negatief bijverschijnsel van religie opgevat worden. Illustratief is de verklaring van de New Yorkse katholieke kardinaal Timothy Dolan, zoals blijkt uit een bericht in Newsweek. ’Nogmaals, ongeacht onze religie, ras of etnische achtergrond, of politieke overtuigingen, we moeten onze verschillen opzij zetten en samenkomen in geloof en liefde om degenen die gewond zijn te steunen, te bidden voor degenen die dood zijn, evenals hun families en geliefden.’ Hoezo moeten ‘we’ samenkomen in geloof? Dat sluit ongebonden uit en is ongelukkig. Eigenlijk is het nog erger, welbeschouwd is het schaamteloos en onbehouwen wat kardinaal Dolan zegt. Hij grijpt een terroristische aanslag die in naam van religie doodt aan voor de expansie van religie.

Foto: Schermafbeelding van tweet met reactie, 31 oktober 2017.