Macht wettigt verschil tussen eredienst en theatervoorstelling. Kop ‘Seculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ is misleidend

Een commentaar in het RD van kerkjournalist Klaas van der Zwaag die tevens verbonden is aan de SGP gaat over de reactie op de commotie die is ontstaan door de bijeenkomst in de kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente in Staphorst. In drie diensten kwamen daar op 4 oktober 2020 in totaal 1800 mensen samen. Dat was op het moment dat de maatregelen om COVID-19 te bestrijden pas waren aangescherpt en de volgende dag 5 oktober nog verder zouden worden aangescherpt. De kritiek daarop was breed tot en met de politieke leider van de ChristenUnie en het CDA Staphorst dat vond dat deze kerk haar verantwoordelijkheid voor de hele gemeente niet nam. De grootste protestante kerkorganisatie PKN maakte bekend het overheidsbeleid te volgen en geen diensten met meer dan 30 personen te houden.

Van der Zwaag toont zich verbolgen over de kritiek en maakt er een anti-religieus verhaal van als hij de kritiek reduceert als afkomstig van seculier Nederland. In protestant-orthodoxe kringen is het bewust verkeerd weergeven van wat het secularisme is een terugkerend thema dat wordt gebruikt om kerkpolitieke redenen. Dit vijandbeeld dient om de gelovigen te motiveren om hun belangen te verdedigen omdat die onder druk zouden staan. Dat betreft echter niet hun rechten die onder de wet gegarandeerd zijn, maar hun informele voorrechten die dateren uit de tijd dat Nederland nog niet pluriform was en de protestanten tot diep in de 19de eeuw de lakens uitdeelden. Die tijd van voorrechten begint echter geleidelijk voorbij te raken. Dat wordt door sommige protestanten onverteerbaar gevonden. Ze willen de klok terugdraaien of de gelijkgeschakeling van hun geloof met andere godsdiensten en levensovertuigingen zoveel mogelijk vertragen.

Het secularisme als politieke filosofie of seculier Nederland als sociale bevolkingsgroep, die onderhand zo’n 55% van de bevolking uitmaakt, staat echter niet vijandig tegenover godsdienst of zou atheïstisch zijn. Het secularisme staat neutraal jegens alle godsdiensten en levensovertuigingen en heeft per definitie geen voorkeur voor het een of het ander. Van der Zwaag stelt dus het secularisme bewust verkeerd voor, blijkbaar omdat het een welkom vijandbeeld ter motivatie van een orthodox-reformatorische achterban is.

Van der Zwaag laat zich kennen als een volksmenner als hij stelt dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Deze generalisatie doet pijn aan de ogen en aan het gezond verstand. Zoals gezegd, de kritiek op genoemde kerkdienst in Staphorst kwam ook van niet-orthodoxe protestanten. Probeert Van de Zwaag te suggereren dat CDA en CU de vrijheid van godsdienst hekelen? Daarmee zouden we belanden in een interne strijd binnen de protestante zuil. De kritiek van wat Van der Zwaag seculier Nederland noemt betrof echter niet de principes van de vrijheid van godsdienst, maar het gebrek aan verantwoordelijkheid van het Staphorster kerkbestuur om in een tijd dat iedereen moet afzien van sociale contacten de maatregelen zonder veel maatschappelijk gevoel en met gebrek aan fijngevoeligheid in zichzelf gekeerd naast zich neer te leggen.

Essentieel is het citaat van Sophie van Bijsterveld over privileges van kerken: ‘Mensen accepteren niet makkelijk dat sommige clubs anders worden behandeld dan anderen. Of het nu kerken zijn of andere organisaties, maakt niet veel uit.’ Dat is een weerlegging van Van der Zwaags bewering dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Een andere deskundige van wie Van der Zwaag gedachten parafraseert is Teunis van Kooten. Van der Zwaag geeft die zo weer: ‘Kerken zouden op dit vlak volgens Van Kooten moeten nadenken hoe zij het beeld dat kennelijk van godsdienst bestaat –namelijk dat een eredienst een vergelijkbaar iets is als een theatervoorstelling of andere culturele zaken– kunnen bijstellen (..).

Dit is een normatieve stellingname van Van Kooten. Wie teruggaat in de theatergeschiedenis en aanbelandt bij de vroegste fase ervan zal zien dat vanuit rituelen de toenmalige (hol)bewoners van de Aarde met hun creativiteit en zelfbezwering om de onzekere en onveilige werkelijkheid op afstand te houden twee disciplines hebben ontwikkeld: religie en theater. Ze putten uit dezelfde bron en wie een kerkdienst bijwoont zal de overeenkomst met een theatervoorstelling niet ontgaan. Een eredienst is dus historisch-dramaturgisch goed vergelijkbaar met een theatervoorstelling. Door de politieke en juridische macht van christelijke kerken is hun eredienst vele malen beter beschermd dan de theatervoorstellingen van culturele organisaties. Waarom dat verschil bestaat valt echter niet goed te beredeneren. Het is namelijk geen principieel, maar een willekeurig verschil dat uitsluitend vanwege de machtsvorming van de christelijke kerk in Nederland zo is gegroeid.

Van der Zwaag sluit af met Willem Ouweneel die verstandige opmerkingen maakt en niet van mening is dat de kerken worden bedreigd. Hij zegt dat geloofsvrijheid door de overheid sterker dan ooit gewaarborgd wordt. Het is interessant als hij zegt dat die vrijheid door de overheid ‘sterker dan volgens de grondwet strikt geboden is’ gewaarborgd wordt. Waarom zou de overheid geloofsvrijheid sterker beschermen dan volgens de grondwet nodig is? Volgt dat trouwens niet vooral uit een culturele vooringenomenheid van ambtenaren en rechters die de wet toetsen, maar met hun normen en waarden mentaal nog in het verleden verkeren?

Dit gaat om informele voorrechten voor kerken en het accent op de christelijke godsdienst zoals dat volgt uit de interpretatie van artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst. Het eerste zou er niet moeten zijn omdat de grondwet dat niet voorschrijft en het laatste zou breder geïnterpreteerd moeten worden omdat dit artikel tot stand is gekomen vanuit een 19de eeuws christelijk perspectief om het christendom en protestante organisaties te beschermen. De 20ste eeuwse toevoeging om de levensovertuiging en de niet-christelijke godsdiensten te beschermen en op gelijke hoogte te stellen met die christelijke traditie wordt als een wassen neus gevoeld. Het zou nog niet gerealiseerd zijn. Dat is de kritiek op de godsdienstvrijheid die wat uitvoering betreft nog te veel in het verleden hangt. Seculier Nederland hekelt niet de vrijheid van godsdienst, maar de beperkte en corrupte interpretatie ervan. Klaas van der Zwaag doet net alsof hij dat niet begrijpt en probeert de achteruitgang van christelijk Nederland seculier Nederland in de schoenen te schuiven. Dat is potsierlijk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSeculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ van Klaas van der Zwaag in het RD, 16 oktober 2020.

Dieudonné: dubbele standaard van de vrijheid van meningsuiting

B7U26Q8IEAA4nNj.png-large

Regeringsleiders of hoofdredacties getuigen sinds de aanslag bij Charle Hebdo met mooie woorden van de vrijheid van meningsuiting en tonen solidariteit. Door met vertegenwoordigers van Gabon, Egypte, Turkije of Rusland een mars te houden voor de meningsuiting. Landen die een loopje nemen met de meningsuiting. Daniel Wickham ontleedt deze dubbele standaard. Of pagina’s vol achtergrondverhalen te laten verschijnen met maar een invalshoek. In de praktijk leveren ze niet wat ze beloven. Want de vrijheid van meningsuiting wint pas aan waarde als het controverses oproept. Maar voordat het zover is haken de gevestigde machten af.

Een goed voorbeeld daarvan is het aanhouden van de Franse komiek en activist Dieudonné M’bala M’bala omdat hij het terrorisme verheerlijkt zou hebben door zijn uitspraak op sociale media dat hij zich Charlie Coulibaly voelt (‘Je me sens Charlie Coulibaly‘). In een brief aan minister Bernard Cazeneuve van Binnenlandse Zaken legt hij uit zich niet anders te voelen dan Charlie, maar als een public enemy no. 1 bejegend te worden als Ahmedy Coulibaly met meer dan 80 juridische procedures tegen hem en zijn directe omgeving in een jaar. Coulibaly is de moordenaar van vier mensen in de kosjere supermarkt die verklaarde namens ISIS te handelen.

De vrijheid van meningsuiting is op twee manieren niet absoluut. De eerste beperking die voor allen geldt is de wet. Oproepen tot geweld en haaizaaien is niet toegestaan. Dat heeft zin omdat het de scherpste kantjes van het publieke debat haalt. De tweede beperking heeft te maken met de positie van de criticus. Als het de zittende macht volgt wordt het aanvaard en zelfs toegejuicht. Dus bij solidariteitsmanifestaties, in televisiestudio’s of op krantenpagina’s. Maar als het de macht fundamenteel ter discussie stelt wordt het verhinderd of geblokkeerd. Of wordt degene die binnen de wet tegen de macht ingaat zelfs juridisch bedreigd. Dat maakt het publieke debat minder divers en breed dan het zou moeten zijn en wenselijk is.

Mogelijk is Dieudonné een horzel in de pels van de macht die de randen van de wet opzoekt. Uit politieke stellingname of ter profilering van zijn theatercarriere. Maar zolang hij de wet niet overtreedt moet hem geen strobreed in de weg gelegd worden of mogen autoriteiten de werking van de wet oneigenlijk oprekken om hem tot zwijgen te brengen. Dieudonné moet met woorden kunnen zeggen zich een Charlie Coulibaly te voelen. Hem tegenwerken, negeren of schouderophalend in een buitencategorie plaatsen ondergraaft het principe van vrijheid waarover alle politici, journalisten en opinieleiders zich afgelopen weken druk maakten.

Foto: Banner uit tweet van Glenn Greenwald, 14 januari 2015.

Anne. Een Hollands drama: journalistiek, kunst en kunstkritiek

ann

Kunst in Nederland mag niet schuren. Het wordt getemd, van een etiket voorzien en in een vakje gestopt. Om tam geworden weggestopt te worden. De politieke en creatieve klasse meent dat kunst een meetbaar profijt moet hebben. Kunst moet emanciperen, kunst moet doelgroepen verheffen, kunst moet amuseren, kunst moet winst opleveren, kunst moet tegenstellingen verzoenen, kunst moet zichzelf oprekken tot boterzachte genres, kunst moet bedrijfskosten van kunstgebouwen terugverdienen, kunst moet tewerkstellen, kunst moet direct de samenleving dienen en kunst moet ongevaarlijk zijn. Kunst mag in Nederland niet echt kunst zijn.

Kunst die aanscherpt, kunst die tegenstellingen vergroot, kunst die vloekt en beledigt, kunst die vervreemdt, kunst die het menselijk tekort definieert, kunst die schokt, kunst die naast de werkelijkheid laat kijken, kunst die verder niks is en de kunst dient, in Nederland wordt het door de gevestigde klasse niet geaccepteerd.

Bart Smout reageert vandaag in De Volkskrant op een Nederlandse rel. NRC plaatste op de voorpagina van 9 mei een recensie door Herien Wensink van de lang verwachte theatervoorstelling Anne. Over Anne Frank. Ze schreef een goed onderbouwde theaterkritiek en concludeerde ‘Anne is een imponerende, maar brave en eendimensionale voorstelling‘. Daarop barstte de kritiek los. Presentator Matthijs van Nieuwkerk zaagde de hoofdredacteur van de NRC Peter Vandermeersch in DWDD door en stelde dat een kunstrecensie -nog los van het feit of deze negatief is- enkel en alleen op de cultuurpagina dient te staan. Hiermee doet Van Nieuwkerk alsof-ie niks van journalistiek begrijpt. Wat mogelijk echt zo is. Smout verwerpt met cynisme deze mentaliteit: ‘Kunst moet worden gevierd. Kunst verdient een polonaise. En polonaises moet je niet in de weg lopen.‘ 

Opinieleiders als Van Nieuwkerk maken de fout te denken dat ze vanwege de promotie dienend moeten zijn aan de kunstsector. Aan producenten, programmamakers, regisseurs, schouwburgdirecteuren of uitgevers. Ze gaan niet voor kunst, maar voor de infrastructuur van het kunstbedrijf. In hun hoofd zit het idee ingebakken dat kunst niet in zichzelf bestaat, maar een afgeleide is van het economisch nut van kunst. Daarom menen ze aan consumentenvoorlichting te moeten doen en niet aan kunstkritiek. De burger is niet meer dan een klant.

In sommige kunstsectoren van hoog niveau zoals design, dans, literatuur, beeldende kunst, dance, klassieke of geïmproviseerde muziek maakt een recensie weinig uit. Het niveau is er al. Maar in andere sectoren kunnen kritieken een verschil maken. Zoals het voorbeeld van de Nederlandse film toont die al jarenlang onder niveau presteert en maar niet door wil breken. Mede omdat de zelfreflectie ontbreekt en de beleidsmakers het goede spoor niet weten te vinden. Het is potsierlijk om te beweren dat kunstkritiek dat in z’n eentje kan veranderen, maar het kan wel meehelpen om de bewustwording te vergroten. Precies zoals de recensie over Anne van Herien Wensink doet. De NRC neemt de kunst serieuzer door een negatieve kritiek op de voorpagina te plaatsen dan alle goedpraters van het kaliber Van Nieuwkerk doen die kunst als consumentenartikel zien.

Foto: Tweet van de NRC van 9 mei 2014 met voorpagina van die dag.

Dieudonné stopt show. Maar vecht terug in media

De Frans-Kameroense komiek Dieudonné stopt met z’n show ‘Le Mur‘ omdat het hem verboden wordt. Hij erkent de rechtsstaat. De regering-Hollande is gebeten op hem. Dieudo wil niet provoceren, vindt zichzelf geen nazi of antisemiet en verplaatst de strijd naar de sociale media. Zoals een kanaal op YouTube dat de tegenstrijdigheden en het opportunisme van de vertegenwoordigers van het establishment van de Franse republiek op een rijtje zet. Zoals die van ‘journalist’ Christophe Barbier van L’Express die z’n baan wil houden. Voor de anarchistisch-linkse Charlie Hebdo pleit-ie voor geen grenzen aan de meningsuiting, maar bij de antizionistisch-rechtse Dieudonné wel. Een wel heel bijzondere opvatting van wat onafhankelijke journalistiek is. De Joodse antizionist Jacob Cohen en medestander van Dieudonné verwoordt de opstelling van z’n vriend.

Rechter verbiedt optreden Dieudonné. Boekt regering overwinning?

manuel-valls-nous-avons-gagne-une-victoire-politique

De komiek Dieudonné M’Bala M’Bala mag vanavond niet optreden in het Zenith theater van Nantes. Eerst oordeelde een lagere rechter dat een verbod in strijd was met de vrijheid van meningsuiting. Maar de hoogste bestuursrechter de Conseil d’Etat verklaarde in het begin van de avond het besluit van de rechtbank ongeldig. Minister Valls van Binnenlandse Zaken juicht dit besluit toe. Hij heeft zich voor een verbod politiek en publicitair ingezet. Valls vindt de komiek een antisemiet die slachtoffers van de Holocaust beledigt en zo de openbare orde in gevaar brengt. Daarom riep-ie gemeenten op de show ‘Le Mur‘ van Dieudonné te verbieden.

Op 6 januari schreef ik: ‘Het gaat in Frankrijk van kwaad tot erger. Het establishment van links en rechts zet alle middelen in om de komiek Dieudonné te stoppen. Stel je voor dat in Nederland een show van Freek de Jonge, Hans Teeuwen of Theo Maassen wegens discriminatie verboden zou worden door de regering-Rutte. De media zouden te klein zijn. Precies dat gebeurde vandaag in Frankrijk na de aankondiging van minister Valls. De media ontploften. Frankrijk worstelt met zichzelf. Het bestrijdt intolerantie met intolerantie. Dat kan nooit goed eindigen.’

De regering-Hollande strijdt met alle middelen tegen een komiek die daardoor aan kracht wint. En zich met z’n achterban kan profileren. Het is strategisch onverklaarbaar waarom Valls vanwege de openbare orde de shows van Dieudonné wil verbieden en dat niet aan Justitie en de strafwet overlaat. Ook als de komiek een racist of antisemiet is het onverstandig wat de regering-Hollande nu doet. Dieudonné hoeft niet eens langer de arrogantie van de macht aan te tonen met z’n shows die nu verboden zijn. De regering doet dat zelf beter.

Minister van Cultuur Aurélie Filippetti maakte het er nog bonter op door op BFMTV te verklaren dat Dieudonné M’Bala M’Bala niets te maken heeft met cultuur of humor (‘n’a plus rien à voir ni avec la culture, ni avec l’humour‘). Dit is een onnodige uitspraak die een minister niet hoort te maken en alleen maar kleinzielig en intolerant overkomt. En de underdog in de kaart speelt. De episode van Dieudonné en de quenelle komt bovenop een regering-Hollande die de Fransen niet weet te overtuigen, weinig presteert en de economie laat wegzakken. Als de kwestie Dieudonné bedoeld is als afleiding voor die problemen, dan lijkt ook dat mislukt.

Foto: Minister van Binnenlandse Zaken Manuel Valls: ‘We hebben een politiek overwinning geboekt’, 9 januari 2014.  Credits: AFP.