George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Terugtredende overheid

Antwoord op DDS en PVV: afschaffing van overheidssubsidie op kunst is ongewenst, onhoudbaar en onevenredig

with one comment

dds

Michael van der Galien van De Dagelijkse Standaard besteedt in een commentaar aandacht aan het concept verkiezingsprogramma van de PVV en is er niet over te spreken omdat het ‘een snel in elkaar geflanst lijstje van een partij die helemaal niet serieus genomen wil worden’ is. In de afschaffing van de overheidssubsidie van kunst die de PVV voorstelt kan hij zich wel vinden. Hij keert zich dus niet tegen de ongewenste effecten van de subsidie van kunst door de overheid en de reparatie ervan, maar op de volledige afschaffing ervan. Dat is een ongewenst, onhoudbaar en onevenredig standpunt. Mijn commentaar in reactie op zijn commentaar:

De aanname dat het niet aan de overheid (‘de staat’) is om kunst te subsidiëren is uit de lucht gegrepen. Het is niet alleen nergens op gebaseerd, het is ook ondoordacht. De verlening van kunstsubsidie kan wel aan voorwaarden gebonden worden. Graag zelfs. Want nu gaat er relatief veel geld naar hogeropgeleiden die van kunstvoorzieningen gebruik maken, terwijl ze het naar draagkracht makkelijk kunnen missen. Maar dat is geen kwestie van afschaffen van overheidssubsidie op kunst, maar een andere besteding ervan. Er bestaat in de politiek brede overeenstemming dat de overheid een taak heeft in talentontwikkeling van kunstenaars en het op peil houden van sectorale voorzieningen voor kunst. Zeg maar, het in stand houden van een basisinfrastructuur, die overigens de afgelopen jaren door toedoen van Zijlstra al met 30% is verminderd.

De argumentatie van Van der Galien wordt er nog merkwaardiger op wie in ogenschouw neemt welke sectoren overheidssubsidie krijgen. Dat loopt van industrie, landbouw, de omroep tot politieke partijen. Als voor de kunst geldt dat er geen overheidssubsidie meer heen moet gaan, dan valt niet in te zien waarom dat voor de sectoren die nu overheidssubsidie krijgen niet zou gelden. Gelijke monniken, gelijke kappen. Het is onterecht om de subsidie voor kunst af te schaffen en die voor andere sectoren in stand te houden. Een terugtredende overheid is een goed verdedigbaar standpunt, maar dan dient dat in gelijke mate voor alle sectoren te gelden. 

De kunstsector kan ook vergeleken worden met defensie, zorg, verkeer en waterstaat, huisvesting of onderwijs. Met die sectoren worden door landelijke en lagere overheid prestatieafspraken gemaakt. Daartoe moeten ze vanwege het maatschappelijk belang voorzieningen leveren. Kunst past in dat rijtje.

Burgers betalen belasting en willen daarvoor iets terug. Een snelweg, een huurwoning, onderwijs voor de kinderen, bescherming door politie of krijgsmacht, sterke dijken, water uit de kraan, straten en pleinen die aan de kant zijn of de transportmogelijkheid om Nederland te verlaten. De ene belastingbetaler bekommert zich niets om voetbal, koningshuis, religieuze organisaties of omroep, maar wel om kunst. Of omgekeerd. Het is de afweging van de overheid om alle burgers op een redelijk evenwichtige wijze te bedienen.

Kunst is meer dan het gefröbel van een bohémien-achtig persoon op een zolderkamer of het bedienen van een linkse elite. Kunst is ook vormgeving en architectuur van onze leefomgeving. Kunst is ook de content van televisiezenders en bioscoop. Kunst is ook literatuur die in kranten en tijdschriften verschijnt. Kunst is ook het design van Dagelijkse Standaard. Kunst is ook het glas op tafel en de kleren aan ons lijf. 

Kunst karakteriseert onze omgeving. Kunst is de omarming van ons eigen thuis. Kunst is politiek omdat het op scherp zet en vervreemdt, maar kunst is tegelijk niet politiek omdat het ons een vertrouwde omgeving biedt die ons thuis laat komen. Kunst is ongrijpbaar omdat het alles en niets is. Zichtbaar in de huizenbouw, wegenbouw, kranten, stadsplanning, vormgeving van het straatmeubilair voor allen die deze zomer na een verblijf in het buitenland weer terug in Nederland kwamen. Kunst maakt Nederland ‘typisch Nederlands’. Droog, nuchter en egalitair. Kunst is nationale identiteit die meer is dan de marktwerking in een schouwburg of museum. Kunst is van ons allen en wordt daarom door de overheden met subsidie in stand gehouden.

Foto: Schermafbeelding van deel commentaarAls het aan de PVV ligt is het gedaan met kunst,’ en dat is prima!’ op DDS, 29 augustus 2016.

Advertenties

Noodlening Stedelijk Schiedam roept vragen op. Consequent?

leave a comment »

Het is een paradox, een verzelfstandigd museum wordt door de lokale overheid overeind geholpen met een noodlening om de salarissen te kunnen betalen. Raadsleden hebben gelijk dat dit merkwaardig is omdat de overheid niet voor niets op afstand is gezet. Waarom is dat gebeurd? Is de mentaliteit in het museum nog te ambtelijk en die in het college te bevoogdend? Ook gek is dat de raad slechts per raadsbrief geïnformeerd wordt over de lening. Die wellicht straks een schenking blijkt te zijn geweest. Dat zowel museumdirectie als cultuurwethouder niet willen reageren maakt geen sterke indruk. Overheden hebben veel kapotgemaakt door zich ondoordacht terug te trekken en laten door dit soort ingrepen doorschemeren hoe ongelukkig dat was.

Belegering van kunst door politiek vraagt om zelfbewuste reactie

leave a comment »

galerie2_gr

Als het over de ondersteuning van de kunstensector door de overheid  gaat, dan zijn er velen die daar niks van moeten hebben. Het is hun goed recht. Zoals ik niks van ondersteuning aan topsport, defensie of indirecte subsidies via de ANBI-regeling aan kerken moet hebben. Maar ik gun de voetballers, generaals en christenen hun geldelijke en morele steun door de overheid. Betrokken burgers weten dat het algemeen belang het zwaarst weegt. Men zou hopen dat critici die de steun aan de kunstensector onder het mom van ‘Ga op eigen benen staan’ afwijzen met dezelfde ruime blik naar de kunsten zouden kijken. Een antwoord lijkt gepast. Trouwens, onderzoeken wijzen voortdurend uit dat werken in de kunstensector geen vetpot is.

De overheid besteedt taken uit en houdt met geldstromen een voorzieningenniveau in stand. Dat moet allen dienen en is zo divers als de samenleving complex is. Dat totaalpakket aan voorzieningen wordt via politieke koehandel bepaald. Lobbyisten, zoals de machtige werkgevers van VNO wenden hun invloed aan om te zorgen dat geld hun kant opkomt. Of de lasten voor hun sector zoals de ondernemingswinst beperkt blijven. Het gaat dus om zorg voor ouderen, onderwijs voor jongeren, miljardensteun aan banken en financiële instellingen, subsidies aan boerenbedrijven, R&D-ondersteuning voor bedrijven, en voor allen defensie, openbaar vervoer en snelwegen, openbaar bestuur en honderden begrotingsposten. Ook de publieke omroep, sport en kunsten.

Het is van tweeën een. Of de overheid beperkt zich tot kerntaken, treedt op ‘overbodige’ terreinen terug, zet in op marktwerking, verlaagt lasten en belastingen en stopt onnodige subsidies en geldstromen. Of de overheid houdt een voorzieningenniveau in stand dat bij de pluriforme samenleving en verzorgingsstaat past.

Voor beide opties valt iets te zeggen. Als ze consequent worden uitgevoerd. Kritiek op de bovenproportionele bezuinigingen op de kunstsector van de laatste jaren door de nationale overheid is dat beide opties werden vermengd in een ongrijpbaar hybride systeem vol willekeur. Den Haag beperkt de totale uitgaven niet en geeft nog steeds meer geld uit dan het ontvangt. Het kiest in de uitvoering niet voor een terugtredende overheid. Maar waar het de kunstensector betreft doet het alsof het voor een terugtredende overheid en marktwerking kiest. Da’s volksmennerij en een verkeerde voorstelling van zaken. In 2011 sprak toenmalig staatssecretaris Zijlstra van een benodigde cultuuromslag voor de sector. Nogmaals, principieel is dat geen foute keuze, als dat ingebed wordt in het actuele politieke beleid. Dat ontbrak. Anders gezegd, Zijlstra en de VVD hadden eerst een cultuuromslag van de politiek moeten maken voordat ze dat de kunsten op hadden kunnen leggen.

Talentontwikkeling is de riolering van de kunstensector. Het zit in de pijplijn en het onderhoud ervan kan uitgesteld worden zonder dat het nu zichtbaar opvalt en gevolgen heeft. Die blijken pas op de lange termijn. Als de aanwas van onderop stokt. Maar dan is het te laat. Dus als er minder schrijvers, schilders, ontwerpers, dansers, componisten, toneelmakers of filmregisseurs zijn dan een dynamische Europese samenleving past. Dan verschraalt het aanbod en moeten Japanners, Belgen, Duitsers, Britten en andere buitenlanders in het gat springen. Dus het toptalent bieden dat Nederland zelf onvoldoende heeft opgeleid. Vooral de taalafhankelijke disciplines (literatuur, toneel, film) moeten dan een flinke stap terug doen. Waarom VVD en PVV niet trots zijn op hun taal en nationale cultuur is weer een andere raadselachtige tegenstrijdigheid van de Haagse politiek.

fire_gr

Foto 1: Tentoonstelling Project & Object, Galerie Mickery, Loenersloot, 1969. Links de pindakaasvloer van Wim T. Schippers. Rechts daarvan (de kratten) en aan de wand (tekeningen, horen bij de kratten) ‘Site – Non Site’ van Robert Smithson. Fotograaf onbekend. Collectie Theater Instituut Nederland, Archief Mickery.

Foto 2: Fire, 1968. Mickery, Bread & Puppet Theatre. Regie: Peter Schumann. Met: Margot Sherman, Bob Ernsthal, Bruno Eckhardt, Maurice Blanc en Peter Schumann.

Oud VVD’er Ankersmit adviseert: Stem vooral geen VVD of PvdA

with 5 comments

m1mxbchadh9n_wd640

Wilt U toch op een landelijke partij stemmen, oké, stem op welke partij u maar wilt, zolang het maar niet de VVD of de PvdA is.‘ Het gaat over een stemadvies voor de komende gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart. Spreekt hier de woordvoerder van een lokale partij? Zoals nummer 1 van lijst 1 (Burger Partij AmersfoortHans van Wegen in Amersfoort. Of is het nummer 2 van lijst 3 (FNP) Sicco Rypma in Súdwest-Fryslân of nummer 1 van lijst 1 Pieter Meekels van GOB in Sittard-Geleen? De kritiek komt echter niet van een lokale partij. 

Het advies is van oud-hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis Frank Ankersmit die in NRC zijn opinie geeft onder de titel ‘Stem vooral geen VVD of PvdA‘. Pikant is dat Ankersmit in 2005 meeschreef aan het Liberaal Manifest ‘Om de Vrijheid‘ van de VVD. Samen met onder meer Geert Dales en Arthur Docters van Leeuwen. In 2009 zegde Ankersmit z’n lidmaatschap van de VVD op omdat naar zijn idee deze partij geen geloofwaardig antwoord op de kredietcrisis had. Intussen heeft de huidige VVD dat manifest allang rechts ingehaald. Het manifest vatte toen liberale beginselen samen. Het pleitte onder meer voor bestuurlijke helderheid en tegen onterechte afwenteling: ‘Verantwoordelijkheden horen op de juiste plaats, dat geldt voor staatsorganen en burgers. De VVD is voor bestuurlijke helderheid en tegen onterechte afwenteling.’

Bestuurlijke onhelderheid en onterechte afwenteling van rijk naar gemeenten van zorg- en arbeidswetten is de reden voor het advies van Ankersmit om niet op de VVD als initiatiefnemer hiervan te stemmen. En evenmin op meeloper PvdA die dit plan in de onderhandelingen uitruilde: ‘In het kader van de door de VVD verlangde decentralisatie wordt dan de uitvoering van de wet Werk en Inkomen, de AWBZ, de Jeugdzorg (zoals de Wajongregeling) en de Ouderenzorg overgeheveld van de rijksoverheid naar de gemeentes.’ En: ‘Het enige wat gedecentraliseerd wordt, zijn de hoofdpijndossiers die de uitvoering van de Wet Werk en Zekerheid, de AWBZ en de jeugd- en ouderenzorg met zich meebrengt. Dat krijgen de gemeentes op hun bordje.‘ Dat oogt ijselijk.

VVD hevelt samen met bentgenoot PvdA taken over en houdt tegelijk de hand op de knip. VVD en PvdA gooien de problemen bij de gemeenten over de schutting die met enorme uitvoerings- en budgetproblemen gaan worden opgezadeld om arbeid en zorg op peil te houden. Wat in veel gevallen niet zal lukken. Ankersmit: ‘Als burger hebben we nu dus de zeldzame kans om de beslissende spaak in het wiel van een puur slecht plan te steken. Die kans laten we ons toch niet ontgaan?‘ Goed dat ook een oud-VVD’er uitlegt dat het een slecht idee is om op VVD of PvdA te stemmen. Johan Cruijff zou zeggen: ‘Je gaat het pas zien als je het door hebt‘.

Foto: Mark Rutte en Hans van Baalen op VVD-najaarscongres 2013.

Burgers steeds gefrustreerder door patstelling in de politiek

with one comment

ANP-23954985-568x351

Commentatoren merken op dat de crisis niet alleen economisch is. ‘Heel West-Europa en Amerika lijden onder een crisis aan politieke overtuiging. Geen partij, geen politieke leider is erin geslaagd de verbeeldingskracht van een meerderheid te inspireren‘, aldus H.J.A. Hofland in z’n NRC-column van 24 juli. De Amerikanen hebben het gehad met president Obama. De man die het een zegt, maar door het ander te doen zichzelf pat zet. Geen obstakels weet op te ruimen. En terugvalt op zijn macht. Onbewegelijk, met de pretentie van winst.

De VVD-olifant Hans Wiegel verwijst in dezelfde krant naar het rapport ‘Terugtreden is Vooruitzien‘ van de adviserende Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en acht weinig erger dan een bemoeizuchtige overheid. In een reactie zegt het kabinet de burger de ruimte te gunnen voor machtsdeelname. Tegelijkertijd vergroot het echter met lastenverzwaringen, bureaucratische regelgeving en aangescherpte normen haar zeggenschap over de burger. Deze dubbele standaard maakt de burger extra opstandig en gefrustreerd. De hegemonie van de partijpolitiek wordt zoals altijd nergens ter discussie gesteld. In zo’n reactie zegt minister Plasterk het ene, maar doet het andere.  De term ‘bezuinigingen’ duidt op een terugtredende overheid met minder taken en volume, maar in werkelijkheid gaat het juist om ‘lastenverzwaringen’ met meer taken en een groter volume.

Wiegel citeert een eigen uitspraak uit 1972: ‘De overheid is er voor de burgers, de burgers zijn er niet voor de overheid.’ Zou het? Is er nog iemand die gelooft dat overheden of politici er niet voor zichzelf zijn, maar voor de burger? President Obama, premier Rutte of PvdA-leider Samsom zijn excellente meesters in de retoriek. Ze proberen als geen ander de schijn te wekken dat ze er voor de burger zijn. Maar ze beseffen niet dat hun toverspreuken uitgewerkt zijn omdat ze hun beloften niet nakomen en de problemen die ze aanpakken voortdurend uit handen laten vallen. Ze menen dat voldoende te compenseren door hun intelligente uitleg.

Eerder noemde ik dat intelligente domheid het kabinet Rutte in de weg zit. Het is niet alleen dat ministers het een zeggen en het ander doen. Ze menen slim te handelen, terwijl ze in feite een destructief beleid voeren dat averechts werkt. Ze beseffen dat niet omdat ze zichzelf slim achten. De intelligentie van mensen als Obama, Rutte, Plasterk of Samsom heeft zich buiten de politiek bewezen en wordt in de politiek een beletsel om tot zelfbesef en inkeer te komen. De uitdaging voor hun brein wordt hoofdzaak. Onze ontsnappingskunstenaars van de geest maken er een spel van zich niet te laten vangen. Ze vergeten echter buiten zichzelf te denken en hun verbeelding te laten spreken.  Want deze politici zijn onbelangrijk, inwisselbaar en vooral: ondergeschikt.

Foto: Premier Mark Rutte met cowboyhoed in Texas, 9 juli 2013. Credits: ANP/ Jerry Lampen.

Kunst, subsidie, markt, terugtredende overheid en voorzieningen

with 32 comments

izis-israelis-bidermanas-le-clown-grock-1295021745896493

Een deelnemer aan de discussie antwoordde op m’n stukje ‘Kwadratuur van de culturele cirkel: subsidie, markt en politiek‘ over Zweedse cultuurpolitiek met een pleidooi voor een terugtredende overheid en particuliere subsidiëring van de kunstsector. Omdat ik zijn reactie serieus neem en het een principieel verschil van mening aan de oppervlakte legt, reageer ik in een aparte posting. We zijn het meer eens dan het lijkt:

Onaardig om kritiek gezever te noemen. Mijn stukje was onderdeel van de zoektocht naar de afstemming tussen voorzieningen en de rol van de overheid. En hoe kunstenaars daar hun houding in moeten bepalen.

Overheden herverdelen geld dat door belastingen en heffingen opgebracht wordt. Ondersteuning gaat naar uiteenlopende sectoren: landbouw, industrie, banken, koningshuis, defensie, onderwijs, zorg, Bulgaren, sport, omroep, kunst en noem maar op. Omdat burgers sterk uiteenlopende gedachten over die verdeling hebben wordt dat in een uitruil van belangen en politieke programma’s beslist. Kunst heeft daar een plek in omdat het meer is dan franje, maar een overstijgend doel heeft. Da’s een ander aspect dat ik nu laat voor wat het is.

Het rijk besteedt zo’n 0,25% van de collectieve uitgaven aan kunst. In 2010 nog 0,4%. Kritiek klinkt over het voorzieningenniveau. Er zouden teveel opleidingen, kunstenaars en instellingen zijn. Toch besteden andere West-Europese landen procentueel meer aan kunst. Is dan het ‘probleem‘ van de Nederlandse kunstsector die te veel leunt op overheidssubsidie dat het relatief verstandig en zuinig omgaat met de middelen? Veel waar voor weinig geld biedt? Onderbetaling in de sector is daar een aanwijzing van. Beeldende kunstenaars die tentoonstellen vangen vaak niet eens een fee. Geld wordt wellicht verspild aan onnodige projecten, maar niemand wordt er rijk van. Da’s in andere sectoren zoals onderwijs, zorg of woningcorporaties wel anders.

Kunsten zijn divers. Concerten van populaire muziek of films kunnen zich bedruipen vanwege de sterke verwevenheid met de commercie en de volksgunst. Kamermuziek, ballet of experimentele beeldende kunst kunnen dat niet. Toch wordt het eerste ook gevoed door overheidssteun. Zo ontstaat een ‘cultureel’ klimaat en infrastructuur als voorwaarde voor functioneren, en kruisbestuiving en overloop tussen disciplines. Ook een filmacteur is immers opgeleid aan een academie of een musicus in het orkest van André Rieu aan het conservatorium. Daarom pleitte de Raad voor Cultuur in haar advies over de basisinfrastructuur voor behoud van talentontwikkeling. Dat deed het trouwens zo halfhartig omdat het bovenmatig sneed in experiment en talentontwikkeling als groei voor de toekomst, dat het de morele steun van het culturele veld verloor.

25-04-1992-inner-landscape

Er valt veel te zeggen voor een kleine, compacte overheid zoals Singapore die kent. Dat lijkt beter dan het hybride Nederlandse systeem. Want alle sinds Balkenende II opeenvolgende regeringen pleitten met hun mond voor een terugtredende overheid, maar deden vervolgens het omgekeerde. Da’s van een verregaande misleiding. Concreet gaat de miljardensteun voor de ING, SNS, ABN ten koste van het onderwijs of de kunst.

Ook ik ben voor een terugtredende overheid. Nederland kiest daar niet consequent voor, het blijft hangen in voornemens en beeldvorming. De bezuinigingen die premier Rutte in de mond neemt zijn lastenverzwaringen waarmee het volume van de rijksbegroting eerder toe- dan afneemt. De recente kabinetten van VVD met CDA of PvdA sneden het hardst in kwetsbare en slecht georganiseerde sectoren zoals de kunsten. Dat eenzijdig en selectief snijden wordt als onevenwichtig en onterecht ervaren. Ook omdat flankerend overheidsbeleid voor culturele instellingen richting markt zo goed als ontbreekt. Kortom, het slechtste van 2 werelden.

De kunstsector kan best een stapje terug in voorzieningenniveau. Nederland kan toe met minder orkesten. Of met 15% minder musea, zodat de musea die overblijven beter bediend kunnen worden. Maar hier rijden de lokale en regionale politiek de landelijke politiek in de wielen. Cultuurwethouders en gedeputeerden cultuur willen in hun rijkjes gloriëren, vaak om futiele redenen zoals een Culturele Hoofdstad of een bezoek van het staatshoofd.  Niet altijd staat in de besluitvorming kwaliteit voorop, maar wordt cultuurpolitiek ondergeschikt aan partijpolitieke, electorale of regionale belangen. Het idee dat de markt en particuliere subsidiëring de kunstsector kunnen schragen is aantoonbaar onjuist. Het leidt tot verschraling die ons op termijn opbreekt.

Foto 1: De clown Grock, jaren 1930-40. Credits:Izis Bidermanas

Foto 2: Han Bierman, Inner Landscape. 1992.