Laaggeletterdheid geen economisch, maar sociaal-cultureel probleem

76E11_002r_detail_groot_initiaal

Fractievoorzitter Norbert Klein van de 50PLUS-fractie stelt kamervragen aan minister Jet Bussemaker van Onderwijs over een toenemend aantal laaggeletterden. Volgens een bericht in De Volkskrant waarop Klein zich baseert stijgt het aantal laaggeletterden onder de 45-plussers snel. Op vijf jaar na de doelgroep van de partij 50PLUS. Die conclusie is echter in strijd met onderzoeken die zeggen dat laaggeletterdheid niet afneemt. Werkt hier het mechanisme dat betrokkenen uit het onderwijsveld een claim leggen op extra fondsen?

Laaggeletterdheid dreigt over vijf jaar tot tekorten op de arbeidsmarkt te leiden meent De Volkskrant. Het valt echter moeilijk in te zien hoe een stabiel niveau van laaggeletterdheid, een werkloosheid van 670.000 mensen (8,6%), een hoge verborgen werkloosheid door de slechte vooruitzichten op de arbeidsmarkt en een reservoir aan jongvolwassenen (16-24 jaar) die de hoogste vaardigheden (taal, rekenen, probleemoplossing) kennen er binnen vijf jaar een tekort aan arbeidskrachten kan ontstaan. Valt deze waarschuwing die een eigen leven gaat leiden in de categorie slecht lezen, bangmakerij of belangenbehartiging van de werkgevers die vanwege de looneisen van werknemers gediend zijn bij een niet te laag aanbod van arbeidskrachten voor de arbeidsmarkt?

Laaggeletterden zijn geen analfabeten. Ze kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen deze vaardigheden niet goed genoeg om te kunnen functioneren in de samenleving. Volgens Wikipedia bevat Nederland ‘250.000 analfabeten (1,5% van de bevolking) en 1,3 miljoen laaggeletterden of zogenaamde functioneel analfabeten (7,9% van de bevolking)‘. Zo’n 10% van de bevolking kan dus niet goed functioneren vanwege onvoldoende taal- en rekenvaardigheid. Een OECD-rapport ziet 11,7% van de volwassen Nederlanders in taalvaardigheid uit de boot vallen en 13,2% in rekenvaardigheid. Statistisch een lager percentage dan de meeste landen.

Wat opvalt in de reacties in De Volkskrant is dat de laaggeletterdheid -of het analfabetisme- direct gekoppeld wordt aan de arbeidsproductiviteit en de economische groei. Ook Norbert Klein heeft het in z’n kamervragen over de toenemende werkloosheid onder ouderen. Maar Willem Houtkoop van het Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ECBO) dat mede het PIAAC-onderzoek voor Nederland onder leiding van de OECD hield ziet nog een ander effect: ‘Een groeiende groep mensen haalt niet uit de wereld wat erin zit‘. Prinses Laurentien die voorzitter is van de Stichting Lezen & Schrijven ziet een demografische tijdbom: ‘Omdat de kloof tussen de mensen die het heel goed doen en de mensen die achterblijven groeit. Dat bedreigt de sociale cohesie.’

Houtkoop en prinses Laurentien hebben gelijk. Analfabetisme of laaggeletterdheid is een sociale tragedie voor de betrokkenen vanwege de uitsluiting en het niet volledig kunnen functioneren in de samenleving. Daarom moet het onderwijs aan achtergebleven volwassenen geïntensiveerd worden. Niet om economische redenen.

Foto: De letter ‘B’. Psalterium met glossen, Noordwest Frankrijk, rond 1175. Credits: Koninklijke Bibliotheek.

Nederlands niet kapot te krijgen. Ondanks toetsing eindexamen

PetitieNL

De Telegraaf-rubriek ‘Wat u zegt‘ had gisteren de stelling ‘Het Nederlands gaat kapot‘. Zo’n 91 procent van de reacties stemde er mee in. Dit naar aanleiding van alle kritiek op de eindexamens Nederlands. Zo riepen 18 hoogleraren Nederlands in een brief aan de onderwijsspecialisten van de Tweede Kamer op tot een herziening van het eindexamen, aldus UniversOnline. Ze schreven: ‘Op dit moment worden er in het eindexamen geen taalwetenschappelijke kennis of taalvaardigheden getoetst, en wat er wel getoetst wordt, is onverantwoord.’ Met de petitie ‘Eindexamen Nederlands moet anders‘ vragen de initiatiefnemers aandacht voor de herziening.

De Telegraaf  gaat een stapje verder. Het concludeert in een toelichting dat de toetsing van de eindexamens Nederlands er een bewijs voor is dat het slecht gesteld is met het onderwijs. En volgens de meeste respondenten zou de slechte toetsing weer een gevolg zijn van het slechte onderwijsbeleid van de regering. En ‘bijna iedereen’ is het er over eens dat dit alles tot gevolg heeft dat het Nederlands kapot gaat. Da’s een interessante conclusie van een ketenredenering die begint met de kritiek op de toetsing van eindexamens.

Is het werkelijk zo slecht gesteld met het Nederlands als De Telegraaf uit de reacties van haar lezers meent te moeten concluderen? Dit roept de vraag op of een taal door slechte toetsing bij eindexamens, slecht regeringsbeleid, toename van het aantal inwoners dat Nederlands niet als eerste taal heeft, de invoering van de Mammoetwet en het bedenkelijke taalgebruik in de media en welke reden dan ook ‘kapot kan gaan’.

Een taal gaat kapot als de sprekers ervan uitgestorven zijn en de kennis van de taal verdwijnt. Het is een onderschatting van de levensvatbaarheid en de flexibiliteit van een taal om te veronderstellen dat genoemde factoren een taal kapot maken. Een taal verandert. Elke dag. Een taal past zich aan nieuwe omstandigheden aan. Daarom is het Nederlands een levende taal. Al sinds meer dan 500 jaar gaan taal en volk samen.

Schrijver Adrie van der Heijden bedankte vorige week de Nederlandse taal in zijn dankwoord bij het in ontvangst nemen van de P.C .Hooftprijs. Hij zei: ‘Mijn ervaring met de Nederlandse taal is dat ze voor alles wat uitgedrukt moet worden, inclusief veel schijnbaar onbenoembaars, haar woorden en constructies paraat heeft, en je alleen dan teleurstelt als je eigen brein op slot zit of als de dichtader nodig gedotterd moet worden.‘ De schrijver ziet de vitale Nederlandse taal als gereedschap waarmee hij alles kan maken wat-ie wil. Het verschil met de resultaten van de stelling in De Telegraaf kan niet groter zijn. De schrijver heeft gelijk.

Ook ik als blogger geniet elke dag van de schoonheid en de kracht van het Nederlands. De taal waarin ik woon kan alleen kapot gaan als de Nederlanders als volk kapot gaan. En die eindexamens? Teken de petitie, want onze taal is meer waard dan het gepruts van leraren en ambtenaren die de vitaliteit ervan niet bevatten.

lg_1095

Foto 1: Schermafbeelding van petitie ‘Eindexamen Nederlands moet anders‘. 5 juni 2013.

Foto 2: John Reid, Bastiaan Geleijnse en Jean-Marc van Tol maken de strip Fokke en Sukke. Lange tijd werd ‘Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu beschouwd als de oudste uit het Oudnederlands overgeleverde zin. Daterend van omstreeks 1075. Betekenis: ‘Hebben alle vogels nesten begonnen, behalve ik en jij. Waarop wachten we nu?’. Nu is er consensus dat er oudere Nederlandse teksten zijn. De zin roept bij vele generaties studenten Nederlands herkenning en genegenheid op. Bastiaan Geleijnse studeerde Nederlands.