Aandacht voor stotteren op Wereldstotterdag 22 oktober

Dit is een aardig filmpje over stotteren. Het is op YouTube geplaatst ter gelegenheid van Wereldstotterdag op 22 oktober. Informatie over stotteren is te vinden op stotteren.nl, een samenwerking van patiëntenvereniging voor stotteraars Demosthenes en de vereniging van reguliere stottertherapeuten NVST. De hoofdpersonen geven de basale informatie: ongeveer 1% van de bevolking stottert. Dat betreft in Nederland dus ongeveer 175.000 mensen. Kinderen die tussen hun 2de en 6de jaar stotteren zijn in ruwweg twee op de drie gevallen geen blijvende stotteraars. Er is een veelheid aan soorten therapieën voor stotteraars die niet altijd door het hele therapieveld worden aanbevolen. Stotteren ontstaat door een probleem met de timing van het spreken. Zeg: een faseverschil. Zie het als een tennisser die door een verkeerd idee van timing telkens de bal mist.

Nog maar 50 jaar geleden werd door wetenschappers geclaimd dat de oorzaak voor stotteren gelegen was in een achterstandsontwikkeling of een lage intelligentie. Dat zijn fabeltjes die doorgeprikt zijn. Deze pseudo-wetenschappers met hun misplaatste zweem van autoriteit doen nu hardvochtig en uitermate dom aan.

De beide jongens zijn duidelijk: laat stotteraars uitspreken. Dat is exact omgekeerd aan de tactiek van president Trump in het eerste debat met Joe Biden. Deze laatste is een stotteraar. Want eens een blijvende stotteraar, altijd eens stotteraar, hoe vloeiend men ook spreekt. Maar Trump kon Biden niet ontregelen door hem lomp in de rede te vallen. Het was juist Trump die zichzelf ontregelde. In zijn harteloze gevoelloosheid.

Overheid dient werk te maken van preventiebeleid voor logopedie

44

Logopedie bij kinderen leidt tot minder criminaliteit, zo zegt het rapport ‘De waarde van logopedie‘ uit 2012 dat in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie tot stand kwam. De strekking van het rapport is dat tijdige aanpak van spraak- en taalstoornissen, dus preventie, economisch voordeel voor de samenleving oplevert. Zo hoeven met goede logopedie minder kinderen naar het dure speciaal basisonderwijs. Iedere euro die voor de behandeling wordt gebruikt levert € 1,67 tot € 3,04 op, zo claimt het rapport.

Het rapport geeft een overzicht van onderzoeksliteratuur. Opvallend is dat bij de bepaling van de doelgroep niet naar zogenaamde cohortstudies wordt verwezen. Bijvoorbeeld de Rotterdam Study waar logopediste Marie-Christene Franken bij betrokken is. Maar ook naar internationale cohortstudies naar het zich voordoen van stoornissen onder kinderen. Nu blijft onduidelijk hoeveel kinderen een spraak-/ taalstoornis hebben.

Hoe dan ook maakt het rapport een schatting van zo’n 7% van de kinderen met een spraak- en taalstoornis. Dat betekent zo’n 175.000 kinderen tussen 0 en 15 jaar. Maar omdat niet alle kinderen die bij logopedisten terechtkomen een spraak- en taalstoornis hebben valt niet uit te maken voor welke percentage preventie zou helpen. Dat aantal lijkt meer dan 15.000 te zijn. Complicatie is dat stoornissen in de vloeiendheid van het spreken zoals stemstoornissen en stotteren buiten het onderzoek blijven. Als vuistregel geldt dat 1% van de bevolking stottert, en dat beginstotteren bij 5% van de kinderen tot 7 jaar voorkomt. Daarvan gaat 20% over in chronisch stotteren. Het rapport toont niet aan hoeveel kinderen onterecht niet bij logopedie terechtkomen.

Renske Leijten (SP) stelt kamervragen aan staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn. Het rapport ‘De waarde van logopedie‘ voert ze aan als onderbouwing van het kostenonderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit. Dat concludeert dat tarieven voor logopedie verder omhoog moeten. Preventie bij kinderen (‘schoollogopedie’) is mede door de marktwerking wegbezuinigd. Dat schuift kosten door naar de toekomst. Omdat zorgverzekeraars geen direct belang hebben bij preventie wacht de overheid die taak. Ook omdat de kosten buiten de zorg, zoals het onderwijs of de sociale veiligheid terechtkomen. Voorwaarde voor een preventiebeleid op het gebied van logopedie is echter een betere onderbouwing door een wetenschappelijk literatuuronderzoek dan het verkennend rapport ‘De waarde van logopedie‘ biedt. Want: preventie helpt.

Foto: Grafisch vormgever Philippe Apeloig. Credits: Philippe Apeloig.

The King’s Speech: timing van een handicap

The King’s Speech van Tom Hooper is een publieksfilm. Onderhoudend, met de voorspelbaarheid van een rechtlijnig verhaal dat traditioneel zegt en toen … en toen. Het bijzondere van de film zit ‘m niet in de vertelling, maar in de keuze voor het onderwerp. In het inzichtelijk maken van wat het is om te stotteren.

Stotteren is volgens de klassieke indeling een handicap. Maar in verband met de discriminatie op de arbeidsmarkt en de emancipatie van stotteraars staat dat idee onder druk. Onafhankelijk van het land geldt als vanouds de vuistregel dat 1% van de bevolking blijvend stottert. In Nederland zijn dat zo’n 175.000 mensen. Cohort-onderzoek toetst deze cijfers.

Kinderen kunnen al voor hun 3de stotteren, maar genezen in drie van de vier gevallen spontaan. Deze uitkomst valt niet te voorspellen en de doelmatigheid van stottertherapie is daarom ongewis. Maar stottertherapie bij volwassenen helpt. Therapeuten zijn soms algemene logopedisten, soms gespecialiseerd in stotteren. Sommige therapeuten zijn commercieel en buiten de reguliere gezondheidszorg om ontstaan. De NFS is het Nederlandse platform over stotteren.

Het Australische Lidcombe-programma is sinds 2000 in opkomst en boekt goede resultaten. Al dan niet toevallig is stottertherapeut Lionel Logue in The King’s Speech ook een Australiër. Een non-conformist. In de jaren ’30 (vdve) geen doorsnee therapeut, maar evenmin onorthodox. Eerder vooruitlopend op zijn tijd. Alles wat in de film aan therapie passeert werd later gemeengoed in reguliere stottertherapie.

Colin Firth als Koning George VI weert de psychologiseringen van Lionel Logue af. Een afwijzing die binnen het verhaal wordt beredeneerd vanuit de beschermde sfeer van het koningshuis, maar nu in wetenschappelijk onderzoek ondersteuning vindt. Da’s handig door de film geweven. De oorzaak voor stotteren is nog niet gevonden. Oorzaak voor de goeie ontvangst van de film is de voorspelbaarheid van ouderwets nieuws.

Foto: Anthony Perkins als Norman Bates in Psycho van Alfred Hitchcock (1960)

Provinciale verkiezingen: simulanten en figuranten

Vandaag kreeg ik de kieslijst voor de provinciale verkiezingen van 2 maart in de bus. Onbekende namen. Deze verkiezingen zijn overbodig. De televisiedebatten zijn saai en de interviews gezapig. Het leeft niet.

Op landelijke lijstrekkers voor de Eerste Kamer kan men niet stemmen, maar ze doen alsof dat wel zo is. Zelfs lijsttrekkers uit de Tweede Kamer voegen zich in de race en doen alsof ze verkiesbaar zijn. Maar ook zij zijn dat niet en doen alsof. Provinciale lijsttrekkers waarop wel gestemd kan worden zijn onbekend. Een bedriegelijk ensemble van simulanten en figuranten.

De coalitie laat kans op hervormingen liggen. De VVD breekt elke belofte van de vorige verkiezingen, behalve op de beleidsterreinen veiligheid, asfalt en wegen. Precies de thema’s waar ik niets mee heb. Het CDA worstelt om niet meer dan gehalveerd te worden. De PVV toont een menselijk gezicht zolang het duurt.

Tegenstanders van de Eerste Kamer bewijzen lippendienst. Ze willen de Eerste Kamer afschaffen, maar sturen toch hun vertegenwoordigers naar het pluche. Als hedendaagse burgemeesters in oorlogstijd. De oude helden zijn echter moe. Hervorming van de politiek komt vervolgens niet meer aan de orde. Het smaakt naar niets. Of het moet lafheid zijn.

Ik zou niet weten waarop ik ga stemmen. In de verste verte heb ik geen idee welke partij mijn stem waard is. Ik zie geen enkele. Deze verkiezingen zijn als stotteren. Partijen en kiezers generen zich voor de situatie en weten de handicap niet te duiden. Omdat ze de oorzaak noch de woorden kennen. De Nederlandse politiek moet hoognodig in therapie.

Foto: Binnenhof, Den Haag (1890-1900)