Nederlandse televisie is assemblagefabriek

De VVD wil de kwaliteit verhogen en het derde net aan de regionalen geven. Het CDA aarzelt. Wat is het toch dat ik niet kan houden van de Nederlandse televisie? Terwijl ik televisie een fantastisch medium vind en er een groot liefhebber van ben. Steeds minder kijk ik naar de Nederlandse televisie. Omdat ik me als een kleuter aangesproken voel. Het niveau is te laag. De programma’s zijn te voorspelbaar.

Door de kwantiteit zijn er in het aanbod altijd weer pareltjes te vinden op BBC, ZDF, Ned 2, Arte, TV5 of Canvas. Het zijn vaak kunstprogramma’s en documentaires die me kunnen bekoren. Maar da’s uitgesteld kijken naar een programma. Da’s geen televisie.

Talloze omroepen met hun even talloze organisaties zijn in zichzelf verstrikt geraakt. Ze bestaan om het bestaan. Niet om goede programma’s te maken. Omroepen zijn lui in het ontdekken van nieuwe terreinen. Ze gaan uit van bewezen formats die bij productiehuizen worden besteld en vervolgens worden aangepast aan het profiel dat als ruime jas de inhoud verbergt. Omroepen produceren zelf nauwelijks nog iets.

Televisie is scherpte op het puntje van de stoel. Het hier en nu, de spanning van het moment, de spontaniteit, kortom het verbond dat de kijker sluit om met elkaar iets mee te maken dat direct gebeurt is het kenmerk van televisie. Juist dat staat door de rationalisaties, de bezuinigingen onder druk.

Keer op keer worden netprofielen en herschikkingen aangekondigd. In een uitgestelde doodsstrijd. Dan weer moeten actualiteitenrubrieken zich herprofileren, dan weer moeten omroepen fuseren. Ik ben bang dat een nieuw schema, profiel of format niet brengt wat ik zoek aan directheid. En kwaliteit. Het falen zit dieper.

Mijn ongenoegen gaat dieper dan programmering of bedrijfsvoering. De Britse filmtheoreticus Stephen Heath schreef over The Cinematic Apparatus. Over beperkingen die techniek aan de inhoud oplegt. Ik zie Heath’ inmiddels deels achterhaalde denkbeelden met terugwerkende kracht op de Nederlandse televisie van toepassing. Technologie is geen vorm geworden die de inhoud bepaalt, maar inmiddels maskeert.

Doorbreken van ingesleten techniek is de redding voor de Nederlandse televisie. De automatische piloot en ingeblikte lach kunnen met pensioen. Spontaniteit moet terug zoals televisie ooit bedoeld was. Want het specifieke is de directheid van het moment in combinatie met het bereiken van een breed publiek. Dat kunnen nieuwe media niet bieden omdat ze een niche van de markt bedienen. Televisie heeft een brede ambitie.

Foto: Klassieke televisie