Toenemende druk in Duitse politiek om als sanctie te stoppen met de aanleg van het Russisch gaspijplijn project Nord Stream II

Het prominente CDU-parlementslid Norbert Röttgen die minister van Milieu was in de regering Merkel II pleit voor een hard antwoord aan de Russische politiek voor de vergiftiging met zenuwgas van de belangrijkste Russische oppositieleider Alexei Navalny. Röttgen behoort tot de liberale vleugel van de CDU. De Russische bemoeienis met de situatie in Wit-Rusland ziet hij ook als reden voor een stevig antwoord aan het Kremlin.

De ultieme reactie die de Russische president Putin volgens Röttgen begrijpt is stoppen met de aanleg van Nord Stream II. Deze gaspijplijn maakt Europa nog sterker afhankelijk van Russisch gas dan nu al het geval is en is in strijd met het energiebeleid van de EU inzake onafhankelijkheid en diversiteit. De FDP stelt Nord Stream II ook ter discussie en de Groenen die vanwege het milieu en geopolitiek altijd al tegen Nord Stream II waren herhalen hun standpunt dat dit project gestopt moet worden. De SPD en het CDU van kanselier Merkel handhaven tot nu toe hun standpunt dat Nord Stream II afgerond moet worden. Merkel heeft altijd beweerd dat het om een economisch project gaat, hoewel ze later toegaf dat het een belangrijke politieke component heeft. Duitsland heeft afgelopen jaren het verwijt gekregen Nord Stream II er vanwege eigenbelang door te willen drukken. Hoe dan ook neemt in de Duitse politiek de oppositie tegen Nord Stream II toe. Het is de vraag waar dat eindigt en hoe de verwachte ‘overname’ van Wit-Rusland door het Kremlin hierin een rol zal spelen.

Ook in de journalistiek klinken stemmen dat de Duitse regering er niet aan kan ontkomen te stoppen met Nord Stream II. Als het samen met de EU wil reageren op Navalny’s vergiftiging. Stefan Kornelius beweert dat in het artikelWer von Sanktionen spricht, kommt an Nord Stream 2 nicht vorbei’ in de Süddeutsche Zeitung:

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWer von Sanktionen spricht, kommt an Nord Stream 2 nicht vorbei’ van Stefan Cornelius in de Süddeutsche Zeitung, 3 september 2020.