Oproep aan Utrechtse raad om de versnelde toewijzing van sociale huurwoningen aan statushouders te evalueren. En gemaakte fouten in de uitvoering te herstellen

Schermafbeelding van artikel 490 statushouders hebben versneld sociale huurwoning gekregen; onderzoek of maatregel wel eerlijk is‘ in de DUIC, 26 augustus 2022.

Details zitten zoals altijd in de uitvoering. Daar moet de maatregel van het Utrechtse gemeentebestuur om sociale huurwoningen versneld toe te wijzen aan statushouders op beoordeeld worden. Niet op goede bedoelingen of op politieke overtuiging.

Ik ben van mening dat door de dwang van bovenaf de uitvoering door de woningcoöperaties onnodig is bemoeilijkt. Het gemeentebestuur heeft politiek gescoord en de problemen bij de woningcoöperaties over de schutting gegooid. Men kan zeggen dat de woningcoöperaties voor zichzelf betere voorwaarden hadden moeten bedingen. Maar of het inzicht bij de woningcoöperaties ontbrak of ze niet op konden tegen de politieke druk van het gemeentebestuur is de vraag,

Het was praktisch beter geweest als er een langere looptijd genomen was om de totale groep van statushouders een sociale huurwoning te bieden zodat de tijdsdruk minder klemmend was geweest, Zodat de woningcoöperaties beter maatwerk hadden kunnen bieden. Dat konden ze door de tijdsdwang nu niet in alle gevallen. Dat slaat negatief terug op de statushouders, de omwonenden en de woningcoöperaties zelf.

De gemeente maakte met de woningcoöperaties een afspraak om statushouders versneld te huisvesten. Des statushouders waren in de meeste gevallen niet sociaal of economisch gebonden aan de gemeente of regio Utrecht. Ze werden gedwongen om op korte termijn te verhuizen naar de gemeente Utrecht waar het tekort aan sociale woningen al groot is. De statushouders hadden evenmin in alle gevallen voldoende financiële middelen om hun woning behoorlijk in te richten.

Degelijke uitvoering en een partijpolitiek statement van het gemeentebestuur zijn vermengd geraakt en lopen door elkaar heen.

Utrechtse woningcoöperaties konden niet in alle gevallen maatwerk bieden en werden door de afspraak met de gemeente gedwongen concessies te doen aan hun eigen normen. Hiermee werden de woningcoöperaties door de gemeente in de richting van de politiek gestuurd, terwijl ze een andere, sociale missie hebben, namelijk: goede en passende woonruimte bieden tegen redelijke voorwaarden. Dat geldt niet alleen de nieuwe, maar ook de al langer in een woning van een woningcoöperatie wonende huurders.

Het niet kunnen bieden van passende woningruimte aan statushouders op korte termijn deed zich kennen in het tekort aan woningen voor grote gezinnen. Met als gevolg dat deze grote gezinnen in sommige gevallen tegen hun zin in te kleine woningen werden ondergebracht. Dat was een direct gevolg van de politieke druk van het gemeentebestuur dat binnen de woningcoöperaties vanuit de directie doorsijpelde naar de uitvoerende dienst die onder politieke druk werd gezet om de eigen normen op te rekken.

Een en ander heeft drie gevolgen.
1) Statushouders zijn ontevreden met hun in hun ogen te kleine nieuwe woning. Maar ze hebben in hun kwetsbare positie en dwang van overheden om snel te verhuizen geen middel om ertegen te protesteren.

2) Omwonende huurders van sociale woningen worden ineens geconfronteerd met een woning waar normaal twee of drie personen wonen waar ineens zeven personen worden ondergebracht. Dat zorgt voor ongenoegen en onrust bij omwonenden. Dat is niet gericht tegen de statushouders, maar tegen de woningcoöperaties die dit erdoor drukken en met de omwonenden elk gesprek uit de weg gaan en niet wensen te communiceren omdat ze geen argumenten hebben om het goed uit te leggen. Door de dwingende afspraak inclusief tijdsdruk met de gemeente moesten de woningcoöperaties concessies doen aan hun eigen normen. Wat toewijzing van woningen en communicatie met huurders betreft.

3) De Utrechtse woningcoöperaties beschadigden in een relatieve korte tijd door het uit de weg gaan van het ‘normale’ gesprek en de controversiële besluitvorming om grote gezinnen met statushouders in te kleine woningen onder te brengen de relatie met hun huurders die doorgaans in jaren is opgebouwd. Het sociaal contract tussen woningcoöperatie en omwonende huurders wordt beschadigd. Dat verstoort niet alleen de relatie tussen woningcoöperatie en huurder, maar beschadigt ook het zelfbeeld van een woningcoöperatie die altijd probeerde het goede te doen voor de huurders.

Wat is de les van goede bedoelingen en de in sommige gevallen minder goede uitvoering? Hoe is de relatie tussen gemeentebestuur en woningcoöperatie verlopen door het plan van het gemeentebestuur om 490 statushouders versneld onder te brengen in sociale woningen van Utrechtse woningcoöperaties?

We hebben er geen beeld van of dit plan per huurwoning en woningcomplex goed heeft uitgepakt. Nodig is een evaluatie door een onafhankelijke betrokkene die bij de in Utrecht in een sociale huurwoning geplaatste statushouders en de omwonenden inventariseert of de uitvoering van de plannen van het gemeentebestuur volgens de gebruikelijke normen van de woningcoöperatie zijn verlopen. En zoniet in hoeverre de normen zijn opgerekt, de uitvoering heeft gefaald en gemaakte fouten in de uitvoering door de woningcoöperatie alsnog hersteld kunnen worden.

Welke partij stelt hier in de Utrechtse raad raadsvragen over en verzoekt om zo’n onderzoek?

Advertentie

Vluchtelingenwerk vlucht weg voor het verschil tussen asielzoeker en vluchteling

Vluchtelingenwerk Nederland is een naam die anders doet vermoeden. De organisatie zegt op te komen voor zowel vluchtelingen als asielzoekers. Onder vluchtelingen worden degenen verstaan die uit een onveilig gebied komen en volgens de Vluchtelingenwet in Nederland recht op asiel hebben. ‘Economische migranten’ of ‘economische vluchtelingen’ uit de Balkan of Noord-Afrika hebben dat recht niet. Het beleid is dat ze teruggestuurd worden naar hun land van herkomst. Maar niet altijd kunnen of willen ze teruggestuurd worden en wil het land van herkomst deze migranten weer opnemen. Volgens EU-commissaris Frans Timmermans in een interview met de NOS is 60% van de huidige migrantenstroom naar Europa ‘economische vluchteling‘.

De registratie van de migranten aan de buiten- en binnengrenzen van de EU laat te wensen over en zorgt voor misverstanden. Het is niet altijd duidelijk tot welke categorie ze behoren en welke rechten ze hebben. De IND zegt in een overzicht over 2015 dat het totaal aantal aanvragen van asielzoekers 58.800 bedroeg. Maar dat maakt nog niet duidelijk om hoeveel vluchtelingen het gaat. Volgens inschatting van Timmermans zou Nederland in 2015 23.520 (40% van 58.800) vluchtelingen hebben ontvangen. Over 2015 moeten 35.180 migranten die geen recht hebben op de status van vluchteling Nederland verlaten. Vrijwillig of gedwongen.

Het filmpje van Vluchtelingenwerk Nederland suggereert dat er een alom geaccepteerd en duidelijk te maken onderscheid tussen economische migranten en vluchtelingen is, en dat de eersten Nederland binnen 28 dagen vrijwillig verlaten als ze in de procedure zijn afgewezen. Vraag is of het er in de praktijk aan toegaat zoals Vluchtelingenwerk het voorstelt. Het is er eveneens vaag over tot in welke fase het asielzoekers van wie het weet dat het geen vluchtelingen zijn begeleidt. Want het zegt immers voor asielzoekers én vluchtelingen te zijn. Maar een asielzoeker zonder status blijft een asielzoeker voor wie Vluchtelingenwerk zegt op te komen.

Leo Lucassen biedt waanwijsheid en schijnzekerheid in het vluchtelingendebat

_85395633_gettymigrantsarrivingingermany

Er bestaat over weinig beleidsterreinen zoveel onzekerheid als het vluchtelingenbeleid. Dat wordt er erger op als opinie-leiders dat met hun eigen meningen gaan invullen om dat als een op feiten onderbouwde waarheid te presenteren. Ze vergroten hiermee die onzekerheid omdat ze hun waarheid als waar construeren. Politicus Geert Wilders is bekend. Er is aan de andere kant de Leidse hoogleraar migratiegeschiedenis Leo Lucassen. Hij maakt het er nog bonter op dan Wilders die het ook al zo bont maakt. Dat blijkt vooral uit een artikel in NRC.

Leo Lucassen biedt in zijn zogenaamde weerlegging van Wilders’ standpunten schijnzekerheid. Hij trapt open deuren in, maar gaat angstvallig voorbij aan de echte problemen. Ook Lucassen heeft geen actuele cijfers over de samenstelling van de huidige stroom vluchtelingen en baseert zich op oude onderzoeken. Hij generaliseert hypotheses voor wat ze waard zijn. Hij zit geriefelijk in zijn ivoren toren als hij over het tekort aan sociale huurwoningen opmerkt: ‘De oplossing, ook voor autochtone Nederlanders, is eenvoudig: bouw meer sociale huurwoningen.’ Dat is het tegenovergestelde van eenvoudig. Wat hebben autochtone Nederlanders die op de wachtlijst voor een huurwoning staan en gepasseerd worden door vluchtelingen aan zo’n generalisatie?

En zo gaat Lucassen verder en neemt hij evenveel afstand van de feiten als Wilders dat doet. Het verschil is dat de politicus Wilders een populist en volksmenner is die daarover geen geheim maakt en Lucassen zich tooit met wetenschappelijkheid en academische functies en daarmee een dam van pretentie opwerpt die z’n gebrek aan degelijke argumentatie moet verhullen. Lucassen pretendeert te sussen door anderen ervan te betichten van stemmingmakerij, maar is zelf de stemmingmaker bij uitstek die generaliseert en feiten uit de duim zuigt.

De grootste fout die Lucassen maakt -naast het feit dat hij geen actuele cijfers heeft over de samenstelling van de groep vluchtelingen en net doet alsof hij die wel heeft om daarmee zijn kaartenhuis te bouwen- is dat hij uitgaat van een tweedeling in de migrantenstroom. Maar dat is een driedeling. Er zijn de vluchtelingen uit onveilige gebieden in onveilige landen die vluchten voor oorlogsgeweld en volgens de Vluchtelingenwet recht op asiel hebben. Dan zijn er zijn de economische migranten uit bijvoorbeeld Balkanlanden die overduidelijk geen recht op asiel hebben volgens de Vluchtelingenwet. EU-leiders zeggen dat ze terug moeten worden gestuurd naar hun land van herkomst, maar in de praktijk werkt dat niet. Niet in de laatste plaats door de ondeugdelijke registratie aan de buitengrenzen en door migranten die zich anders voordoen dan ze zijn. Zo simpel is het voor Jordaniërs of Libanezen uit de Beka-vallei om zich voor te doen als Syriërs. Hoe kunnen de nationale immigratiediensten die door capaciteitsproblemen gehinderd worden dat bedrog doorprikken?

Er is dus de tussengroep van economische vluchtelingen uit veilige gebieden in onveilige landen of uit andere landen dan waarvandaan ze zeggen te komen. Ze verkopen hun huis in het Syrische Latakia om in West-Europa asiel aan te vragen omdat ze denken dat dat economisch meer perspectief biedt dan in Syrië te blijven. Het zijn de ‘geprivilegieerde gelukzoekers’ waarover SP’er Jan Marijnissen sprak en naar wie Lucassen verwijst met een diskwalificatie: ‘Hoe het nu werkelijk zit, daar moeten bezorgd geworden burgers maar naar raden.’ Hier geeft Lucassen zichzelf definitief de neklag van ongeloofwaardigheid. Want evenmin als Marijnissen weet hij hoe het werkelijk zit. Lucassen zou beter zwijgen of meer slagen om de arm nemen in zijn waanwijsheid.

Foto: Migratie naar Europa, 2015. Credits: Getty Images.

Asielzoekers Enkhuizen: gemeente bouwt draagvlak door kuil voor zichzelf te graven

Burgemeester Jan Baas (PvdA) van Enkhuizen lijkt duidelijk. Enkhuizers die al op een woning wachten zullen niet langer op een woning moeten wachten omdat er anderen, zoals asielzoekers gehuisvest moeten worden. Of dit ook betekent of jongeren uit Enkhuizen of andere Noord-Hollandse gemeenten die nu nog niet op een lijst voor een huurwoning staan evenmin langer moeten wachten als anders het geval was geweest is de vraag.

Het antwoord is simpel. Jan Baas draait om de hete brei heen. Reken maar na. Enkhuizen kan geen woningen uit de lucht toveren, maar toch komen er meer woningen voor asielzoekers met een status beschikbaar. Dat kan alleen ten koste gaan van de mensen die nu of straks op de lijst voor een huurwoning staan. Jan Baas sust voor nu de gemoederen met kletspraatjes waarvan iedereen kan aanvoelen dat ze niet kloppen. Dat belooft wat voor de toekomst. Zo bouwt het openbaar bestuur draagvlak op door een kuil voor zichzelf te graven.