George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Status quo

Leon de Winter vertaalt zijn afwijzing als Jood door extreem-rechts en witte suprematisten door de ‘linkse’ media de schuld te geven

with 3 comments

Het is de vraag of Leon de Winter werkelijk zo dom is als het lijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Ik kom er niet uit, maar wat slaat De Winter de plank weer mis in zijn Telegraaf-column van 30 oktober 2018. Dat overkomt hem wekelijks. Waarom hij niets waardevols toevoegt aan het publieke debat is het raadsel van De Winter. Het is niet alleen dat hij de feiten uit zijn mening laat volgen, het is dat hij nog geen begin van een betoog kan opzetten dat in de verste verte lijkt op een degelijke bewijsvoering. Het stijlmiddel van De Winter is inductie, hij laat het algemene uit het specifieke volgen. Daartoe schudt hij enkele voorbeelden uit zijn hoge hoed en komt zo tot een generalisatie. Dat is vrij schieten en altijd prijs. Tussen duizenden voorbeelden weet hij feilloos de enkele uitzondering te vinden die hij tot regel verheft. Dat is lui denken van De Winter die klaarblijkelijk de ambitie heeft opgegeven om de wereld te verklaren zoals hij is. De Winter verklaart de wereld zoals De Winter is. Dat heeft niets met de echte realiteit te maken en alles met de realiteit van De Winter.

Hoe valt anders bovenstaand citaat uit genoemde column te verklaren die als titel heeft: ‘Trump vooral gehaat door media’. In de VS steunen de gevestigde media, inclusief de zogenaamde linkse CNN en MSNBC, de status quo en beschermen ze hun winstgevendheid, zoals Cenk Uygur van TYT overtuigend aantoont. Dat geldt ook voor de zogenaamde linkse New York Times en The Washington Post die pilaren onder de status quo zijn. Die media zijn verweven met de Republikeinse partij en niet met de Democratische partij zoals De Winter meent. Dan gaat het dus niet eens om Fox News, The Wall Street Journal of Sinclair Broadcast Group en al die andere rechtse media die de openlijke spreekbuis van Trump zijn. Waar De Winter de aantoonbaar onjuiste claim vandaan haalt dat ‘journalisten niet omgaan met Trumpstemmers’ of dat er in ‘de media niets te merken valt van mensen die Trumps presidentschap goedkeuren’ is duidelijk. Namelijk uit zijn eigen verbeelding.

De Winter verwijst naar de moord op 11 Joden in een synagoge in Pittsburgh op 27 oktober door Robert Bowers. Volgens zijn bekende recept verwijst hij naar enkele niet-representatieve meningen van ‘linkse’ journalisten, maar laat hij de hoofdzaak ongenoemd. Dat is dat Bowers extreem-rechts is en op de extreem-rechtse website Gab zijn meningen opdeed die passen in het kraampje van neo-Nazi’s, alt-right en white suprematisten. Dat De Winter de extreem-rechtse, antisemitische achtergrond van Bowers niet noemt is logisch omdat het hem niet uitkomt. Dat levert voor hem als rechtse Jood namelijk een complicatie op omdat hij de tegenstelling niet kan overbruggen dat hij degenen door wie hij als Jood om zijn Jood-zijn afgewezen wordt stilzwijgend steunt. Dat is de tragiek van rechtse Joden die afgewezen worden door extreem-rechts, maar er zich op een bizarre manier toch mee identificeren. Dat is een tragische projectie en levert columns op waarin de olifant in de kamer wordt doodgezwegen en de muis buiten er als dader aan de haren bijgesleept wordt. Om uit dat spagaat te geraken of om een bekentenis vanwege zelfinzicht te ontlopen wacht De Winter als enig antwoord de afleiding. Hij geeft ‘links’ overal de schuld van en hoeft daarom niet meer bij zichzelf te rade te gaan waarom hij in hemelsnaam rechtse extremisten die Joden niet accepteren uit de wind houdt.

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump vooral gehaat door media’ van Leon de Winter in De Telegraaf, 30 oktober 2018.

Nieuwsuur verwoordt kritiek op sociale media. Is het onafhankelijk en open genoeg om geloofwaardig te zijn in die rol?

with one comment

Nieuwsuur gaat in op een onderzoek over sociale media. Aanleiding is een boek over ‘populist political communication’ dat in juni 2016 bij Routledge verscheen met hoogleraar Claes de Vreese als medeauteur. Nieuwsuur is niet positief. In een toelichting noemt het de keerzijde van sociale media: ‘Door vooral nieuws te lezen dat past bij je eigen wereldbeeld, kun je terechtkomen in een wereld van je eigen gelijk. En als iedereen dat doet, ligt polarisatie op de loer.’ Hoe geloofwaardig is het dat Nieuwsuur als deel van de gevestigde media en vertegenwoordiger van de status quo kritisch is op media die zich keren tegen de traditionele media? Methodologisch is dit van het niveau ‘de slager keurt z’n eigen vlees’ of ‘WC-Eend beveelt WC-Eend aan’.

Nieuwsuur maakt een fout als het meent verslag te kunnen doen over politieke communicatie en (sociale) media vanuit een neutrale, onafhankelijke en ongebonden positie. Het is te nuffig en te naïef gedacht als het meent dat dat impliciet verantwoord kan worden door het bestaan van een redactiestatuut dat journalistieke onafhankelijkheid garandeert. En dient als panacee voor objectiviteit. Nieuwsuur zou dit soort kritiek beter voor zijn door de eigen positie in de verslaggeving tot uitgangspunt te maken. In plaats van de poging om die eigen positie weg te moffelen. Nieuwsuur neemt de rol van objectieve waarnemer aan, maar zou moeten beseffen dat het dat per definitie niet kan zijn omdat het onderdeel van het systeem is. Zelfs als het zich daar tegen verzet en er afstand van wenst te nemen is het ondanks zichzelf nog een verdediger van de status quo.

Nieuwsuur dient extra voorzichtig te zijn met kritiek op sociale media. Des te meer omdat het in dit item vooral de negatieve kanten ervan benadrukt. Weliswaar zegt het dat ‘de toename van nieuwsconsumptie via sociale media samengaat met een laag vertrouwen in de ‘traditionele’ media en tweederde van de Nederlandse bevolking weinig of geen vertrouwen in de pers heeft, zoals uit recente cijfers van het CBS blijkt’. Maar het gaat er  vervolgens niet op in waarom dat vertrouwen in de traditionele media laag is en geeft ruimschoots baan aan kritiek op en tekortkomingen van sociale media. Nieuwsuur vergeet het verband te noemen dat bestaat tussen het wantrouwen in de traditionele media en het vertrouwen in de sociale media.

Kritiek van traditionele media op sociale media is gemakzuchtig als het niet tegelijk de eigen tekortkomingen noemt. Kijkers maken de afweging tussen een en ander. Dat soort kritiek geeft een onvolledig beeld van het functioneren van traditionele media als media als Nieuwsuur menen de eigen tekortkomingen buiten beeld te kunnen houden in de mening dat kijkers dat niet beseffen. Het aanschurken tegen de politieke macht en de afhankelijkheid van economische macht is nu eenmaal een onlosmakelijk onderdeel van traditionele media.

In de video gaan Mike Papantonio en Cliff Schechter in op de Amerikaanse situatie van corporate media die gestuurd worden door het bedrijfsleven. Zodat onrecht en wantoestanden die door onderzoeksjournalisten zijn uitgezocht door deze media niet genoemd worden omdat dat niet in het belang van de bedrijven is die de media bezitten. Ze verhinderen dat met hun economische macht. Zover is het gelukkig nog niet in Nederland. Maar Nederland moet wel alert blijven dat deze situatie niet ontstaat. Want Nederland is er niet per definitie onschendbaar voor. Een eerste stap om dat te verhinderen of dat proces te vertragen is de bewustwording bij de traditionele media dat de eigen positie verre van ongebonden is. Om broadcasting zolang mogelijk in stand te houden en een zo breed mogelijk publiek te binden lijkt het een betere strategie om hierover transparant te zijn en niet net te doen alsof traditionele media vanuit een volstrekt neutrale, onafhankelijke en ongebonden positie handelen. Deze valse pretentie jaagt het publiek nog sneller weg naar sociale media.

Vraag over de juiste opinie is vraag naar de eigen kijk op de wereld

with one comment

ms

Wat is de juiste opinie? Dat is geen makkelijk te beantwoorden vraag. Het hangt er vanzelfsprekend vanaf wat de vragensteller beoogt. En wat zijn of haar achtergrond is. Gaat men voor verandering of dat alles bij het oude blijft? En als men voor verandering gaat, voor wat voor soort verandering gaat men dan? Revolutie of hervorming? En wat voor hervorming dan? Die van de kleine of de grote stappen vooruit? Maar wordt dat streven naar hervorming dan niet ingehaald door de tijd? Een fiets heeft snelheid nodig om niet om te vallen. Zo is het met hervorming ook. Hervorming als excuus om echt iets te veranderen is gedoemd om te vallen.

De ondertitel van dit blog ‘debat tussen links en rechts’ geeft aan welk antwoord te verwachten valt. Laat ik het indirect beantwoorden door erop te wijzen met wie of wat ik me verbonden voel. Niemand zal het ontgaan zijn dat ik een supporter ben van Bernie Sanders. Ik ben nog steeds van mening dat hij verreweg de beste president voor de VS zou zijn. Waarom? Sanders doet twee dingen tegelijk en is in die combinatie uniek. Hij blijft binnen de consensus van de gevestigde orde (de Democratische partij, waar hij trouwens geen lid van is), maar streeft ook naar hervormingen. Zowel van het politieke bestel dat het grote geld de politiek laat bepalen als van beleidsmaatregelen die de omstandigheden van de gewone mensen proberen te verbeteren. Zoals het verhogen van het minimumloon. Daarbij heeft Sanders een kwaliteit die bijna geen enkele politicus heeft en die hem nog unieker maakt: hij cijfert zichzelf weg. Precies het ontbreken daarvan maakt hedendaagse politici gehaat omdat ze het onderscheid tussen hun overtuiging en hun persoonlijk belang niet weten te maken.

Bij die positie horen nieuwsbronnen die verslag doen en hun opinie geven. Er zijn de hardliners die niet willen hervormen, maar willen omverwerpen. Daartoe zoeken ze steun bij de vijanden van hun vijand bij wie ze zich mentaal thuisvoelen. Wikileaks’ Julian Assange en Donald Trump spreken lovend over de Russische Federatie en handelen in een dystopisch wereldbeeld. Ze streven geen utopie na, maar blijven hangen in het diapositief daarvan. Dan zijn er de goedpraters die de gevestigde macht willen handhaven zonder stevig te willen hervormen. Dat zijn de gevestigde media zoals de New York Times, Washington Post, CNN, NRC en Trouw. In hun pluriformiteit laten ze kritiek toe, maar het wereldbeeld dat ze uitstralen is alles bij het oude laten.

Bij allebei voel ik me niet thuis. Revolutie zonder te weten waar het heengaat lijkt me onverstandig. Zeker niet als de woordvoerders populistische types als Nigel Farage, Boris Johnson, Geert Wilders of Donald Trump zijn die goed zijn in kritiek, maar die niet de indruk geven te weten waarmee ze precies bezig zijn en zich goed voorbereid te hebben op de toekomst. Maar het gezegde ‘men moet veranderen om alles bij het oude te laten blijven’ diskwalificeert de gevestigde media en politiek die weliswaar inzien hoewel maatschappelijke woede en ongenoegen zich tegen het establishment keert, maar die niet beseffen dat ze door het verdedigen van de status quo zelf een actieve rol spelen. Ze zijn even onverantwoord en gemakzuchtig bezig als de hardliners.

De oplossing is dus een beweging tussen hervorming en revolutie in. Een activistische beweging die binnen het bestaande systeem probeert optimale veranderingen te bewerkstelligen in de richting van machtsdeling en terugdringen van de macht van megaondernemingen, inkomensgelijkheid en aandacht voor de natuur.

Bij de landelijke verkiezingen van 15 maart 2017 zal ik volgens bovenstaande overwegingen mijn stem bepalen. De hardliners en de verdedigers van de status quo vallen dus af. Vooralsnog zie ik in GroenLinks de enige partij die binnen mijn overwegingen past. Zonder dat ik nou echt dol op die partij ben en er veel liefde voor voel. Want al sinds de fusie huizen er anti-democratische elementen binnen die partij zoals René Danen  of Mohamed Rabbae. En net als het links-liberale D66 lijkt GroenLinks te soft voor echte machtspolitiek en liever in de eigen bubbel te willen leven. Maar veel soeps is het niet in de Nederlandse politiek en politici die respect afdwingen zijn zeldzaam. De vraag over de juiste opinie is een vraag naar de eigen kijk op de wereld.

Foto: Maspes en Sacchi sur place, 1950-1960.

Het thuisgevoel van Willem-Alexander: artikel 1 van de Grondwet

leave a comment »

Er valt weinig op af te dingen wat koning Willem-Alexander zegt. Het staatshoofd vat zijn taak minimalistisch op, maar dat past ook bij zijn geringe politieke macht. De koning is er voor het thuisgevoel en het verbinden.

a1

De koning is er voor het handhaven van de bestaande macht. Voor het ondersteunen van de status quo. Hij functioneert zelfs als symbool van de macht. Als zijn aanname dat allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk worden behandeld klopt, dan handelt hij in de geest van artikel 1 van de Grondwet.

Maar als  zijn aanname tekortschiet omdat nog velen in gelijke gevallen niet gelijk behandeld worden, dan klopt zijn aanname niet. En komt de rol die Willem-Alexander zich toemeet in de lucht te hangen. In dat geval zou hij om volmondig op te komen voor artikel 1 actiever moeten optreden dan hij nu zegt te doen. Maar omdat de macht van het staatshoofd begrensd is en vooral van symbolische betekenis is, heeft de koning de politieke ruimte niet om de status quo te wijzigen. Hij zegt dat zelfs door te verwijzen naar zijn ‘kleine rol’.

Waarom beweert koning Willem-Alexander op te komen voor artikel 1? Er zijn drie mogelijkheden. 1) Hij denkt dat artikel 1 op dit moment optimaal wordt toegepast en wil dat niveau helpen vasthouden; 2) Hij denkt dat artikel 1 op dit moment niet optimaal wordt toegepast, maar wel op een aanvaardbaar niveau dat gezien de omstandigheden voor nu het hoogst haalbare is; 3) Hij denkt dat artikel 1 op dit moment onvoldoende wordt toegepast, maar weet door zijn geringe politieke macht en de maatschappelijke verhoudingen er niets aan te kunnen veranderen. Hij beseft de staat en zijn rol als staatshoofd geen goed te doen door dat toe te geven.

Foto: Schermafbeelding van artikel 1 van de Grondwet.

Written by George Knight

10 juli 2016 at 13:07

Het misverstand dat gevestigde media links zijn. Ze zijn rechts

with 5 comments

Rechts

Waar komt toch het misverstand vandaan dat gevestigde media links zijn? Laten we zoals Wikipedia de term links reserveren voor politiek die streeft naar meer macht voor de economisch zwakken in de samenleving  (klassenstrijd), wantrouwen heeft ten aanzien van de vrije marktwerking en van het bedrijfsleven (het kapitaal) en is voor het toepassen van overheidsingrijpen om tot een egalitaire verdeling van welvaart te komen. In het derde debat van de Republikeinse presidentskandidaten in Colorado verwoordde Marco Rubio hetzelfde idee over een ‘liberal bias’ (linkse vooringenomenheid) van Amerikaanse gevestigde media. Maar zijn ze niet eerder rechts omdat ze de gevestigde orde ondersteunen en onderdeel zijn van ondernemingen die voorstander zijn van vrije marktwerking? Of liever gezegd, dat in theorie zijn, maar door kartelvorming met elkaar de markt verdelen. Omdat links de gevestigde orde wil veranderen is het niet logisch dat gevestigde media links zijn.

Petitionist Martin Gahr zegt niet direct dat gevestigde media links zijn, maar suggereert het wel door gebruik van termen als rechts-populistisch en rechtse hoek voor deelnemers aan het publieke debat. Hij schetst een perspectief. Maar is het niet tegenstrijdig dat gevestigde media die de gevestigde orde ondersteunen zich zouden richten op deelnemers aan het debat die de gevestigde orde ondersteunen? Hoe logisch is dat?

Er is een verklaring voor het misverstand dat heeft te maken met het begrip culturele hegemonie. Het valt Martin Gahr niet te verwijten dat hij het niet doorziet. Een begrip waarover de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci veel schreef en dat omschreven kan worden als ‘sociale patronen die dominant zijn geworden door de cultuur van de heersende klasse’ en zo als natuurlijk worden ervaren. Welnu, die culturele hegemonie is een zetstuk dat door de gevestigde orde voor de macht wordt geplaatst met inzet van de gevestigde media.

Verhullen van macht is een prima middel om te zorgen dat kritiek de verkeerde kant opgaat. Zo blijven machtsposities aan het zicht onttrokken en krijgt de machteloze opponent (hier: links) op de koop toe ook nog de kritiek voor de kiezen. Dat is een fantastisch meesterplan met dubbele winst voor rechts. Dat heeft er alle belang bij om het idee van een linkse kerk of linkse media in de lucht te houden en te laten bestaan als bliksemafleider. Wie nadenkt en begrijpt hoe de eigendomsverhoudingen in de samenleving liggen kan weten dat NOS, RTL, NRC, Trouw, AD, De Telegraaf, De Volkskrant en al die gevestigde media gewoon rechts zijn.

Foto: Schermafbeelding van petitie ‘Tegen discriminatie door mainstream media en politiek’, 3 november 2015.

Schijn van vrijheid met Tommy Wieringa en conferentie Cyberspace

leave a comment »

Internetvrijheid. Is er een minder sexy onderwerp denkbaar dat weinigen aanspreekt? Evenals privacy. In de vijfde Kousbroeklezing meent Tommy Wieringa dat burgers zonder morren hun individuele vrijheid inleveren voor welvaart en veiligheid. Zodat er voor bedrijven en overheden geen beletsel bestaat om nog verder op te dringen. Ongenoemd laat Wieringa dat de ultieme consequentie de controlestaat is. Het 1984 van een mak gebeukte kudde burgers. Is er nog een ontsnappen mogelijk aan de almacht van bedrijven en overheden?

Wieringa: ‘Het is verleidelijk om de westerse geschiedenis voor te stellen als een lange, vaak gefrustreerde maar toch min of meer ononderbroken beweging in de richting van de grootst mogelijke individuele vrijheid, en het is beslist een opluchting dat we aan de onderdrukking van priesters en koningen ontkomen zijn, maar daarvoor in de plaats heeft zich de staat tot in de fijnste vertakkingen van ons bestaan genesteld. In de materiële wereld, waar je kinderen een paar dagen langer mee op vakantie wilt nemen of een schuurtje wilt bouwen, en in de digitale wereld, waar bijna al je bewegingen worden gevolgd en geïnterpreteerd.’

Bureaucratie disciplineert de burger die zich uitstrekt tot een opvoeding die handelen aanleert dat niet alleen in lijn is met de staat, maar zelfs met de zittende macht. Dat omvat de aanvaarding van politieke partijen, de concessies en eigendomsverhoudingen, een in 1815 ontstaan koningshuis dat zichzelf benoemde en op de troon plaatste en nu verafgood dient te worden, gevestigde religieuze organisaties die een streepje voor hebben en een politiek-culturele Leitkultur dat onderscheid oplegt tussen wat leidend en wat volgend is.

Het individu kan niet anders dan zorgen zo min mogelijk afhankelijk van staat en zittende macht te zijn. Meer zit er niet in. Financiële onafhankelijkheid, een kritische geest die tracht grijstinten in een duister landschap te blijven zien en vooral: benoemen of een onafhankelijke, licht-anarchistische houding die zich niet schaart achter vaandels, partijprogramma’s, leiders of het ergste van alles: bijzaken helpen staande te blijven onder de oprukkende controlestaat. Wat in Turkije sneller gaat dan in Nederland. Vrijheid, een snoezig onderwerp voor beschouwingen die in het reservaat van de weldenkende burgers de status quo mogen ondersteunen. Tommy Wieringa heeft er werkelijk behartenswaardige uitspraken over. Maar een lezing is geen realiteit.

2012-08-28-197

Foto: Krijttekening op lei van Tacita Dean op Documenta (13) 2012 in voormalige kapel van een voormalig belastingkantoor in Kassel. Bergen gebaseerd op de omgeving van Kabul in Afghanistan. Eigen foto.

Alain Delon te politiek voor neutrale schijn: Miss France

with 2 comments

Een relletje met de 77-jarige Zwitsers-Franse Alain Delon. Wat is het geval? Hij sprak zich op 9 oktober positief uit over het Front National (FN) in een interview met de Zwitserse krant Le Matin. Het FN kan de eerste partij van Frankrijk worden. Delon zegt in antwoord op een vraag naar de opkomst van de lokale Geneefse partij MCG: ‘Ik wil alleen maar zeggen dat de strekking van de MCG zoals het Front National heel opbouwend is. Positief omdat mensen het beu zijn om te praten zoals wij deden. Ze willen actie, ze willen iets anders. Ze kenden een ander Frankrijk onder De Gaulle of zelfs Mitterrand. Daarom is het Front National, zoals de MCG in Genève erg belangrijk en daar ben ik het mee eens, ik ondersteun en begrijp het volkomen‘.

Op deze uitspraak kwam veel kritiek. Ook van de Miss France-organisatie. Alain Delon besloot daarop zijn erevoorzitterschap voor het leven van de Miss France-verkiezingen neer te leggen. Hoewel de organisatie het deed voorkomen alsof het Delon de laan uitstuurde. Daar laat een ster van het kaliber Delon geen misverstand over bestaan. Hij houdt de eer aan zichzelf, neemt officieel afstand van z’n voorzitterschap en vertrekt.

Dit meningsverschil is te herleiden tot de vraag of de status quo neutraal is. De Miss France-organisatie zegt dat de verkiezingen amusement zijn en het om die reden weg wil blijven van het innemen van politieke standpunten (elle est par nature à l’écart de toutes prises de positions politiques). Maar het is juist de vraag of het louter bestaan van de verkiezingen of soortgelijk amusement geen politiek standpunt vertegenwoordigt. Door maatschappijcritici wordt zulke verstrooiing als brood en spelen gezien om het volk tevreden te stellen en af te leiden. Als blokkering van de vraag hoe de macht verdeeld wordt en hoe rechtvaardig dat is.

Conclusie kan zijn dat Alain Delon een te uitgesproken mening heeft voor een Miss France-organisatie die zich in het openbaar om economische redenen presenteert als politiek neutraal, maar dat per definitie door haar bestaan niet kan zijn. Het is kien genoeg om dat te beseffen en probeert dat te neutraliseren door een schijn van neutraliteit in stand te houden. Die Delon dus te zichtbaar doorbreekt. Vraag is wat erger pijn doet: de hypocrisie van de Miss France-organisatie of de steun van Alain Delon voor Marine Le Pen en het FN.

Brigitte BARDOT und Alain DELON , 1967

Foto: Alain Delon en Brigitte Bardot, 1967.