George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Stanley Bremer

Wereldmuseum na succesvolle publieksactie gered met behoud van ‘Rotterdams karakter’. Wat zegt dat over het kunstklimaat?

leave a comment »

imageproxy-aspx

Gisteren nam de Rotterdamse gemeenteraad een motie aan van PvdD, SP, PvdA, NIDA, GroenLinks en D66 over het Wereldmuseum. Dat gebeurde binnen het kader van het Cultuurplan 2017-2020. Hiermee spreekt de raad zich uit voor een zelfstandige positie van het Wereldmuseum binnen de samenwerking met het Nationaal Museum voor Wereldculturen. Door toedoen van de vorige directeur Stanley Bremer was het museum door vercommercialisering in een negatieve spiraal terechtgekomen. Onder druk van raad en toenmalig wethouder Adriaan Visser (D66) trad Bremer in april 2015 terug. Met het aannemen van deze motie is de actie afgerond om het Wereldmuseum te redden als autonoom museum ‘met een Rotterdams karakter’. Als sluitstuk omarmt wethouder Pex Langenberg (D66) de motie. Zodat voor de komende vier jaar de financiering, het Rotterdams profiel, tentoonstellingsprogramma, beheer van de collectie en monitoring door de RRKC zijn gegarandeerd.

Sinds 2012 verschenen hier meer dan 30 stukken over het Wereldmuseum. Ze volgden de ontwikkelingen op de voet door onder meer de weergave van bronnen binnen het Wereldmuseum die zich op straffe van ontslag publiekelijk niet konden uiten. En gaven er commentaar op. Door de jaren heen verschoof het accent van de aandacht voor het ontzamelbeleid naar kritiek op de aanpak van Bremer en de afwachtende houding van de opeenvolgende Rotterdamse gemeentebesturen. Na enkele kleinere publieksacties (met onder andere Boris van Berkum) kreeg in de zomer van 2014 een grotere publieksactie smoel met kunstenaar Olphaert den Otter die zich grotendeels op Facebook afspeelde. In de politiek was het Ruud van der Velden (PvdD) die initiatief nam, maar ook anderen als Jos Verveen (D66), Sun van Dijk (SP), Co Engberts (PvdA) toonden zich betrokken.

Het waren echter betrokkenen uit museumsector, partijpolitiek en openbaar bestuur die achter de schermen het verschil maakten. Reden voor die krachtenbundeling kan niet los worden gezien van een verslechterend kunstklimaat. Teken daarvan was de bovenproportionele korting op de landelijke cultuurbegroting die door het afbraakbeleid van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) vanaf 2011 in gang werd gezet. Vooral Zijlstra’s minachting voor kunst en gepoch geen affiniteit met de kunstsector te hebben maakte velen die de kunst een warm hart toedroegen ziedend en machteloos. Het was patjepeeër Zijlstra tegenover een bovenlaag van kunstminnenden die zich aan de kant gezet voelden. Niet zozeer persoonlijk, maar eerder waar het de waarden betrof die ze belangrijk vonden. Het Wereldmuseum werd zo een streep in het zand die velen voor en achter de schermen konden trekken om de dikdoener Stanley Bremer en al die andere populisten die de kunst wilden uitverkopen een halt toe te roepen. Het cultuurbeleid is echter nog steeds niet gerepareerd zoals het voor Zijlstra was. Evenmin is het verder afgebroken. Het blijft halfslachtig hangen tussen hoop en vrees.

Een commentaar van december 2012 vatte die mentaliteit van de patjepeeërs en kunsthaters samen: ‘Het goede leven van wijnen, spijzen, gesprekken en ons soort mensen zet alle neuzen een kant op. Soms feestneuzen als er feest te vieren valt, soms wijsneuzen die het samen beter weten dan de professionals uit politiek of museumwereld. Weldenkende burgers zijn tevreden met zichzelf. En elkaar. Als individuen vinden ze elkaar in een groepsgevoel dat afkeer voor regelzucht uitstraalt. In het oprekken van de grenzen voelen ze zich weer de provo’s die ze nooit waren. Hun tweede jeugd neemt hen de kans niet af het alsnog te worden. In het schoppen tegen het establishment dat ze zelf vormen. Vanuit de luxe. Zo werkt kunst als glijmiddel.

Via emotie mobiliseert directeur Bremer steun voor zijn plan om de Afrikacollectie te verkopen. Zijn museum loopt uit de pas met de museumsector in het oprekken van de LAMO-richtlijn, en de gemeente Rotterdam doet hetzelfde door de deur voor de verkoop van topstukken open te zetten. Maar kritiek werkt niet, omdat dat daar aan dat gebouw aan de Maas alleen maar opgevat wordt als een bevestiging van het eigen gelijk.

Oprekken van grenzen is in lijn met de handel in Afrikaanse etnografica die is geconcentreerd in Brussel en Parijs. Deze handel met grote winstmarges vertoont de trekken van de Roomse kerk en de maffia. Uiterlijk vertoon, ex-communicatie, strenge hiërarchie, witwassen van valse objecten en omerta zijn de kenmerken. Verkoop van de Afrikacollectie speelt zich af in dit schemergebied waar handelaren zich opdringen omdat ze winst ruiken. Liefst via onderhandse verkoop. Raadgevers en clandestiene handelaren wisselen elkaar af. De directeur die kennis mist vaart blind op anderen. Hij zet de Afrikacollectie in de etalage om als een Robin Hood aan de Maas te nemen van de gemeenschap en te geven aan z’n medestanders.’

Dat het Wereldmuseum voor de poorten van de hel uit de handen van de praatjesmakers en de kunsthaters is gered heeft grote symbolische waarde. Maar het feit dat het kon slagen door de inzet van enkelen is ook wrang. Dit soort publieksacties komt immers door toevalligheden tot stand. Niet voor elke bedreigde culturele instelling die het waard is om gered te worden wordt zo’n actie op touw gezet. Als deze succesvolle actie een incident is, dan houdt dat nog lang geen structurele verbetering van het kunstklimaat in. De golf van rechts-populisme die delen van de politiek en bevolking overrompelt maakt somber. Overschatting ervan lijkt echter nog de grootste bedreiging van het democratisch proces. Vooral media en partijpolitiek moeten niet meegaan in projecties en angstdenken, maar gewoon de traditionele waarden beschermen. Daar is kunst er één van. De les van het Wereldmuseum is daarom uiteindelijk positief. Samenwerking van politici en burgers met een beroep op deskundigen en met mobilisatie van sociale en gevestigde media kan het verschil maken. QED.

Foto: BaHuana-Beeld uit de collectie van het Wereldmuseum, Beneden Congo.

Ruud van der Velden (PvdD) stelt vragen over RRKC-voorzitter Jacob van der Goot inzake advies Wereldmuseum

with one comment

CloNC2oWQAMuRjX.jpg-large

Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren heeft gisterenmiddag in een raadscommissie Cultuur van de Rotterdamse raad de knuppel in het hoenderhok gegooid. Het gaat om een advies van de RRKC over het Wereldmuseum dat alom als onverstandig en onwerkbaar wordt beoordeeld. Ook ik liet me er op 1 juni in een commentaar negatief over uit. De RRKC adviseerde om voor de periode 2017-2020 450.000 euro toe te kennen terwijl er liefst 5.710.000 euro was gevraagd. Dat betekent het einde van het Wereldmuseum. Ook Sun van Dijk (SP) was kritisch: ‘Het is een politiek advies, dat is niet aan de RRKC, maar aan ons’. Ik schreef:

Het Wereldmuseum wordt in het advies van de Rotterdams Raad voor Kunst en Cultuur met terugwerkende kracht gestraft voor het wanbeleid van de vorige directeur Stanley Bremer die in april 2015 moest vertrekken als bestuurder. Hij bracht het museum financieel, organisatorisch en publicitair aan de rand van de afgrond. De raad zegt in een motivatie dat ‘de juiste randvoorwaarden‘ om de collectie zichtbaar te maken ‘op dit moment’ ontbreken. Maar de raad bezondigt zich aan een cirkelredenering door het museum vervolgens niet de kans te geven zich te bewijzen: ‘De organisatie is te ver ontmanteld, zowel inhoudelijk als financieel.’

Ruud van der Velden stelde in het overleg van de commissie Cultuur vragen bij de rol van RRKC-voorzitter Jacob van der Goot. Van der Velden wijst op diens dubbelrol. Van der Goot was tijdens het directoraat van directeur Stanley Bremer lid van de Raad van Toezich van het Wereldmuseum en kende toen onder meer bonussen aan Bremer toe. Schrijnend en bestuurlijk merkwaardig is dat de ontmanteling van het museale gedeelte van het Wereldmuseum dat met medeweten van Van der Goot door Bremer kon worden gerealiseerd nu via een omweg via de RRKC wordt voortgezet. Van der Goot zou niet die ruimte moeten kunnen nemen.

Ik reageerde op de FB-pagina van Olphaert den Otter die dit signaleerde: ‘Hoe kan het toch dat die weeffout in de RRKC maar niet hersteld wordt? Die weeffout bestaat eruit dat de RRKC keer op keer het eigen mandaat overschrijdt en op de stoel van de politiek gaat zitten. En zelfs met medeweten van het gemeentebestuur aan overleggen mag deelnemen waar het bestuurlijk niets te zoeken heeft. De RRKC moet gewoon adviseren en niet meer dan dat. De politiek moet dat advies wegen. We zagen het bij het advies uit april 2015 over het Collectiegebouw en we zien het nu opnieuw bij het Wereldmuseum. De vorige voorzitter Melanie Post van Ophem en secretaris en spin in het web Inez Boogaarts zijn afgetreden, maar de weeffout blijft bestaan.

De fundamentele vraag is wat nou exact tot die weeffout leidt. Waarom menen Boogaarts of nu Van Der Goot politiek te kunnen handelen? Is de omschrijving van de opdracht aan de RRKC onduidelijk of geeft het gemeentebestuur de RRKC ten koste van de raadsleden meer ruimte dan het volgens het mandaat toekomt?

Tijd voor een fundamenteel debat over de rol van de RRKC en haar plaats binnen de gemeentelijke organisatie. Want zo kan het niet langer. Wat Ruud van der Velden zegt over de dubbele pet van Van der Goot is tekenend. Deze bestuursvoorzitter zit mentaal nog vastgeklonken aan het oude bewind van Bremer en neemt dat in zijn opereren mee. Zo iemand als Van der Goot had nooit benoemd mogen worden. Wie heeft hem in hemelsnaam geselecteerd? Kortom, de RRKC moet op de schop. En liefst snel. Vraag is of Culturele Zaken niet te besmet is om nog objectief naar de RRKC te kunnen kijken.’ Initiatief is aan de gemeenteraad.

Zie hier een brief van het Directeurenoverleg van de Rotterdamse culturele instellingen met kanttekeningen bij de visie van de RRKC op algemene thema’s.

Foto: Schermafbeelding van artikelZorgen om het Wereldmuseum’ van Yvonne Keunen voor AD.

Rotterdamse Kunstraad negatief in advies over Wereldmuseum. Het zou ‘te ver ontmanteld zijn’

with 4 comments

wr

Het Wereldmuseum wordt in het advies van de Rotterdams Raad voor Kunst en Cultuur met terugwerkende kracht gestraft voor het wanbeleid van de vorige directeur Stanley Bremer die in april 2015 moest vertrekken als bestuurder. Hij bracht het museum financieel, organisatorisch en publicitair aan de rand van de afgrond. De raad zegt in een motivatie dat ‘de juiste randvoorwaarden‘ om de collectie zichtbaar te maken ‘op dit moment’ ontbreken. Maar de raad bezondigt zich aan een cirkelredenering door het museum vervolgens niet de kans te geven zich te bewijzen: ‘De organisatie is te ver ontmanteld, zowel inhoudelijk als financieel.’

Dit advies is tegenstrijdig. Maar wat erger is, het klinkt onwaarachtig en vals. Enerzijds erkent de raad van hoever het Wereldmuseum afgelopen jaar moest komen om op vele aspecten orde op zaken te stellen. Maar van de andere kant heeft de raad geen geduld en vertrouwen om het museum echt tijd te geven een nieuwe start te maken. Het geeft toe dat het Wereldmuseum aan de verbetering van ‘de randvoorwaarden’ werkt, maar oordeelt tegelijkertijd dat ze niet gerealiseerd kunnen worden. Dit is onrechtvaardig voor de nieuwe wind die er waait en wordt gesymboliseerd door de aanstelling in mei 2015 van interim-directeur Jan Willem Sieburgh en onlangs van conservator Alexandra van Dongen. En de opening van de tentoonstelling Afrika010.

De aap uit de mouw is trouwens dat het budget dat de raad ter beschikking heeft te laag is om alle aanvragen te honoreren. Dat is niets uitzonderlijks bij dit soort adviezen die zijn op te vatten als een balanceeract van schipperen, afwegen en bekokstoven. De gevestigde culturele instellingen hebben hierbij een sterke positie opgebouwd en zijn niet zomaar te passeren. De raad beseft dat, gaat die strijd niet aan en kiest daarom voor de gemakkelijkste weg. Namelijk het opheffen van een instelling die toch al onder vuur ligt omdat het tijdens een vorig bewind is afgebroken. De raad voltooit met haar advies het afbraakwerk van de vorige directeur.

De raad laat het Wereldmuseum als een baksteen vallen: ‘De RRKC adviseert daarom geen Cultuurplansubsidie toe te kennen aan het Wereldmuseum voor instandhouding van het museum in de huidige vorm.’ De 450.000 euro die wordt toegekend dienen voor ‘onderzoek (..) naar mogelijke toekomstscenario’s’ en ‘voor het behoud en beheer van de collectie’. Een sterfhuisconstructie dus. De raad ziet geen perspectief in ‘een eigenstandig museum in het huidige pand’ en adviseert dat het Wereldmuseum ophoudt te bestaan als ‘eigenstandige organisatie’. De raad ziet twee opties: ‘samenwerking/fusie met het Nationaal Museum van Wereldculturen of samenwerking/fusie met het Rotterdam Museum en het Maritiem Museum’.

De vraag die dit advies over het Wereldmuseum van de RRKC oproept is hoe bruikbaar en integer het is. Opnieuw gaat deze adviserende raad hiermee op de stoel van de politiek zitten, zoals in april 2015 onder een vorig bestuur ook bij het Collectiegebouw gebeurde. Het besluit wat Rotterdam wil met het Wereldmuseum behoort uitsluitend in de gemeenteraad genomen te worden. Maar dan zonder dat het debat hierover vooraf belast wordt door een advies dat voorstelt een instelling niet meer eigenstandig te laten voortbestaan en suggereert dat het pand waarin het gevestigd is afgestoten moet worden. Dit is een slechte dag voor het Wereldmuseum, maar vooral ook voor de Rotterdamse politiek die de verantwoordelijkheid over de toekomst ervan niet zomaar kan afschuiven. Zo moet politiek waarop inwoners trots kunnen zijn niet willen werken.

Foto: Schermafbeelding van deel Cultuurplanadvies 2017-2020 (p. 405-409) over het ‘Wereldmuseum Rotterdam’ van de RRKC.

Crisis bij ‘Het Nieuwe Instituut’ geeft architecten kans op een nieuw eigen architectuurinstituut. Weg van het stylisme

with one comment

js_ni_ext_2

Zonder dat het echt opgemerkt wordt herbergt Rotterdam een tweede Wereldmuseum. Of liever gezegd het Wereldmuseum zoals dat functioneerde onder de vorige directeur Stanley Bremer voordat het voor de kunst werd gered en voor de poorten van de horeca, marketing en styling werd weggesleept. Het betreft ‘het sectorinstituut voor de creatieve industrie’ Het Nieuwe Instituut (HNI) met Guus Beumer als directeur. Deze vergelijking mag sommigen vergezocht voorkomen, maar de overeenkomsten tussen het oude Wereldmuseum en het huidige HNI zijn verbluffend. Zo wil volgens een bericht van architectenweb HNI ook een hotel beginnen: ‘Opmerkelijk is het voornemen om kantoorruimte een bestemming te geven als hotel-restaurant’.

Weliswaar bestaat het besef bij publiek, politiek en museumsector dat het niet goed gaat bij HNI, maar die kritiek vertaalt zich niet in actie zoals dat bij het Wereldmuseum gebeurde. Hoewel zich daar het tegengeluid met een publieksactie pas in de zomer van 2014 doelmatig bundelde, terwijl de kritiek al sinds 2011 klonk. Het vraagt blijkbaar enige tijd voordat voor als achter de schermen de tegenkrachten worden gecoördineerd.

HNI kwam in 2015 negatief in het nieuws door belangenverstrengeling binnen de directie en het ontbreken van goed bestuur, mede door onvoldoende toezicht vanuit de Raad van Toezicht. Afgelopen week werd die neergang geaccentueerd door het negatieve advies van de Raad voor Cultuur over de subsidieaanvraag voor de basisinfrastructuur 2017-2020. HNI houdt wel zicht op een subsidie van 5.640.000 euro als het onder meer alsnog voldoet aan voorwaarden van goed bestuur, positionering, kwaliteitszorg, educatie en financiële verslaglegging. Maar hoe dan ook is de subsidie met een derde gekort. HNI staat er financieel goed voor. 

Het advies liegt er niet om. Het vindt de resultaten van HNI te mager: ‘De raad vindt dat de instelling zijn rol en meerwaarde van zijn activiteiten voor de sector beter dient te beschrijven en uit te voeren. Hij kan uit de aanvraag niet opmaken hoe HNI zich bij de uitvoering van zijn taken verhoudt tot relevante spelers in de creatieve industrie.’ Wie verder kijkt dan het advies van de raad ziet waar de pijn zit. Een tweet van architect Thijs Asselbergs is veelzeggend: ‘Het Nieuwe Instituut doet niets voor de De Nieuwe Architect maar draagt wel bij aan imago ‘architect als stylist’. En de criticus van het eerste uur architect Kees van der Hoeven twittert: ‘Hoop – tenminste voor de architectuur – dat er eindelijk (kan het zijn) rigoureus wordt ingegrepen.’

Hier tekent zich een richtingenstrijd tussen architecten en stylisten af. Het gaat over het antwoord op de vraag wat architectuur is. Grofweg gezegd, is architectuur het vormgeven van ruimte als vastlegging van politieke verhoudingen of versiering? Anders gezegd, is het onderwerp van een architectuurinstituut een architectuur die verslag doet van ontwikkelingen of een architectuur die de ambitie heeft om de ontwikkelingen zelf te helpen vormen? HNI heeft onder directeur Guus Beumer duidelijk gekozen voor dat eerste: stylering.

De crisis die zich nu bij HNI aftekent zet deze tegenstelling op scherp, maar geeft de architecten ook kans om verloren terrein terug te winnen in een nieuw instituut: het NNAI, het Nieuw Nederlands Architectuur Instituut met een grotere rol voor techniek en leefomgeving. Nu is het moment om een weeffout te herstellen die de museale architectuur bevrijdt uit het klusterdenken over creatieve industrie en maakt tot vehikel van lifestyle of een modieus politiek debat. Kees van der Hoeven oppert in een tweet een verdeling in drie afdelingen (design, architectuur, e-cultuur): ‘Oplossing simpel: 3 vakgebieden, 3 krachtige curatoren voor komende 4 jaar, daarboven deskundige zakelijk directeur.’ Ik antwoordde in een tweet: ‘Of splitsing in twee musea: 1) Museum voor Stilering; 2) Architectuurmuseum. In R’dam staan zoveel gebouwen leeg. Dat moet kunnen.’

Foto: Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Credits: Johannes Schwartz.

Wereldmuseum maakt nieuwe start met AFRIKA 010. Geen doorstart zonder investering. Een terugblik

with 3 comments

13124483_1022919657836380_2648610787077600993_n

 

Update 7 september 2016: Eind goed, al goed met het Wereldmuseum, dankzij de inspanningen van velen onder wie kunstenaar Olphaert Den Otter die een persoonlijk portret in de NRC krijgt. Hij is trouwens eerder intermediair dan klokkenluider. Het Rotterdamse gemeentebestuur gaat in een collegebrief van 6 september voorbij aan het advies van de RRKC dat door velen als onwerkbaar werd beoordeeld en pleit ervoor ‘alle museale functies te herstellen’ en stelt daarvoor ‘een bedrag van jaarlijks 5 miljoen euro maximaal’ beschikbaar. Hier de verdeling van de cultuurbegroting over de verschillende instellingen. De gemeenteraad moet er nog mee instemmen. Zoals uit een brief van directeur van het NMVW Stijn Schoonderwoerd blijkt volgt het gemeentebestuur de musea ingefluisterde constructie (‘Het gekozen model kan het best omschreven worden als een bestuurlijk organisatorische integratie zonder over te gaan tot een juridische fusie’).

Gisteren opende de tentoonstelling AFRIKA 010 in het Rotterdamse Wereldmuseum. Met een aparte website die gisteren de lucht in ging en de inhoud van de catalogus vol faits divers bevat die door Veenman+ wordt uitgegeven. De opening die met 600 bezoekers goed bezocht werd was op te vatten als een botsing tussen het oude en het nieuwe regime. De ontvangst was warm en genereus zodat de verwaaide bezoekers die gewoontegetrouw de weg naar de Willemskade weten te vinden niet verrast werden. Het overvolle programma met een lengte van meer dan 2 uur was het enige schoonheidsfoutje van de dag. AFRIKA 010 is uit eigen collectie samengesteld door curator Paul Faber. In vele opzichten een tentoonstelling met een geschiedenis.

In september 2011 besteedde ik voor het eerst aandacht aan het Wereldmuseum in een commentaar over het afstoten van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda dat de museumwereld onaangenaam verraste. De echte reden waarom dit schilderij geveild moest worden is nog steeds niet door directeur Gerard de Kleijn geopenbaard, zodat we het moeten doen met een rammelende uitleg. Zie hier de kern van de kritiek op het beleid dat tot verkoop leidde. Antwoorden op kamervragen wezen op de smalle marges van musea die wilden ontzamelen. Afstoffen van beleid leidde tot herbevestiging van richtlijnen en floot museumdirecteuren terug die over de rand gingen. De paradox van het antwoord van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra op kamervragen van SP’er Jasper van Dijk over de collectie van het Wereldmuseum leek dat het haaks stond op de kaalslag in de kunst die het kabinet Rutte I van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV vanaf 2010 inzette.

Het was geen paradox, maar het doorschuiven van verantwoordelijkheid zonder voldoende financiering naar een bestuurlijk lager niveau zoals later ook de zorg overkwam. Zijlstra antwoordde in 2011: ‘Ik ga ervan uit dat gemeenten, provincies en rijksoverheidsorganen de musea die hun collecties beheren in staat stellen die codes na te leven en zelf die codes als kader hanteren bij het verlenen van volmachten om voorwerpen af te stoten. (..) De beoordeling van de vraag of een voorstel van het Wereldmuseum binnen deze codes past ligt bij de Gemeente Rotterdam.’  Dit leidde begin 2014 in Rotterdam tot opstellen van de Rotterdamse regels

In die vijandelijke omgeving van lokale musea, museumsector, kunstfondsen, kunstenaars, kunstliefhebbers en -verzamelaars, steun op lokaal niveau van D66 en linkse partijen en op landelijk niveau van een kabinet van VVD, CDA ‘dat op de centen paste’ onderschatte toenmalig directeur van het Wereldmuseum Stanley Bremer de oppositie en het monsterverbond tegen zijn plannen om delen van de collectie te verkopen om een reservefonds van tientallen miljoenen op te bouwen voor de exploitatie. Bremer staarde zich blind op z’n inner circle van Rotterdamse Leefbaar- en VVD-getrouwen die lak hadden aan regels. Zijn rol als Robin Hood aan de Maas om te nemen van de gemeenschap en te geven aan z’n medestanders bleek potsierlijk en ondeugdelijk.

Het Wereldmuseum is door de inspanning van velen die nooit in de openbaarheid traden voor de poorten van de hel weggesleept. In de openbaarheid waren het onder meer Boris van Berkum, Olphaert Den Otter, Sjors van Beek, raadslid Ruud van der Velden en ikzelf die de voorstanders trachtten te motiveren om in actie te komen. Die berichten motiveerden het personeel van het Wereldmuseum dat zich geschoffeerd voelde door Bremer. Ze klampten zich vast aan kritiek die op een omslag kon wijzen. Vooral voor de zomer van 2014 verliep dat moeizaam, maar daarna kreeg de actie wind in de zeilen. De burgerbeweging die kunstenaar Den Otter wist op te tuigen was een prachtig voorbeeld van activistische politiek door burgers. Het was ook een front en focus voor anderen om door te drukken en de cultuurbarbaren zoals die gesymboliseerd werden door museumdirecteuren als Gerard de Kleijn of Stanley Bremer terug te wijzen en op hun plek te zetten.

De geschiedschrijving van deze kwestie is nog niet rond zoals een artikel van Claudia Kammer in NRC ter gelegenheid van de opening van AFRIKA 010 verduidelijkt. Het had de misleidende titel ‘Spookverhalen bleken niet waar’ die over de collectie Sanders leek te gaan, terwijl dat nauwelijks uit de tekst bleek. Spookverhalen blijken wel degelijk waar, want dat alle stukken uit de gemeentelijke collectie er uiteindelijk nog zijn wil niet zeggen dat ze zonder het hierboven geschetste monsterverbond van opposanten tegen het ontzamelbeleid van directeur Bremer niet verkocht zouden zijn aan kunsthandelaren in Madrid, Brussel, Parijs of Londen.

13095739_1022919757836370_5920450050971882555_n

Hoe verder? Het Wereldmuseum is met AFRIKA 010 en interim-directeur Jan Willem Sieburgh de goede weg ingeslagen, maar de steun ervoor moet vastgehouden worden. In Nederland wordt kunst niet vanzelfsprekend gekoesterd. Dat moet elke keer weer bevochten worden. Ik omschreef een jaar geleden wat nodig is voor een levensvatbare doorstart: 1) politieke steun van de gemeente Rotterdam inclusief het herstel van het oude niveau van subsidie om tot een levensvatbaar bedrijfsmodel te komen; 2) heroriëntatie van het gebouw op tentoonstellingen en collectie (beheer, documentatie, ontsluiting), en afwaarderen van de niet-kerntaken (restaurant, banqueting) die trouwens toch verliesgevend waren; 3) herstel van de kerntaken van het museum door het opnieuw opbouwen van een wetenschappelijke staf en een tentoonstellingsafdeling die zo’n twee grote, vier middelgrote en zes kleinere presentaties per jaar maakt ; 4) herstel van het vertrouwen bij politiek, publiek, museumsector en collega-volkenkundige musea, bruikleengevers, vermogensfondsen en sponsoren.

Foto: Impressies van de opening van de tentoonstelling ‘AFRIKA 010‘ in het Wereldmuseum, 28 april 2016. Credits: Lydia van Oosten.

College Bergen loog over rol Kranenburgh. RvT gepasseerd en opgestapt

with 2 comments

berg

De Raad van Toezicht (RvT) van Museum Kranenburgh in Bergen is in augustus 2015 vrijwillig opgestapt. Deze bestond uit voorzitter Els Swaab (advocaat en oud-voorzitter van de Mondriaan Stichting en oud-voorzitter van de Raad voor Cultuur), Edwin Jacobs (directeur Centraal Museum Utrecht), Hans van de Leygraaf (Leygraaf Makelaars Alkmaar), Hans Schoo (programmadirecteur Antoni van Leeuwenhoek Amsterdam) en Jan Sebel (registeraccountant en partner PwC Amsterdam). Reden zou de inmenging door ‘sponsors’ zijn in de relatie met de directeur/bestuurder Kees Wieringa, waarvan de gemeente Bergen er ook één is. De RvT had tijdig aangekondigd Wieringa per 30 september te ontslaan, waarop de sponsors en andere betrokkenen dit zouden hebben tegengehouden. De RvT is werkgever van de directeur en is vanwege alle inmenging afgetreden, ook om het museum niet verder te beschadigen. Daarom is het tot nu toe buiten de landelijke publiciteit gebleven.

In het interpellatiedebat dat op initiatief van oppositiepartijen VVD en Gemeentebelangen op 1 oktober werd gehouden en waarin VVD’er Cees Roem het voortouw neemt wordt door wethouder Odile Rasch (D66) ontkend dat de gemeente heeft geïntervenieerd met als doel Wieringa in functie te houden. Rasch doet berichtgeving in het Noordhollands Dagblad af als onjuist. Maar bovenstaand bericht in hetzelfde dagblad van 17 oktober doet anders vermoeden: ‘Uit notulen blijkt dat de burgemeester en wethouder eerder samen met door Wieringa ingeschakelde advocaat Lucas van Eeghen en jurist Ger Brusche hebben geïntervenieerd.’ Opvallend is dat deze Ger Brusche als ‘slapend’ lid van de oude RvT een nieuwe RvT heeft gerealiseerd zoals wethouder Rasche in het interpellatiedebat uitlegde. Zonder dat Brusche trouwens lid is geworden van deze nieuwe RvT.

In het interpellatiedebat wijst David Jan Zeiler van Gemeentebelangen op het geprivatiseerde Wereldmuseum waar het Rotterdamse college ingreep. Mede omdat het subsidie verleent en eigenaar van de collectie is. Bij Kranenburgh bestaat een soortgelijke situatie, daar is de gemeente voor 90% eigenaar van de collectie. Deze verwijzing van Zeiler geeft aan dat er ook voor een gemeente op afstand mogelijkheden zijn om zich te mengen in de bedrijfsvoering van een culturele instelling die dreigt te ontsporen. Op voorwaarde dat dat via de koninklijke weg van openheid en overleg met de raad gaat. In Bergen lijkt het omgekeerde gebeurd. Het college heeft achter de rug van de RvT om en buiten het overleg met de voltallige raad zich met zaken bemoeid waarover het formeel geen zeggenschap had. Dat zegt alles over de bestuurscultuur van Bergen.

bergennh

Foto 1: Bericht ‘College Bergen loog over rol Kranenburgh’ in het Noordhollands Dagblad, 17 oktober 2015.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘VVD Bergen blijft met vraagtekens over situatie Kranenburgh zitten’ op VVD Bergen NH. Zie hier voor de raadsvragen van VVD en Gemeentebelangen (zie Vergaderstukken bij agendapunt).

Tendentieus opiniestuk van Friso de Zeeuw over Collectiegebouw

with 8 comments

resolve

Moet Friso de Zeeuw gestopt worden? Velen zullen zijn naam niet kennen. Indicatie: directeur Nieuwe Markten bij BPD, de grootste projectontwikkelaar van Nederland en ooit gedeputeerde in Noord-Holland voor de PvdA. Met Agnes Franzen auteur van een opiniestuk in NRC over het Collectiegebouw dat Museum Boijmans van Beuningen samen met de gemeente Rotterdam en Stichting Verre Bergen in het museumpark wil realiseren. Opvallende zin over Boijmans-directeur Sjarel Ex: ‘Deze man moet gestopt worden en dat kan nog.’

Waarom maken De Zeeuw en Franzen het persoonlijk alsof hier de Wilders van de kunstwereld afgestopt moet worden? Weten ze niet wat argumenteren is of hebben ze onvoldoende argumenten? Hun opiniestuk dat in de editie Rotterdam van de NRC verscheen is een raadselachtig onvolwassen betoog dat drijft op suggesties en aannames. Vraag is waarom deze gebiedsontwikkelaars die geen specifieke expertise hebben op het gebied van cultuur of museologie zich menen over het Collectiegebouw met gezag te kunnen uitspreken.

De auteurs scheppen gelijk in het begin al verwarring door te verwijzen naar ‘de recente ellende met het Wereldmuseum’ waaruit lessen te trekken zijn. Hiermee suggereren ze of laten ze op z’n best in het midden dat Boijmans op dezelfde lijn zat met de vorige directeur van het Wereldmuseum Bremer, terwijl Boijmans juist een van de culturele instellingen was die zich in een vroeg stadium uitsprak tegen diens beleid. Dat blijkt onder meer uit de ingezonden brief van Ex die hij in december 2012 in de NRC plaatste omdat Bremer volgens hem de museumsector beschadigde, niet in het minst betreffende bruiklenen, schenkingen en legaten.

De suggestie die de auteurs doen kan kwaadwillend opgevat worden als de RRKC erbij betrokken wordt dat in adviezen jarenlang welwillend stond jegens het Wereldmuseum, en zich in adviezen tot tweemaal toe tegen het Collectiegebouw uitgesproken heeft. De RRKC stemde niet tegen de vergroting van de horecafunctie van het Wereldmuseum en stemde in met de afstoting van delen van de collectie. Nieuwsbrief nr. 8 uit 2012 van het Wereldmuseum laat geen twijfel over de opstelling van de RRKC: ‘Het Wereldmuseum krijgt dus aanzienlijk minder subsidie, maar de RRKC keert zich niet tegen de afstoting van de Afrika en Amerika collectie.’

De auteurs trekken opnieuw flink van leer in een zin die stemmingmakerij en suggestie combineert: ‘Waarom publiek en privaat geld investeren in een elitair gebouw met een exploitatie die op drijfzand rust?Verre Bergen wil onder meer 20 miljoen euro in het Collectiegebouw stoppen omdat het kabinet van VVD en PvdA de cultuur voor een groot deel in de steek heeft gelaten en beide kabinetten Rutte het sentiment jegens de kunst fundamenteel hebben aangetast. Museum Boijmans springt als cultureel ondernemer in dat gat van de terughoudende overheid door een private partij erbij te halen. Maar de auteurs wijzen dat af. Doorrekening en toetsing van de exploitatie door Cor Wijn van BMC Advies laat zien dat het Collectiegebouw haalbaar is.

Wat Friso de Zeeuw en Agnes Franzen bezielt en wat hun belang is om deze opinie te geven is de vraag die na lezing blijft hangen. Ze zijn tegen het Collectiegebouw en beredeneren dat volgens het principe ‘schuldig door associatie’ en haken daartoe aan bij de mislukking van het Wereldmuseum. Waar zowel toenmalig directeur Stanley Bremer als opeenvolgende cultuurwethouders en gemeenteraden fout op fout stapelden. Met Boijmans heeft dat echter niets te maken omdat de plannen van het Collectiegebouw door externe partijen worden doorgerekend en in samenspraak met gemeentelijke diensten tot stand komen en de financiering voor 1/3 uit de markt wordt gehaald, terwijl de basis onder de plannen van Bremer het ontzamelen van deelcollecties was dat in tegenspraak met alle regels en afspraken was. De argumenten van Friso de Zeeuw zijn door te prikken.

Foto: Bouw van de Euromast, Rotterdam (1959). Credits: Dolf Kruger.

Twee kwesties in de kunst: PEN Nederland en Wereldmuseum. Slow Art?

with one comment

SFA04_SFA006004779_X

Twee kwesties in de kunsten: de benoeming van oud-reclameman en oud-zakelijk leider van het Rijksmuseum Jan Willem Sieburgh tot directeur ad interim van het Wereldmuseum Rotterdam en het niet aftreden van het bestuur van de schrijversvereniging van PEN Nederland naar aanleiding van de kwestie Kurt Westergaard. Zowel Sieburgh als PEN-voorzitter Manon Uphoff lijken een goed netwerk te hebben en daar hun positie aan te danken te hebben. Het is de Fast Art van marketing, netwerk en communicatie tegenover de Slow Art van inhoud en argumenten. Wat geeft de doorslag in een benoeming of het behoud van een positie?

Een netwerk van relaties verdedigt voor en achter de schermen posities. Zo gaat het in de cultuursector waarvan het een publiek geheim is dat het bestuurlijk niveau ervan niet hoog is. Verdediging van belangen gebeurt met inzet van krakkemikkige middelen. Zo werd de inhoudelijke kritiek door dichter Elly de Waard op de lafheid en dubbelhartigheid van het PEN-bestuur niet zakelijk beantwoord, maar gelijkgeschakeld met hatelijke reacties op sociale media en ‘het monster van de publieke opinie’. Dat raakt aan karaktermoord en het uit de weg gaan van debat. Met als bijzonderheid dat het populisme waarmee De Waard werd bejegend beantwoord werd met het verwijt van … populisme. Een schrijver als Tommy Wieringa liet zich ertoe verleiden om zonder besef van argumenten voor zijn schrijversvrienden in de bres te springen. Hij besefte blijkbaar onvoldoende wat hij hiermee zichzelf aandeed door zijn geloofwaardigheid voor vriendschap in te zetten.

De overeenkomst van Sieburgh met de oud-directeur van het Wereldmuseum Stanley Bremer is treffend: de reclamewereld. Hopelijk is Sieburgh het rendements- en managementdenken voorbij, hoewel zijn reputatie bij het Tropenmuseum wel anders zegt. Oppervlakkigheid ligt op de loer met de focus op marketing en communicatie. Maar precies dat is de verwachting die Sieburgh kan weerspreken omdat hij weet dat de museumwereld hem op dat profiel in de gaten houdt. Maar hij moet 14 jaar wanbeleid rechttrekken, waarschijnlijk een monumentaal gebouw afstoten en een fusie voorbereiden. Want de gemeente Rotterdam geeft natuurlijk geen fluit om kunst als het extra geld kost. Kortom, in de kunsten gaat het niet om de kunst of de kunstenaars, dat leren deze twee kwesties. In de kunsten gaat het om posities, relaties en doen alsof.

Foto: Walter Blum, Feestdiners, 1950-1960.

Wereldmuseum moet snel doorstart maken om steun te verzilveren

with one comment

Het Wereldmuseum krijgt een nieuwe directeur omdat de oude gisteren de laan is uitgestuurd door de Raad van Toezicht. Onder druk van de publieke opinie, de museumsector en de Rotterdamse politiek. Maar hoe nu verder? Zoals wethouder Adriaan Visser (D66) terecht opmerkt zit de problematiek van het Wereldmuseum op verschillende fronten. Problemen worden niet zomaar opgelost door een directeur te benoemen. Vraag is op welke voorwaarden kandidaten de stap willen zetten en welke zekerheden ze eisen. Vooral over het budget.

Zo hangt alles met alles samen: 1) politieke steun van de gemeente Rotterdam inclusief het herstel van het oude niveau van subsidie om tot een levensvatbaar bedrijfsmodel te komen; 2) heroriëntatie van het gebouw op tentoonstellingen en collectie (beheer, documentatie, ontsluiting), en afwaarderen van de niet-kerntaken (restaurant, banqueting) die trouwens toch verliesgevend waren; 3) herstel van de kerntaken van het museum door het opnieuw opbouwen van een wetenschappelijke staf en een tentoonstellingsafdeling die zo’n twee grote, vier middelgrote en zes kleinere presentaties per jaar maakt ; 4) herstel van het vertrouwen bij politiek, publiek, museumsector en collega-volkenkundige musea, bruikleengevers, vermogensfondsen en sponsoren.

Kansen voor een succesvolle doorstart van het Wereldmuseum zijn gunstig. Velen hebben zich voor en achter de schermen vooral de laatste vier jaar ingezet om het Wereldmuseum weer op het rechte pad te brengen. Dat engagement kwam zowel voort uit betrokkenheid, zelfs liefde, met het museum en de collectie, als uit eigen zorgen voor de precedentwerking (oprekken ontzamel-richtlijn, wegvallen van schenkingen, imagoschade voor de museumsector en verminderde subsidies door terugtredende overheid). De als een wildeman tekeer gegane directeur Stanley Bremer was de ideale boeman en bliksemafleider op wie zich alle kritiek kon richten. Terwijl zijn handelen het instituut Wereldmuseum geen schade deed maar juist steeds meer steun opleverde.

Het is aan de nieuwe directeur en de Raad van Toezicht om politiek, bedrijfsleven, publiek, kunstfondsen en collega-musea als de bliksem aan het Wereldmuseum te binden voordat dit positieve gevoel weer wegebt.

Rekenkamer pleit voor forse subsidie Wereldmuseum. Bremer weg

with one comment

big_398

Vandaag verschijnt het rapport ‘Werelden van verschil‘ van de Rekenkamer Rotterdam dat op basis van een motie uit november 2014 van PvdD, PvdA, SP, GL en VVD werd opgesteld. Directeur Stanley Bremer heeft vandaag zijn bestuursfuncties neergelegd en blijft als extern adviseur verbonden aan het Wereldmuseum. Hoewel zijn aftreden onvermijdelijk was geworden doordat hij in en buiten de politiek alle steun verloren had, volgt dit niet direct uit dit rapport. Want dat gaat over het functioneren van de gemeente. Dat Bremer formeel nog verbonden kan blijven aan het Wereldmuseum heeft vooral te maken met de door de gemeente gemaakte fouten sinds de privatisering van 2006. Zo werkt dit rapport niet als een ontslagbrief voor de directeur, maar juist als het tegendeel. Hij kan ondanks alles formeel aanblijven. Zowel gemeente als Bremer maakten fouten.

Het rapport verwijt de gemeente vooral dat het ondanks verplichtingen onvoldoende toezicht uitoefende op de collectie. De omgang met de collectie en de dreigende verkoop van de Afrika-collectie was in de publieksactie en de aandacht media sinds zomer 2014 het hete hangijzer. Het persbericht zegt: ‘Pas als gevolg van diverse media-uitingen, de publieksactie Wereldmuseum en het defungeren van de Raad van Toezicht, is er bij het college sprake van toegenomen aandacht voor het Wereldmuseum.’ Dat kan op twee manieren uitgelegd worden. Als voorbeeld van onzorgvuldig bestuur van achtereenvolgende cultuurwethouders, de afdeling Culturele Zaken en het Rotterdamse college. Of als voorbeeld van de macht van de burgers die met hun deskundigheid, betrokkenheid en mobilisatie van hun netwerk instappen waar de politiek het laat afweten.

Wie een streep onder een dossier zet kan zich vaak nauwelijks het begin meer in herinnering halen. Wat te leren valt van de publieksactie Wereldmuseum is dat succes niet verzekerd is, maar wel binnen handbereik gebracht kan worden. Het succesvol uitdagen van de politiek kan eigenlijk alleen door medewerking van de politiek omdat het een gesloten wereld is die zich in vertrouwelijkheid sluit als buitenstaanders het proberen open te breken. Zelfs ondanks de verschillen tussen partijen die in de interne creditering die de partijpolitiek nu eenmaal kenmerkt niets te winnen hebben bij buitenstaanders, maar alles bij elkaar. Het is dan ook geen toeval dat het een nieuwe partij in de raad was (sinds maart 2014), de Partij voor de Dieren die zich aan de kant van de burgers kon zetten. Dit pleit voor het stemmen bij verkiezingen op kansrijke nieuwkomers.

Wat de kwestie Wereldmuseum leert is dat overheden de cultuur niet in de steek kunnen laten en zich niet rijk kunnen rekenen door te vertrouwen op handige jongens die zich cultureel ondernemer noemen, maar het tafelzilver naar de lommerd willen brengen omdat hun bedrijfsmodel niet klopt. Het rapport zegt in het voorwoord: ‘Het beheren van een omvangrijke kunstcollectie is normaal gesproken geen activiteit, die volledig commercieel kan worden uitgenut. Daar zijn vrijwel altijd ook publieke middelen voor nodig. Zo ook voor de exploitatie van het Wereldmuseum.’ Vertrouwen op de markt en overschatting van cultureel ondernemerschap is de essentie van wat er bij het Wereldmuseum is misgegaan. Het werkt in elk geval niet zoals gemeente en museumdirectie het de afgelopen 10 jaar in hun wensdromen voorstelden. Kunst kost geld. Zoals het openbaar vervoer, het ziekenhuis, het onderwijs, de lokale omroep, de riolering of de vuilnisophaaldienst.

Ik blijf als niet-Rotterdammer met liefde voor Rotterdam met een vraag zitten. Kon wat er met Bremer en het Wereldmuseum is gebeurd alleen in Rotterdam gebeuren? Of had het overal kunnen gebeuren? Het was het Rotterdamse, en geen ander college dat in november 2012 de ontzamelplannen van het Wereldmuseum billijkte. Ondanks de overtreding van de LAMO-richtlijn. Waarom liet het Rotterdamse college zich bewust op die glijdende schaal naar beneden meevoeren? Ik gaf in november 2012 antwoord op de vraag die vandaag door de Rekenkamer beantwoord is: ‘Dit type solitair opererende directeuren vertoont zonnekoninggedrag en krijgt onvoldoende repliek. Hun omgeving heeft er geen grip meer op. Zo luistert Stanley Bremer niet meer naar zijn vakbroeders uit de museumsector. Hij meent het beter te weten. Nu trekt-ie ogenschijnlijk het Rotterdamse college mee in zijn plannen. Voorbij ethische grenzen.’ De burgers zijn gewaarschuwd.

Foto: Beeld uit Oost-Afrika, Galerie Monbrison op Bruneaf 2014.

%d bloggers liken dit: