Antwoord aan Broos Schnetz: Utrechtse Culturele Zondagen zijn bij het oud vuil gezet omdat ze aan culturele inhoud hadden verloren

Antwoord aan Broos Schnetz die een open brief aan de raadsleden van de gemeente Utrechts stuurt om wat er van de Culturele Zondagen terecht is gekomen. Ik ben het deels eens, deels oneens met de briefschrijver. Ik heb mijn reactie ook geplaatst op de DUIC waar op 30 mei 2020 genoemde open brief werd gepubliceerd:

De poging om de verkeerde framing van de Culturele Zondagen (CZ) aan te pakken levert nieuwe verkeerde framing op. Want er is heel wat voor te zeggen dat Utrecht Marketing (UM) en CZ vreemde bedgenoten zijn die elkaar niet liggen. Dat marketing de cultuur zou wegdrukken viel te verwachten voor iedereen met ook maar oppervlakkige kennis van de kunst heeft. Kortom, de samenwerking van kunst en cultuur met marketing, stadspromotie en toerisme was vanaf het begin ten dode opgeschreven. Dat kon het Utrechtse gemeentebestuur weten.

Maar de auteur wijkt af van zijn koers en maakt het er onnodig verwarrend op als hij zijn pijlen richt op de grote culturele instellingen. De mislukking van de fusie kan echter niet eenzijdig op het bordje van de grote culturele instellingen geschoven worden. Het wordt er zelfs ronduit rancuneus op als hij zegt: ‘Cultuurgeld verdwijnt al voor het overgrote deel in de zakken van de grote culturele instellingen die toch vooral een cultuur faciliterende functie hebben.

Wie spreekt over geld dat verdwijnt in de zaken van culturele instellingen toont vijandschap tegenover kunst en cultuur en bedient zich van een jargon dat aanhaakt bij de haat tegen kunst. Of in elk geval kunst haar rechtmatige plek niet vanzelfsprekend gunt. Deze onnodige opmerking doet afbreuk aan het betoog dat zinnige en waardevolle elementen bevat.

De grote culturele instellingen hebben als ondernemingen hun eigen verantwoordelijkheid. Ze zijn verzelfstandigd en staan alleen nog in een subsidierelatie tot de gemeente. Ze bepalen hun eigen beleid.

Er heeft altijd spanning bestaan tussen het Centraal Museum (CM), de Stadsschouwburg en Tivoli Vredenburg en de rest van de culturele instellingen. Simpelweg omdat ze een andere positie innemen dan de kleinere culturele instellingen of de individuele kunstenaars.

De grotere culturele instellingen zijn verplicht om een steeds groter percentage van hun inkomsten uit de markt te halen. Daarmee komen ze verder af te staan van de gemeente. Het gemeentebestuur heeft niet altijd rechtlijnig geopereerd door de grote culturele instellingen ook nog deelgenoot te willen maken van gemeentebeleid dat tegen het eigenbelang van die grote instellingen inging. Het lijkt alsof ze door het gemeentebestuur en de betrokken beleidsambtenaren nog worden beschouwd als de instellingen die ze voor hun verzelfstandiging waren.

CZ is een voorbeeld van een project waar de grote culturele instellingen niet veel belang bij hebben. Dat valt deze instellingen niet te verwijten en zelfs uiteindelijk niet het gemeentebestuur dat altijd wil bundelen, koppelen en focussen. Overigens hebben de grote culturele instellingen waar mogelijk coöperatief meegewerkt. Het is eerder door de verzelfstandigingen die zich pas tijdens de looptijd van de CZ aankondigden dat er een gebrek aan eenstemmigheid naar boven kwam in de opzet van de CZ omdat die door de tijd achterhaald was.

Het gevolg was dat de afstand van de gevestigde kunstinstellingen met de CZ werd vergroot. Er ontstond een kader waar de grote culturele instellingen per definitie niet in pasten en de CZ verloor aan culturele inhoud. Met als gevolg dat de per definitie oppervlakkige marketing van UM het gat moest vullen. Dat is de samenloop van omstandigheden. Het is te simpel om dat verband niet te zien.

City Life Church kerkt in Utrechtse Stadsschouwburg

Vanaf 12 juni 2011 kerkt de Utrechtse CLC in een van de foyers van de Utrechtse Stadsschouwburg. CLC stelt zelf de vraag wat een kerk in de Stadsschouwburg doet, maar geeft geen antwoord. Dat wordt evenmin gegeven op een van de vision nights. CLC Utrecht is een Evangelische gemeente en gelieerd aan de International Association of Healing Rooms.

De Stadsschouwburg beantwoordt op haar site evenmin wat een kerk wekelijks in de Stadsschouwburg doet. In een persbericht zijn volgens een woordvoerder van de Stadsschouwburg ‘de bezuinigingen in de cultuursector niet de reden van de verhuur aan de evangelische gemeente’. Hoewel het ‘van pas komt en extra inkomsten oplevert’.

Het blijft raden dat als het niet primair om geld gaat wat de reden van de Stadsschouwburg is om ruimte aan CLC Utrecht te verhuren. De verhuur aan CLC is niet incidenteel, maar wekelijks. En een religieuze organisatie als CLC Utrecht heeft geen neutraal karakter als een landelijke branchevereniging, bedrijf of bank.

Vraag is of de Utrechtse Stadsschouwburg met deze verhuur aan CLC haar neutrale karakter voldoende bewaakt. Ofwel, loopt de Stadsschouwburg geen risico om haar imago te beschadigen? In elk geval verandert de identiteit van de Stadsschouwburg door de wekelijkse verhuur aan een religieuze organisatie. Mede door de publiciteit die CLC Utrecht zelf maakt. Het is zo euforisch over de nieuwe locatie en laat dat weten.

CLC Utrecht presenteert zich als jong en modern. Wat de achterliggende gedachten zijn is lastiger te achterhalen. Zedelijkheid is zoals zo vaak als het bij religieuze organisaties gaat een goede toetssteen.

Via CityLifeChristianChurchExploreQuestionsHomosexualHealth en Homosexualiteit en Gezondheid  vertelt Tegen het Homohuwelijk waarvoor de koepel staat waarbinnen CLC Utrecht opereert: Omdat homoseksueel gedrag strijdig is met het natuurlijke ontwerp en de verenigbaarheid van het lichaam, kunnen relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht nooit functioneren als een man-vrouw relatie, noch kunnen zij dezelfde voordelen voortbrengen.

Deze achterliggende waarheid wordt vanaf 12 juni 2011 elke zondag om 10.30 uur verkondigt in de gemeentelijke Utrechtse Stadsschouwburg. Vraag is of het progressieve college van GroenLinks, D66 en PvdA er weet van heeft welke harde geluiden sinds kort in de Stadsschouwburg klinken. Raadsleden van genoemde partijen moeten er wethouder van cultuur Frits Lintmeijer maar eens naar vragen.

Foto: Stadsschouwburg Utrecht, grote zaal, 1941; foto Wiel van der Randen