George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Socialisatie

Christelijke propaganda: de Alpha-cursus. Wat voor zin heeft het?

with one comment

A) Maakt het uit voor de zin van het leven of er 1) een daadwerkelijke God als schepper van het heelal bestaat; 2) een God als nieuw product uit de constructie door mensen ontstaat (Harry Kuitert: ‘Alle spreken over boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van boven te komen’); 3) een God als constructie van mensen louter een cultureel artefact is waarin de montage zichtbaar blijft? B) Maakt het uit voor de zin van het leven of God, godsdienst en geloof bestaan? Is zo’n religieuze zingeving los te zien van betekenissen die buiten de religie vallen of kan religieuze zin per definitie alleen naar zichzelf verwijzen?; C) Maakt het voor het leven van mensen uit of het leven wel of niet zin heeft? Moet zin opgevat worden als inhoud, betekenis of masterplan?

Typisch voor de Alpha-cursus is dat deze bewust verschillende doelstellingen vermengt. Zoals de kennis over en verankering van het christelijk geloof en de vraag of er meer is tussen hemel en aarde. Zoals God, uiteraard de christelijke God. Of het ontmoeten van anderen. Religieuze propaganda gaat gelijk op met een educatieve en sociale (eten!!) component in deze van oorsprong Britse cursus die al 40 jaar oud is. De focus op Jezus als een dramatische held doet Angelsaksisch aan. De socialisatie van het groepsproces helpt om de lesstof en de doelstellingen dwingend op te leggen. Uit de toelichting blijkt niet dat het de opzet van de cursus is om christenen tot kritische individuen om te vormen. Eerder het tegendeel. Dat is de zin van de Alpha-cursus.

alp

Foto: Schermafbeelding van Alpha-cursus, een vrijblijvende kennismaking met het christelijk geloof

Het museum en de dood

with 8 comments

Het museum is de plek van de dood. Een begrafenismuseum is het ultieme museum omdat vorm en inhoud er samenvallen. Dood straalt ons lichtzinnig tegemoet. Door licht, kleur en beweging overwinnen we de dood en voelen ons vitaal. Gesterkt als overlevende passeren we de plek. Dat contrast geeft het museum levenskracht.

Theodor Adorno schrijft in Valéry Proust MuseumHet Duitse woord ‘museale’ heeft nare ondertonen. Het beschrijft voorwerpen tot wie de toeschouwer niet langer  een vitale relatie heeft en die een stervingsproces ondergaan. Ze danken hun behoud meer aan de historische context dan aan de behoeften van het heden. Museum en mausoleum hebben meer gemeen dan een fonetische overeenkomst. Musea zijn de familiegraven van kunstwerken.

Kunst, cultuur en onderwijs zijn weggelegd voor inkomensgroepen vanaf de middenklasse. Dat zou niet zo moeten zijn. Hoewel de spreiding van kennis en macht sinds de democratisering in de jaren ’70 iets in gang heeft gezet. Maar er bestaat nog steeds een kloof tussen degenen die wel en niets kunnen met kunst. Het heeft naast inkomen te maken met onderwijs en de omgeving waarin men opgroeit. En met de dood. Hoger opgeleiden leven langer. Verklaart dat de verborgen fascinatie voor het museum van deze overlevers?

Een en ander roept de vraag op wat de functie van kunst is. Als het bedoeld is als luxeartikel voor de middenklasse en hoger, dan heeft de kunst zijn ware gezicht verloren. Maar als kunst kan helpen om automatismen te doorgronden en te ontregelen, om vragen te zetten bij ingesleten vanzelfsprekendheden, kortom, om ons anders naar de wereld te helpen kijken, dan vervult kunst een zinvolle maatschappelijke rol.

In het achterhoofd van velen sluimert de kritiek op musea als ivoren torens of doodse tempels van de macht, zonder dat die kritiek aan kracht wint en over een drempel komt. Ook deze kritiek is weer afhankelijk van modes en machtsverhoudingen. Of de kunsthistorische of museologische visie op wat een museum moet zijn.

Een museum is meer dan tentoonstellen. Conservering van de collectie is een hoofdtaak en de ontsluiting ervan via bestandcatalogi is geen opvallend aspect, maar vraagt veel menskracht en energie. Conserveren is balsemen van lijken. Conserveren is door openbaarmaking het verbergen in de anonimiteit. Conserveren is de gestolde status quo. Conserveren staat haaks op het overbruggen van de kloof tussen arm en rijk.

Architect Henrik Jan Haarink beschrijft nieuwe functies: In ieder nieuw museum worden onmiddellijk een cafetaria, een congreszaal, een restaurant of een ander extra programma geïntegreerd. Om musea voor een breed publiek interessant te maken en een manier te vinden voor musea om het hoofd boven water te houden is het gewenst steeds meer verschillende functies bij de hoofdfunctie museum onder te brengen.

Haarinks woorden geven aan op welk snijvlak van belangen, doelgroepen, visies en functies musea tot stand komen. Het museum is zowel kruising als vermenging in een gefragmenteerde wereld. Ontworsteld en ontstolen aan de dood. Da’s de paradox. De redding van musea is om niet langer museum te zijn.

Foto: Pergamonmuseum, Berlijn, eigen foto

Evolutie van religieuze multinationals

with 8 comments

Religie is een culturele uiting die vanuit rituelen en theatraliteit is uitgevonden om de almachtige natuur te bezweren. De uitvinding is later gekaapt door machthebbers die het gingen inzetten voor hun eigen doeleinden. Da’s jammer omdat het de religie weghaalde bij de mensen en een individuele ervaring in groepsverband corrumpeerde door institutionalisering, schaalvergroting en standaardisering.

Monotheïstische multinationals die geld en prestige achter de hand hebben, opereren vanuit machtscentra door samenwerking met wereldlijke machten en verdelen de wereld in invloedssferen. Hun bedrijfsvoering vraagt vanwege de grootschaligheid en het vele personeel om rationalisaties die uitgaan van begrijpelijkheid, standaardmethoden, haalbaarheid en een strakke leiding om het eigen bestaan te handhaven.

Zoals de hamburger van McDonald het lokale restaurant verdringt, de Hollywoodse soap-serie de Nederlandse serie en Coca Cola de plaatselijke limonademaker, zo verdringen multinationale religies de individuele zingeving en expressie van de religieus geinspireerde. Maar ook van de lokale prediker die zich onafhankelijk van de centrale leiding wenst op te stellen. Dat wordt door uniforme richtlijnen onmogelijk gemaakt en vanuit de centrale leiding strikt gecontroleerd en gecorrigeerd. Met uitsluiting als uiterste sanctie.

Uniformiteit is voor een religie de voorwaarde om te overleven. Religie kent een mondiale bedrijfsvoering die geen afwijkingen toelaat. Procedures bewaken de grenzen waarbinnen de afzonderlijke uitingen van een religie zich mogen bewegen. Dat staat nauw omschreven in procedures, zoals bij elke multinational.

Voorwaarde voor pluriformiteit is dat overheden de vrije keuze van de burger garanderen, obstakels wegnemen en het assortiment breed houden door toelating van toetreders. Juist dat laatste ontbreekt omdat monotheïstische religies in Nederland extra politieke en juridische bescherming genieten en daarom op voorsprong staan in het publieke debat en de rechtszaal. Ofwel, aan religies wordt van overheidswege oogluikend toegestaan andersdenkenden kritiek te geven die ze zelf niet wensen te ontvangen.

Deze samenklontering van politiek en religie is ultieme machtsvorming. Krachten die dat bekritiseren kunnen op een spervuur aan reacties rekenen. De politieke kracht van religies is groot. Religies zijn straatvechters en weten keer op keer anderen voor hun karretje te spannen. Zonder dat deze dit beseffen.

Bij de realisering van religie wordt het hogere veiliggesteld door het lagere. Daarom is het geloof in religie geen vanzelfsprekendheid die in de mens is neergedaald, maar een gevolg van strijd, bestendiging van macht en uitschakeling van opponenten. Specifiek aan religie is dat in de montage het lagere wordt weggemoffeld en het hogere benadrukt. Voor begrip van religie kunnen de twee kanten niet worden losgekoppeld.

Toch kan men beweren dat religie weliswaar kwalijke kanten heeft, maar in de vorming van de moderne samenleving als katalysator heeft gediend. Het heeft een sociaal proces verder geholpen. Religie is niet blanco gestart. Religie is geen eerste stap geweest. Rituelen zijn vanuit theatrale behoeften voortgekomen en geannexeerd. Van grot tot kerkplein zijn wereldse elementen ingevoegd. Het animisme, de verering van de leefomgeving is geannexeerd. In religie zijn archeologische pre-religieuze lagen terug te vinden.

Religie heeft tradities geannexeerd en bijgebogen. Religie heeft elementen geïncorporeerd, maar ook verdrongen. Wat is het eindsaldo? Komt een katalysator niet onveranderd uit het proces? Niet bij religie.

De ultieme vraag naar het belang van religie gaat samen met de voorstelling hoe de menselijke ontwikkeling zonder religie verlopen was. Verdient religie credits voor de recycling van oude tradities en het smeden van nieuwe verbindingen? Of verdient het geen credits omdat het door de aantasting van tradities de sociale cohesie heeft verzwakt en door de eigen opkomst een natuurlijk proces heeft verstoord?

Religie heeft door zijn aard de bindingen binnen groepen mensen op een werkbaar niveau gebracht. Met socialisatie en cohesie als gevolg. Maar strijd is het wezenskenmerk en een essentiële verschijningsvorm van religie. Om de strijd tegen ketterse bewegingen, concurrende stromingen en andere religies te kunnen beslechten heeft religie zich moeten isoleren en andersdenkenden moeten uitsluiten.

Heeft religie door de verdringing van pre-religieuze tradities iets fundamenteels toegevoegd, iets mogelijk gemaakt dat daarvoor onmogelijk was? Hadden socialisatie en de vorming van een vroegburgerlijke maatschappij ook zonder religie gekund? Is religie een toegevoegde waarde?

Conclusie lijkt dat de historische rol van religie in de maatschappijvorming positief is geweest, maar nu is uitgespeeld. Juist de strijdbaarheid van religie en de legitimering en stroomlijning van geweld maakten het mogelijk om eenheid en uniformiteit in de wereld te scheppen. Maar in een globaliserende wereld verkeert uniformering in een nadeel. Heterogeniteit en flexibilisering vragen om andere verbanden.

De bindende rol van religie is overgenomen door economie en cultureel imperialisme. Religie is er een klein onderdeel van. De toekomst is een rol van zingeving, troost en innerlijke beschouwing. Niet als politieke macht die er toe doet. Maar beperkt, want zelfs het idee van spiritualiteit is niet exclusief voor religie.

Tot die tijd kunnen we implosies en explosies van religies verwachten. De passage van het monotheïsme is lastig. Zo valt de strijd van de islam te begrijpen als teken van zwakte. Perspectief voor religie is dat het los van de macht pas echt gerealiseerd wordt in het hogere. De evolutie van religie is dan definitief ten einde.

Foto uit: L’eclisse van Michelangelo Antonioni (1962)