Oh Oh SGP: ‘Barbie’s baby’ en ‘College Tour’

Roelof Bisschop is sinds twee weken het derde kamerlid van de SGP. Met de opvallend katholieke achternaam. Hij stelt kamervragen aan de ministers Opstelten en Van Bijsterveldt over de inhoud van tv-programma’s. Doorgaans een terrein waar politici geen vragen en antwoorden over menen te moeten hebben. Maar Bisschop gaat direct op de inhoud in: ‘De TV-serie Barbie’s baby en het bericht ‘Holleeder-geknuffel moet stoppen’?

Criminelen een podium bieden via de publieke omroep en een pasgeboren baby tentoonstellen om er geld mee te verdienen, de SGP vond en vindt dit bizar. Daarom wil de SGP van de regering weten of, en zo ja, wat er gedaan kan worden om zulke programma’s te voorkomen of aan te pakken‘, aldus de SGP op haar site onder het kopje ‘Bizarre Uitzendingen‘. De SGP toont haar verontwaardiging over wat het als bizar ziet.

Barbie’s baby is een RTL-programma over de baby van Samantha, oftewel Barbie. Een afsplitsing van de populaire realityserie Oh Oh Cherso. Volgens de SGP wordt het belang van het kind opgeofferd aan commercie en kijkcijfers. Want zegt de SGP: ‘De moeder van de baby heeft gezegd dat zij nooit mee zou hebben gedaan aan deze tv-serie als er geen geld voor was geboden’. Daarom vindt de partij Barbie’s baby van RTL5 kwalijk.

Heineken-ontvoerder Willem ‘de Neus’ Holleeder is volgende week onderwerp van College Tour, een programma van de NTR. Het presenteert zichzelf alshét interviewprogramma voor studenten: College Tour! Drie- tot negenhonderd studenten interviewen samen met presentator Twan Huys een grootheid uit binnen- of buitenland.’ Oud-hoofdinspecteur Kees Sietsma die de leiding over het politieonderzoek in de Heinken-zaak had ziet ‘de verheerlijking‘ van oud-ontvoerder Willem Holleeder met lede ogen aan, aldus De Telegraaf.

Waartoe dienen de vragen van de SGP in hemelsnaam? Er zijn duizenden programma’s op tv of sociale media waar elke dag uit kan worden gekozen. Het kost weinig moeite om ze niet te zien. Holleeder heeft z’n straf uitgezeten en verdient als vrij man een nieuwe start. Trouwens, Bisschops verontwaardiging over Barbie’s baby is groter dan over College Tour vanwege de rol van de baby. Want Barbie verdient ‘een lekkere boterham’ met haar baby. Feit dat de vragen van Bisschop ideologisch en niet praktisch bedoeld zijn blijkt eruit dat de vragen over de Arbeidstijdenwet niet gericht zijn aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Foto: Barbie en haar man Michael. Credits ANP

Discriminatie van kamerleden: Keklik Yücel

Het kersverse kamerlid voor de PvdA Keklik Yücel profileert zich met kamervragen. Over de discriminatie van vrouwen. Een onderwerp dat aandacht verdient. Maar er schort iets aan de vragen aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Paul de Krom. Ze draaien in cirkels of raken verstrikt in zichzelf.

Kerklik Yücel neemt een lange aanloop met de vraag of ‘de ongelijke beloning van vrouwen en discriminatie van zwangere vrouwen momenteel belangrijke kwesties zijn op het gebied van vrouwendiscriminatie’. Ja, om vergif op in te nemen. Of bedoelt ze dat het belangrijke kwesties zijn op het gebied van de arbeidsmarkt?

De volgende vraag is van het type breinbreker: ‘Kunt u bevestigen dat in de publieke sector vrouwen 6 procent minder verdienen dan vrouwen voor hetzelfde werk en dat dit percentage in het bedrijfsleven nog veel hoger ligt? Deelt u de mening dat dit onwenselijk is?’ Een raadsel wat hier gevraagd wordt. Zoiets als de vraag een kleur onder de 10 te noemen. Antwoord: woensdag. Een wenselijke vraag voor liefhebbers van absurdisme.

Zo kabbelen de vragen van Keklik Yücel door, meanderend door oneindig parlementair laagland. Ze stellen zinnige vragen over de achterstelling van vrouwen op de arbeidsmarkt aan de orde. Maar missen urgentie en scherpte. Achter de vragen schemert de tragiek van een kamerlid dat onvoldoende ondersteuning krijgt. Gezamenlijk moeten de 150 kamerleden maar eens vragen, nee eisen dat de Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer verruimd wordt. Wat de man in de straat of populistische journalisten er ook van mogen vinden. Burgers hebben recht op urgente en scherpe kamervragen. En Kerklik Yücel ook.

Foto: PvdA-kamerlid Kerklik Yücel 

Mark Rutte neemt terecht geen afstand van het ‘Polenmeldpunt’

Kandidaat voor het leiderschap van de PvdA Martijn van Dam heeft kamervragen gesteld ‘over het bericht dat de voorzitter van het Europees Parlement heeft gezegd dat de minister president volledig afstand heeft genomen van het ‘Polenmeldpunt’. In het Vragenuurtje van de Tweede Kamer ontkent Mark Rutte dat-ie afstand heeft genomen van het meldpunt en evenmin dat-ie dat achter de schermen tegen Martin Schulz heeft gezegd. Tegenstrijdige verklaringen van Rutte en Schulz roepen de vraag op wie er van de twee liegt.

Nu hij aan tafel zit met Geert Wilders en Maxime Verhagen om over bezuinigingen en besparingen te praten komt het Rutte niet slecht uit dat-ie het meldpunt een initiatief van een politieke partij kan noemen. En dat het geen regeringsstandpunt verwoordt. Voor wat het waard is merkt Rutte op dat-ie positief staat tegenover emigratie uit Midden- en Oost Europa. Schulz merkt in een gezamenlijke persconferentie na een gesprek tussen hem en Rutte op 1 maart overigens op dat er in Europa meerdere van dit soort meldpunten zijn.

Op de neutrale opstelling van Rutte is kritiek geuit. Waarom spreekt-ie zich niet uit? Moet een regeringsleider zich ook in zijn woorden niet ondubbelzinniger en duidelijker aansluiten bij verdragsteksten? Rutte antwoordt daarop dat-ie de verdragsteksten onderschrijft, maar anderen de ruimte geeft daar anders over te denken.

Rutte is liberaal en Schulz sociaal-democraat. Ze hebben verschillende wereldbeelden en een ander type overheid voor ogen. Rutte zegt voor een terugtredende overheid te gaan. Moralisme probeert-ie te beperken. Rutte heeft het Euroscepticisme van Wilders te aanvaarden en zoekt op dat dossier steun bij de oppositie.

Toch ontstaat nu het slechtste van twee werelden met volop publiciteit voor de PVV. In alle hijgerigheid en politieke berekening praten media en tegenstanders van Wilders over het meldpunt terwijl Rutte er liever over zwijgt. Want Wilders zwijgt. Vervolgens kloppen tegenstanders van Geert Wilders bij Mark Rutte aan met de vraag waarom-ie het meldpunt niet veroordeelt. Zodat de PVV en het meldpunt opnieuw aandacht trekken.

Als de PVV gebruik maakt van de vrijheid van meningsuiting, dan kan Rutte dat toch ook? Zo is de logica. Het kan, maar het is ook de vrijheid van Mark Rutte om niet inhoudelijk te reageren. Het meningsverschil is terug te brengen tot een interpretatie over de vrijheid van meningsuiting. Zolang iets binnen de wet valt mag het gezegd worden. Dat geldt voor het meldpunt dat in de ogen van velen op de onderbuik speelt, maar wettelijk niet verboden is. In het publieke debat kan volop kritiek op het meldpunt worden geuit. Rutte verplichten om in het openbaar een mening te uiten die hij niet wil uiten valt niet meer onder de vrijheid van meningsuiting.

Foto: Voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz ontvangt Mark Rutte, 1 maart 2012

Meldpunt PVV over Midden- en Oosteuropeanen verdient navolging

De PVV is een meldpunt Midden- en Oosteuropeanen gestart. De partij legt uit dat er sinds 1 mei 2007 vrij verkeer van werknemers is tussen Nederland en acht lidstaten uit Midden- en Oost Europa: Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Hongarije. Deze MOE-landen traden met Malta en Cyprus in 2004 toe tot de EU in de vijfde uitbreiding. De PVV zegt dat er naar schatting 200.000 tot 350.000 personen uit deze landen in Nederland verblijven. In 2010 hadden ongeveer 11.700 daarvan een uitkering.

De landen van de zesde uitbreiding uit 2007 zijn Bulgarije en Roemenië. Tot 2014 kan in een overgangsfase het vrije verkeer van werknemers uit deze twee landen beperkt worden. Een overheidsonderzoek uit 2008 over de economische invloed van Bulgaren en Roemenen concludeert over werknemers uit de MOE+-landen (de acht van de vijfde uitbreiding minus Cyprus en Malta plus Bulgarije en Roemenië) dat hun netto bijdrage klein, maar bescheiden positief is. Maar in de vier jaar sinds dat onderzoek kan het beeld gekanteld zijn.

De PVV-fractie heeft volgens minister Kamp het recht een meldpunt op te zetten. Anderen noemen het stemmingmakerij of discriminatie. De Poolse ambassade is kwaad over het initiatief. Toch erkennen velen dat er problemen zijn met werknemers uit MOE+-landen. Zo wil de Haagse PvdA-wethouder Marnix Norder werkloze Oost-Europeanen uitzetten. Hij sprak in december 2010 over een tsunami van Oost-Europeanen.

Zorgvuldigheid ligt in voorwaarden. Inventariseren van ‘overlast, vervuiling, verdringing op de arbeidsmarkt en integratie- en huisvestingsproblemen‘ kan geen kwaad. Het activisme van de PVV vraagt om navolging, het relativeert het belang van politieke partijen. Andere partijen kunnen meldpunten opzetten over sjoemelende bankiers of directeuren in de semi-publieke sector. Het is pas discriminatie als individuele gevallen niet op hun eigen waarde worden beoordeeld. Onze rechtsstaat is echter krachtig genoeg om dat te garanderen.

Foto: Warszawa Pride protest in Polen tegen discriminatie van (sexuele) minderheden, 2008. Met op spandoek Europa = Tolerantie. Credits: Joe Ruffles.

Taalpolitiek van overheid kan het Nederlands opwaarderen

De VVD wil een taaleis stellen aan iedereen die in aanmerking wil komen voor een bijstandsuitkering. Iedereen moet behoorlijk Nederlands kunnen spreken. VVD-Kamerlid Cora van Nieuwenhuizen hoopt dat een voorstel met deze strekking straks wordt uitgevoerd. CDA, PVV en D66 staan er welwillend tegenover. Naar pas achteraf bekend werd komt staatssecretaris Paul de Krom nog voor de zomer met een wetsvoorstel hierover.

De maatregel raakt vele niet-Westerse allochtonen. Van deze groep heeft 11% een uitkering. Voor autochtonen bedraagt dat percentage 1,7%. Het idee van D66-kamerlid Fatma Koşer Kaya dat ‘iemand in beginsel Nederlands moet spreken als hij een beroep doet op een uitkering’ is een redelijk uitgangspunt. Zeker als dat direct verband houdt met de arbeidsmarkt.

Mijn pijn zit elders, namelijk bij de ontbrekende taalpolitiek van de overheid en het bezuinigen op onderwijs voor allochtonen. Marcia Luyten publiceerde in de NRC van 14 januari 2012 een stuk ‘Is dit nou de stem van Nederland?’ waarin ze aantoont dat het Nederlands in het publieke debat onder druk staat ten koste van het Engels, vaag kosmopolitisme en pseudo-nationalisme. Met name laagopgeleiden verliezen hun identiteit en lopen vervolgens in de richting van de PVV die geborgenheid belooft. In de Nederlandse taal en gebruiken.

Het Nederlands is een beeldende en praktische taal die de Nederlanders past als een handschoen. De overheid kan richtlijnen opstellen en geld vrijmaken om het bereik van het Nederlands in het publieke domein te vergroten. Dat kan om te beginnen door de cultuurbezuinigingen op kunsten zoals toneel, literatuur en film die gebruik maken van het Nederlands terug te draaien. Maar het kan ook door beter onderwijs in het Nederlands. Of door programma’s die de positie van het Nederlands in het straatbeeld verbeteren. Niet ‘sale‘, maar ‘uitverkoop‘. Niet ‘shop‘, maar ‘winkel‘. Liefst geen verboden of quota, maar positieve actie.

Het initiatiefvoorstel van Cora van Nieuwenhuizen komt te vroeg omdat het allochtonen tot iets verplicht dat de overheid zelf niet eens biedt. In haar ronkende turbotaal met Engelstalige woorden en een ambtelijk en gemankeerde versie van het Nederlands. Is het niet verstandiger om laagopgeleide allochtonen die een uitkering aanvragen en voor wie het Nederlands geen moedertaal is een voorbeeld van goed Nederlands voor te houden? Op straat en kantoor, in de media, politiek en ambtenarij. Dat kan door een blik naar de toekomst die onze mooie taal op waarde schat en werk maakt van taalpolitiek, cultuurinvesteringen en onderwijs.

Foto: Winkelruit met aankondiging uitverkoop.