George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Sociale klasse

Kerstfeest-tegenstellingen. Wat is de oorsprong van kerstmis?

leave a comment »

KDC01_33508_W

Is Kerstmis het feest van verzoening en verbinding of van het smaakvol laten zien van tegenstellingen? Is kerstmis het feest dat tegenstellingen verzoent zonder ze weg te nemen? Dus werkt als een ventiel voor maatschappelijke onvrede? ‘Kerstfeest-tegenstellingen. Waar heeft het (d.i. kerstmis) toch eigenlijk zijn oorsprong aan?’ is de titel van een spotprent uit 1927. Verschenen op de omslag van het tijdschrift De Roskam dat werd uitgegeven door de ‘Roomsch-Katholieke Werklieden-Organisatie in Nederland’.

De omslag valt te lezen als kritiek op de tegenstelling rijk-arm. Kwestie van tegengestelde sociale klassen. Maar ook op de tegenstelling seculier-religieus (katholiek) die het klassenverschil weer verhult. Of: seculier feesten (genotzucht) tegenover religieus feesten (bezinning). Door nieuwe invloeden wordt tegenwoordig kerstmis niet vanzelfsprekend nog kerstmis genoemd. Toch om tegenstellingen te verhullen of uit angst om het toch al niet bestaande idee van verbinding -en de tijdelijke pacificatie van tegenstellingen- te openlijk af te vallen? Met de ontwaarding van het idee kerstmis zijn de kerstfeest-tegenstellingen aangescherpt, maar ook verdwenen omdat het belang van kerstmis afgenomen is. Een ontwikkeling werkt soms twee kanten uit.

34664v

Foto 1: ‘Kerstfeest-tegenstellingen. Waar heeft het (d.i. kerstmis) toch eigenlijk zijn oorsprong aan?’ Verschenen in: de Roskam, 16(1927), nr. 26(22 dec.).

Foto 2: Harris & Ewing, [Grace Coolidge, Santa Claus, and children next to Christmas tree], december 1927.

Advertenties

Over de achterblijvende ontwikkeling van islamnaties

with 2 comments

1. Laten we ons voorstellen dat Arabische leiders opportunisten zijn en vooral hun familie, clan en eigen zak willen spekken. Ze interesseren zich nagenoeg niet voor de staat of natievorming. Ze laten zich sturen door het Westen voorzover dat in hun belang is. Maar als het anders uitkomt volgen ze hun eigen weg.

Verontwaardiging over misdragingen van Westerse landen is gerechtvaardigd, maar brengt onvoldoende inzicht. Hun rol is vernietigend geweest.
 Maar alles wat in islamnaties misgaat herleiden tot het Westen leidt niet tot een sluitende verklaring wat er precies gebeurt. Laten we proberen dat te benoemen en de redenen te achterhalen.

Uitgangspunt is dat islamnaties slecht presteren op het gebied van onderwijs, cultuur en educatie. VN-rapportages wijzen dat ondubbelzinnig uit. Waarom kiezen islamnaties ervoor om vrouwen in een ondergeschikte rol te duwen? Da’s absoluut geen vereiste van het Westen.

Het Westen is trouwens niet ondeelbaar. De VS is anders dan Noorwegen, en Zwitserland anders dan Engeland. Hetzelfde geldt voor de islamnaties die onderling verschillend zijn. Voor de discussie wordt afgezien van de verschillen en geprobeerd de uiterste posities niet als bepalend te zien. Dus geen Tea Party beweging of Al Qaida.

Pas het antwoord op de vraag te waarom islamnaties hun eigen ruimte onvoldoende benutten leidt tot een verklaring. De houding met een open mind vergroot het begrip van de wereld.

In Nederland ontmoet de vraag  naar de stand van ontwikkeling in islamnaties geen brede consensus. Dat heeft niets met de ontwikkelingen zelf te maken, maar wel met de dominante politieke stroming van het cultuurrelativisme.

Analyseren is het pellen van een ui. Wil men tot de kern doordringen of vreest men de uitkomst? Dat mechanisme is eerder een taboe dan een blinde vlek. Feitelijk kan de vraag wat islamnaties bezighoudt niet beantwoord worden.

2. Moslims zijn individuen op zoek naar betere levensomstandigheden. Daarom trekken velen naar Europa of de VS. Murw gebeukt door het leven in een politiestaat of een autocratische staat of de informele economie. Omdat ze geconditioneerd zijn nemen enkelen die sfeer mee naar Europa. Bijvoorbeeld religieuze extremisten.

Een vergelijking met de opkomende economieën van Oost-Azië is interessant. Ze hebben zich onder het juk van het Westen ontworsteld. Waarom hebben de islamnaties deze interne krachten niet weten te mobiliseren? Waarom lukt elders wel wat islamnaties in gelijksoortige omstandigheden niet lukt? Alleen de cultuur verschilt.

Waar schort het aan? Is dat het naar binnen gekeerd zijn en de angst zich te vermengen met anderen? Bang om de eigenheid te verliezen? Bang voor een besef waar we alleen maar naar kunnen raden? Zijn het de juridische en constitutionele grenzen?

3. In de vergelijking van landen en sferen blijkt dat superioriteitsdenken overal voorkomt. Typisch Westers is het niet. Arabieren kennen het ook. Zoals in Noord-Soedan waar neergekeken wordt op zwarte en niet-islamitische Zuid-Soedanezen. Dat leidt tot genocide door Arabieren op de Zuid-en West-Soedanezen. De geschiedenis toont dat Arabieren even bekwame slavenhandelaren als Europeanen waren.

Aziaten als Chinezen en Japanners voelen zich superieur aan andere volkeren zoals Mongolen of Koreanen. Da’s de normale vorm van discriminatie die tot groeps- en natievorming leidt. Deze socialisering boetseert eenheid. Door globalisering krijgt dat mechanisme nieuwe betekenis. Het wordt inwisselbaar.

Chinezen zoeken expansie in Afrika. Waarbij ze zich verre houden van Westers moralisme en zich evenmin weten te onttrekken aan het ondersteunen van verkeerde regimes. Ze stellen geen vragen over mensenrechten omdat ze dezelfde vragen niet willen beantwoorden.

Naar mijn idee is het tekort van de islamnaties dat hun superioriteitsdenken een lege huls is geworden. Behalve hun geschiedenis en religie hebben ze weinig om trots op te zijn. Politiek stagneert. Onderwijs stagneert. Cultuur stagneert. Emancipatie van vrouwen en minderheden stagneert. Corruptie en ongelijkheid tieren welig. Hoewel er ook gunstige uitzonderingen zijn als Oman.

4. Olie- en gasbronnen trekken een zware wissel op landen. Zoals de ontwikkeling van Venezuela en Rusland toont. Dat leidt tot inmenging van Westerse landen of juist een afwerende reactie daarop. Maar daarnaast is er voldoende ruimte die deze landen grijpen. De bevolking wordt afgekocht.

Sommige islamnaties drijven op de inkomsten van gas en olie. Ze baden in het geld en proberen hun economie te verbreden. Da’s positief en geeft deze staten mogelijkheden. In de Golfstaten wordt dat met beperkte burgerrechten doorgegeven aan de kleine autochtone bevolking. Burgerrechten gelden niet voor allochtonen.

Niet toevallig spannen juist de Golfstaten zich in om economisch onafhankelijk te worden van hun olie-inkomsten. Ze investeren in toerisme, dienstverlening en media. Maar ook in industrie.

 Het is het diapositief van het idee in de consumerende landen minder afhankelijk van petrodictaturen te worden. Islamnaties voelen politieke druk vanwege de olie. Dat remt de ontwikkeling. Vraag is waarom het zo langzaam gaat.

5. Er is in alles een omslagpunt dat herstel na een klap aangeeft. Hoe lang te wachten? Zo heeft het Westers kolonialisme kwaad aangericht in Afrika. Economisch en cultureel imperialisme is nooit verdwenen. Het Westen  zet onder druk en steelt en rooft. Het speelt in op tribalisme, slecht leiderschap, religie of cultuur.

Het donkere continent mist kansen die gegrepen hadden kunnen worden. Daarover zijn watchers het eens. Was president Mbeki van Zuid-Afrika een zwarte racist, zoals Mugabe van Zimbawe? Waarom gijzelen deze leiders hun landen en houden ze hun bevolking klein? Waarom missen ze kansen?

Veel landen met arme bevolkingen zijn rijk. Ze wenden de middelen niet goed aan. Het is een schande dat in potentie rijke landen als Nigeria, Congo, Gabon of Angola ondermaats presteren.

6. Als het over de dwingende macht van de katholieke kerk gaat, dan is Latijns-Amerika een sfeer waar religie mensen heeft kort gehouden. Dat aspect is verbonden, maar valt niet volkomen samen met het Amerikaans imperialisme.

De film Missing die in Chili speelt vertelt dat. Amerikanen hebben daar niet minder huisgehouden dan in het Midden-Oosten. Totdat de links-populisten in Zuid-Amerika aan de macht kwamen. 

Zo is het ook met de islamnaties. Ze zijn verbonden, maar vallen niet volkomen samen met het Amerikaans imperialisme. Het gaat erom om dat deel te vinden dat niet samenvalt. Wat is dat? Hoe is het ontstaan en ziet het eruit?

7. Op de hele wereld haat de massa de bovenklasse. Het Westen heeft de mogelijkheden om de elite te manipuleren en te ondersteunen. Wat de Nederlanders drie eeuwen geleden in hun Oost-Indië deden. De Engelsen hebben het later geperfectioneerd en de Amerikanen hebben het systeem naar de eisen van de 20ste eeuw gemodelleerd.

Nu krijgt het Westen een koekje van eigen deeg. Wereldwijd verschuift het evenwicht van West naar Oost. Wat globalisme heet, werd voorheen in een andere vorm imperialisme genoemd. Europa lijkt het continent van het verleden geworden. Zonder politieke stem.

Terugkijkend naar het Egypte van Nasser of het Syrie van Hafiz al-Assad, zien we landen die zich verzetten tegen het imperialisme. De eerste wellicht mentaal hangend aan Engeland en de tweede aan Frankrijk, maar toch redelijk autonoom.

Dat soort landen keert zich vervolgens naar binnen en handhaaft zich door corruptie en onderdrukking. Uiteraard stoken de Westerse landen om dit soort landen in te dammen. Maar waarom benutten deze landen de eigen ruimte niet beter? Vinden ze hun bestaansrecht in de reactie en stopt daarom de ontwikkeling?

De VS heeft geen belang bij een instabiel Egypte dat in elkaar klapt. Vraag is of islamnaties met een beter intern beleid een derde weg hadden kunnen bewandelen. Een democratisch model met brede culturele ontwikkeling van de massa, goede juridische waarborgen in economie en rechtspraak en op termijn meer pluralisme in religie, meningsuiting en politiek.

Het verbaast dat behalve Turkije geen enkel land in de islamwereld de stap naar de moderniteit van de 20ste of 21ste eeuw succesvol gezet heeft. Het is de islam die het verschil maakt.

8. In Nederland zijn de meeste emigranten niet-islamitisch. Zelfs de meeste moslims zijn slechts in culturele en niet in religieuze zin moslim. Zelfs religieuze moslims zijn individuele burgers met een identiteit die verder gaat dan religie alleen. Laten we daarom emigranten niet in een islamidentiteit opsluiten. Dat laatste is het grootste falen van de Nederlandse integratie-politiek.

Uitdaging is om Nederlandse moslims aan te spreken op hun idee van democratie en rechtsstaat. Moslims elders onttrekken zich aan onze invloed. Elke verklaring verkeert in haar tegendeel als het gebruikt wordt om moslims in de hoek te zetten. Niet in het minst omdat het met een cirkelredenering elk debat over de achterblijvende ontwikkeling van de islamcultuur blokkeert.

Foto: Een wajang wong voorstelling bij de regent van Malang met maskerdansers (1910-1922). Collectie Tropenmuseum. 

Kunst zonder oren 3

with 11 comments

Is kunst het kind van de rekening? Het lijkt erop. Met name hedendaagse kunst wordt slecht begrepen. Dat betreur ik als liefhebber van beeldende kunst, film, literatuur en muziek. Het is een proces van jaren dat het zover is gekomen. Het raakt me recht in het hart. Kunst heeft geen reputatie, heeft geen oren zoals men zegt. Laatste uit een serie van drie.

Wie de nieuwe machthebbers zijn ligt in de toekomst verscholen. Tendens is dat de democratisering wereldwijd afneemt. Chinese, Russische of Indiase burgers krijgen eerder minder dan meer rechten dan burgers in een liberale democratie. Zelfs in het Westen wordt onder het mom van veiligheid de macht van de staat vergroot ten koste van de burgers. Op wat enclaves na ziet het er voor de komende jaren niet best uit wat burgerrechten betreft. Vele islamstaten stevenen af op een culturele kaalslag die de eigen bevolking apathisch achterlaat. Met steeds minder vermogen tot herstel.

De uitdaging voor kunstenaars is om nationale of mondiale tendenzen te verwoorden, te doorbreken en voor het publiek in een geëigende vorm te gieten. Afhankelijk van plaatselijke omstandigheden. Kracht van kunst is haar vermogen tot abstractie en haar bijzondere positie. Kunst komt waar politiek moet stoppen.

De Chinese kunstenaar Ai Weiwei is een icoon van onverzettelijkheid die z’n eigen leven op het spel zet en om gematigde democratisering vraagt. Zo groeien kunstenaars, soms samen met wetenschappers en journalisten, in een globaliserende wereld naar elkaar toe. Maar in het vinden van motieven en vormen zullen ze altijd teruggrijpen op hun eigen omgeving die nationaal gericht en cultureel specifiek is. Het kosmopolitisme zweeft daar boven op zoek naar een wereldcultuur. Theoretisch waardevol en in pure uitvoering de meest open houding. Maar onhaalbaar voor de massa en per definitie losgezongen van de lokale situatie.

Een organisatie die zich wenst te versterken moet nimmer bang zijn voor tegengeluid. Juist dat laatste maakt sterk. Zo is het ook met een land. Indirect is de functie van kunst het verzorgen van een tegengeluid. Kunst zet vraagtekens bij het vanzelfsprekende. Kunst maakt burgers sterker. Kunst die niet kritisch kan zijn is geen kunst maar behang. Da’s de overgesausde structuur in de kamer van de macht.

In een brief aan informateur Opstelten stelt in augustus 2010 de Raad voor Cultuur: cultuur als verbindend en mobiliserend element [is] een onmisbare factor. De brief tekent de kloof die bestaat tussen de gepolitiseerde belangenbehartigers en de kunstenaars. Het is de verkeerde cultuurpolitiek van gevestigde instellingen zoals de Raad voor Cultuur die de kunst meer schade doet dan de aanvallen van de PVV. Want ruwheid past meer bij kunst, dan sociopraat die de aard van kunst verhult.

Werking van kunst kan uitgelegd worden, maar hoeft niet verdedigd te worden. Kunst zet op scherp, kunst maakt de omgeving als nieuw en kunst biedt in vrijheid hetzelfde als religie: zingeving, troost en schoonheid. Kunst staat dwars op de consensus, kunst zet vragen bij het vanzelfsprekende. Kunst is de mythe, kunst geeft diepte en kunst biedt mogelijkheden tot identificatie, onderscheid en aanscherping van de geest. Kunst raakt het individu.

De stand van zaken van een democratische samenleving kan afgemeten worden aan steun voor kwetsbaren. Hoogbejaarden, geestelijk gehandicapten en zieken kunnen niet voor zichzelf zorgen. Zo is het ook met kunst. Hoewel de noodzaak voor steun afneemt als kunst meer verbonden raakt aan commercie. Dat kan van geval tot geval bekeken worden.

Net als in het onderwijs en de zorg zijn in de cultuursector de managers, de culturele ondernemers en kunstmakelaars opgedrongen. Hoewel het door de kleinschaligheid en de onderbetaling in de sector gelukkig nog meevalt. Maar de tendens bestaat. Zij eten een groot deel van het budget op. Kunstenaars zijn te verdeeld en te veel met zichzelf bezig om daarop eensgezind te reageren.

Zelfregulering van de sector is de sleutel. Sommige kunst kan niet opereren op een open markt en moet gesteund blijven worden. Daar blijft een compact voorwaardenscheppend administratie- en kenniscentrum voor nodig. Maar alle inspanningen vanuit de overheden dienen vervolgens gericht te zijn op de kwaliteiten van kunst alleen.

Niet het doelgroepenbeleid, de emancipatie, de economie of de politieke bedoelingen dienen leidend te zijn in het cultuurbeleid. Kunst gaat om kunst alleen, anders is kunst geen kunst meer. Dan wordt het een afgeleide van zichzelf. Als macramé van de politiek, de gedomesticeerde variant van kunst die voor de politiek kunstjes mag vertonen.

Algemene maatregelen zijn zinnig voor acceptatie van kunst, maar juist daar is de politiek halfslachtig. Onderwijsprogramma’s over media, kunst en cultuur kunnen behulpzaam zijn voor begripsvorming en draagvlak, maar komen onvoldoende van de grond. Want hoe absurd is het niet dat jongeren -in wat men zegt een beeldcultuur te zijn- niet veel meer dan nu geleerd wordt beelden en kunstuitingen te lezen, te plaatsen en te doorgronden? Ze zijn ongewapend in het mediabombardement. Leren het uiteindelijk wel, maar op een verre van doelmatige manier. Zo missen vele jongeren delen van wat kunst is en kan zijn. Ze blijven hangen in een leerproces, uitgezonderd de hoogopgeleiden die er altijd wel komen.

Cultuurbeleid en kunst is een onderwerp waarover veel te zeggen valt en wat blijft boeien door de vormende en overstijgende rol. Ons zwijgen ontstaat niet vanwege een tekort, maar een teveel aan aspecten. Die veelkoppigheid speelt velen parten. Het terugkerende motief is echter dat kunst geen reputatie heeft en niet wordt gehoord.

Ik ben voorstander van een daadkrachtig cultuurbeleid met een behoorlijk budget. Geen vanzelfsprekendheid zoals een Synovate onderzoek van april 2010 uitwijst. Het recente verleden leert dat cultuurpolitieke daadkracht vaak zijn doel voorbijschiet. Zeker als kunst aangehaakt wordt bij sociaal beleid. Da’s oneigenlijk gebruik van kunst en tekent het wantrouwen van beleidsmakers in de kracht van kunst. De pest voor de kunst is dat politici zich er niet sterk voor wensen te maken en dat besluitmakers menen dat kunst ingezet dient te worden voor andersoortige doelen. Opmerkelijk is dat vele goedwillende specialisten uit de kunstwereld hierin getrokken worden en zich laten corrumpereren. Zonder zelfvertrouwen en ambitie. Het slechte image van kunst en cultuur bij de achterban van alle partijen tekent het ontbrekende draagvlak.

Foto: F.S. Shurpin, De Ochtend van ons Vaderland  (1948) met afbeelding van Joseph Stalin

Kunst zonder oren 2

with 4 comments

Is kunst het kind van de rekening? Het lijkt erop. Met name hedendaagse kunst wordt slecht begrepen. Dat betreur ik als liefhebber van beeldende kunst, film, literatuur en muziek. Het is een proces van jaren dat het zover is gekomen. Het raakt me recht in het hart. Kunst heeft geen reputatie, heeft geen oren zoals men zegt. Deel 2 uit een serie van drie.

Het is opvallend hoeveel minder de interesse voor kunst dan voor sport is. Dat door de politiek wordt gezien als middel om volksgunst te winnen. Topsport heeft zich ontwikkeld tot een bezigheid die geen fundamentele vraag stelt over het menselijk bestaan. Maar veel ruimte krijgt. De omarming van sport door de politiek toont het gebrek aan inhoud van hedendaagse politici.

Kunst is de lakmoesproef. Niet voor goede smaak, maar voor ambitie. Zurig kleurt rood. De minachting van kunst en de hype-achtige omarming van sport tekent politiek denken dat tegen de volksgunst in geen leidende rol op zich durft te nemen.

Historisch beschouwd nemen beter opgeleiden op alle gebieden het voortouw. Zelfs revolutionairen als Lenin, Che Guevara, Castro zijn ooit opgeleid onder de voorwaarden van het oude regime dat deze revolutionairen later ging bestrijden. Zonder dat voortraject waren ze nooit in staat geweest om op de schouder van het bestaande verder te kijken en te domineren. Ook kunstenaars worden doorgaans gerecruteerd uit de betere klassen. Kunst zou geen luxe moeten zijn, maar een kunstopleiding is dat voor lagere sociale klassen wel.

Onvermijdelijk brengt op al deze terreinen de eigen achtergrond een vastgebakken manier van denken met zich mee. Zelfs als men zich als kunstenaar afzet tegen de klasse van oude conservatieven of nieuwe vrijgestelden, is men nog niet volledig verlost van oude gewoonten. Kunstenaars gebruiken instrumenten die ze in hun eigen bestaan gescherpt hebben en tot in de perfectie zijn gaan beheersen. Dat gaat verder dan  vormgeving alleen en zit ook in de manier van denken en culturele eigenaardigheden. Het eigen bestaan draait erin rond. Dat kan nooit losgekoppeld worden.

Daarmee kan kunst nog niet als luxe van bepaalde klassen beschouwd worden. Maar toch ontbreekt het evenwicht. Zonder in politiek of sociologisch vaarwater te verzeilen zou kunst in de werving en selectie breder en representatiever moeten putten uit de bevolking.

Kunst die als een beschermende jas om een maatschappelijke elite hangt is onvermijdelijk. En van alle tijden. Hoe oneigenlijk en potsierlijk het in sommige gevallen ook oogt. Het gaat samen met hedendaagse observaties die zeggen dat er nu een leidende culturele klasse ontbreekt die een standpunt inneemt, en dat de referentie ontbreekt. Wellicht is een pseudo-klasse die nog niet helemaal goed in haar jas weet te zitten in dat gat gesprongen. Elites wisselen elkaar af.

Bovenstaande heeft ook met de democratisering van het onderwijs te maken dat het minst in de kunstvakken doorgedrongen is. Als dat anders was, zouden bezwaren weggenomen worden. Zo’n doorbraak zou kunst bevrijden. Een deel van de scheefgroei valt de kunstwereld te verwijten. Maar het past van de andere kant de politiek niet om kunst als sociologisch of politiek speeltje te beschouwen. Dat versmalt kunst tot iets wat het niet is. Het ontkent de waarde van kunst.

Niemand kan de kunstwereld claimen. Behalve kunstenaars in hun eigen werkgebied, hebben beoordelaars en bestuurders van kunstinstituties een bovengemiddelde vinger in de pap. Da’s verklaarbaar, maar ongelukkig. Het lijkt vanuit de PVV beredeneerd verstandig om te proberen deze scheefgroei door nieuw cultuurbeleid en cultuurpolitiek recht te zetten. Beter dan kunst en cultuur zelf, of de financiering ervan, af te wijzen.

Kunst ontspoort waar het pamflettisme, of nog erger partijpolitiek wordt. Of een economische investering. Kunst heeft een andere opdracht. Een politiek correcte mening heeft niet per definitie iets met kunst te maken en wordt er vaak mee verward. Zelfs met een officieel stempel van een festival of instituut. Van de hedendaagse beeldende kunst is 85% waardeloos, maar niemand weet welk deel. De meest platte installaties of films vinden publiek. Kunst die niet naar alle kanten en naar alle machtshebbers of geldschieters kritisch is, houdt op kunst te zijn. Kunst kruipt niet in het hol van de zittende macht.

De noodzaak dat kunst ergens over gaat behoeft weinig onderbouwing. De esthetische functie van uitingen die taalwetenschapper Roman Jakobson ooit omschreef schiet tekort als het blijft steken in een vorm. Het moet urgentie kennen. Maar zonder vorm gaat het evenmin.

Waarom ligt kunst in de politiek zo onder vuur? Grotere steden besteden miljoenen per jaar aan betaald voetbal waarvan men weet dat het bedrijfseconomisch niet te verantwoorden is. Maar er wordt nauwelijks een fundamentele discussie over gevoerd. Lokale bestuurders zijn bang voor de macht van de straat. Voor de stenen door de eigen ruit. Dan is weerloze kunst die actieve publieke steun mist makkelijker te plukken.

Het gebrek aan weerbaarheid valt kunst te verwijten. Kunst moet niet inbinden, maar zich juist versterken en frontaal opstellen tegenover alle maatschappelijke lafheid en gemakzucht. Kunst is de slijpsteen die de geesten scherpt en motiveert. Da’s tevens haar doodvonnis omdat kunst door de macht ingekapseld wordt om onschadelijk te worden gemaakt.

Troost is dat door eigen veerkracht kunst zich er nooit onder laat krijgen. Het heeft meer waarde dan de gemakkelijke mening van de politiek veronderstelt. Wachten is op betere tijden. Weg van de aandacht voor religie en politiek cliëntelisme. Als het dan toch niet ander kan, dan maar terug naar het burgerinitiatief. Op weg naar een nieuwe 19de eeuw.

Foto: Jan-Peter Balkenende tussen de medaillewinnaars van de Olympische Winterspelen 2010